Peter Boswijk, promovendus Staats- en Bestuursrecht Universiteit Utrecht, doet op Publiekrecht en politiek uit de doeken waarom het geschreeuw over Geert Wilders en zijn PVV als 'gevaar voor de rechtsstaat' zelf die rechtsstaat in gevaar brengt. Kerncitaat:
[D]e partijen ‘verschillen van mening over aard en karakter van de islam’ en of tegen de islam maatregelen moeten worden genomen. Die vraag is afhankelijk van de vraag of de islam politieke ambities heeft en welke invloed dit leersysteem heeft op huidige sociaal-culturele verhoudingen en internationale betrekkingen. Maar juist deze discussie is zo moeizaam, omdat het zo moeilijk lijkt een onderscheid te maken tussen de islam als leersysteem en de mensen die dit in meerdere of mindere mate in praktijk brengen. En daardoor kan men elkaar niet begrijpen. Volgens sommigen is Wilders ‘het gevaar voor de rechtsstaat’ en een islamofoob, anderen (ook internationaal) zien hem juist als ultieme verdediger van de rechtsstaat tegen de islam.Maar deze discussie vindt plaats binnen de kaders van de rechtsstaat. Daarom moet de rechtsstaat niet langer worden misbruikt voor eigen politieke doeleinden. Een partij en een grote groep kiezers worden daardoor onterecht als staatsgevaarlijk weggezet. Verder wordt elke inhoudelijke discussie over de islam onmogelijk gemaakt. En nog erger: door de rechtsstaat oneigenlijk als verhullend argument te gebruiken, wordt de rechtsstaat een onderdeel van de discussie. Juist dan wordt de rechtsstaat in gevaar gebracht.
Hier leest u het hele stuk.




