Kenniseconomie

Geplaatst door Hans Labohm op 7 oktober, 2010 - 16:30

Dick Thoenes

Als ik het woord kenniseconomie lees in het overheids- en mediaproza dat ik dagelijks consumeer, krijg ik altijd een ongemakkelijk gevoel. De onderliggende gedachte lijkt te zijn dat wij Nederlanders slimmer zijn dan andere aardbewoners en dat we dus door het exploiteren van onze slimmigheid tot in de verre toekomst een hoger inkomen kunnen/mogen verdienen dan bijvoorbeeld de minder slimme Chinezen of Indiërs, of noem maar op. Zeker, internationaal gezien doet Nederland het goed. En uit onderzoeken blijkt dat ons onderwijs en onderzoek een relatief hoog niveau hebben, hoewel meestal niet de top. In mijn buitenlandse loopbaan heb ik het internationale optreden van vele Nederlanders van nabij mogen meemaken. Vaak heel goed ... maar niet de top. Dat hoeft ook niet. Want met een hoog gemiddelde komt men ook al goed uit de voeten. Buitenlanders hebben waardering voor Nederlanders omdat zij serieus zijn, hun talen spreken en daarmee ook in staat zijn als bemiddelaar cultuurverschillen te overbruggen – vandaar dat Nederlanders nogal vaak in internationaal verband worden uitgenodigd om voorzitterschappen te bekleden. Men vertrouwt ze – en terecht! Maar inhoudelijk gezien behoren we op de meeste terreinen niet tot de top.

Hoe zit het nu met ambitie om onze kenniseconomie te bevorderen? Om misverstand te vermijden: ik ben een groot voorstander daarvan en hoop van ganser harte dat deze ambities kunnen worden gerealiseerd. Maar ik heb zo mijn twijfels. Voor een kenniseconomie is waardering voor excelleren een noodzakelijke voorwaarde. Dat blijkt echter strijdig met onze Nederlandse cultuur, waarin tegeltjeswijsheden als 'als je normaal doet, doe je al gek genoeg' en 'steek je hoofd niet boven het maaiveld uit anders wordt het er af gehakt' toch een aardige indicatie vormen van de beperkingen van de speelruimte van toppers.

Vaak wordt de indruk gewekt dat de overheid in deze een belangrijke rol speelt, bijvoorbeeld ten aanzien van onderwijs, onderzoek en zo meer. Dat is ook zo. Maar de beslissingen van het bedrijfsleven zijn misschien nóg belangrijker.

Dick Thoenes, die zowel in de wetenschap als het bedrijfsleven heeft gewerkt, en die dus bij uitstek een ervaringsdeskundige is, schreef het volgende.

Dick Thoenes:

Nederland is nu al meer dan dertig jaar bezig zijn kenniseconomie systematisch af te breken. Weg met de industrie, leve de dienstensector, was ons motto. De pers en de politiek hebben dit decennialang gepredikt. In het onderwijs werden de bèta-vakken gesloopt. En nu ineens zijn er mensen die zich zorgen maken over de verdwijnende kenniseconomie!

Nederland was ooit een vooraanstaand kennisland. Ondernemingen als Philips, Shell, Akzo, DSM, en ook Unilever, liepen vooraan in de toepassing van door hen zelf ontwikkelde kennis. De besturen van deze maatschappijen benadrukten voortdurend het belang daarvan. De positie van deze ondernemingen werd in belangrijke mate bepaald door hun geavanceerde technologieën. Hun lange termijn–beleid was gebaseerd op het principe dat je de concurrentie vóór moet blijven in de ontwikkeling van nieuwe processen en producten. En daarvoor heb je een aanzienlijk R&D-apparaat nodig met eerste klas vakmensen. Niet alleen voor nieuwe ontwikkelingen, maar ook voor het in stand houden van de productie van hoogwaardige spullen.

Maar toen kwam er een nieuwe generatie topbestuurders, de generatie van economen, financiers en boekhouders. Die waren voornamelijk geïnteresseerd in de resultaten van het afgelopen kwartaal en keken liever niet verder dan het volgende kwartaal. Hun visie op hun bedrijven was niet een van lange-termijn technische vooruitgang, maar van korte-termijn financiële resultaten. Ze hadden gewoon minder technologische visie. R&D was niet meer zo belangrijk, onderzoekers van wereldnaam werden vervroegd gepensioneerd.

AkzoNobel deed dit het meet consequent: vele technisch hoogstaande en winstgevende bedrijfsonderdelen werden verkocht, zoals de vezels, de katalysatoren, de farmacie en zelfs de unieke supervezel Twaron. AkzoNobel was ooit een veelzijdig chemisch concern met een beroemde research, nu is het vooral een verfproducent, zij het de grootste ter wereld. Nu deed de Voorzitter van de RvB de historische uitspraak: “verf en pillen passen niet bij elkaar”. Dat is misschien waar uit marketing-oogpunt, maar het is helemaal niet waar uit chemisch-technologisch oogpunt. Het standpunt van Wijers staat dan ook haaks op het beleid van zijn voorgangers.

Helaas hebben de andere hierboven genoemde grote ondernemingen alle aan deze uitverkoop meegedaan. Merkwaardig genoeg heeft de politiek toen nauwelijks gereageerd op deze onomkeerbare afbraak van onze kenniseconomie.

As je bedrijven verkoopt aan ondernemers die geen historische band hebben met deze bedrijven en die geen oog hebben voor de speciale kennis waarop hun productie is gebaseerd, weet je bijna zeker dat deze bedrijven op de middellange termijn ten dode opgeschreven zijn. Als regel zal de koper ze weer doorverkopen, totdat ze uiteindelijk geliquideerd worden. Een goede uitzondering is de verkoop van Twaron aan Tejin, die er rijk aan geworden is (had AkzoNobel met zijn betere R&D dus ook gekund).

Dat enkele jaren geleden Organon door AkzoNobel is verkocht aan Schering (die het doorverkocht aan MSD) is mijns inziens een voorbeeld van een ongelooflijk wanbeleid. Je haalt een aardig bedrag aan contanten binnen, maar je snijdt in de toekomst van je eigen onderneming. Maar dat wordt in Nederland tegenwoordig niet erg gevonden.

Maar het zijn niet alleen de nieuwe industriële bestuurders die gezorgd hebben voor de technologische afbraak. Onze eigen regering heeft op instigatie van de politici, indirect hieraan bijgedragen. De toonaangevende R&D in Nederland was voor een belangrijk deel mogelijk doordat ons onderwijs, tot begin jaren ’70, opvallend goed was en vooral goed afstak bij het onderwijs in andere Europese landen. Wij leidden wetenschappers op van topniveau. Maar de kwaliteit van ons onderwijs is over de hele linie enorm achteruit gegaan. De politieke drijfveren daarvoor waren:

  • op onderwijs kan altijd bezuinigd worden,
  • je moet het de arme studenten niet zo moeilijk maken.

Deze drijfveren waren in bepaalde politieke kringen erg populair, maar ze hebben er wel toe bijgedragen dat we op onderwijsgebied een tweede-rangs natie zijn geworden. En dit heeft in belangrijke mate bijgedragen aan de afbraak van onze kenniseconomie.

Tot zover Dick Thoenes. Wèl iets om over na te denken.

Reacties

Pietje Puk (niet gecontroleerd) op 7 oktober, 2010 - 16:41

@Hans Labohm: heeft u

@Hans Labohm: heeft u misschien een verwijzinkje voor dit citaat?

J.F.Besseling (niet gecontroleerd) op 7 oktober, 2010 - 16:45

Dat er met onbenul in de

Dat er met onbenul in de politiek besluiten worden genomen hoeven we hier nu even niet uitvoerig toe te lichten. Wel wil ik vermelden dat D66 bewindslieden als Jan Terlouw en Hans Wijers een betreurenswaardige erfenis hebben achter gelaten. Terlouw maakte als minister een einde aan de veelbelovende ontwikkeling van een kernenergie industrie in Nederland. Hoe zo, gevaarlijk? Met die kerncentrale in Borssele is toch niks mis mee? Maar ja, zelf missen we nu de expertise en industrie om kerncentrales te bouwen. Hans Wijers liet als minster de zelfontwikkelende vliegtuigindustrie ten onder gaan. En zo verloor Nederland vele duizenden arbeidsplaatsen voor hoog opgeleide, deskundige werknemers. Terlouw toonde zich een succesvol kinderboeken schrijver. Wijers als topman van de AKZO vernauwde later de activiteiten van dit oorspronkelijk veelzijdige bedrijf tot het weinig deskundig personeel vereisende produceren van verf, waarmee over de hele wereld handel kan worden gedreven. Handel is geld verdienen met de producten, die anderen hebben bedacht en gemaakt. Daar is niets mis mee, en het heeft bovendien het voordeel dat je, zonder dat je er veel voor moet leren, je slimheid tegenover je medemensen kunt benutten. Handel is weliswaar geen basis voor een ‘kenniseconomie’, maar Nederland is er door de eeuwen heen wel bij gevaren. En wie vroeger werden aangeduid als geldwoekeraars, heten tegenwoordig deftig bankiers. Zij hebben zich een sleutelpositie weten te verwerven in die handel.
Zou je bij het teloor laten gaan van de kernenergie industrie en van de zelfontwikkelende vliegtuigindustrie kunnen spreken van onbenul met betrekking tot het arbeidspotentieel van de technologische industrie, ernstiger is politiek onbenul, dat de toekomst van een hele beschavingsevolutie in gevaar brengt. Het is wel het tegendeel van politiek onbenul als Frits Bolkestein in de VK van 24 december 2009 uiteenzet ‘Hoe Europa z’n zelfvertrouwen verloor’. Met grote instemming las ik zijn uitspraak: ‘de enige maatstaf om beschavingen te vergelijken is de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Bij hantering van die maatstaf staat het buiten kijf dat de Europese beschaving, na vele eeuwen van gruwelijke daden, nu ver voor ligt op beschavingen die voortkomen uit de Islam’. In het lange artikel geeft Bolkestein met vele voorbeelden zijn motivatie voor die uitspraak. Voor wie de voorlichting van Geert Wilders, die er zijn leven voor op het spel heeft gezet, over de islamisering van Europa heeft gevolgd brengt Bolkestein niets nieuws. Daarom gaat het mijn begrip te boven hoe deze zelfde Bolkestein zich geroepen voelde in een interview Geert Wilders te kleineren. Had deze Bolkestein zijn intelligentie maar effectiever weten in te zetten, toen hij politiek nog een hoofdrol had kunnen spelen. Nu is Geert Wilders de enige politieke leider in Den Haag, op wie wij onze hoop kunnen richten; wij, dat wil zeggen zij die de inhoud van Bolkestein’s artikel in de VK onderschrijven.
Hoewel Alexander Pechtold nog geen vice-voorzitter is van een vereniging Nederland-Islam vertoont zijn opstelling in het parlement alle trekken van de door politieke onbenulligheid ingegeven fascinatie voor onze ‘nieuwe Nederlanders’, die hem in de Tweede Kamer tot de ‘de grote bestrijder’ van de PVV maakt. Blind voor het nu weer door Bolkestein zo kernachtig beschreven gevaar van de islamisering weet Pechtold zich tot spreekbuis te maken van de vele gelovigen in de culturele verworvenheden van de Nederlandse beschaving, die een totaal onbegrip voor de onverzoenlijke drang tot overheersing van de Islam aan de dag leggen. En dat terwijl de bloeddorstigheid van juist die Islam op vele plaatsen in de wereld wordt gedemonstreerd. Kon Bart Tromp de D66 minister voor bestuurlijke vernieuwing, Alexander Pechtold, slechts ‘bezigheids populisme’ verwijten, nu is hij voor mij een nieuw onbenul van D66, en ditmaal een gevaarlijke politieke onbenul. Niet de opstelling van Geert Wilders, maar het politieke onbenul van zijn bestrijders is een gevaar voor onze rechtsstaat.

Hans Labohm (niet gecontroleerd) op 7 oktober, 2010 - 16:48

Pietje Puk, Deze

Pietje Puk,

Deze overpeinzingen (of moet ik schrijven overpijnzingen?) van Dick Thoenes zijn nog nergens elders gepubliceerd. Dit is dus een primeur.

Jaco Kars (niet gecontroleerd) op 7 oktober, 2010 - 17:05

In Nederland ziet men het

In Nederland ziet men het bedrijven van communicatiekunde, sociologie, politicologie en andere ouwehoerdisciplines die opleiden tot praatjesmaker aan voor wetenschap. Voor de echte wetenschappen en de toepassingen daarvan is steeds minder plaats. Studenten worden liever in vier jaar praatjesmaker dan dat ze zeven jaar besteden aan een serieuze studie. Vroeger, tot ongeveer 30 jaar geleden, was dat anders. Toen leverden de Nederlandse universiteiten mensen af die de Deltawerken ontwierpen en uitvoerden, en de compact disc uitvonden. Dat is hoe langer hoe minder het geval, en degenen die zulke ambities hebben gaan naar het buitenland. Het is geen toeval dat de Nederlandse Nobelprijswinnaar Andre Geim aan een Britse universiteit is verbonden. Bedrijven voeren R&D uit op die plaatsen waar de beste kennisinfrastructuur is, en dat is in Nederland steeds minder het geval. Eerst verdwijnt de know-how, en daarna zullen de processen het land ook verlaten. Investeringen in de kenniseconomie betekenen in de eerste plaats dat er veel meer geld moet worden gestoken in de beta-vakken, als het even kan liefst ten koste van de alfa-vakken, en dat er financiele incentives worden gegeven aan R&D-activiteiten.

Adrie (niet gecontroleerd) op 7 oktober, 2010 - 17:26

Sinds kort studeert mijn

Sinds kort studeert mijn dochter aan de TU Delft. Het schijnt dat het uitvalpercentage daar in het eerste jaar heel hoog is.

Ook mijn dochter heeft het door aanpassingsproblemen tussen het VWO en de TU behoorlijk moeilijk, hoewel ze een enorme ijver en discipline heeft en een via tests vastgesteld IQ dat meer dan ruimschoots voldoende is.

Ik merk dat ze eigenlijk een beetje hulp zou moeten hebben, al was het maar om bepaalde lacunes in haar kennis op te vullen, hoewel ze een VWO pakket had waarmee ze alle in Nederland bestaande studies kan volgen en een cijferlijst met bijna een 8 als gemiddelde.

Kortom als ze het niet haalt dan wijt ik dat aan het systeem dat haar geen hulp biedt nu ze het even nodig heeft en ik vrees dat er op deze manier wel meer talent verspild wordt. Hoe kan het bestaan dat we zo onzorgvuldig omgaan met de grondstof waarmee straks die kenniseconomie moet worden opgebouwd.

tipo (niet gecontroleerd) op 7 oktober, 2010 - 18:03

@Adrie Het probleem in

@Adrie
Het probleem in Nederland is dat het VWO niet voldoende kwaliteit biedt om gekwalificeerd op de TU aan te komen.

Dat heb ik 17 jaar geleden al ervaren. Met het niveau op de TU is niks mis. Het niveau van het VWO in NL is al decennia lang ondermaats. En dan is de TU voor velen onaantrekkelijk, omdat de meesten er ondergekwalificeerd aan beginnen. Dat was bij mij ook het geval en alleen door heel veel bijspijkerwerk in de eerste twee jaren heb ik mijn bull gehaald.

M.C. van der Weele (niet gecontroleerd) op 7 oktober, 2010 - 18:49

Quote: "....Ons onderwijs,

Quote: "....Ons onderwijs, tot begin jaren ’70, opvallend goed was en vooral goed afstak bij het onderwijs in andere Europese landen. Wij leidden wetenschappers op van topniveau. Maar de kwaliteit van ons onderwijs is over de hele linie enorm achteruit gegaan. De politieke drijfveren daarvoor waren:

op onderwijs kan altijd bezuinigd worden,
je moet het de arme studenten niet zo moeilijk maken."
Unquote.

Ja dank zij onze rode gemakszuchters is dit het resultaat. Zie de plaats die onze universiteiten innemen op de wereldranglijst:
70ste plaats Leiden
124ste plaats Amsterdam
130ste plaats Groningen
147ste plaats Wageningen
149ste plaats VU Amsterdam
155ste plaats Erasmus Rotterdam

Met multiculturele oogkleppen op bereikt men dergelijke resultaten. U weet nog wel, de Erasmus Universiteit speelde toch onder één hoedje met Tariq Aziz Ramadan?

Jimmy (niet gecontroleerd) op 7 oktober, 2010 - 18:54

Het is logisch dat jonge

Het is logisch dat jonge mensen niet voor bèta-studies kiezen.

Heel hun leven horen ze dat alleen nerds en buiten-de-samenleving-staande eenlingen voor zulke studies kiezen. In het bedrijfsleven worden ingenieurs niet echt meer beloond qua salaris; qua carrière helpt een MBA minstens om even ver te komen. Vergelijk de kosten-/batenafweging -- studielast, moeilijkheidsgraad, toekomstige beloning in salaris of status (eerder het tegengestelde) -- van natuur- en wiskunde met studies als bedrijfskunde of rechten. Is het dan niet gewoon rationeel om voor bedrijfskunde of rechten te kiezen voor een jong persoon? Voor een natuurkunde-topper is het misschien toch aantrekkelijk om die uitdaging aan de te gaan, maar een gemiddelde bèta-VWO'er zal eerder kiezen voor een andere studie.

Volgens mij is het onderwijs in Nederland gewoon prima. Het is zeker beter -- niveau, materiaal, middelen, steun, organisatie -- dan in China of India. Toch studeren er in die landen relatief en absoluut veel meer ingenieurs af dan hier. Laten we gewoon eerlijk zijn: onze Westerse samenleving beloont technici die bruggen bouwen of ICT-systemen ontwerpen nu eenmaal minder dan strafpleiters die criminelen uit de bak houden of bankiers die alleen maar met geld schuiven van brievenbusfirma naar brievenbusfirma. (Goede kans dat ze onderweg nog even type Eva Jinek oppikken.) In het Oosten worden techneuten gewoon veel meer gewaardeerd.

Kijk ook maar naar een (halve bèta)studie als medicijnen, daarvoor is de aanwas enorm. Logisch: status en beloning zijn dan aanzienlijk.

Kordo (niet gecontroleerd) op 7 oktober, 2010 - 19:02

Pf, stelletje

Pf, stelletje doemdenkers.

Nederland doet het, grosso modo, best aardig in vergelijking met andere landen. Natuurlijk, het kan altijd beter, maar om nu te zeggen dat er een volledige afbraak heeft plaatsgevonden...

De laatste jaren is er overigens flink in de beta's geïnvesteerd: het is juist de alfa en gamma-hoek waar onderinvestering plaatsvindt. Maargoed, dat is natuurlijk weer niet in overeenstemming met de huidige volksperceptie...

Adrie (niet gecontroleerd) op 7 oktober, 2010 - 23:10

@ Tipo Jammer dat als het

@ Tipo

Jammer dat als het probleem zo onderkend is dat er dan geen structurele oplossing wordt aangeboden, nu moet ze zelf op zoek gaan naar hulp.

@ Jimmy

Het is inderdaad vreemd dat studenten met een pretpakket als rechten toegang kunnen krijgen tot goedbetaalde functies. Ik vind overigens dat die studie best opgewaardeerd mag worden met flink wat exacte stof om het kaf van het koren te kunnen scheiden. Juist voor mensen die later wellicht belangrijke beslissingen moeten nemen zou logica een vast onderdeel van de studie moeten zijn en op zijn minst zou een jurist ook moeten kunnen rekenen buiten het opmaken van de declaratie.