Euro – met de kennis van toen (2)

Geplaatst door Hans Labohm op 19 november, 2011 - 16:30

Eerder schreef ik', 'Euro – met de kennis van toen (1), waarin ik de opvattingen van de economische mainstream schetste over de invoering van de euro.

Toentertijd waren er reeds twijfels over de deelname van Italië. In 1998 heeft onze toenmalige minister van financiën, Gerrit Zalm – in Italië bekend als 'Il Duro' – gewaarschuwd voor de risico's van deelname van Italië in de eurozone. Hij heeft zijn bezwaren persoonlijk uitgelegd aan zijn Italiaanse ambtgenoot Carlo Ciampi. Hij werd op allercharmanste wijze door Ciampi ingepakt, kreeg geen steun van zijn collega's en hield het vervolgens voor gezien. Wat moest hij anders? Zoals Frits Bolkestein altijd al zei: 'Europa kan geen 'nee' zeggen. De Volkskrant schreef daarover nogal denigrerend: 'Italië ligt niet wakker van Zalms oprispingen'. Maar zoals trouwe DDS-lezers weten, slaat dit dagblad wel meer de plank mis.

Griekenland trad 1 januari 2008 toe tot de eurozone.

Meer in het algemeen was men reeds van mening dat de reële economieën van de deelnemende landen meer zouden moeten convergeren om de muntunie te laten slagen. Met het oog daarop startte de EU drie parallelle 'processen', die met veel fanfare werden aangekondigd.

- Een gecoördineerde werkgelegenheidsstrategie teneinde de efficiëntie van de arbeidsmarkt te verbeteren door een bevordering van employability, ondernemerschap, aanpassingsvermogen van ondernemingen en hun werknemers en gelijke kansen voor mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt (Luxemburg-proces, 1997).

- Brede structurele hervormingen en modernisering ten einde de innovatiecapaciteit en efficiëntie van de arbeidsmarkt en de goederen diensten- en kapitaalmarkten te bevorderen (Cardiff-proces, 1998).

- Coördinatie van economisch beleid en de verbetering van elkaar wederzijds ondersteunende interactie tussen loonontwikkelingen en monetair-, budgettair- en belastingbeleid door macro-economische dialoog, gericht op het bereiken van een niet-inflatoire groeidynamiek (Keulen-proces, 1999).

Ik neem aan dat slechts weinigen onder de lezers hier ooit van hebben gehoord. En dat is ook wel logisch. Immers, hoe vaak is het niet voorgekomen dat men er in de EU niet uitkwam en dat men dan een 'proces' startte? Dat begon vervolgens met veel enthousiame, maar verzandde al gauw in bureaucratisch geneuzel, waarna het een stille dood stierf.

Een persoonlijke anekdote tussendoor. In die tijd was ik actief in de TEPSA (Trans European Policy Studies Association). Dat was een Europees netwerk van wetenschappers, dat internationale conferenties organiseerde en van tijd tot tijd advies uitbracht aan de Europese commissie. Tijdens een dialoog met hoge ambtenaren van de Europese commissie over de Europese aanpak van de werkloosheid gaf een van de sprekers van het secretariaat hoog op van de door de commissie gevolgde strategie. Alom instemmend geknik. Als enige intervenieerde ik dat hiervan n.m.m. niets zou terechtkomen omdat de arbeidsmarktactoren in de lidstaten – als zij al van die strategie op de hoogte zouden zijn, hetgeen niet het geval was – zich daarvan niets zouden aantrekken. Er ontstond grote commotie naar aanleiding van mijn commentaar. En de geïrriteerde hoge EU-bureaucraat in kwestie verklaarde zich bereid mij persoonlijk nader uit te leggen wat de strategie beoogde. Dat was natuurlijk niet nodig, want ik had mijn huiswerk goed gedaan. Bovendien kwam hij er later niet meer op terug. Dus dat was dat.

Ik trok daaruit voor mijzelf de conclusie dat het met dit soort naïeve eurofielen nooit wat zou worden en bekeerde mij tot euroscepsis. Die overtuiging werd nog versterkt toen regeringsleiders van de EU in maart 2000 tijdens een top in Lissabon verklaarden dat de EU zich in tien jaar tijd tot de meest competitieve en dynamische economie van de wereld zou dienen te ontwikkelen, met een duurzame economische groei van 3% per jaar, met meer en betere banen en meer sociale cohesie. Vooral vanwege het laatste werd deze cocktail ook wel aangeduid als 'kapitalisme met een menselijk gezicht'. Dit was in mijn ogen volstrekt illusoir. Dat is ook gebleken. Maar de klap op de vuurpijl kwam toch toen de EU zichzelf tot voortrekker opwierp van het wereldwijde klimaatbeleid en meende dat onze samenleving daarvoor op de schop moest. Met zulke vrienden heeft men geen vijanden meer nodig.

Maar terug naar de vorengenoemde 'processen'. Dat is dus niets geworden. Zij gingen uit van de – onder economen veel voorkomende – gedachte dat men in korte tijd diepgewortelde instituties, inclusief tradities op politiek en economische gebied, kan veranderen. Maar dat blijkt erg moeilijk. Zij gingen er voorts vanuit dat de markteconomieën van de eurozone wel naar elkaar zouden toegroeien. Maar er zijn markteconomieën en markteconomieën en zij verschillen nogal van elkaar, zeker wat betreft hun aanpassingsvermogen. En dat geldt met name voor Griekenland.

In een recente voordracht voor de Liberale Internationale heeft de voormalig Griekse minister van buitenlandse zaken, Dora Bakoyannis, vertelt wat er allemaal schort in deze bakermat van de democratie.

Ik citeer:

As Liberals we know well that a large state-sector comes always at the expense of the private sector, and then hinders it from being productive, by overregulation, corruption, bureaucracy and all the evils of statism.

The Greek entrepreneur, with notable exceptions, preferred small-scale family business and commerce rather than industry.

Here, then, are the underlying evils of the Greek malaise:

- A huge, bureaucratic, largely corrupt, and inefficient public sector.

- The small size of business, with most not oriented towards production.

- “Closed” and overregulated markets and professions, with licences issued by the state.

- Chaotic and time-consuming procedures for establishing a company or factory either by Greeks or as foreign investment. No wonder Greece despite its wonderful position and labour force, lags behind most EU states in direct foreign investment.

- High taxes, without adequate social returns, and a complicated, corrupt, and inefficient system of taxation, which lets loose the sizeable black economy.

- Privileged state enterprises whose workers enjoy high salaries, thus sky-rocketing the deficit.

- Lack of labour mobility, and a rigidity in the ability of companies to hire or dismiss.

- An overloaded and slow judicial system.

Het zal duidelijk zijn dat al deze euvels niet in korte tijd kunnen worden verholpen. Daarvoor zijn ze te talrijk, te ernstig en te diep geworteld. Als men toch door wil gaan met Griekenland in de euro, dan zal dat alleen kunnen met permanente steun.

De situatie in Italië is wellicht beter, maar vertoont daarmee toch wel gelijkenis.

Thans verkeren we dus in een situatie waarin de politieke wenselijkheid botst met de economische realiteit. De suggestie van Patrick van Schie, waarmee deze draad begon, is daarom heel verstandig.

En wat heeft hij eigenlijk gezegd?

Patrick van Schie:

Ik heb overigens niet zoveel gezegd. Ik heb gezegd dat het goed is om na te denken over andere scenario’s. Het zegt veel dat daar zoveel commotie over ontstaat. Als politici een verbod op nadenken willen uitvaardigen, dan zijn we wel heel ver heen.

Ja, dat zijn we inderdaad.

Reacties

vrijenonverveerd op 19 november, 2011 - 16:39

goed verhaal

een zeer goed en duidelijk verhaal tegen het waanzinnige eurogeloof, van iemand die uitgaat van de werkelijkheid en die de geschiedenis kent en daarvan geleerd heeft. Hulde en beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald !   Neen tegen de euro, EU, ECB, ESM; Neen tegen het eurofascisme

Zijn en mijn (zie andere topics eerder) klare conclusie luidt: "De herinvoering van nationale munten, waardoor de monetaire politiek op een niveau komt waar ook de instrumenten en mechanismen bestaan om deze te beheersen, lijkt niettemin de enige optie. Waanideeën over een neuro kunnen er voor Nederland slechts toe leiden dat het zijn monetaire beleid geheel overdraagt aan Duitsland en er, zonder compensatie, alle greep op verliest." 

beste VVD en PvdA, hoe kunnen jullie deze EU, euro, ECB, Noodfonds steunen, zij gaan in tegen hetgeen jullie voorstaan nl. het liberalisme en de sociaal-democratie, zij ondermijnen nl. onze vrijheid en de vrije niet-centraal geleide economie en de welvaartstaat die door vele generaties is opgebouwd (verzorgingsstaat).

Waarom ?

Beste Rutte, wat wordt het, vrijheid en democratie of euro en landverraad ?

http://www.volkskrant.nl/vk/nl/3184/opinie/article/detail/3041365/2011/11/19/Waarom-zo-bang-voor-het-einde-van-de-euro.dhtml

Hein A. M. Klemann is hoogleraar economische geschiedenis aan de Erasmusuniversiteit Rotterdam.

'Waarom zo bang voor het einde van de euro?'

We moeten de levensduur van de euro niet zo lang mogelijk rekken, maar er met zo min mogelijk schade van af zien te komen, betoogt hoogleraar Hein Klemann.

Zoals veel Amerikaanse economen ons op voorhand voorspelden, blijkt de euro een mislukking. De economische en politieke tegenstellingen binnen het eurogebied zijn te groot om door één monetair systeem te worden overbrugd. Al in 1992 was dat gebleken bij de crisis van het ERM (European Exchange Rate Mechanism). De mislukking om de koers van de Europese munten binnen een bandbreedte van 2,25 procent te houden wees er toen op dat de verschillen in economische ontwikkeling binnen Europa nog groot waren. Alleen door het aanpassen van de monetaire verhoudingen konden de verschuivingen tussen de economieën worden gecorrigeerd.

Het was dan ook onverstandig om in datzelfde jaar in het Verdrag van Maastricht te besluiten tot de invoering van de euro en daar nog geen tien jaar later toe over te gaan. Met de euro werd immers de mogelijkheid afgesneden om de spanningen tussen de economieën binnen Europa op te lossen door monetaire aanpassing. Voortaan moesten de aanpassingen plaatsvinden in de reële sfeer: de loonontwikkeling, begrotingen en belastingheffing moesten binnen de eurozone op elkaar worden afgestemd. Een mechanisme om dat te doen of een instantie om in de gaten te houden werd evenwel niet ingesteld. Het project was dan ook een politiek project met als doel het Europese integratieproces naar een hoger politiek niveau te hijsen.

Als vrijhandelszone was de EEG een succes geweest, maar voor politici en Europese technocraten ging dat niet ver genoeg. Zonder ooit te zeggen waar ze precies naartoe wilden omdat een duidelijk beeld van een toekomstig geïntegreerd Europa oppositie zou kunnen opwekken, wilden de Europese instanties verder integreren. Integreren werd op zich een ideaal. De mythe werd gekoesterd dat dit, en niet de Koude Oorlog en de Pax Americana, het naoorlogse Europa voor nieuwe intern Europese conflicten had behoed. Het Europese project, vanaf de jaren vijftig een handelspolitiek samenwerkingsverband, moest uitgroeien tot een poging landen die betrekkelijk onbetekenend waren geworden, samen weer betekenis te geven.

Verkocht als praktische stap
Bij het publiek was echter aarzeling te constateren, bleek uit enige volksraadplegingen. Europa kon de stappen nodig om een monetair systeem met de bijbehorende instituties op te tuigen - en een vergaande overdracht van monetaire en financiële bevoegdheden, inclusief de begrotingscontrole - niet in een keer nemen. Dat stuitte op politieke bezwaren. Europese bureaucraten en regeringsleiders accepteerden echter geen no for an answer. De munt werd gewoon ingevoerd. Dan maar zonder de noodzakelijke instituties. Er werd gedacht dat die er wel zouden komen zodra zou blijken dat ze nodig waren.

Het geheel werd aan het publiek verkocht als een praktische stap waardoor je niet langer steeds geld hoefde te wisselen. Velen zullen zich de campagne voor de euro herinneren waarin erop werd gewezen dat als je door Europa reizend 100 gulden zou wisselen en in elk volgend land het bedrag dat je daarvoor gekregen had opnieuw zou wisselen, je bij thuiskomst nog maar 10 gulden over had.

Dat bij het invoeren van een Europese monetaire unie de zuidelijke leden een noordelijke begrotingsdiscipline moest worden opgedrongen, was voor de Europese leiders alleen maar positief. Hoewel er geen draagvlak was voor instanties die de begrotingsdiscipline konden controleren, hoopte Brussel alleen door het stellen van regels Zuid-Europa financieel tot de orde te roepen. Terecht meende Brussel dat een strikte begrotingsdiscipline voor Europa en die landen beter zou zijn. De vraag of de overheden in die landen dat ook wilden en konden realiseren werd niet gesteld.

Voor bureaucraten en regeringen is Europa ideaal. Natuurlijk is er een parlement, maar als het erop aan komt, kan voor elke beslissing op Europees niveau achter een onheldere besluitvormingsprocedure verstopt blijven wie verantwoordelijk is. Geen burger kan het volgen. Voor de nationale regeringen is het voordeel dat ook het eigen parlement na een besluit op Europees niveau goeddeels buitenspel staat. Nadat de Europese Raad van Ministers iets heeft besloten, worden de nationale parlementen afgescheept met de dooddoener dat er al een Europees besluit ligt. Zo'n parlement moet dan van goeden huize komen, wil het daar nog tegenin gaan. Het Europees Parlement is helemaal machteloos, omdat de verhoudingen binnen dat parlement op geen enkele wijze worden weerspiegeld in de uitvoerende macht. De Europese Raad bestaat immers uit de regeringsleiders, terwijl de Commissie door de lidstaten en niet door het parlement wordt aangesteld.

Het kan dan ook het best worden vergeleken met de Duitse Rijksdag van voor de Eerste Wereldoorlog. Elke burger had stemrecht, maar daarna hadden hun vertegenwoordigers geen stem. Een Europese publieke opinie bestaat evenmin, zodat daar ook geen rekening mee hoeft te worden gehouden. Worden er toch voor de voortgang van het integratieproces ongewenste democratische besluiten genomen - zoals in volksraadplegingen in Denemarken, Ierland, Nederland en Frankrijk - dan worden deze niet geaccepteerd. Ze leidden tot een cosmetische bijstelling van het besluit, waarna er apocalyptische rampen worden afgeroepen over de kiezers als zij het besluit niet alsnog accepteren. Zo ondermijnt Europa de democratie. Ook bij de invoering van de euro is met de opvattingen van burgers geen rekening gehouden.

Op niets gebaseerd
De idee van Europese bureaucraten dat de zuidelijke lidstaten een noordelijke begrotingsdiscipline kon worden opgedrongen was op niets gebaseerd. Zij kunnen zo'n discipline niet handhaven. In deze landen werden oplopende begrotingstekorten steeds opgelost door de geldpers aan te zetten. De staatsschuld werd zo weer behapbaar, terwijl de resulterende inflatie de reële lonen evenals de resterende staatsschuld drukte.

Uiteraard waren de financiële markten hier niet gelukkig mee. Een devaluatie van de nationale munt was daardoor onvermijdelijk, maar dat had als voordeel dat het internationaal evenwicht werd hersteld.
Inderdaad is dit wat rommelig, maar het alternatief - een binnen de perken houden van de kosten van lonen, sociale uitkeringen en pensioenen, de overheidsuitgaven en het opzetten van een gedegen belastingheffing - kunnen die landen niet opbrengen. Griekenland heeft zichzelf de eurozone binnengesmokkeld terwijl zijn overheidsfinanciën niet aan de eisen voldeden en heeft van de gelegenheid dat het deel uitmaakte van een blok rijke landen gebruikgemaakt om zijn lonen te verhogen. De loonkosten per eenheid product zijn er in tien jaar met 40 procent gestegen. Dat valt niet zomaar terug te draaien.

Het aanstellen van deskundigen als politiek leider, zoals nu in Griekenland en Italië, is geen oplossing. Het probleem is niet dat men niet weet wat er zou moeten gebeuren. Men weet niet hoe de noodzakelijke maatregelen door te voeren. Daarvoor ontbreekt het draagvlak. Een persoon met gezag kan even het vertrouwen herstellen, maar het moet worden betwijfeld of zo iemand zonder machtsbasis in het parlement of de samenleving - het zijn non-politieke technici - harde maatregelen kan doorvoeren.

Tegen forse belastingverhogingen en maatregelen om de belastinginning te garanderen, verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd, enorme bezuinigingen en verlaging van de lonen zullen vakbonden, partijen en actiegroepen te hoop lopen. Slechts de invoering van een nieuwe drachme en lire, het aanzetten van de geldpers, de resulterende inflatie die de reële loonkosten drukt en een forse devaluatie om het evenwicht met het buitenland te herstellen, lijken een oplossing te bieden.

Natuurlijk verliezen Europese banken en pensioenfondsen dan een deel van hun beleggingen, maar men mag er toch van uitgaan dat zij inmiddels al een verlies op waardepapieren uit die landen hebben genomen en er is geen reden te veronderstellen dat die waarde zoveel verder zal dalen dan nu al het geval is.

Europese instellingen hebben de neiging besluiten door te voeren, ook als lidstaten er niet aan willen. Die worden daarom geregeld gedreigd met rampen als de Europese besluitvorming zou stagneren. Dat gebeurt ook nu. President Sarkozy, die zijn politieke positie aan de euro heeft opgehangen, heeft zelfs beweerd dat de val van de euro tot oorlog zou leiden. Tussen wie en wie en waarover, is niet duidelijk.

Met zulke dreigementen krijgt Brussel wellicht ook nu weer de regeringen op één lijn, maar het moet worden betwijfeld of die de noodzakelijke maatregelen kunnen doorvoeren. Uiteraard zal een val van de euro leiden tot inflatie in zuidelijke lidstaten die hun schulden alleen door het aanzetten van de drukpers kunnen betalen. In zwakke staten - en daar gaat het hier om - is inflatie steeds een alternatief geweest voor belastingheffing. Dit zal gepaard gaan met een forse devaluatie.

Als de laatste tijd aan deskundigen wordt gevraagd wat er moet gebeuren, komen er steeds monetair-economen aan het woord die menen dat er Europese instellingen moeten komen om de lidstaten begrotingsdiscipline op te leggen en de sanering van de probleemlanden te controleren. In feite hadden zulke instellingen er moeten zijn vóór invoering van de euro. Dat ze er niet zijn, is omdat ze politiek niet haalbaar zijn. Zelfs als de regeringsleiders onder leiding van Merkel en Sarkozy zouden besluiten die alsnog in te stellen, haalt dat niets uit. Europa kan de zuidelijke lidstaten de noodzakelijke maatregelen niet opleggen. De eigen regeringen kunnen dat niet eens. Pogingen dat toch te doen zullen ertoe leiden dat Europa gezien gaat worden als een onderdrukkende macht.

Alleen maar meer ellende
Het europroject is mislukt en daar is niets aan te doen. In de jaren dertig bleek dat landen die tegen de stroom in roeiden en vasthielden aan de gouden standaard toen die overal inzakte, langer in een depressie bleven hangen dan landen die hun verlies namen en devalueerden. Vasthouden aan de euro kan alleen de ellende maar vergroten. Op de volgende vergadering van de Europese Raad zou daarom niet besproken moeten worden hoe de levensduur van de euro kan worden gerekt, maar hoe we met zo min mogelijk kleerscheuren van die munt afkomen. Die vraag zal evenwel niet worden gesteld. Daarvoor hebben de Europese leiders zich politiek te veel geïdentificeerd met de euro.

In de zomer van 1935 wist minister-president Colijn al dat Nederland de gouden standaard beter kon verlaten. Hij wist echter niet hoe er van af te komen zonder politieke averij. Daarom modderde hij tot schade van de Nederlandse economie nog tot september 1936 voort. Zo zal het nu ook wel weer gaan. De herinvoering van nationale munten, waardoor de monetaire politiek op een niveau komt waar ook de instrumenten en mechanismen bestaan om deze te beheersen, lijkt niettemin de enige optie. Waanideeën over een neuro kunnen er voor Nederland slechts toe leiden dat het zijn monetaire beleid geheel overdraagt aan Duitsland en er, zonder compensatie, alle greep op verliest.

HULDE !

Havank op 19 november, 2011 - 17:50

Geachte Heer Labohm/ Chapeau voor deze bijdrage.

Ik heb uw stuk met interesse en voldoening gelezen.

Inderdaad, het was vanaf het begin al "mission impossible", het was het politieke wensdenken van politici en bureaucraten niet gehinderd door enige vorm van kennis, die perse deze Europese Unie doorgedrukt hebben.

Het was een politiek experiment, zonder rekening te houden met zoveel verschillen in sociale zekerheid, marktwerking, beroepsbevolking, en de situatie van de Begrotingen, in de diverse europese landen.

@vrijenonverveerd, ook bedankt voor uw duidelijke uitleg, maar ik vrees dat de politici toch niet zullen luisteren naar deze redelijke argumenten, kijkt U maar naar de kritiek die Dhr. van Schie heeft gekregen.

trias politica op 19 november, 2011 - 19:34

complexe materie

Allereerst mijn waardering voor het 2-luik van Hans Labohm. Ik denk dat iedereen wel kan vaststellen dat dit een waardevolle bijdrage is.

Misschien een kleine correctie: Griekenland trad al in 2000 toe tot de eurozone, niet in 2008, maar dat kan een typefoutje zijn.

De Griekse minister van Buza, Dora Bakoyannis, vat het manco van de EU kernachtig samen. Het tweede manco is, dat Brussel niet in staat is om op één lijn te komen. Inmiddels zijn de financiële markten daar ook achter. Het vertrouwen is weg en zal ook niet zo snel terugkomen. Niet zonder ingrijpende veranderingen.

De situatie is door falende politiek, met Barroso als hoofdrolspeler en Van Rompuy als secondant, volledig uit de hand gelopen. Een oplossing is ni uiterst complex. Griekenland moet de muntunie verlaten, linksom of rechtsom, dat is wel duidelijk. Maar welke gevolgen heeft dit ?

De PSI (Private Sector Involvement) is tot op de dag van nu een vrijwillige aangelegenheid. Dat gaat dus niet gebeuren. Men krijgt het EFSF ook niet 'vol'. Vergeet het maar. Tom Poes verzin een list..

 

De private sector weigert tot nu toe categorisch een substantiële bijdrage te leveren. En ik voorspel: dat zullen ze ook niet gaan doen, tenzij ze daar door de politiek toe gedwongen zullen worden. Maar zo'n beslissing heeft naar de toekomst toe verstrekkende gevolgen. Dat beseft zelfs 'Brussel'. Het probleem waarmee 'de politiek' en de sector kampt is de onderkapitalisatie van de banken na haircuts. Maar die haircuts zijn onvermijdelijk als je de muntunie wil laten voortbestaan.  

 

 Deze materie is zeer complex, omdat het een politieke issue is geworden. Ik heb de oplossing niet in mijn binnenzak, maar één ding weet ik wel: Griekenland is niet meer te redden. In geen enkel scenario. Hoe een déconfiture van dat land zonder al teveel schadelijke gevolgen voor de muntunie landen in het bijzonder en de Europese Unie in het algemeen gerealiseerd moet worden weet ik nog niet, maar  dat dit linksom of rechtsom moet (en gaat) gebeuren staat voor mij als een paal boven water.

 

Wat de effecten zullen zijn op landen als Spanje (ik voorspelde vorig jaar al dat Q1 van 2012 D-Day zou zijn voor dat land) en Italië, 2 grote economieën binnen de eurozone, laten zich raden. Het zal voor deze landen steeds duurder worden hun schulden te herfinancieren, met alle gevolgen vandien. Of dit lukt, zal afhangen van de steun die de ECB bereid is te geven, maar de Duitsers zien met lede ogen aan dat de geldpers wordt aangezet.

De systeembanken in de eurozone hebben allen een verstrengelde schuld aan in default of bijns default verkerende natie staten. Ja, daar zijn ze zelf bijgeweest, dus medelijden hoeven we niet te hebben. Maar ze moeten wel overeind blijven om een monetair verkeer in stand te houden.

Wat is dan de oplossing ?

Eerlijk gezegd zie ik maar één oplossing: de PSI zal haar verlies moeten nemen, goedschiks of kwaadschiks. Een forse afboeking van haar uitstaande vorderingen. Tijdelijk zal de ECB ervoor dienen te waken dat die banken niet omvallen, maar pas nadat de staten waarbinnen die banken vallen eerst de portemonnee hebben getrokken. Na die forse aderlating van de private sector zal ook de politiek moeten worden aangepakt.

Het is toch niet te aanvaarden dat een politbureau uit Brussel zo'n potje maakt van de internationale monetaire situatie binnen de eurozone. De kwalificatie 'incompetent' heet een eufemisme te zijn. Met pek en veren dienen deze bureaucraten naar huis te worden gestuurd en te worden vervangen door een Economische Raad, bestaande uit niet-politici, met kennis van zaken van monetaire economie, totdat het vertrouwen in de eurozone en de rust op de financiële markten is hersteld.

toetssteen op 19 november, 2011 - 19:59

@Trias

Yep, en nu nog zien dat dat samen met dat stuk van professor Klemann grotere bekendheid gaat genieten.

Die marginale bemerkingen daar kan nog wel aan geschaafd worden. Immers, het is zinloos om nog te polijsten als de meubelmakerij in de brand staat.

@Hans Labohm

Een geslaagde tweeluik en mijn complimenten voor u en al degenen die op een gegeven moment inzagen dat er iets aan het concept mis was en het aandorsten de steven te wenden.

Matthijs op 19 november, 2011 - 20:30

fantastisch

Vraag me steeds af hoe deze periode de geschiedenis boeken in zal gaan.

De periode van de groene of rode dwaling?

je zou ze toch haast gaan willen vervolgen, maar waar zou he moeten beginnen?

Dirk-Jan van Baar op 19 november, 2011 - 21:55

hoe verder?

@ Hans,

Mij is niet duidelijk of je nu verder met de euro wil, en zo ja hoe, of dat de hele zaak als verloren moet worden beschouwd. De 'economische realiteit' zie ik niet zo, die kan alle kanten op. Maar van begin af was duidelijk dat er weeffouten in het euroconcept zaten. Kunnen die worden gerepareerd, en zo ja hoe, of niet? Zelf ben ik van mening dat er tot het bittere einde moet worden doorgegaan, om dat het terugdraaien van de euro de weeffouten niet oplost, maar nog groter maakt (maar de schuldenvervlechting inmiddels een nieuw feit heeft geschapen waardoor we ook economisch niet zomaar naar 1998 terugkunnen). Landen die van hun schulden weglopen geven het risico van een pandemonium dat er in de jaren negentig, toen de euro nog had kunnen worden afgeblazen, niet was. Je kunt ook niet halverwege de oorlog zeggen dat we er maar eens mee moeten ophouden als de tegenstander daar geen boodschap aan heeft. Dat is de handdoek in de ring gooien, en dan is Europa weer terug bij af. In die zin hebben Merkel en Sarkozy dan ook gelijk met hun opmerkingen dat dit de grootste crisis sinds WO II is.

Hans Labohm op 19 november, 2011 - 23:00

Ik heb geen ideale oplossing

Dirk-Jan,

Ik heb geen ideale 'oplossing'. Daarom is het goed dat nadere studie plaatsvindt, zoals Patrick van Schie heeft bepleit.

Maar het voorstel van Frits Bolkestein lijkt mij wel wat.

http://nos.nl/video/269810-bolkestein-griekenland-uit-de-eurozone.html

Leonetti (Franse minister voor Europese zaken) heeft zich in dezelfde zin geuit.

http://www.rtl.nl/components/financien/rtlz/nieuws/2011/44/eurozone-kan-zonder-griekenland.xml

Mundell's theorie van het optimale valutagebied lijkt mij goede aanknopingpunten te bieden voor een het vinden van een oplossing. Aanvankelijk dacht Mundell dat de EU niet een zodanig gebied vormde (Mundell I). Later veranderde hij van mening (Mundell II). Met de kennis van nu denk ik dat Mundell I gelijk had. 

In het licht van de quasi-endemische problemen binnen de Griekse economie, die ik heb genoemd naar aanleiding van de voordracht van de voormalige Griekse minister van buitenlandse zaken, is het duidelijk dat Griekenland in de komende tientallen jaren niet aan de EMU-voorwaarden zal voldoen. Op een gegeven moment dient men nu eenmaal zijn verlies te nemen en geen goed geld naar kwaad geld te gooien.

tipo op 19 november, 2011 - 23:03

@ Dirk-Jan van Baar 21:55

Ik hoop dat de heer Labohm er een drieluik van maakt. "Wat nu? (met de kennis van nu)" (3)

De eerste twee luiken van dit drie-luik vragen om meer. Heel interessant.

Obomov op 19 november, 2011 - 23:09

Weeffouten

Er zitten weeffouten in een gemeenschappelijke munt zonder gemeenschappelijk fiscaal beleid. Er zitten weeffouten in het fenomeen monetair beleid. Er zitten weeffouten in fractioneel reserve bankieren. De weeffouten die in de gulden zaten worden nu uitvergroot in de euro plus er is een nieuwe weeffout toegevoegd. Dat zijn dus meer weeffouten en niet minder. Terug naar de gulden - waar ik geen voorstander van ben -  levert daarmee minder en kleinere weeffouten op, niet meer.

In het bedrijfsleven gebeurt het regelmatig dat projecten of deelondernemingen die niet goed draaien gestopt worden. Het is geprobeerd, er is veel geld in gestoken, maar op een gegeven moment houdt het op. Je gaat er niet op leeglopen namelijk. Dat zou wel erg stupide zijn.

toetssteen op 19 november, 2011 - 23:16

@Dirk-Jan van Baar

U schrijft:

'Je kunt ook niet halverwege de oorlog zeggen dat we er maar eens mee moeten ophouden als de tegenstander daar geen boodschap aan heeft.'

Ehhh, is de oorlog al afgeroepen? Heb ik iets gemist?

Of is het zo dat het onvermijdelijke nog te vermijden is als we verdraaid nog toe eens in willen zien dat dat Labohm schrijft?

Ik zie het zo: een auto-ongeluk kan vermeden worden als de bestuurder dat doet wat gewenst om het ongeluk te vermijden. In de normale mensenwerels betekent dat een ongeluk veelal door snel menselijk corrigeren kan worden voorkomen.

Maar wat u stelt is eigenlijk: je zit erin en sluit je ogen en god zegen de greep.

Tikje fatalistisch?

Overigens mijnheer van Baar, ik prijs u om uw moed en durf hier te posten. Ik ben het zelden met u eens, maar dat maakt in de basis niet uit. Daar is het vrije debat voor.

tipo op 19 november, 2011 - 23:28
Hans Labohm op 19 november, 2011 - 23:29

Drieluik?

Tipo,

Dank voor je vriendelijke reactie.

Zoals ik heb geschreven, heb ik mij vroeger nogal bezig gehouden met de EU en de euro en daarover regelmatig gepubliceerd. In mijn DDS-tijd heb ik dat niet gedaan. De laatste tien jaar heb ik mij vooral met de klimaat'problematiek' bezig gehouden en de nefaste gevolgen die het klimaatbeleid heeft voor onze economische en politieke orde, welvaart en vrijheid. 'All pain and no gain.'

Als onbetaalde deeltijd éénmans-denktank moet ik woekeren met mijn capaciteiten. Ik vrees dus dat ik mij voorlopig weer even uit deze discussie moet terugtrekken. 

Maar zeg nooit nooit. Misschien kom ik er later weer eens op terug.

Henk op 20 november, 2011 - 10:39

Geen flauw benul

@ Dirk-Jan 21:55

U zegt: "De 'economische realiteit' zie ik niet zo, die kan alle kanten op." Is dat niet de reden waarom uw schrijfsels op DDS altijd zoveel weerstand oproepen? U schrijft over de €, zonder enig benul van de economische realiteit. Dat is net zo iets als schrijven over voetbal, zonder benul van de spelregels, Mijn inziens kun je er dan beter niet over schrijven.