Brussel kan nog een hoop van ons leren!

Foto:

Brussel heeft de kop wel heel diep in het multicultizand zitten. Het denkt dat het wenselijk is om een resolutie op te stellen om de Nederlandse democratie terecht te wijzen over het Polenmeldpunt van de PVV.

Dat is het meest recente wraakplan van de Brusselse gemeenschap op de ideeen van de PVV, een heuze resolutie. De wereldomroep bewees maar weer eens de onschatbare waarde van haar subsidie door de hand te leggen op een conceptversie van dit epistel. Het paradoxale is dat hoewel Brussel in haar oneindige zelfoverschatting de Nederlanders de les wil lezen, zij het juist is die lering zou moeten trekken uit de politieke geschiedenis van een van haar kleinste lidstaten.

Verleden week nog werden wij allen vergast op een herhaling van het uiterst pijnlijke debat tussen met name Melkert en Fortuyn, op 7 maart 2002. Dit debat mag met recht beschouwd worden als het – begin van het – einde van het Nederlandse multicultiproject. Sindsdien hebben zelfs de partijen op links en die in het zelfbenoemde ‘radicale midden’ moeten erkennen dat er in de maatschappelijke verhoudingen nogal wat schortte. Het rozengeur en manenschijn slaapt-u-vooral-lekker-verhaaltje van de jaren zeventig en – met name – tachtig, werkte definitief niet meer.

De erfenis van Fortuyn laat zich hier nog het meest zien in een in ieder geval zeer open debat – in vergelijking met twintig jaar eerder – tussen links en rechts over de grenzen van de immigratie- en  integratiepolitiek. Maar wij hebben het geluk gehad de gebruiksaanwijzing van het ventiel op deze hogedrukpan door de komst van Fortuyn in de schoot geworpen te hebben gekregen. Brussel kent dat geluk zeer zeker niet.

Voortgekomen uit de angst van een nieuwe Europese oorlog is ‘Brussel’ ideologisch nog het meest geworteld in de gedachte dat we elkaar desnoods onder dwang van de meerderheid moeten houden aan het idee van ‘noodzakelijk gezellig samenzijn’. Aan die kapstok worden allerhande prachtige ideeen opgehangen, om de koek voor de burger wat zoeter te maken. Zo zou het economisch goed zijn – dat is primair overigens absoluut waar, maar in werkelijkheid al lang niet meer zo – en zouden we ook op het gebied van veiligheid, milieu, sociaal en cultureel beleid veel aan elkaar hebben.

Het probleem is dan eigenlijk al lang en breed zichtbaar. Als je onder druk een eenheid probeert te vormen die helemaal niet bestaat – of deze nu economisch, sociaal of cultureel is – dan kan dat slechts goed gaan zolang de voordelen de nadelen overstemmen. Als die positieve balans wegvalt, dan kan de politiek nog zo willen dat we lief voor elkaar zijn, de werkelijkheid is een totaal andere.

Brussel springt echter gelijk in het defensief. Kom niet aan de kunstmatige balans tussen de lidstaten, want dan kom je aan de kern van het Brusselse ideaal! De naïviteit van dit gedachtegoed doet denken aan de houding van Melkert op 7 maart 2002. Gewoon boos kijken, zo hard mogelijk veroordelen en vooral niet te serieus over praten, dan gaat dat anti-Europa-sentiment vanzelf weg. Als de Melkert van toen het Brussel van nu is – en daar heeft het alle schijn van – dan is er slechts één advies aan onze Europese ‘vertegenwoordigers’ mogelijk”: uw redding ligt niet in een resolutie, maar in een resolutie studie van de Nederlandse politiek!             

 Waardeer jij de artikelen op DagelijkseStandaard.nl? Volg ons dan op Twitter!

In dit artikel

Like nu onze nieuwe pagina voor nieuws en opinie!