De Britse Labour-partij is onder aanvoering van Ed Miliband flink naar links opgeschoven. De partij gaat tekeer tegen "bezuinigingen" die nauwelijks plaatshebben (ook in het Verenigd Koninkrijk betekent "bezuinigen" vooral lastenverzwaren) en beticht de Conservatieve regeringspartij ervan alleen op te komen voor de rijken. Vandaag komt het met een plan voor hervorming van de banken waarmee het definitief afscheid neemt van het gematigde socialisme van Tony Blair.
Labour wil de vijf grote banken van het land (Barclays, HSBC, Lloyds, RBS, HBOS) verplichten honderden kantoren af te stoten waaruit twee challenger banks kunnen ontstaan. In andere woorden: de partij wil private ondernemingen dwingen bedrijfsonderdelen op te geven om nieuwe concurrenten te maken.
Of de bestaande banken hiervoor worden gecompenseerd, is mij nog niet helemaal duidelijk, maar dat dit haast het toppunt van socialistische arrogantie en perversiteit is, wel.
Labour blijkt twintig jaar na het ineenstorten van de Sovjet-Unie weinig te hebben geleerd van het falen van het communisme. De gedachte dat een groepje ambtenaren en politici in Londen beter kan bepalen hoe de markt er uit moet zien dan de miljoenen consumenten die dagelijks zaken doen met hun bank is hopeloos achterhaald en ronduit gevaarlijk.
Omdat de (soms terechte) woede op banken het verstand in deze kwestie nogal eens beneveld, is het aardig hetzelfde principe op een andere industrie toe te passen.
Stelt U zich voor, er zijn in een land drie grote autofabrikanten die vrijwel de gehele markt in handen hebben. Wanneer twee van die autofabrikanten in de problemen komen, grijpt de staat in. In plaats van de bedrijven mogelijk failliet te laten gaan, zodat ze door de markt worden afgestraft voor hun tekortkomingen en er op een eerlijke en natuurlijke manier ruimte komt voor concurrenten, steunt de overheid de twee autofabrikanten met miljardenleningen. Vervolgens komen er nieuwe bestuurders, maar verandert er weinig in de bedrijfsvoering. De overheid eist echter wel dat geen fabriekenworden gesloten, dat de productie niet naar andere landen worden verscheept en "zuinige" modellen auto's worden gefabriceerd.
Helaas is dit geen theoretisch voorbeeld, maar precies wat er met GM en Chrysler in de Verenigde Staten is gebeurd. Het verschil met wat Labour in het Verenigd Koninkrijk wil is dat waar de Amerikaanse autofabrikanten werden gedwongen fabrieken te behouden, de Britse banken zouden worden gedwongen kantoren van de hand te doen. In beide gevallen is sprake van ongehoorde overheidsinmenging en verstoring van de vrije markt.
Dat enkele van dezelfde Britse banken staatssteun hebben ontvangen, doet hier niets aan af. Labour speelt in op een sentiment dat onder boze burgers leeft: Wij hebben de banken geholpen, nu is het tijd dat ze iets terugdoen. Bijvoorbeeld door meer geld te lenen aan burgers en bedrijven. Dat gebeurt in onvoldoende mate om een economisch herstel te bewerkstelligen, maar deze gedachte kent twee valkuilen.
Ten eerste is het walgelijk de ene overheidsinmenging met de andere te rechtvaardigen. De Britse overheid had banken nooit te hulp moeten schieten, net zoals de Amerikaanse autofabrikanten niet had moeten "helpen". In een vrije markt gaan regelmatig bedrijven failliet. Dat is nodig om de markt gezond te houden. "Een markt zonder risico op faillisement is als een religie zonder zonde."
Ten tweede zou het een schijnoplossing zijn banken meer geld te laten lenen terwijl zij daar geen goede reden toe hebben. Banken zijn geen publieke instellingen. Banken bestaan om geld te verdienen, net als elke onderneming. Waarom zouden zij op het moment investeren in riskante bedrijfsplannen en hypotheken terwijl vrijwel alle Westerse landen massaal geld lenen om hun begrotingen sluitend te krijgen? Die staatsleningen zijn veel veiliger.
De ironie wil dat Labour juist meer geld wil lenen om de economie te "stimuleren". Op die manier zou het nog meer financiering aan de markt onttrekken. Dat probleem wil de partij op te lossen door banken te dwingen ook aan burgers en bedrijven te lenen. Maar er is geen oneindige geldhoeveelheid. Ook een pond kan maar een kan worden uitgegeven. Het is het een of het ander.
Of toch niet? Labour is ook groot voorstander van "monetaire verruiming" wat betekent: geld bijdrukken. Zo is de cirkel rond. De rekening komt uiteindelijk bij de spaarder te liggen in de vorm van geldontwaarding, oftewel: inflatie.
Diezelfde spaarders hebben al belasting betaald om enorme banken van de ondergang te redden. De onvrede daarover is terecht, maar Labour -- nota bene de partij die die staatssteun gaf -- lost het probleem niet op, maar maakt het permanent.
Foto: Facebook




Monetaire verruiming of
Monetaire verruiming of quantitative easing, je hoort er niemand tegen ageren in de maintream media......
Een markt met 3 fabrikanten
Een markt met 3 fabrikanten of 5 banken zijn geen vrije markten, maar oligopolien. Derhalve ook niet erg kapitalistisch.
@Bookie
Alsof er een minimum bestaat op het aantal bedrijven dat binnen een markt moet opereren om haar "vrij" te kunnen noemen? Een vrije markt betekent: de afwezigheid van overheidsinmenging. Het aantal bedrijven is irrelevant.
Overigens is het natuurlijk niet zo dat er in Amerika slechts drie autofabrikanten en in het Verenigd Koninkrijk slechts vijf banken zijn. Er zijn kleinere concurrenten uit eigen land en tal van concurrenten uit het buitenland. Je kan in de Verenigde Staten ook een Toyota kopen en als Brit een rekening bij de Rabobank openen.