Maarten van Rossem vraagt in zijn programma een journaliste naar de financiering van verkiezingscampagne's in Amerika. Wat er niet wordt bijvertelt is dat de journaliste in kwestie, Anjeanette Damon, werkt voor een krant die de herverkiezing van Barack Obama steunt, maar goed, dat betekent natuurlijk niet dat ze geen verstand van zaken heeft. Helaas blijkt wel dat ze de zaken iets anders voorstelt dan ze werkelijk liggen.
Volgens Damon wilde de Obama-campagne aanvankelijk alleen kleine donaties aannemen, maar veranderden ze van gedachten toen er bij de Republikeinen enorm veel geld van rijke donoren binnenstroomde. Wat ze er niet bijvertelt is dat Obama in 2008 bijna twee keer zoveel geld ophaalde als zijn Republikeinse rivaal John McCain. Ook dit jaar heeft het kamp-Obama meer geld opgehaald dan Mitt Romney. Dat is inclusief de voornaamste "SuperPACs" die de kandidaten steunen. Dat zijn zogenaamd onafhankelijke politieke groeperingen die de uitkomst van de verkiezing proberen te beinvloeden. De Republikeinen hebben helemaal niets "veranderd". Als er al iets is veranderd, komt het door de enorme geldmachine die Obama in 2008 wist op te zetten waar de Republikeinen een antwoord op moesten vinden.
Beide kandidaten accepteren zowel kleine als grote donaties. Aan beide kanten zijn SuperPACs actief die veel geld ontvangen van rijke Amerikanen. Aan de Republikeinse kant zijn dat voornamelijk zakenmensen die natuurlijk verwachten dat een rechtse regering de regeldruk zal doen afnemen en de belastingen niet verhoogt. Links Amerika spreekt er schande over. Maar als softwarebedrijven en filmsterren honderdduizenden dollars schenken aan de herverkiezing van Barack Obama is er natuurlijk geen probleem.



