De zaak Aaron Swartz

Foto:

Vorige week vrijdag pleegde internetactivist Aaron Swartz op 26 jarige leeftijd zelfmoordVolgens zijn vader Robert is de overheid hieraan schuldig, omdat deze een ware klopjacht hield op zijn zoon, die zich moest verantwoorden voor het hacken van de MIT database met talloze wetenschappelijke artikelen, waarvan Swartz vond dat die gratis op internet voor iedereen toegankelijk moesten zijn. Wie was Aaron Swartz en waarom is de zaak Swartz van groot belang?

De Joods-Amerikaanse whizkid Aaron Swartz was een internet pionier, strijder voor vrije burgerrechten en programmeur. Op veertienjarige leeftijd werkte hij al samen met de geestelijke vaders van het webfeedformat RSS 1.0 (Rich Site Summary of Really Simple Syndication), dat vooral op nieuwssites, weblogs en fora gebruikt wordt om op de hoogte te blijven van de laatste artikelen.

Swartz beschouwde een vrij toegankelijk internet als een zeer belangrijke verworvenheid van de menselijke beschaving. Hij stoorde zich met name aan het feit dat de meeste (nieuwe) wetenschappelijke publicaties voor het grote publiek weinig toegankelijk werden gemaakt door ze achter ‘betaalmuren’ te stoppen. Wie iets wil lezen over het jongste onderzoek over bijvoorbeeld bosonen moet daarvoor betalen. Dat is natuurlijk een serieuze drempel, die kennisverbreiding niet echt ten goede komt om het eufemistisch uit te drukken.

Tijdens een toespraak naar aanleiding van het verwerpen van de wet SOPA (Stop Online Piracy Act) zei Swartz, ik citeer:

“There’s a battle going on right now, a battle to define everything that happens on the internet in terms of traditional things that the law understands… [Under SOPA], new technology, instead of bringing us greater freedom, would have snuffed out fundamental rights we’d always taken for granted. We won this fight because everyone made themselves the hero of their own story. Everyone took it as their job to save this crucial freedom”.

Tegelijkertijd waarschuwde hij dat het verwerpen van de wet ‘a close call’ was geweest:

“And it will happen again; sure, it will have another name, and maybe a different excuse, and probably do its damage in a different way, but make no mistake, the enemies of the freedom to connect have not disappeared. The fire in those politician’s eyes has not been put out. There are a lot of people, a lot of powerful people, who want to clamp down on the Internet”. 

Op 6 januari 2011 werd Swartz door de federale overheid gearresteerd omdat hij op systematische wijze wetenschappelijke stukken downloadde van JSTOR (Journal Storage), een in 1995 opgerichte digitale bibliotheek van wetenschappelijke artikelen. De aanklacht luidde: computerfraude, het illegaal verkrijgen van informatie van een beschermde computer en het moedwillig beschadigen daarvan. De maximale straf bedroeg 35 jaar gevangenisstraf… En die eis werd dan ook neergelegd door de openbare aanklager. Nu wil ik natuurlijk niet het illegaal downloaden en verspreiden daarvan goedpraten of bagatelliseren, maar het punt hier is de disproportionaliteit van de straf. Dat is ook het meest gehoorde verwijt  in de publieke discussie die nadien losbarstte. 

Ander punt van kritiek was dat de wet geen onderscheid maakt in de intentie van de computerfraudeur. De belangeloze voorvechter van publieke toegang tot informatie wordt op dezelfde manier behandeld als digitale bankrovers of vergelijkbare cybercriminelen. De zaak leidde tot vragen van diverse Republikeinse afgevaardigden, onder wie Zoe Lofgren, die met wetsvoorstel kwam (‘Aaron’s Law genaamd) waarin voorstellen worden gedaan voor verbetering van de uit 1984 stammende bestaande computer fraude wetgeving.

Na de tragische dood van deze voorvechter van vrij internet hebben vele wetenschappers uit eerbetoon de betaalmuur van het MIT ‘gesloopt’. Onder de hashtag #pdftribute zijn wetenschappers uit de hele wereld er massaal toe overgegaan om hun gepubliceerde werk gratis op internet te zetten. Inmiddels is de hashtag al meer dan veertig duizend keer rondgegaan op Twitter en hebben honderden wetenschappers hun werk online gezet. 

Naast de vraag of de overheid het vrije gebruik van het internet aan banden mag leggen en de vraag of deze vorm van computercriminaliteit wel op één lijn geplaatst kan worden met malafide cybercrime praktijken is de zaak Swartz is van belang, omdat het een schoolvoorbeeld is van de strijd van het collectief (de overheid) tegenover de vrijheid van het individu. De vraag waar de vrijheid van het individu ophoudt en de dwang van de overheid begint is absoluut wezenlijk, en niet alleen voor libertariërs. 

Zij is ook van belang voor de vrije toegankelijkheid van kennis. Het lijkt me toch tamelijk evident dat de menselijke beschaving gebaat is bij voortschrijdende kennis. Natuurlijk moeten auteursrechten worden beschermd, maar dat hoeft de online toegankelijkheid van wetenschappelijke lectuur niet in de weg te staan. De meeste wetenschappelijke publicaties vinden immers hun weg toch wel in de vorm van boeken, die later worden verkocht.

Internet vrijheid maakt een fundamenteel onderdeel uit van het basisrecht van onze Westerse beschaving: vrijheid van meningsuiting.

Wie meer wil weten over Swartz verwijs ik graag naar diens website: www.aaronsw.com.

In dit artikel