Het sneue leven van Anton Mussert

Foto:

Via een ‘persoonlijke geschiedenis’ vertelt Bert Bukman op geraffineerde wijze het levensverhaal van de bekendste landverrader uit de Nederlandse geschiedenis: Anton Mussert (1894-1946). 

De naam Anton Mussert is voor weinig Nederlanders onbekend en staat synoniem voor landverraad. Toch zal de kans groot zijn dat bij het horen van de naam Mussert wordt gedacht aan de NSB en de Tweede Wereldoorlog, maar dat de kennis over Mussert verder stokt. Bert Bukman voorziet op uitstekende wijze in deze lacune met Anton. Mussert en de NSB: opkomst en ondergang van een populist.

Wie meent met Anton een ‘gewoon’ historisch boek in handen te nemen, heeft het mis. Bukman heeft, althans volgens de achterflap van het boek, een ‘persoonlijke geschiedenis’ geschreven van het leven van Mussert. Dit heeft hij gedaan door het gebaande pad van de historische non-fictie te verlaten door een roman te schrijven over het leven van Mussert zonder te romantiseren. Daarbij baseert Bukman zich op de feiten van Mussert’s leven en maakt gebruik van tal van bronnen zoals briefwisselingen en speeches.

Bukmans Anton is nadrukkelijk geen historische roman zoals I, Claudius van Robert Graves waarbij een aantal basale feiten aanleiding zijn voor een literaire roman over het leven van de Romeinse keizer Claudius. Noch is het een boek in de lijn van Thomas Ross waarbij feit en (vermeende feitelijke) fictie worden samengebald in een avontuurlijke roman. Bukman tracht een getrouw beeld te geven van het leven van Mussert waarbij de dialogen in het boek het verzinsel van Bukman zijn, maar hij (aldus zijn verantwoording van het boek) meent dat de portee van dialogen wel in lijn is met de feitelijkheid van de daadwerkelijke gebeurtenissen. Dit is natuurlijk een slippery slope aangezien Anton Mussert al lang en breed dood is en er dus geen echt bewijs is hiervoor.

Want Anton Mussert is op 7 mei 1946 ter dood gebracht na de veroordeling door het Bijzonder Gerechtshof in Den Haag vanwege ‘hulpverlening aan de vijand, een aanslag op de grondwettige regering en een poging Nederland onder vreemde heerschappij te brengen’. Als landverrader is Mussert zijn dood tegemoet gegaan en dat is het beeld dat voor altijd met Mussert verbonden blijft.

In Anton wordt de levensloop van Mussert nauwgezet gevolgd. Opgroeiend in een redelijk welvarend lerarenmilieu in een gezin dat na de dood van de kostwinnende vader het moeilijker krijgt maar toch Anton in de gelegenheid stelt om in Delft te studeren. Als ir. A.A. Mussert maakt hij carrière als hoofdingenieur van de Provinciale Waterstaat van Utrecht, trouwt met zijn tante en raakt teleurgesteld in de Nederlandse parlementaire democratie. Alvorens de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) op te richten voert hij buitenparlementaire actie via het Nationaal Comité van Actie tegen het ontwerp-verdrag met België waarbij het verdrag ten faveure van de Antwerpse haven door toedoen van Mussert c.s. in de Eerste Kamer een Waterloo vond en het aftreden betekende van jonkheer Van Karnebeek, minister van Buitenlandse Zaken.

Geïnspireerd door Hitlers NSDAP richt Mussert de NSB op waarvan hij de eerst en enige Algemeen Leider zou zijn. Bukman vertelt het verval van Mussert met verve en schetst een beeld van een intelligente doch ietwat sneue leider van een beweging die haar ambities nooit waar heeft kunnen maken. Mussert’s droom van een Groot-Nederland al dan niet als onderdeel van het Derde Rijk is nooit een serieuze optie geweest. En hoewel hij welwillend is ontvangen door zowel Mussolini en zijn grote voorbeeld Hitler is hij nooit meer dan een schaamlap geweest voor de As-mogendheden. Daar doet de Hitler aan Mussert toevertrouwde (en machteloze) titel van Leider van het Nederlandse Volk helemaal niets aan af. Anton geeft ook goed inzicht in de radicalisering van de NSB die eerder ondanks dan dankzij Mussert plaats vond. Bukman maakt het volstrekt duidelijk dat Mussert meewaaide met de Duitse winden, maar dat het antisemitisme, facisme en wens tot eenwording met het Derde Rijk, vanuit Duits perspectief, in betere handen was bij lieden als Meinoud Rost van Tonningen. Het echte electorale succes bleef voor de NSB, in tegenstelling tot de NSDAP, uit. De NSB is nooit verder gekomen dan acht procent van de stemmen tijdens de eerste verkiezingen waar de NSB aan deelname: de Provinciale Statenverkiezingen van 1935. 

Dit alles verklaart ook waarom Mussert er schijnbaar zelf van overtuigd was dat hij geen landverrader was. Immers: hij stond voor een zelfstandige Nederlandse staat binnen de Groot-Nederlandse gedachte. Men kon hem daarom ‘slechts’ hoogverraad tegen de Nederlandse regering en parlementaire democratie verwijten. Overigens nog steeds genoeg aanleiding voor de straf die hij na de Tweede Wereldoorlog ontving.

Het is Bukman overigens niet goed gelukt om aan te geven waarom ondanks alle krachten die zich tegen Mussert keerden deze ietwat sneue en parmantige quasi-leider eigenlijk, op één couppoging na, zonder al te veel problemen aan de macht bleef en door de Duitsers zo werd getolereerd. Misschien ligt het antwoord juist wel besloten in de betekenisloosheid van Mussert in de ogen van Hitler en zijn trawanten. Een rol die niet ver afstaat van de hofnar. 

Bukman is zonder meer geslaagd in het schrijven van een zeer leesbare ‘persoonlijke geschiedenis’ die een licht werpt op één van de meest verachtelijke figuren uit de vaderlandse geschiedenis. Alleen daarom al is het meer dan de moeite waard om dit boek aan te schaffen en je te verbazen hoe een miezerig mannetje Adolf Hitler de titel van Leider van het Nederlandse Volk ontfutselt.

In dit artikel