Ja, ja, ja. Ze gebruikten allemaal. Inderdaad ja.

Foto:

Oké, oké, oké. Nu weten we het wel. Het hele peloton stond decennialang strak van de dope. Schokkend, ja.

Vanochtend vroeg gooiden zowel NRC Next, als De Telegraaf, als de NOS interviews met Michael Boogerd online. Allemaal even ‘exclusief’ (wat natuurlijk nogal vermakelijk is, maar dat geheel terzijde). Boogerd gaf eindelijk toe dope te hebben gebruikt! Jarenlang. Wat zeg ik, eigenlijk gedurende zijn hele profcarriere. 

Ja, ja, van 1997 tot en met 2007 stond meneer Boogerd letterlijk strak van de dope. Eerst epo en cortisonen, later kwamen daar bloedtransfusies bij. Het was niet te geloven, maar hij had al die tijd dus gewoon kei-hard ge-lo-gen.

Hoewel de hele wereld al lang doorhad dat hij sprookjes vertelde was één man toch nog verrast: Mart Smeet, de profeet van de nationale sportjournalistiek. Hij reageerde geschrokken op het nieuws. Boogerd had gebruikt? Nee toch! Jongejonge. Hij was gewoon te naïef geweest, die ‘beste sportjournalist’ van Nederland. Echt!

Ondertussen richten sommige media zich nu op de enige andere grote Nederlandse wielrenner van de late jaren ’90 en ruwweg de eerste helft van de 21e eeuw. U kent hem vast wel, ‘t gaat om ene Erik Dekker. Juist, die ja. Zo staat er een artikel in het Parool dat de druk op Michael Boogerd “zo groot” was dat hij nu wel moest bekennen, wat “ook geldt voor Erik Dekker”.

Dat wordt dus de volgende oud-wielrenner die we aan de schandpaal moeten nagelen.

Langzamerhand heb ik mijn buik daar jammer genoeg wel een beetje vol van. We weten het nu echt wel, heren journalisten. Ja, het hele peloton stond toendertijd strak van de dope, en nee, je kon niet eens bijna om de prijzen meedoen als je de regels niet met voeten tradt. Dan weer een ja: iedere renner die in die jaren presteerde – en zelfs verreweg de meeste renners die dat niet deden – kun je nu ‘een dopegebruiker’ noemen, of hij dat nu toegeeft of niet. 

Leuk om te weten, maar dat is het dan wel. Waarom moeten die oud-renners nu nog achtervolgd, opgejaagd en afgekraakt worden? Welk nut dient dat precies, behalve dan dat kranten hun oplages tijdelijk zien stijgen? Je kunt ook uitzoeken hoe het toendertijd in zijn werk ging zonder deze oud-topsporters weg te zetten als onverbeterlijke criminelen. Niet?

Klaar, het is leuk geweest. Ja, ze zaten allemaal massaal aan de dope. Maar iets uitmaken doet het allemaal niet: als ze allemaal aan de dope zitten is het speelveld immers alsnog gelijk. De uitslagen van die jaren moeten dus gewoon in de boeken blijven, en Lance Armstrong moet in ere worden hersteld. Hij was niet beter dan zijn conurrenten omdat hij wel gebruikte en zij niet, maar omdat hij getalenteerder was, er harder voor werkte, en meer doorzettingsvermogen bezat. Punt.

Als de media die stap nu zetten – de boel uitzoeken zónder oud-renners op te jagen – kan het wielrennen zich misschien weer wat herstellen, zodat we over vijf jaar nog steeds vol respect en waardering kunnen kijken naar wielrenners die zich de kloten uit het lijf fietsen op, zeg, Alpe d’Huez. En dat is mij heel wat waard, u niet?

In dit artikel