Lichtenstein en de vergeten schoonheid van Pop Art

Foto:

Zijn kunst was niet alleen origineel, grappig en maatschappijkritisch, maar ook gewoon mooi. Nu te zien in Londen: Roy Lichtenstein.

Een schilderij dat een schilderij toont. Op een veld van duizenden rode stippen een gele kwaststrook en blauwe verfspetters. Het is een parodie van (of is het een ode aan?) het abstract-expressionisme, een gestrekte middelvinger aan het adres van Jackson Pollock.

Brushstroke with Spatter uit 1966 is één van de eerste schilderijen waar de bezoeker van de tentoonstelling Lichtenstein : A Retrospective in het Londonse Tate Modern tegenaan loopt. Een retrospectief dat weinig hiaten vertoont in het werk van de Amerikaanse kunstenaar, met Andy Warhol, Jasper Johns en Robert Rauschenberg de invloedrijkste schilder binnen de Amerikaanse Pop Art.

Aan het einde van de tentoonstelling begrijpen wij waarom Lichtenstein de abstract-expressionisten parodieert: in de voorlaatste ruimte hangen enkele van zijn eigen, vroege werken in deze stijl (1959-1960). De simpele, misschien pijnlijke waarheid is dat zij niet erg goed zijn of nog eerlijker: onorigineel, onbelangrijk, oninteressant. Maar inmiddels is de bezoeker er allang achter dat dit een blessing in disguise is. Immers, had één redelijke “action painter” meer een groot verschil gemaakt voor de kunstwereld? Het antwoord is nee: als abstract-expressionist was hij ongetwijfeld ondergegaan in het geweld van Pollock, De Kooning en Rothko.

Maar als popartiest blijft Roy Lichtenstein fier overeind tussen deze grote namen en nergens is dat beter te zien dan in vierde en meest indrukwekkende ruimte van de tentoonstelling: War and Romance. Het zijn de op goedkope stripverhalen gebaseerde schilderijen over keiharde militairen, viriele mannen en kwetsbare vrouwen die Lichtenstein in de vroege jaren ’60 van de vorige eeuw naar de absolute top van de kunstwereld katapulteerden, de hoogtepunten van zijn oeuvre die hem een household name maakten: Drowning Girl (1963), Whaam! (1963), M-Maybe (1965) en vooral zijn absolute meesterwerk: het triptiek As I Opened Fire (1964, normaal gesproken te bewonderen in het Amsterdamse Stedelijk Museum).

Voor de leek is het misschien jammer dat deze meesterwerken zo vroeg in het retrospectief worden getoond, maar voor de kenners en die-hard fans van Lichtensteins werk is ook erna nog veel te beleven, te bewonderen en te ontdekken. Zoals zijn verrassende Chinese landschappen of zijn parodieën op het werk van Picasso, Matisse en Mondriaan – kunstenaars die Lichtenstein juist zei te bewonderen. (Helaas ontbreekt de Bedroom in Arles (1992) parodie op Van Gogh.)

Hierin zit hem voor veel bezoekers misschien wel de grootste eye-opener van de tentoonstelling. Lichtensteins indrukwekkende versie in drieluik van Monets Kathedraal van Rouen (Set V, 1969), zijn bronzen buste Woman: Sunlight, Moonlight (1996, een jaar voor zijn dood) en zijn prachtige landschappen (vooral Seascape uit 1965) leiden tot de onontkoombare vaststelling dat zijn werk niet alleen origineel, humoristisch en maatschappij-kritisch is, maar dat het ook een kwaliteit bezit die vaak wordt vergeten wanneer wij aan zijn Pop Art denken: een soms adembenemende schoonheid.

 

Lichtenstein: A Retrospective, tot 27 mei in het Tate Modern, London

Roy Lichtenstein, Masterpiece 1962 

Private Collection © Estate of Roy Lichtenstein/DACS 2012

 

 

 Waardeer jij de artikelen op DagelijkseStandaard.nl? Volg ons dan op Twitter!

In dit artikel

Like nu onze nieuwe pagina voor nieuws en opinie!