Obama probeert geld los te krijgen van Republikeinen

Foto:

Barack Obama beseft eindelijk dat als hij de steun van de Republikeinen wil, hij iets zal moeten toegeven.

De onderhandelingsstrategie van zowel de regering als de Republikeinse meerderheid in het Huis van Afgevaardigden is er de afgelopen drie jaar een geweest van: my way or the high way. Met andere woorden: het gaat zoals ik het wil en anders niet.

Dat heeft weinig opgeleverd. De Republikeinen bleven aandringen op bezuinigingen en wezen lastenverzwaring van de hand. Hun electoraat denkt er net zo over dus politiek nemen zij weinig risico. Obama en zijn Democraten, daarentegen, volhardden in hun verzet tegen bezuinigingen en vinden juist dat er meer moet worden uitgegeven om de economie te stimuleren. Dat geniet minder steun onder de Amerikaanse bevolking, maar door de kiezers bang te maken met doembeelden over ‘catastrofale’ bezuinigingen waardoor grootmoeder geen gratis gezondheidszorg meer van de staat zou krijgen, wist links Amerika toch veel kiezers te overtuigen.

Eind vorig jaar kwam er een eerste doorbraak. De Republikeinen gingen akkoord met lastenverzwaringen. De inkomensbelasting werd voor de rijkste Amerikanen verhoogd van 35 naar 39,6 procent. De vermogenswinstbelasting werd verhoogd van 15 naar 20 procent. En de dividendbelasting ging omhoog, ook van 15 naar 20 procent.

Dit jaar lijkt de nood tot bezuinigen, mede dankzij die lastenverzwaringen en eerdere besparingen die met veel moeite door de Republikeinen werden afgedwongen, minder hoog. Het begrotingstekort krimpt. Vooral de kosten van de gezondheidszorg (arme en oudere Amerikanen krijgen gezondheidszorg van de staat) stijgen minder snel dan verwacht. Al met al goed nieuws, maar op de lange termijn kampt het land nog altijd met een enorm fiscaal probleem. Er wordt stelselmatig meer uitgegeven dan er binnenkomt. Tenzij de sociale zekerheid, nu al goed voor bijna de helft van de uitgaven, wordt hervormd, blijft er binnen minder dan een generatie geen geld meer over voor defensie, infrastructuur en onderwijs.

Dus wat wil Obama? Meer geld uitgeven, natuurlijk.

Afgelopen dinsdag riep hij weer eens op tot een akkoord met de Republikeinen. De president wil miljarden meer voor bruggen en wegen. Dat is op zich niet onverstandig. De Amerikaanse infrastructuur ligt er belabberd bij. Vraag is echter of het aan de federale overheid is om daar iets aan te doen.

De meeste infrastructuur wordt door de lokale overheden onderhouden. Die hebben daar de afgelopen jaren steeds minder geld voor gekregen, omdat juist de kosten van de gezondheidszorg zijn gestegen. De staten betalen namelijk voor Medicaid, het programma dat de gezondheidszorg van arme Amerikanen financiert. Dankzij de gezondheidszorghervorming van Obama komen daar naar schatting nog eens twintig miljoen Amerikanen bij. Dat is hoe Obama het probleem van de onverzekerden heeft ‘opgelost': laat de staten er voor opdraaien. Maar die kunnen, in tegenstelling tot de federale overheid, geen tekort op hun begroting laten zien. Dat is bij wet verboden. De meeste staten, die door Republikeinen worden geregeerd, voelen ook weinig voor lastenverzwaringen. En dan zijn zij bij wet gebonden al die extra mensen in Medicaid op te nemen. Gevolg: bezuinigingen op infrastructuur.

De oplossing van Obama is even voorspelbaar. In plaats van het probleem bij de wortel aan te pakken, wil hij er nog meer geld tegenaan gooien. Terwijl eerdere ‘investeringen’ in infrastructuur weinig hebben opgeleverd.

Zowel de Associated Press als The Economist deden onderzoek naar het grote stimuleringspakket van Obama uit 2008. Er werd destijds 787 miljard dollar geleend om in de economie te pompen. Een derde daarvan zou naar infrastructuur gaan. Het meeste geld verdween echter in de zaken van staatsoverheden die al moeite hadden hun begrotingen op orde te krijgen en vakbonden die de grote contracten hadden binnengesleept. Slechts 64 miljard werd daadwerkelijk aan het opknappen van bruggen en spoorlijnen en wegen besteed. Het extra geld had geen enkel (!) effect op de werkloosheid in de bouw.

Toch denkt Obama nog altijd banen te kunnen scheppen door meer geld uit te trekken.

Deze keer heeft hij de Republikeinen wel iets te bieden: hij vindt eindelijk dat de vennootschapsbelasting in de Verenigde Staten te hoog is. Sinds Japan vorig jaar de belastingen verlaagde, heeft Amerika de hoogste belasting voor bedrijven in de beschaafde wereld: 35 procent. Obama stelt voor het tarief naar 28 procent te verlagen en zelfs 25 procent voor bedrijven in de maakindustrie. Dat vinden de Republikeinen een prima voorstel. Maar of ze daarvoor in ruil bereid zijn miljarden extra uit te geven, is zeer de vraag.

 Waardeer jij de artikelen op DagelijkseStandaard.nl? Volg ons dan op Twitter!

In dit artikel
Dagelijksestandaard.nl gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën (cookies) onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren. Cookies van onszelf en van derden kunnen worden gebruikt om advertenties te tonen en artikelen aan te bevelen op dagelijksestandaard.nl die aansluiten op uw interesses. Ook derden kunnen uw internetgedrag volgen. Cookies kunnen gebruikt worden om op sites van derden relevante advertenties te tonen. Cookies van derde partijen maken daarnaast mogelijk dat u informatie kunt delen via social media zoals Twitter en Facebook.

Like nu onze nieuwe pagina voor nieuws en opinie!