Windenergie: hoe hoog is de rekening in 2020 en daarna?

Foto:

De SDE+ regeling is een enorme door de staat afgedwongen geldoverdracht van arm naar rijk. Dit kan alleen bedacht zijn door lieden zonder enig sociaal besef.

Een gastbijdrage van Fred Udo.

(Dit is een geactualiseerde versie van een eerdere ‘posting’)

De doelstelling van de regering is om over zes jaar 14% van het energieverbruik uit duurzame energiebronnen te halen. In 2023 moet dit aandeel 16% zijn. Hierover is een Energieakkoord getekend door ongeveer iedereen die in Den Haag een mening heeft over “groene energie”.

Afwezig waren de ingenieurs en technici die er in de afgelopen eeuw voor hebben gezorgd, dat onze stroomvoorziening met een leverzekerheid van 99,999% een van de betrouwbaarste ter wereld is.

Afwezig waren de exploitanten van kolencentrales die zouden kunnen uitleggen, dat een moderne installatie weinig meer dan CO2 en water uitstoot.

Afwezig waren de operators van gascentrales die weten, dat een conversierendement van 60% fantastisch is, maar dat zo’n prestatie wel beperkingen oplegt aan het bedrijven van de installatie.

Niet welkom waren fysici die stellen, dat kernenenergie de enige betrouwbare en veilige manier is om zonder fossiele brandstoffen de wereld van energie te voorzien.
 
Kortom: Men was onder ons en niet gehinderd door enige technische kennis of financiële hindernissen was men het er snel over eens, dat wind- en zonne-stroom de hoofdbijdrage moeten leveren aan de uitbanning van fossiele brandstoffen, want alleen voor stroomopwekking zijn “onbetwist duurzame” technieken beschikbaar.

In het selecte gezelschap was het onderwerp biobrandstoffen niet zo populair, want ook daar begint het te dagen, dat rijden op biodiesel gelijk staat aan het verbranden van brood van een ander.

Het gebrek aan technisch besef blijkt al uit het feit, dat de voorgestelde windenergie capaciteit niet meer zal produceren dan 3% van het totale energieverbruik in 2023. Argumenten over het rendement van deze oefening zijn irrelevant, want productie is productie en dat het brandstofverbruik van de klassieke centrales nauwelijks zakt en dat de windstroom voor 20% niet wordt opgenomen in het distributienet doet niets af aan het productiecijfer. Hier worden onder het mom van 3% groene energie vele tientallen miljarden weggegooid.

Voor 2023 moeten er 4,45 Gigawatt windinstallaties op zee staan en 6 GW molens op land. Een ingenieur had kunnen opmerken dat deze capaciteit hoger is dan het totale verbruik in Nederland gedurende de daluren, maar de goede man was gewoon aan het werk.

Zelfs binnen de Haagse cocon voelt men zich ongemakkelijk met het feit dat het Nederlandse landschap verzadigd wordt met 150 meter hoge molens, want men voorziet nogal wat problemen om burgers te laten meewerken aan het verwoesten van hun leefomgeving.

Helaas, de gevolgtrekking, dat 6 MW op land onhaalbaar is, omdat een fatsoenlijk bestuur geen oorlog voert tegen zijn eigen burgers, werd niet getrokken.

Advertenties in de pers beloven daarnaast 1 miljoen zonne-installaties op de Nederlandse daken. Deze hebben een totale capaciteit van 4 GW piekvermogen. Deze ambities kunnen zowel technisch als financieel niet worden waargemaakt binnen de gestelde tijd van 10 jaar, maar het Energieakkoord geeft hiervoor een uitweg. Energiebesparingen tellen ook mee, het opstoken van Amerikaans bos gaat onverkort door en brood wordt nog steeds tot diesel omgezet, dus hiermee zullen wij wel voldoen aan de Brusselse eis van 16% in 2023.

De subsidies voor al dit moois zijn vastgelegd in de Stimulering Duurzame Energie (SDE+) regeling, die de toeslagen voor elke groene energiesoort apart bepaalt.

Dit artikel bespreekt enkele financiële gevolgen van deze ambities voor windenergie.

Het Centraal Planbureau schrijft in zijn “Structuurvisie wind op land” : 
Een kWh windenergie is gemiddeld genomen beduidend minder waard dan de elektriciteitsprijzen uit de Referentieraming, omdat een windmolen relatief veel elektriciteit produceert op momenten dat de prijs van elektriciteit laag is.
.
Dit effect wordt het profieleffect genoemd.
.
Het profieleffect neemt gedurende de projectperiode sterk toe, vanwege de voorziene groei van de windcapaciteit (vooral in het buitenland). In 2015 bedraagt de gemiddelde prijs van een kWh windenergie 83% van de elektriciteitsprijs, in 2040 is dit 59%.

Dit effect blijkt eerder op te treden dan verwacht, want als het hard waait dumpt Duitsland nu al grote hoeveelheden windstroom in Nederland. Dit gaat synchroon met grote lokale windstroomproductie. Het effect is anno 2013 dus al aanwezig, daarom voorziet de SDE regeling 2013 hierin door de volgende truc:    
“De hoogte van de subsidie varieert met de hoogte van de energieprijs. Stijgt de energieprijs, dan is minder subsidie nodig (omdat een bedrijf dan meer inkomsten heeft). En omgekeerd: daalt de energieprijs, dan stijgt het subsidiebedrag.”
(www.agentschap.nl)

Dit betekent, dat producenten van wind energie niets merken van de ongewenste effecten van het dumpen van hun product in het distributienet. De exploitanten van klassieke centrales worden echter hard getroffen. De exploitanten van vele fossiele centrales in Duitsland dreigen met sluiting, wanneer zij niet gecompenseerd worden worden voor de verliezen veroorzaakt door het dumpen van grote hoeveelheden gesubsidieerde stroom. Sluiten kan natuurlijk niet, want dan gaat het licht uit in Duitsland op dagen zonder wind.

Het totale bedrag van de SDE regeling is gestegen van 1,7 miljard in 2012 naar 3 miljard in 2013. De verwachting is, dat dit bedrag de volgende 10 jaar in hetzelfde tempo zal blijven stijgen. De financiering van de SDE regeling  gaat buiten de rijksbegroting om door middel van een toeslag op de stroomrekening, genaamd energiebelasting. Dit lijkt logisch, maar grootgebruikers betalen die toeslag niet. De industrielobby stelt, waarschijnlijk terecht, dat een dergelijke belasting onze industrie uit de mondiale markt zal prijzen met als gevolg het verlies van honderdduizenden banen.

Windenergie is duur, dan blijkt uit de bedragen genoemd in het kader van de SDE regeling.
Hoe duur wordt in de volgende twee paragrafen besproken.

Enige weken geleden kwam het nieuws, dat het Gemini project vrijwel rond is. Dit project geeft een goede indruk wat wind op zee gaat kosten, dus daarom bespreken wij de financiering van dit project .

De NRC van 3 aug 2013 bericht:
Totale capaciteit: 600 MW verdeeld over 150 molens van 4 MW.
“Belangrijk is de toegezegde subsidie ten bedrage van 4,5 miljard, die begint te lopen bij het begin van de stroomlevering”
Dit komt neer op 300 miljoen/jaar gedurende 15 jaar.

De firma van Oord gaf op 2 augustus 2013 een persbericht uit:

Totale bouwkosten EUR 2,8 miljard. Waarde EPC-contract Van Oord: EUR 1,3 miljard.

Van Oord is op twee manieren betrokken bij het Gemini project. Enerzijds als beoogd aandeelhouder van het project en anderzijds als EPC-contractor (engineering, procurement en construction) bij de bouw van het windpark. Het EPC-contract heeft een totale waarde van circa  EUR 1,3 miljard en omvat het leveren en installeren van de funderingen, de gehele elektrische infrastructuur, waaronder de off- en onshore high voltage stations, de kabels en de installatie van de Siemens windturbines.

In de bouwkosten zijn dus expliciet ook de aansluitkosten meegerekend. De bouwkosten komen dan uit op 4,67 miljoen euro per megawatt in plaats van de 4 miljoen genoemd in het ECN/KEMA rapport (v), dat het uitgangspunt is van de SDE+ regeling.
Hier schuilt een adder onder het gras, want de overheid zal Tennet  verantwoordelijk maken voor de aansluitingen op zee.
“De verdeling van de transportkosten tussen producent, netbeheerder en gebruiker zullen begin 2014 worden vastgesteld” staat er in een brief aan de tweede kamer van begin 2013.

Dit betekent in de praktijk, dat Oord weliswaar de aansluitingen begroot en verzorgt, maar niet betaalt. Dit betekent, dat naast de financiering van het project er een aparte financiering komt voor de aansluiting aan het net. Wij mogen ervan uitgaan, dat Tennet de gebruiker zal laten betalen middels een opslag op de transportkosten. De investering in het transport van de stroom zal tussen de 0,6 en 1 miljard euro liggen. Dit levert een extra kostenpost op van rond 100 miljoen euro per jaar. Dit bedrag bevat de gemiddelde rentelasten, afschrijving over 30 jaar en Operations and Maintenance (O&M) kosten plus winst over de investering.

Via groene investeringsaftrek en vele andere regelingen zal de overheid meebetalen aan de constructie. De specialisten van het consortium weten daar alles van en op grond van hun deskundigheid schat ik dat zij de bijdrage van de overheid zullen opschroeven tot minimaal 15% van de totale investering van 2,8 miljard. Dit betekent een eenmalige bijdrage van tenminste 420 miljoen. Uitgesmeerd over de 15 jaar van de SDE regeling wordt dit 28 miljoen/jaar.

De SDE regeling betaalt 300 miljoen euro per jaar voor tenminste 3200 vollasturen. Een optimistische schatting van de capaciteitsfactor voor windmolens offshore is 42%, wat gelijk staat aan 3600 vollasturen per jaar. De molens leveren dan 2,2 miljoen MWh.

Volgens de SDE regeling moet het stroombedrijf deze stroom afnemen tegen 55 euro/MWh, dus de inkomsten uit de stroomverkoop zijn 121 miljoen euro per jaar. Een onzekere factor is de opbrengst van de CO2 rechten. Bij 10 euro per ton CO2 en 0,5 ton CO2/MWh  levert deze handel extra ruim 10 miljoen euro per jaar op.

Onderstaande tabel resumeert de geldstromen uit de gemeenschap naar het Gemini project.

Te betalen per jaar miljoenen euro’s:
SDE regeling            300
Transport Tennett     100
Stroomverkoop         121
CO2 rechten              10
Inv aftrek etc              28

Hiermee komt het totaal aan kosten voor de afnemers op  559 miljoen euro per jaar.

De totale hoeveelheid geleverde stroom is 2,2 miljoen MWh, dus de kosten van windstroom uit zee zijn 250 euro/MWh. Dit getal moet vergeleken worden met de groothandelsprijs af fabriek van 55 euro/MWh, immers de stroom is nog niet verder getransporteerd dan tot de kust.

De economische waarde van de aanbod gestuurde stroom is ongeveer 30 euro/MWh, dus de geleverde 2,2 miljoen MWh heeft een waarde van 66 miljoen euro per jaar. De gemeenschap betaalt hier 545 miljoen voor, dus wij betalen 483 miljoen euro per jaar te veel. 

Dit geldt voor een periode van 15 jaar, dus het totaal aan directe meerkosten voor het Gemini project zijn 15 maal de jaarkosten zijnde 7,2 miljard euro.

Bij uitvoering van de regeringsplannen, staan er in 2023 zeven en een half van deze windterreinen, dus dan betaalt de verbruiker 3600 miljoen per jaar teveel  voor stroom uit windmolens op zee. Hierbij moeten wij bedenken, dat de grootverbruikers hier niet aan meebetalen. 
 
De 6 GW op land zijn weliswaar goedkoper, maar volgens een berekening gebaseerd op de bedragen uit de SDE+ regeling moeten wij vanaf 2020 1,18 miljard per jaar energie belasting opbrengen voor de windstroom uit molens op land. Deze extra belasting valt in het niet bij de schade aan landschap en leefomgeving, die hierbij opgeteld moet worden. Deze is zo groot, dat geen enkele regeringsinstantie het heeft gewaagd om hier een serieuze berekening over te laten uitvoeren. Men is ook niet van plan om te praten over vergoeding van de aangerichte schade. Omkoping door de aanstichters van het kwaad wordt aangemoedigd in het energieakkoord. Het heet dan participatie in het project. Het gevolg is dat vele levens verwoest worden door het bouwen van molens dicht bij bestaande bebouwing, terwijl de aantrekkelijkheid van een groot gedeelte van ons platteland tot nul gereduceerd wordt. Dit effect zal disproportioneel groeien met toenemende aantallen molens.

Het dwingen tot plaatsen van 6 GW zwaaipalen in ons dichtbevolkte land is onbehoorlijk bestuur.

Na 2023 betalen wij energiebelasting voor het prettige besef, dat een groot gedeelte van ons land is omgezet in terrein voor de wind industrie en dat de Noordzee voortaan een onneembare barrière vormt voor trekvogels:
Wind op land:  1,18 miljard per jaar
Wind op zee:   3,62 miljard per jaar
Samen:            4,8 miljard per jaar
Het resultaat is naast een goed gevoel een bijdrage van 3% aan het totale energieverbruik.

In appendix-1 staat hoe 1 miljoen huishoudens kunnen ontsnappen aan deze onzin, dus de pijn wordt verdeeld over 7,2 miljoen huishoudens. Het gevolg is dat de “arme” huishoudens het hele bedrag moeten betalen via een heffing van 667 euro/jaar. Over dit bedrag wordt nog eens 21% btw geheven, zodat de totaalbedrag komt op  807 euro per jaar.

De hier berekende verhoging van de stroomrekening betreft alleen het aandeel windenergie, dus de subsidies voor andere vormen van “groene energie” zoals  het opstoken van Amerikaans bos, zonne-energie en aardwarmte komen hier nog bij.

Conclusie
In Engeland is de term “energy poverty” gemunt voor het geschetste perspectief. Het wordt tijd om een Nederlandse vertaling te introduceren, want met deze belasting wordt hier in snel tempo een nieuwe klasse armen gemaakt.

De SDE+ regeling is een enorme door de staat afgedwongen geldoverdracht van arm naar rijk.  Dit kan alleen bedacht zijn door verblinde fanatici zonder enig besef voor de gevolgen van hun daden .

Appendix 1: Zonnepanelen.
Heeft u een eigen huis en 6000 euro in kas, dan kunt u zonnepanelen laten installeren, die per jaar evenveel stroom opleveren als uw totale verbruik van 3500 kWh. Overdag leveren de panelen een overschot, dat het energiebedrijf gratis terug levert als het licht aangaat. Dit heet salderen van teruglevering, maar de rekening wordt wel door de buurman betaald.

De elektriciteit uit zonnepanelen wordt overdag geleverd aan de stroomleverancier en de overproductie wordt gratis terug geleverd als het licht aangaat. De prijs “af fabriek” van stroom is 5,5 cent per kWh. De werkelijke waarde van de geleverde zonnestroom is ver beneden deze producentenprijs van 5,5 cent/kWh, omdat de stroomleverancier helemaal niet zit te wachten op die zonnestroom. Integendeel, zonder die stroom kan de generator gewoon doordraaien in plaats van de nukken van de zonne-instraling bij te regelen. Hier stellen wij de economische waarde van zonnestroom voor de leverancier op 3,0 cent per kWh.  Daarvoor wordt stroom geleverd, die 10 cent/kWh kost (stroom + netkosten) zonder belasting, dus de kosten voor de gemeenschap zijn 7 cent per kilowattuur zonnestroom.

Een miljoen installaties, die ieder 3500 kWh leveren, kosten de stroomleveranciers dus 245 miljoen euro..
—-

 

Aldus Fred Udo.

Voor mijn eerdere DDS-bijdragen, zie hier.

 

 

 Waardeer jij de artikelen op DagelijkseStandaard.nl? Volg ons dan op Twitter!

In dit artikel
Dagelijksestandaard.nl gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën (cookies) onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren. Cookies van onszelf en van derden kunnen worden gebruikt om advertenties te tonen en artikelen aan te bevelen op dagelijksestandaard.nl die aansluiten op uw interesses. Ook derden kunnen uw internetgedrag volgen. Cookies kunnen gebruikt worden om op sites van derden relevante advertenties te tonen. Cookies van derde partijen maken daarnaast mogelijk dat u informatie kunt delen via social media zoals Twitter en Facebook.

Like nu onze nieuwe pagina voor nieuws en opinie!