Over Timon Dias:

Mijn nieuwste essay voor Gatestone Institute   

Ik belicht hier de psychodynamische relatie tussen Europees antisemitisme en Europese angst voor hun islamitische populatie. Een voorbeeld hierin is de Zweedse Hijab Outcry, een Zweedse solidariteitsactie die volgde op de racistisch gemotiveerde mishandeling van een islamitische vrouw. Ik betoog aan de hand van psychodynamische theorie dat deze solidariteit in werkelijkheid angst in vermomming is.

Maakt moraliteit ons zwak?   

Het Westen is ondanks zijn geringe gebreken, op zowel moreel als materieel gebied superieur aan de rest van de wereld. Maar die moraliteit heeft zo zijn nadelen.

Om de zoveel tijd geeft een situatie in dat de evolutionair oudere delen van mijn hersenen actiever zijn dan de rest. Op die momenten benijd ik actoren die nooit van ethiek gehoord hebben en hun beleid slechts laten bepalen door het simpele rekensommetje: wat is het beste voor ons?

De Russen en Chinezen, om maar even twee belangrijke spelers te noemen, excelleren hier bijvoorbeeld inzake Syrië in. Ik weet zeker dat ook veel Westerse beleidsmakers aangaande Syrië inmiddels wel eens hebben gedacht: jongens succes, doet de laatste het licht uit?

Deze gedachte wordt dan meestal ingegeven door het feit dat zich aldaar twee vijanden van het Westen tegen elkaar kapot strijden. Het is moeilijk echt medelijden te hebben met de FSA als zij uit elementen bestaan die, als zij daar toe de mogelijkheid hadden, lachend het Westen zouden onderwerpen.

Deze gedachte zet de moderne Westerling meestal snel weer uit zijn hoofd omdat men zich bewust is van het vreselijke lot dat de Syrische minderheden te wachten staat en het ongekende leed dat Syrische burgers nu ondergaan. Maar wat nog het meest meespeelt, is de volgende notie: de Westerse mens voelt zich alleen comfortabel als hij weet dat zijn gedachten van moraliteit, openheid en tolerantie getuigen.

Aan de ene kant is dit iets moois. Dit gegeven ligt immers aan de kern van het feit dat de Westerse wereld de meest mensvriendelijke en geavanceerde beschaving ooit is. Maar, het maakt ons bijzonder ineffectief in het beïnvloeden van situaties richting een uitkomst die ons het meeste gewin oplevert.

Er is nog een substantieel probleem met moraliteit, en dit blijft vaak onderbelicht. Bedenkt u eens: waarom is er geen massale, doorleefde en manifeste islamitische haat jegens Rusland en China? Yusuf al-Qaradhawi, de meest invloedrijke imam in de soennitische wereld, verklaarde Rusland onlangs nog tot ‘number 1 enemy of islam and muslims’.

Deze oproep leidde niet tot uitzinnige menigten en bestormde Russische ambassades. Dit terwijl Rusland, zeker inzake Syrië, vele malen minder moreel handelt dan de VS. Wellicht ligt juist hier dan ook een verklaring voor het ontbreken van doorleefde haat jegens Rusland en China.

De VS profileren zich, terecht, als morele supermacht. Rusland en China profileren zich daarentegen niet als moreel, want ze zijn het niet. Russen en Chinezen zijn Russen en Chinezen en doen wat hun het beste uitkomt because fuck you that’s why. Het deert hen niet wat moreel superieure goedmensen in het Westen ervan denken.

Dit betekent dat niemand, ook de islamitische wereld niet, hen op een doorleefde manier van een gebrek aan moraliteit kan betichten, aangezien zij nooit in eerste instantie hebben geclaimd een moral highground te bezitten.

De VS hebben, ook voor Obama, altijd veel waarde gehecht aan de sentimenten die de islamitische wereld jegens hen koesterden. Er is geen moderne president geweest die niets gaf om de islamitische anti-Amerikaanse sentimenten en die zich niet inzette om deze sentimenten te verbeteren.

Toch gaat de islamitische wereld altijd maar weer het hardst tekeer tegen de VS. In dit geheel zie ik een duidelijke overeenkomst met individuele menselijke interactie. Mensen gaan meestal pas echt en doorleefd tekeer tegen de mensen waarvan zij weten dat zij om hun geven, niet tegen onverschillige of willekeurige actoren. Dit gegeven komt vaak nog beter tot uiting wanneer er sprake is van forse psychopathologie.

Wat valt hieruit te leren? Als het Westen wil dat de islamitische wereld minder hard en vaak tekeer gaat tegen het Westen, moet het Westen wellicht leren juist wat minder te geven om islamitische sentimenten.

Zullen wij ons dan eens wagen aan een immorele beschouwing van de Syrische kwestie? Vanuit een puur Machiavelliaans en Westers perspectief is de situatie in Syrië zo slecht nog niet. Het Westen heeft zijn best gedaan een interventie te forceren, maar China en Rusland hielden dit via de Veiligheidsraad tegen. Nu strijden twee vijanden van het Westen elkaar kapot in Syrië, maar zij kunnen het Westen niet betichten van inaction, omdat het de Russen en Chinezen waren die dit tegenhielden.

Maar ziet u, ondanks de feitelijke juistheid van het bovenstaande, maakt ongemak zich meester van mijn psyche bij deze gedachte. Machiavellisme, de Westerse mens is het echt goed en wel verleerd.

Erkenning van Erdogans tirannieke gedrag, ontkenning van zijn tirannieke ideologie   

“Het CDA draait de goede kant op wat betreft Turkije,” schreef collega Herman gisteren. Hij vatte de de CDA positie inzake Turkije adequaat samen als ‘beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald’.

Echter, op de PVV na, heeft nog niemand in de Nederlandse politiek het aangedurfd om de tirannieke neigingen en handelingen van Erdogan terug te voeren tot de essentie: zijn ideologie.

Tirannieke neigingen maken waarschijnlijk deel uit van de menselijke blauwprint, zelfs in het moderne Westen. Immers, het liefst zagen wij een samenleving die in zijn geheel geordend  was naar ons eigen ideaalbeeld, anders zouden wij dit wereldbeeld immers niet aanhangen. Gelukkig hebben wij een effectieve wetgeving geïnstalleerd, die ons beschermt tegen onze eigen tirannieke trekken. Daarbij is het actief verwerpen en tegenwerken van onze eigen tirannieke trekken ook diep geworteld in onze (politieke) cultuur.

Onderstaand is een fragment van Erdogan tijdens zijn burgermeesterschap van Istanbul, in de periode tussen 1994 en 1998. In deze zelfde periode deed hij overigens ook zijn bekende uitspraak:‘Democracy is like a train, when you reach your destination, you get off’.

Tenzij u Turks spreekt, is het fragment niet te verstaan, maar het is leuk om de mimiek, lichaamshouding en het vastberaden gezicht van Erdogan in zijn jongere jaren, eens te bestuderen. Via de Facebook pagina van mijn favoriete moslim, Tarek Fatah, heb ik een aantal vertaalde uitsneden kunnen vinden. Deze uitsneden leggen voor mij bloot waarom de religieuze ideologie van Erdogan per definitie onverenigbaar is met democratisch uit de macht verwijderd worden:

“But the fact is that 99% of the people of this country are Muslims. You cannot be both secular and a Muslim! You will either be a Muslim, or secular! When both are together, they create reverse magnetism [i.e. they repel one another]. For them to exist together is not a possibility! Therefore, it is not possible for a person who says ‘I am a Muslim’ to go on and say ‘I am secular too.’ And why is that? Because Allah, the creator of the Muslim, has absolute power and rule!”

“Now, this constitution is full of gaps and holes. Like a rag with patches. The other day journalists asked me what I think about this [constitution]. I said, Look, what do they say? That sovereignty belongs unconditionally to the people. You must think well. When [does the sovereignty belong to the people]? It is only when they go to the polls [every five years] that sovereignty belongs to the people. But both materially, and in essence, sovereignty unconditionally and always belongs to Allah!”

 

De essentie van het verhaal: soevereiniteit behoort toe aan Allah.

De overkoepelende theologische drijfveer van islamisten is het bewerkstelligen van de soevereiniteit van Allah op aarde, ook bekend als Hakimiyyat Allah. Dit gebeurt middels het implementeren van de heilige wetgeving: sharia. De soevereiniteit van Allah middels de sharia wordt bovengeschikt geacht aan de soevereiniteit van de bevolking. Dit simpele gegeven maakt democratie en politieke islam onverenigbaar en reduceert regeringsvormen op basis van sharia per definitie tot dictatuur.

Fellow travelers van de islam halen vaak aan dat het islamitische concept ‘shura’, hetgeen consultatie betekent, een bewijs is dat democratie onderdeel is van de islam. Shura betreft echter ongekozen schriftgeleerden die bepalen of een voorstel al dan niet verenigbaar is met de sharia. Dat heeft al weinig met democratie te maken, maar daarbij fungeren zij meestal als adviserend orgaan van een autocraat.

Het bijzondere is, is dat ik de bovenstaande claim nu wel kan maken, maar ik kan nog niets bewijzen. Het is namelijk nog nooit voorgekomen dat een islamistisch regime middels de stembus op effectieve wijze uit de macht verwijderd zou moeten worden. Erdogan heeft sinds zijn eerste overwinning, de overwinning altijd opnieuw behaald. De verkiezingen in Iran zijn wellicht een voorbeeld; de oppositie claimde de overwinning en beschuldigde het regime van fraude, maar dit is moeilijk te bewijzen. Mochten ze in 2009 inderdaad hebben gefraudeerd, dan is dat het theocratisch tirannieke mechanisme in werking. Het regime kon niet toestaan dat de soevereiniteit van het volk zou zegenvieren over de soevereiniteit van Allah, die zij bewerkstelligen.

In Egypte, dat overigens toch wel echt een ander land is dan Turkije, zijn er ook nog nooit verkiezingen geweest sinds de Moslimbroederschap aan de macht is. Het Egyptische leger heeft de Broederschap uit de macht verwijderd en de organisatie verboden. Het leger deed het voorkomen alsof dit gebeurde met de nadrukkelijke en overweldigende steun van de bevolking, wat zou impliceren dat verkiezingen ook hadden geleid tot een nederlaag voor de Broederschap. Echter, deze testcase heeft zich (misschien gelukkig maar) niet mogen ontvouwen.

De claim dat islamistische ideologie het verbiedt islamisten op democratische wijze te laten verwijderen, blijkt dus kristalhelder uit hun bronteksten, maar het valt vooralsnog niet te bewijzen omdat de situatie zich nog nooit heeft voorgedaan.

Deontologie vs teleologie inzake de Westerse oorlogen van de 21e eeuw   

De Irak-oorlog is voor Westerse mogendheden sinds 2010 zo goed als afgelopen en aan de ISAF-missie in Afghanistan zal rond 2014 een einde komen. Beide oorlogen leggen op hun eigen manier een fundamentele ethisch filosofische tweedeling bloot; die tussen deontologie en teleologie.

Volgens de deontologie is een handeling goed en deugdzaam omdat de aard en intentie van de daad goed en deugdzaam is, ongeacht het resultaat. Bij teleologie is het andersom, hierbij is een daad deugdzaam als het resultaat goed is. Deze tweedeling is gelijk aan die tussen de bedoelingsethiek en verantwoordelijkheidsethiek van socioloog Max Weber.

De Afghanistan oorlog was in zijn essentie een vergeldingsoorlog. Destijds lag het zwaartepunt van Al-Qaida in Afghanistan, alwaar zij gehuisd werden door de Taliban. Bin Laden heeft er nooit een geheim van gemaakt dat er weinig ‘aardse’ redenen waren om de VS op eigen bodem aan te vallen. De aanwezigheid van  Amerikaanse troepen in Saoedi Arabie in 91’ kwam gewoon bijzonder goed uit. Tegen groeperingen die door hun ideologie inherent offensief agressief zijn, is vergelding legitiem.

Maar louter de intentie ´vergelding´ is zelfs in de Amerikaanse tijdsgeest niet meer te verkopen. Louter vergelding zonder wederopbouw op kosten van de eigen belastingbetaler geldt tegenwoordig als immoreel. Dit is de prijs die een wereldmacht betaalt als deze niet alleen als feitelijke leider van de wereld op wil treden, maar ook als morele leider van de wereld. Om dit op te lossen werd aan de vergeldingsintentie een gehele wederopbouw, democratisering, ja zowaar een mission de civilisatrice dimensie toegevoegd. 

Beide intenties zijn legitiem en de intentie tot wederopbouw en democratisering zou men nobel kunnen noemen. Maar dan is er het resultaat. Die bittere pil die op persoonlijk niveau ondragelijk leed en op geopolitiek niveau een verspilling van tijd en middelen betekent.

De harde realiteit valt eigenlijk niet langer te ontkennen: alle ISAF-leden die zijn gedood of gewond zijn geraakt in hun strijd voor een democratisch Afghanistan, zijn voor niets gevallen. Hetzelfde geldt voor alle burgerslachtoffers, al moet daarbij opgemerkt worden dat de meeste burgerslachtoffers nog altijd vallen door Taliban acties, niet door ISAF acties.

Regering Karzai is volstrekt incapabel en de Taliban is niet te stoppen. Zonder ISAF zal Karzai het slechts kort uithouden. Zijn nepotistische, corrupte en verdeelde achterban en veiligheidsapparaat maakt geen enkele kans tegen de eensgezinde en vrome Taliban. Dan zal het land geleidelijk terug keren naar de situatie van voor 2001; op de gebieden van de Noordelijke Alliantie na, een door de Taliban gedomineerd Afghanistan.

Conclusie: de intenties waren té goed, en het proberen te vervullen van deze onwerkelijke intenties heeft onnodig duizenden levens gekost. Het had gewoon een vergeldingsmissie moeten blijven, niets meer, niets minder. Nu zijn er duizenden levens verspild in het najagen van een onhaalbaar ideaal. En dat doet pijn, heel veel pijn.

Dan is er Irak. De meeste kritiek op deze oorlog was gecentreerd rondom de feitelijke afwezigheid van WMD’s. De VS zou inlichtingen gefabriceerd hebben, en Bush zou zijn bevolking hebben voorgelogen om zijn olie en oorlogszucht te bevredigen. Dat zijn zeer gewichtige beschuldigingen.

Wat veel mensen over het hoofd zagen, is dat er een consensus bestond in de internationale inlichtingen gemeenschap, betreffende de aanwezigheid en het gevaar van Iraakse WMD´s. Deze gemeenschap vreesde dat Sadam de wapens zou gebruiken, of zou leveren aan terroristische organisaties.  

Ten eerste was er de consensus onder alle vijftien Amerikaanse inlichtingen instituties, zoals blijkt uit National Intelligence Estimate uit 2002 waarin hun collectieve bevindingen werden opgesomd. Zij stelden met hoge mate van zekerheid dat: “Iraq is continuing, and in some areas expanding its chemical, biological, nuclear, and missile programs contrary to UN resolutions.”

Ten tweede onderschreven de inlichtingen diensten van het VK, Duitsland, Rusland, China, Israel en zelfs Frankrijk, deze visie. Daar komt bij dat Sadam ook weleens blufte over zijn bezit van WMD’s om zijn aartsvijand, Iran, te intimideren. Ook had Sadam al eens chemische wapens ingezet tegen Iran en zijn eigen Koerdische bevolking. De intentie achter de Irak oorlog was dus het ten val brengen van een inherente agressor die binnen een korte tijd over teveel vuurkracht zou beschikken. Een legitieme intentie.

Dan is er het resultaat. Het land verscheurt zichzelf in etnische strijd, en met de vrouwenrechten en infrastructuur is het slechter gesteld dan ooit. Maar het grootste probleem voor het Westen is dat Irak onder het huidige leiderschap, langzaam verandert in een proxy van het sjiietische Iran. De invloed van Iran klinkt tegenwoordig in bijna elke actie van de Iraakse regering door. Iran doet slechts wat de Ayatollahs altijd al beloofd hebben: hun revolutie verspreiden. Met de soennitische Sadam in het zadel hielden Iran en Irak elkaar als vijanden in balans. Nu verandert de regio in een Iraans machtsblok. Mocht Assad in Syrië ten val komen, dan verliest Iran met hem een waardevolle proxy. De kans is echter aanzienlijk dat, tegen de tijd dat Assad wellicht valt, Irak inmiddels als vervangende proxy kan dienen.

Zowel de Afghanistan en Irak oorlog stoelden op legitieme intenties en boekten een succesvol korte termijn resultaat. De lange termijn resultaten zijn helaas situaties die even slecht of slechter zijn dan voordat het Westen tienduizenden levens aan de oorlog verspilde.

De EU is medeplichtig aan de macht van Erdogan   

Op 12 september 1980 rolde het Turkse leger islamitisiche oppositie bewegingen op die de seculiere staat bedreigden, en nam de totale controle over het land. Het was een klassieke coup d´etat. Wat destijds opviel is dat Westerse regeringen, wier filosofie fel gekant is tegen militaire inmenging in civiele politiek, eigenlijk opgelucht waren door de Turkse militaire actie. Immers een jaar eerder nog verwerd het seculiere Iran van een bondgenoot tot een theocratische vijand.

Maar door de jaren heen heeft een gevaarlijke dynamiek de kop opgestoken. De Westerse visie op religieus islamitische politieke organisaties is veranderd, terwijl de kern ideologie en intenties van deze organisaties in zijn geheel niet veranderd zijn. Het Westen is gestopt de politieke islam als vijandige ideologie te zien en op deze nieuwe roze wolk is het Westen bij gaan dragen aan het consolideren van islamistische macht, met name in Turkije.  

Het was de EU die stelde dat als Turkije ooit een EU lidstaat zou worden, het land eerst de militaire invloed op civiele politiek ongedaan zou moeten maken. Het is van de EU redelijk om te verlangen dat een nieuwe lidstaat geen leger heeft dat landelijke democratie naar eigen wil ongedaan kan maken. Maar het was simpelweg onredelijk van de EU te denken dat het Turkse leger het gevaar die de islamitische oppositie met zich meedroeg, verzonnen was. En het was simpelweg idioot om de Turkse waarschuwing, dat islamitistische doctrine inherent anti-Wester was, simpelweg weg te wuiven.

Toegegeven, islamisten, met Erdogan als perfect voorbeeld, hebben gaandeweg hun intenties en methoden op een steeds discretere wijze naar buiten gebracht. Echter, Erdogan is heus geen meester in vermomming, en de waarheid was al een zeer geruime tijd te zien, voor iedereen die niet verblind was door ideologisch wensdenken. Dit leg ik hier uit.

De tirannieke aspiraties van Erdogan zijn helemaal niet verrassend. Wat wel verassend is, is dat Westerse EU georiënteerde politici gekozen hebben de natuur en ideologie van islamisten te negeren en in zich in plaats daarvan toegelegd hebben op het marginaliseren van de enige institutie die de islamisten in toom kan houden: het Turkse leger.

Maar eindelijk, nu de tirannieke ideologie van Erdogan zich op de Turkse straten manifesteert, spreken een aantal van diezelfde politici zich kritisch uit over Erdogan en trekken zij eindelijk publiekelijk de wenselijkheid van Turkije als EU lidstaat in twijfel.

Deze Europese politici veroordelen Erdogan nu voor zijn tirannieke gedrag, maar het feit is dat zij medeplichtig zijn aan de consolidatie van Erdogans macht. De EU eis om het Turkse leger terug te dringen heeft Erdogan een ongekende en hernieuwde legitimiteit gegeven in een strijd tussen secularisme en theocratie. Een strijd die bijna een eeuw ouder is dan de kwestie van Turkse toetreding tot de EU.

Op de vleugels van deze nieuw gevonden legitimiteit is Erdogan nog brutaler en doeltreffender gaan handelen en is hij in staat geweest om Kemalistische en hooggeplaatste militairen uit dienst te ontheffen of zelfs op te sluiten. Vaak gebeurde dit in doorgestoken rechtszittingen zoals de Ergenekon zaken.

Maar net toen je dacht alles gezien te hebben, kwamen de Turken van Erdogan met een nieuwe gotspe aanzetten. Der Spiegel berichtte destijds: ‘De Turkse minister voor Europese Zaken, Egemen Ba?i?, heeft bondskanselier Angela Merkel (CDU) ertoe opgeroepen haar bezwaren tegen een EU-toetreding van Turkije op te geven. Hij zou hopen dat Merkel “haar fouten tot maandag zou herstellen”, zei de minister volgens informatie van het persbureau AFP vrijdag tegenover journalisten. Anders zou dat consequenties hebben, voegde hij er aan toe.’

Zoals de Britten zouden zeggen: The sheer audacity…

Tijdens een diner in 1952, na de Turkse toetreding tot de NAVO, werd een Turkse generaal gevraagd hoe hij zich voelde over zijn nieuwe Amerikaanse bondgenoot. Hij zei: ‘The problem with having the Americans as your allies is you never know when they’ll turn round and stab themselves in the back.’ Hedendaags is Obama goede maatjes met Erdogan en Europa heeft zich ingezet om de macht van Erdogan te consolideren. De zorg van de Turkse generaal in 1952 lijkt in de 21e eeuw nog steeds legitiem. Inzake Turkse islamisten heeft het Westen zichzelf goed en wel in de rug gestoken.

Een visie op Erdogan   

Door een Turkse Nederlander van de eerste generatie. 

Onlangs vertelde Rob Kern mij over een interessante ervaring met een Turkse Nederlander, die het optekenen waard was:

Vorig weekend heeft mijn oudste dochter een nieuwe auto gekocht, een Renault. Aan vader de taak om haar oude Toyota Camry te verkopen. Niets vermoedend maakte ik een paar foto’s met mijn mobiele telefoon en zette gisteravond een advertentie op Autoscout24. De Camry wakkerde onverwacht een ongekende koopwoede aan. Binnen een kwartier kreeg ik 60 telefoontjes en 35 sms’jes. Een kwartier later werd er bij mijn huis aangebeld door twee Turkse mannen, die gebrekkig Nederlands spraken. Zij kwamen voor de auto. Hoe dit kon, begreep ik niet. In de advertentie stond geen adres, alleen een postcode zonder huisnummer. De ene man, klein van postuur, stelde zich voor: Osman. De ander niet. Zij boden meteen meer dan tien procent boven de vraagprijs en hadden het geld cash bij zich. Zij wisten ook dat er een postkantoor open was tot 12 uur ‘s nachts. Dus op naar het postkantoor, het regende. Osman reed mee met de Camry en de andere man ging naar huis. Naar Vlaardingen, vertelde Osman later.

Onderweg naar het postkantoor vroeg ik Osman over de protesten in Turkije tegen Erdogan. Toegegeven, ik was aangemoedigd door de steun van de Turken in Nederland voor de demonstranten in Turkije. Ook de massale protesten in Turkije tegen het beleid van Erdogan gaven mij hoop op een redelijk antwoord. Osman leek een aardige man met een open gezicht. Wel een autohandelaar, maar ik achtte hem betrouwbaarder dan de Nederlandse autohandelaren die mij kort tevoren hadden opgebeld. Enkelen van hen heetten Rico en woonden in Den Bosch.

Enfin. “Osman, wat denk je over de protesten in Turkije?”

“Oh, die zijn allemaal georganiseerd door Duitsland en de EU.”

“Maar waarom dan, Osman?”

“Nou, Erdogan is van plan een groot vliegveld te bouwen in Istanbul en de Duitsers zijn bang dat daar veel meer vliegtuigen zullen landen dan in Berlijn. Dat kost de Duitsers heel veel geld. Dat begrijpt u toch?”

“Is dat het?”

“Nee, niet alleen. Duitsland is bang dat zij minder te vertellen krijgen in Europa dan Turkije, als Turkije met 80 miljoen inwoners lid wordt van de EU en dat willen zij niet. En CNN en de NOS worden gefinancierd door Obama.”

Dat laatste leek mij sterk, maar ik reageerde niet om Osman niet te storen in zijn verhaal. “Aha, ik begrijp het. En wat denk je van Erdogan?”

“Groot man. Minstens twee meter. Goed voor de economie en goed voor de Turken.”

Nu blijkt een Turkse voetballer, Ömer Erdo?an, 1.91 m te zijn, maar of de Turkse premier inderdaad twee meter is, kan ik niet bevestigen.

“En de mensen, die in Turkije protesteren?”

“Ah, allemaal van de PKK. Die kent u toch wel?”

Ik knikte ja, ondertussen behoorlijk ontmoedigd. Laatste poging: “Osman, wat denk je van Atatürk?”

“Groot man, minstens 1.90 m. Wordt misbruikt door de demonstranten, de EU, Nederland en Amerika.”

“En de Turken, die in Nederland protesteren tegen Erdogan?”

Osman kijkt mij met zijn aardige ogen indringend aan. En ondertussen zijn wij aangekomen bij het postkantoor. Hij fluistert: “Die worden cash betaald door Israël.”

Beste lezer, nu weet u hoe het in elkaar steekt. Deze keer van een insider.

Iran vreest slechts brute kracht   

Netanyahu maakte vorige maand bij de VN duidelijk dat hij Rouhani ziet als een wolf in schaapskleren, en dat Israël? unilateraal actie zullen ondernemen tegen het nucleaire programma van Iran, als de VS het niet doet.

Zoals ik hier uitleg schrijft de islamitische theologie voor dat er wapenstilstanden mogen zijn als die dienen ter wederopbouw van de eigen strijdkracht. Dit geldt zonder meer ook voor Iran. De huidige onderhandelingen zijn een rookscherm.

Premier Benjamin Netanyahu ziet correct in dat er maar een ding is dat Iran kan stoppen, en dat is brute kracht.    

Het Iraanse regime vreest kracht. In tegenstelling tot wat men vaak denkt, werd dit in eerste instantie geillustreerd door de Sovjet-Unie en niet door de Verenigde Staten.

Met het hedendaagse anti-Amerikanisme in de islamitische wereld zou men bijna vergeten dat de Sovjet-Unie destijds en Rusland hedendaags ook zeer gehaat is. Het was namelijk de Sovjet-Unie die zich daadwerkelijk imperialistisch gedroeg en landen bezette om ze onder communistisch bestuur te krijgen.

Ook nu hebben de soennieten alle reden Rusland te haten, daar het de Russen zijn die de soennitische plannen in Syrië dwarsbomen. Toch is er geen sprake van een virulent anti-Russisch sentiment. Anti-Amerikanisme is gewoon populairder, modieuzer if you will. Daarbij geeft het weinig voldoening om Rusland te haten, want de Russen geven geen zier om islamitische sentimenten en hebben, in tegenstelling tot de Amerikanen, helemaal niet de behoefte aardig gevonden te worden. Het zijn immers Russen.

Terug naar Iran. Op 4 november 1979, het jaar van de revolutie, namen theocratische studenten 52 Amerikanen in gijzeling. Wat echter weinig bekend is, is dat Iraanse studenten tevens probeerden de Sovjet ambassade te bestormen. Dit lukte echter niet. Waarom niet?

Omdat de Revolutionaire Garde zelf dit complex bewaakte. Waarom? Omdat zij wisten dat als zij de Sovjet-Unie zouden tarten, zij het allerergste konden verwachten. Dit land kende geen genade en schaamde zich daar niet voor. Een kleine twee maanden later, op 24 december, viel de Sovjet-Unie immers Afghanistan binnen. 

Uit het feit dat de ayatollahs de Sovjet ambassade beschermde, kan men concluderen dat het Iraanse regime wel degelijk ontzag kent voor brute kracht. Dit is overigens sowieso kenmerkend voor psychopatische individuen en collectieven. Graag vernederen en pijnigen zij de fysiek zwakkeren, maar zelden zullen zij dit doen als de andere partij sterker is, en bovendien bereid is om deze kracht te gebruiken.

Deze bereidheid is de essentiële factor. Op 21 januari 1981 kopte de New York Times: “Reagan Takes Oath as 40th President; Promises an ‘Era of National Renewal’–Minutes Later, 52 U.S. Hostages In Iran Fly to Freedom After 444-Day Ordeal

Nu is er over de feitelijke causaliteit tussen Reagans inauguratie en het vrijlaten van de gegijzelden nogal wat verschil van mening. Dit laat echter onverlet dat Reagan een havik was, die in tegenstelling tot zijn voorganger, Jimmy Carter, niet met zich zou laten dollen, en bereid was het militaire potentieel van de Verenigde Staten los te laten op de ayatollahs.

Netanyahu is tevens een havik met dezelfde bereidheid, alleen met een voornamelijk kwantitatief mindere strijdkracht tot zijn beschikking. President Barack Obama heeft die superieure strijdkracht tot zijn beschikking, maar beschikt niet over de wil deze tegen Iran te gebruiken.

‘Israël schendt rechten van Syrische burgers’   

Aldus de parel van onze beschaving: de VN-mensenrechtenraad. De voorzitter en woordvoerder van de NGO UN Watch, Hiller Neuer, is vaak de enige die de opzichtige hypocrisie van deze raad aan de kaak stelt. Dit wordt hem uiteraard niet in dank afgenomen, hij is naar eigen zeggen de meest gehate man van de VN. De haat van Arabische dictaturen enerzijds, en de haat van linkse NGO’s anderzijds. Hij verdient onze volste steun, volg hem op Facebook of Twitter.  

Maar waarom is de VN-mensenrechtenraad, dat in principe op grond van nobele beginselen is gesticht, tot zo’n misselijk fenomeen verworden?

De VN telt 192 leden. Van het totaal aantal leden behoren er 117 tot een blok dat zich vrij consistent tegen West Europa en de V.S. keert en dat beschikt over een abominabel trackrecord waar het draait om mensenrechten. Denk hierbij aan Cuba, Rusland, Saoedi-Arabië en China. Binnen deze groep van 117 behoort het grootste blok tot de Organisatie van de Islamitische Conferentie (OIC). Zij zijn het internationale orgaan waarbij alle 56 islamitische landen zijn aangesloten. OIC-lidstaten zijn de machtigste eenheid binnen de VN-mensenrechtenraad en hebben de raad succesvol gereduceerd tot een bijkantoor van hun islamitische zaak.

De mensenrechtenraad heeft het als taak de implementatie van de universele mensenrechten te bevorderen, zoals deze in 1948 zijn vast gelegd in het meest verlichte document ooit: de Universele Verklaring van de Mensenrechten. Hier stuit men op een probleem. De islamitische wereld heeft in 1990 te kennen gegeven geen boodschap te hebben aan de Universele Verklaring, en kwamen via de OIC met een eigen versie: de Caïro-verklaring van de mensenrechten in de Islam. Deze verklaring wijkt op essentiële punten af van de Universele verklaring. Zo beperkt artikel 22 de vrijheid van meningsuiting tot meningsuitingen die in overeenstemming zijn met de sharia. Artikel 10 sluit de vrijheid van godsdienst uit, het is als moslim verboden uit de islam te treden of zich te bekeren. Ook regelt artikel 6 een fundamentele rechtsongelijkheid van mannen en vrouwen, en artikel 24 en 25 stellen en passant dat alle rechten en vrijheden onderschikt zijn aan de sharia en dat de sharia als enige referentiebron ter uitleg en verduidelijking van de Verklaring mag gelden.

Onder leiding van de OIC is de raad tot nu toe goed voor twee dingen: het bestrijden van vermeende islamofobie en het delegitimeren en verzwakken van de staat Israël. Hun strijd tegen islamofobie manifesteerde zich het duidelijkst tijdens de cartoonrellen van 2005, die veroorzaakt werden door Deense blasfemische tekeningen van profeet Mohammed. Terwijl delen van de islamitische wereld de rest van de wereld blijk gaven van hun hysterische kleinzerigheid, kwam de VN Mensenrechtenraad met een resolutie tegen de ‘defemation of religion’. Alhoewel de resolutie bij naam alle religies betrof, was het natuurlijk duidelijk dat het een resolutie ter bescherming van de islam was.

Hiller Neuer levert zelf nog een aantal aanvullende verklaring over waarom deze raad zo pervers is:

There are rational and irrational factors for this. First, we have vote trading. There are 56 Islamic countries and they are very blatant about vote trading. They would say to Brazil, for example, you vote for our anti-Israel resolutions and make anti-Israel statements and we will give you political support and vote for your resolutions. That is happening across the board. You could be a country with no dog in this fight but from a realpolitik standpoint, they have 56 votes and they very cynically trade their vote.

The second reason is oil. Despite exciting finds of gas reserves off of Israel’s coast, it remains the case that the Arab world still dominates the oil market and — as they have since 1973 — they use oil as a weapon. They say, you vote for us and we’ll continue giving you oil. You don’t, and the gas pumps are closed.

Number three is sovereign wealth funds. Gulf states have billions of dollars to invest — depending on how your country votes in the UN.

Als een raad die als moreel ijkpunt moet dienen, geleid wordt door geperverteerde geesten, kan dit bizarre taferelen als gevolg hebben. In 1989 werd er een internationale mensenrechtenprijs in het leven geroepen door Muammar Khadaffi- u weet wel, de Koning der Koningen van Afrika, die het Westen onlangs nog uitschakelde omdat hij zijn eigen bevolking dreigde uit te roeien. Deze eerbare prijs is o.a. uitgereikt aan zachtaardige types als Fidel Castro, Hugo Chavez en Recep Tayyip Erdogan. Overigens zat Libië zelfs nog als bestuurslid in de mensenrechtenraad toen Khadaffi zijn wreedheden begon.

De mensenrechtenraad blijft stil rondom de repressie rondom de nieuwste golven van repressie door het Iraanse regime, stil rondom de wandaden in Soedan, stil rondom de recente crackdown van Erdogan tegen zijn eigen bevolking en stil inzake Egypte. De wereld moet een pijnlijk gegeven inzien: de VN Mensenrechtenraad, is dat niet. De islamisten van de OIC hebben de mensenrechtenraad gekaapt en om die reden zijn al hun resoluties ten zeerste gepolitiseerd en wordt het concept van mensenrechten slechts gebruikt ter legitimering van hun agenda.

Het vernietigen van Israël, middels geweld of demografie, is een universeel islamistisch streven. Het is dan ook geen toeval dat Israël tijdens bijeenkomsten onder een apart en permanent agenda punt wordt besproken, terwijl alle andere landen gezamenlijk onder een ander agenda punt worden besproken. Zij worden buiten elke proportie belicht en dit terwijl het regionaal de enige staat is waar de rule of law prevaleert. In een wereld die brandt, zijn 40% (!) van de resoluties gericht tegen Israël.

Wat een prachtorgaan hè? 

Waarom is afvalligheid een wapen voor islamisten?   

Professor Afshin Ellian is weer eens bedreigd door een volgeling van vrede en tolerantie. Hij is wederom tot afvallige en zelfs tot Jood verklaard, dan weet je het wel… Maar wat maakt nu dat booslims de afvalligheid kaart zo vaak en snel trekken? Wat maakt het volgens islamitische bronnen legitiem om iemand even onder handen te nemen zodra er sprake lijkt van vermeende afvalligheid?

Binnen de soennitische islam zijn er vier dominante rechtsscholen, binnen de sjiitische twee. Zie hiervoor de geografische distributie.

Alle scholen zijn het erover eens dat er pas van afvalligheid gesproken mag worden als de persoon in kwestie meerderjarig en toerekeningsvatbaar is en dat deze de islam uit vrije wil verlaat. Wel stelt de Malikitische school dat er alleen sprake is van afvalligheid als de persoon voorheen de islam in alle oprechtheid beleed. 

Binnen de islam zijn er drie benaderingen tegenover afvalligheid, men beschouwt het als een publieke zaak, een privé zaak of een neutrale zaak. De publieke benadering is dominant en is tevens de benadering die de doodstraf voor afvalligheid propageert.

Nu‘man al-Samarra’i gaf een overzicht van koranverzen die gebruikt werden om de doodstraf te rechtvaardigen. De twee onderstaande verzen worden als meest direct beschouwd:

“And if any of you turn back from their faith and die in unbelief, their works will bear no fruit in this life and in the Hereafter; they will be companions of the Fire and will abide therein” (02:217) en “O ye who believe! if any from among you turn back from his faith, soon will Allah produce a people whom He will love as they will love Him,- lowly with the believers, mighty against the rejecters, fighting in the way of Allah, and never afraid of the reproaches of such as find fault. That is the grace of Allah, which He will bestow on whom He pleases. And Allah encompasses all, and He knows all things” (05:54).

Klassieke geleerden interpreteerden deze verzen als volgt. In beide verzen wordt ‘Turn back from faith’ gezien als afvalligheid. ‘Die in unbelief’ wordt opgevat als de doodstraf uitgevoerd door het volk “Whom Allah will love as they will love Him”. Dit verwijst naar de islamitische politieke autoriteit die de doodstraf uit dient te voeren.

Er is dus de nodige interpretatiekunst voor nodig om deze verzen op te vatten als een rechtvaardiging voor de doodstraf. Een ander verhaal gaat op voor een overlevering die direct wordt toegeschreven aan profeet Mohammed: “Whoever changes his religion kill him”. Over de interpretatie hiervan bestaat logischerwijs weinig onenigheid. 

Klassieke geleerden waren nog wel zo vriendelijk de nuance aan te brengen dat dit alleen geldig is als een moslim zijn geloof verandert. 

Maar voorstanders van de doodstraf hanteren ook interessante rationele argumenten. De publieke benadering maakt een link tussen geloofsafval en de desintegratie van de moslimgemeenschap. Dit vindt zijn oorsprong in de vroegste islamitische gemeenschappen, waar volgens overleveringen de polytheïsten en mensen van het Boek de islamitische gemeenschap wilde schaden door afvalligheid te bewerkstelligen.

Er zijn meerdere uitspraken aan de profeet toegeschreven die een zelfde strekking kennen. Volgens een van deze uitspraken is degene die de doodstraf verdient “he who abandons his religion and leaves the community”. Deze redenatie vergelijken schriftgeleerden met het moderne concept van hoogverraad.

De Egyptische schriftgeleerde Muhammad al-Ghazali (1917-1996), stelde: “Apostasy seldom is matter that only concerns one’s inner self alone. If that would be the case, nobody would notice it. In most instances apostasy is a psychological pretext for rebellion against worship, traditions and laws, even against the foundation of the state itself and against its stand towards external enemies. Therefore apostasy is often synonymous with the crime of high treason”.

De gerenommeerde Indiase schriftgeleerde Abu al-A‘la al-Maududi (1903-1979), stelde dat de islam niet alleen een religie is, maar ook een sociaal politieke orde. Volgens al-Maududi moet een persoon die het niet eens is met de basis van zijn samenleving beseffen dat hij dan de grenzen te buiten gaat en al zijn rechten als burger verliest. Vervolgens redeneert hij dat het verliezen van al deze rechten nog erger is dan de dood, en het dus humaner is hem gewoon te doden.

In de moderne tijd nemen wij het fenomeen waar, dat schrifgeleerden beweren dat de doodstraf op afvalligheid niet strijdig is met de Universele verklaringen van de Rechten van de Mens.

Muhammad Fathi ‘Uthman stelde dat de islamitische staat gebaseerd is op de islamitische geloofsbelijdenis en dat afvalligheid dus de staatsideologie aantast. Hij stelde:

“Changing one’s belief is not something individual which the Islamic state and Islamic law might tolerate as a right for the individuals. This is because [this change] would surely [negatively] affect one’s loyalty to the Islamic law, the Islamic state and his bonds with the society, something which no law or country would accept’ en ‘A modern state, would never tolerate any rebellion against its ideology whether it is democracy or socialism. A socialist country would not endure propagating capitalism neither a democratic country would accept a military coup d’état aiming at establishing a dictatorship.”

Zakariyya al-Birri stelde dat de doodstraf voor afvalligheid niet strijdig is met de UVRM omdat het valt onder hoogverraad en dat de doodstraf dus niet ingaat tegen de constitutionele rechten van een burger.

Een belangrijk punt is wel dat de doodstraf alleen uitgevoerd mag worden op grondgebied waar een islamitisch politiek establishment de dienst uit maakt. Onder de klassieke geleerden is de overgrote meerderheid van mening dat de doodstraf moet volgen op afvalligheid, maar er is meningsverschil over of er bedenktijd om terug te keren moet zijn en over wat er met afvallige vrouwen moet gebeuren. Zo stellen sommige dat alleen afvallige mannen gedood moeten worden, omdat zij immers deel kunnen nemen aan een strijd tegen de islam. 

Een minderheidsstroming van schriftgeleerden stelt dat afvalligheid een zaak is tussen de gelovigen en god zelf, een privé zaak. In de neutrale benadering van afvalligheid is het vooral belangrijk hoe iemand met zijn afvalligheid omgaat. Als iemand zijn geloof laat vallen, maar dit verder niet aan de grote klok hangt, wordt dit gezien als een zaak tussen de gelovige en god. Als iemand echter zijn geloof laat vallen en tegelijk een vijandige houding tegen de islam aanneemt, dan wordt het een publieke zaak met een gerechtvaardigde doodstraf tot gevolg.

Er moet wel gezegd worden dat doodstraffen om geloofsafval zeldzaam zijn in de islamitische wereld. Als er doodstraffen voorkomen, is het om homoseksualiteit of overspel. In mijn ogen betekent dit niet dat iemand daar zijn leven veilig is als hij zijn geloof laat vallen. Het betekent eerder dat de afschrikwekkende werking zo groot is, dat niemand het in zijn hoofd haalt zijn geloof te laten vallen.

Ik kan mij altijd maar moeilijk aan de indruk onttrekken dat als het dwingende element uit de islam zou verdwijnen, de religie zou moderniseren of marginaliseren.

Islamofobie strafbaar want antisemitisme strafbaar?   

Enige tijd terug was er sprake van een Belgisch wetsvoorstel dat islamofobie strafbaar zou maken. Kijk en huiver naar deze drie van de in totaal acht criteria die als islamofoob en dus strafbaar zouden gelden:

  • Considers Islam to be inferior to the West, to be barbaric, irrational, primitive and sexist;
  • Considers Islam to be violent, threatening and supportive of terrorism, actively engaged in a ‘clash of civilizations';
  • Considers Islam to be a political ideology, used for political and military purposes to establish its hegemony;

Het doet zeer Orwelliaans aan. 

Een veel gehoord argument ter steun van deze wet was dat antisemitisme immers ook strafbaar is. Dit argument doet aannemen dat islamofobie en antisemitisme eenzelfde en dus even verwerpelijk fenomeen zijn. Deze vergelijking gaat echter op vrijwel alle manieren mank.

Islamofobie is een omstreden term. Fobie impliceert immers een irrationele en buitenproportionele angst voor iets. Nu is het natuurlijk maar zeer de vraag of angst voor zaken die zich in naam van de islam voltrekken, als fobisch bestempeld moet worden. Wanneer men de islamitische en daar aan grenzende wereld, de opmars van de Soennitische islamisten en Iran beschouwt, ben ik geneigd deze angst juist als legitiem te classificeren. Erg fraai is het immers allemaal niet.

Daarbij is islamofobie een strijdkreet. Islamofoob is een etiket dat iemand krijgt van islamisten en fellowtravelers, als hij of zij kritiek uit op de islam, ook al is deze kritiek gerechtvaardigd. Een politiek correct milieu is erg gevoelig voor het etiket islamofoob. Het is een etiket dat iemand als persoon alsook zijn argumenten delegitimeert. Maar het etiket wordt als nog iets ergers beschouwd: een islamofoob is een racist. Een racist die een ongefundeerde haat koestert jegens moslims.

Islamcritici hebben echter bijna nooit kritiek op moslims omdat het moslims zijn. Zij hebben deze kritiek omdat bepaalde moslims een vorm van islam belijden die niet verenigbaar is met de moderniteit. Het is dus de ideologie en religie die zij veroordelen, maar een individu zou niet langer bekritiseerd worden als deze zijn ideologie oprecht los zou laten.

Islamofobie is dus ten eerste geen legitieme term, ten tweede een strijdterm van islamisten en ten derde een middel om islam kritiek als racisme te doen voorkomen. 

Hier tekent zich het verschil af met antisemitisme. Waar islamkritiek het bekritiseren van een ideologie betreft en niet het veroordelen van een bevolkingsgroep, is antisemitisme bij uitstek een raciale kwestie. Antisemitische speeches en films gaan altijd over de inherente verdorvenheid van het Joodse volk, niet over de verdorvenheid van Mozes of de Joodse religie. Dit is overigens kenmerkend voor antisemitisme van alle tijden. In het Spanje van na de reconquista waren er bijvoorbeeld bloedzuiverheidsregisters, waarin bijgehouden werd of families ongeacht hun bekering tot het Christendom, toch nog Joods bloed hadden. Het is altijd een raciale kwestie geweest.

Dan is er nog het argument van islamisten dat Holocaust ontkenning immers ook strafbaar is. Ik ben tegen een de strafbaarstelling van Holocaust ontkenning, omdat ik tegen een verbod op feitelijke onwaarheden ben. Wel vind ik dat erkend moet worden dat Holocaust ontkenning een zeer antisemitische bijsmaak heeft, omdat het vaak wordt gebruikt om de Joden neer te zetten als leugenaars die de Holocaust verzonnen om zaken naar hun eigen hand te kunnen zetten.

Daarbij wordt Holocaust ontkenning vaak gebruikt in de delegitimering van de staat Israel, maar ook dat zou niet strafbaar moeten zijn.   

Islamofobie en antisemitisme zijn dus volstrekt verschillende fenomenen. Daarbij gebruikt Turkije de strafbaarheid van Holocaust ontkenning als argument, terwijl in eigen land genocide érkenning strafbaar is.

Maar de essentie van alles wat delen van de islamitische wereld niet begrijpen waar het draait om vrijheid van meningsuiting, klinkt door in dit citaat van Erdogan, toen hij sprak tegen journalisten in Sarajevo:

‘Freedom of thought and belief ends where the freedom of thought and belief of others start. You can say anything about your thoughts and beliefs, but you will have to stop when you are at the border of others’ freedoms’.’

Ons credo is dat vrijheid eindigt waar de vrijheid van anderen begint. Erdgans’ credo is dat vrijheid eindigt waar de opvattingen van anderen beginnen. Dit credo heeft dus helemaal niets met vrijheid van meningsuiting te maken.

De oproep tot het strafbaar stellen van islamofobie is niets dan een ordinaire, filosofisch niet sluitende en lachwekkend doorzichtige oproep tot het vrijspel geven van de politieke islam. Een oproep waar geen enkel beschaafd land ooit ook maar een millimeter aan toe mag geven.

De VS en Turkije creëren fonds voor bestrijden van extremisme   

Wat klopt hier niet?

De VS en Turkije willen een fonds van ongeveer 200 miljoen dollar oprichten en wijden aan het tegenwerken van gewelddadig extremisme door het ondermijnen van de ideologische aantrekkingskracht van jihadisten in plaatsen als Syrië, Somalië, Yemen en Pakistan.

Erdogans gewelddadige campagne tegen zijn politieke opponenten heeft zijn band met Washington eigenlijk nauwelijks beschadigd. Een van de peilers van Obama’s Midden-Oosten-beleid is dat Al-Qaida slecht is en kapot moet, waaruit volgt dat alles dat islamitisch is en zich uitspreekt tegen Al-Qaida, goed is. Het is deze doctrine die de band tussen Washington en Ankara zo solide houdt, ondanks dat Erdogan een subversieve islamist is.

Het is een vreemd fenomeen. Erdogan steun Hamas openlijk. Hamas geldt als zusterpartij van de Moslimbroederschap dan formeel wel niet als Al-Qaida gelieerd, maar zij hebben absoluut delen van ideologische herkomst in gemeen. Hamas is een partij die homoseksuelen dood wil en dissidenten levend achter motoren door de straten trekken, en oh ja, het zijn terroristen van het puurste soort.

Hoe kan een Turkse administratie die Hamas steunt, bijdragen aan het deradicaliseren van ‘kwetsbare’ moslims? Het komt dus op het volgende neer. De VS, dat binnenkort beslist of hun schuldenplafond bereikt is, trekt 200 miljoen dollar uit voor het een project waarin de ‘geweldloze’ extremisten uit Turkije jongeren gaan waarschuwen voor de gevaren van gewelddadig extremisme.

Zou Obama wellicht ook een fond vrij kunnen maken voor het redden van christenen in het Midden-Oosten? De machtigste staat op aarde, dat bovendien een christelijk karakter heeft, maakt liever geld vrij voor een lesje radicalisering Turkse stijl, dan dat het zijn nek uitsteekt voor hun geloofsgenoten. Wat is die hele one nation under god nog waard als zij liever geld spenderen aan islamisten?

Iran moet misleiden van profeet Mohammed   

Bij het instellen van sancties tegenover een vijandelijke entiteit mag men nimmer uit het oog verliezen waarom deze sancties opgelegd worden. Sancties hebben slechts één doel: de vijand doen conformeren aan jouw wil.

Sancties zou men niet in moeten stellen om na een slechte afloop te kunnen zeggen: maar we hebben wel ons best gedaan. Sancties dient men niet te gebruiken om de schijn van een ruggengraat te op te houden, sancties mag men niet gebruiken uit angst voor een echte oplossing, sancties zijn geen zalf voor het geweten.

Leon de Winter schreef onlangs over hoe het Westen smult van de nieuwe gematigd ogende Iraanse president. Het enige dat Iran voor het Westen relevant maakt is hun nucleaire ambitie en mogelijkheid de straat van Hormuz dicht te gooien voor olietankers, hetgeen onze economieën ernstig zal schaden.

De Iraanse Banafsheh Zand illustreerde onlangs nog een portret van Rouhani en verwees daarbij naar een videofragment uit 2006 waarin hij het volgende gezegd zou hebben:

‘He boasted that while talks were taking place in Teheran, Iran was able to complete the installation of equipment for conversion of yellowcake – a key stage in the nuclear fuel process – at its Isfahan plant but at the same time convince European diplomats that nothing was afoot.

“From the outset, the Americans kept telling the Europeans, ‘The Iranians are lying and deceiving you and they have not told you everything.’ The Europeans used to respond, ‘We trust them’,” he said’. De Europeanen komen in ieder geval weer even onnozel uit de verf als altijd.

Er is geen enkele reden om daadwerkelijk aan te nemen dat Rouhani zich zal committeren aan het stopzetten van Iraanse nucleaire programma. Sterker nog; zijn toneelstuk dient waarschijnlijk in essentie als middel om tijd te rekken tot Iran het nucleaire wapen heeft.

Voor dit geintje bestaat een handig juridisch precedent: het verdrag van Hudaibiya. In het jaar 627 trok profeet Mohammed met zijn leger richting Mekka, het bolwerk van zijn polytheïstische tegenstanders. Omdat Mohammed besefte dat zijn leger niet sterk genoeg was, en de Mekkanen geen trek hadden in oorlog, kwam het tot een wapenstilstand voor tien jaar. In 629 voelde Mohammed zich militair voldoende gesterkt, verbrak unilateraal het verdrag en veroverde Mekka. In de islamitische theologie werd Mohammed door Allah beschermt van zonden, daarom is elk aspect van zijn leven vanuit islamitisch juridisch opzicht nastrevenswaardig.

In 1938 deed de Britste premier Neville Chamberlain een concessie aan Hitler (heel Tsjechië-Slowakije) in ruil voor vrede. Winston Churchill zei hem hierop: ‘U kon kiezen tussen oorlog en schande. U koos schande en krijgt oorlog’. Churchill wist dit, omdat de ideologie en intenties van Hitler hem duidelijk waren.

De schande ligt anno 2011 niet in territoriale concessies aan Iran, maar in het verzuimen te handelen. Jaren geleden voorspelde de Israëlische minister van Defensie Ehoed Barak dat Israel alleen zou komen te staan tegenover Iran. Het Westen zou verdoofd zijn. Dit is waar nu de absolute schande voor het zou Westen liggen: de noodzakelijke oorlog tegen het Iraanse regime overlaten aan zes miljoen Israëli’s.

De Iraanse Banefsheh Zand presenteerde onlang haar oplossing die heel simpel gezegd op het volgende neer komt. Stel een rode lijn, overschrijden zij die: fuck em up. Maar die rode lijnen vanuit de VS dragen geen enkele geloofwaardigheid meer sinds Obama deze straatwijsheid overtrad inzake Syrië overtrad: You better bust that if you’re gonna pull that. Oftewel, trek geen pistool als je niet wilt vuren.

Banefsheh aan het woord:

En een inmiddels oude maar nog altijd even relevante documentaire over Iran. Iranium:

Jodenhaat en angst voor moslims   

Gatestone Institute rapporteerde onlangs over een verontrustende ontwikkeling. Jodenhaat is onderdeel van een door de Belgische regering gesanctioneerd educatiepakket. Dit deed mij denken aan een ervaring die ik in 2008 had.

Ik liep een half jaar stage in Sri Lanka en gaf les op een Islamitisch college. Moslims vormen in Sri Lanka een minderheid van ongeveer 13%, en puur toevallig kwam ik hier terecht. Ik ontmoette die maanden een van de andere vrijwilligers. Ze was een Joods meisje uit België.

We raakte aan de praat en ik vroeg haar of ze het leuk zou vinden eens een dagje mee te draaien op de school waar ik les gaf. Dit voorstel maakte haar wat ongemakkelijk, ik was in de war en vroeg door.

Ze vertelde mij dat ze, zonder dit racistisch te bedoelen, in België een aantal onprettige ervaringen heeft gehad met moslims. Zij beschouwde zichzelf als cultuur maar niet religieus Joods en droeg soms een gouden kettinktje met Davidster om haar nek, zichtbaar over haar kleding heen.   

Deze culturele uiting heeft gemaakt dat zij ooit eens door een islamitische buschauffeur is geweigerd. Zij was te bang de volgende bus te nemen, en is vervolgens maar naar huis gelopen. Ik geloofde mijn oren niet, maar dan letterlijk.

Destijds was ik nog jonger en was ik heus wel een wat politiek correcte snotneus met weinig weet van de wereld, en bovendien was mijn ruggengraat nog verre van volgroeid. Ik was destijds van mening dat zij haar verhaal wel iets aangedikt zou hebben, en ik was al helemaal van mening dat haar onwil in het meegaan naar de islamitische school, ongegrond was.

Later ben ik echter tot inkeer gekomen. Op die school werd ik tijdens het lesgeven aan kinderen van 14 jaar en ouder, wel degelijk geconfronteerd met Jodenhaat. Ik vond dit erg moeilijk, want ik vond het lesgeven en het contact met deze kinderen vaak hartverwarmend, het was een prachtige ervaring.

Maar, het staat mij nog steeds op het netvlies gebrand hoe twee jongens van 15 tegen mij zeiden: ‘No sir.., Jews… very bad people’. Ik durf er nog steeds vergif op in te nemen dat zij nog nooit een Jood hadden ontmoet. Ik heb deze ervaringen destijds een beetje weggestopt, vooral om mijn eigen cognitieve dissonantie ongedaan te maken. Ik moest er nog een aantal maanden lesgeven en bovendien kon ik het erg goed vinden met deze kinderen. Maar Jodenhaat stond haaks op wie ik was.

Eenmaal thuis heb ik dit wel laten bezinken en ben ik overtuigd geraakt van een solide relatie tussen de islamitische religie en hedendaagse Jodenhaat.

Terug naar België. Inderdaad, in 2011 verscheen er een verontrustend onderzoek. De helft (!!!) van alle Brusselse moslimjongeren is antisemitisch. Een zeer wijd verspreid artikel van Ali Selim opende met de volgende tekst:

‘We Muslims make the mistake of thinking Europeans really care about is, especially the Palestinians. We are wrong. Europeans simply hate the Jews more than they hate and fear us.’

Ondanks dat het een prikkelend artikel is, ben ik het niet met deze stelling eens. Ik denk namelijk dat er juist een verband is tussen de angst die autochtone Westerlingen voor agressieve moslims voelen, en Europees antisemitisme. Het is een typische dynamiek van een volk dat zich heimelijk voorbereid op een leven in gevangenschap en slavernij:

‘De moslims zijn sterker, agressiever en meer eendrachtig dan wij en wij zijn bang voor ze. Hoe kunnen we zorgen dat zij ons minder pijn willen doen? Door af te geven op de groep die de sterkste partij ook haat: Joden’.

Het is maar een hypothese, maar niet onplausibel.

Het is niet voor niets dat een Zweedse sociaal democratische minister in 2004 zei: ‘Wij moeten open en tolerant zijn tegen de islam en moslims zodat zij dat ook tegen ons zullen zijn als wij in de minderheid zijn.’

Deze angst werd voor mij onlangs onlangs op verkapte wijze weer pijnlijk geïllustreerd in Zweden, het eerste Europese land dat zichzelf effectief op zal heffen. Het betrof een incident waarbij een zwangere islamitische vrouw door een man werd aangevallen, haar hoofddoek werd afgetrokken en haar hoofd tegen een auto aan gegooid. Ik veroordeel dit incident zonder reserves of clausules in de meest krachtige termen, maar de Zweedse reactie erop sprak boekdelen.

Onder de Zweedse bevolking ontstond de beweging ‘Hijab Outcry’ waarin solidariteit met het slachtoffer werd getoond door allemaal een hoofddoek te dragen. Zie hier voor een collectie van goedmensen en politici die zich geroepen voelde.

Nu vind ik dit in principe een mooi gebaar, maar er zit een hele, hele grote ‘maar’ aan verbonden. Waar is het dappere Zweedse volk in het tonen van solidariteit met de talloze autochtone meisjes die er door moslimmannen worden mishandeld en verkracht?

‘Statistics now suggest that 1 out of every 4 Swedish women will be raped. (…)With Muslims represented in as many as 77 percent of the rape cases and a major increase in rape cases paralleling a major increase in Muslim immigration, the wages of Muslim immigration are proving to be a sexual assault epidemic by a misogynistic ideology.’ 

Waar is het dappere Zweedse volk in solidariteit met de Somalische Amun Abdullahi, die als journaliste dusdanig geïntimideerd werd door de Zweedse morele maffia om haar kritiek op Somalische cultuur, dat zij is terug gevlucht naar Mogadishu!?

In de ‘dappere’ Hijab solidariteitsactie van de Zweden zie ik door de morele superioriteit heen. Ik zie een volk dat beeft van angst. Ik zie een volk dat wanhopig smeekt om de genade van hun aanstaande meesters. Ik zie wat commandant Gothmog zag toen hij het belegerde Minas Tirith aanschouwde:

Zoals Alexander Hamilton zei: ‘A nation which can prefer disgrace to danger is prepared for a master, and deserves one.’ En zo is het. Een volk dat het kan verdragen op de knieën te leven, verdient een meester.

Ik zie een tweedeling in het Westen. Een groep die zich geen raad weet met het probleem, die weten dat een oplossing harder zal zijn dan hun fragiele geweten toelaat en die bereid is op hun knieën te leven. De andere groep is het tegenovergestelde, dat is generatie X-2. Wij zijn niet bang.

‘War doesn’t determine who is right, only who is left’   

In het licht van deze uitspraak van Bertrand Russel, vraag ik mij middels een gepersonaliseerd gedachte-experiment af waar het bekrachtigen van oorlogsrecht in Syrië eigenlijk op slaat.

Het gebruik van gifgaswapens tijdens de eerste Wereldoorlog leidde in 1925 tot het Geneva-protocol, waarin het eerste internationaal rechtelijke verbod op chemische wapens lag besloten. In zowel 1972 als 1993 onderging de conventie een aantal cosmetische veranderingen, de wet werd bijvoorbeeld uitgebreid tot een verbod op bepaalde lanceersystemen voor chemische wapens.

Heden staat het protocol bekend als Chemical Weapons Convention en wordt onderschreven door alle landen behalve Angola, Burma, Egypt, Israël, Noord-Korea en Zuid-Soedan.

De eerste Wereldoorlog, die aanleiding gaf tot het verbod op chemische wapens, onderscheidt zich op een essentieel punt van het conflict in Syrië. De eerste Wereldoorlog was geen existentieel conflict, maar een territoriaal conflict dat geenszins als doel had een gehele bevolking te vernietigen.

In Syrië ligt dit anders. Hier strijden soennitische extremisten die hebben gezworen alle christenen en alewieten kapot te maken, tegen een alewitische minderheid die zich in het licht van die dreiging geroepen ziet de soennieten hierin voor te zijn.

Assad weet dat als zijn regime valt, zijn gehele etnische en culturele achterban door de gehaktmolen gaat. Tegelijkertijd weten de soennieten dat als zij terugvallen, Assads troepen heus niet al te zachtaardig om zullen gaan met de soennitische bewoners van heroverd gebied.

Ik kan de vinger er niet heel goed opleggen, maar gevoelsmatig knaagt er bij mij iets als het gaat om het opleggen van arbitraire regels in een strijd tot de dood. Laten we het scenario even personaliseren in een gedachte experiment.

De context is als volgt: je staat in een kooi tegenover een ander, door een ongelukkige situatie gedwongen tot een gevecht. De regel is: als u verliest, wordt uw gehele familie geëxecuteerd. Als u wint, wordt spijtig genoeg zijn hele familie geëxecuteerd, maar u en uw familie zijn veilig.

In de kooi liggen twee doorgeladen pistolen, één aan uw kant, één aan zijn kant.

Voordat de strijd begint, zegt de scheidsrechter, laten we hem voor het gemak even Obama noemen: ‘Jongens, ik wil een eerlijke wedstrijd, laten we het netjes houden. Vuisten, stenen, zwaarden en boksbeugels zijn allemaal prima, maar laat dat pistool liggen waar het ligt, want dat zijn de regels, ofzo. Maar mocht je het toch gebruiken en daardoor winnen, zijn uw familie en uzelf alsnog veilig en kunnen naar huis.’

Fight.

Daar sta je dan. U heeft geen idee wat er in de geest van uw opponent omgaat. De regels verbieden het gebruik van het pistool, maar er kleven desondanks geen echte sancties aan het gebruik ervan, en het kan bovendien uw hele familie veiligstellen. Misschien moet u hem gewoon voor zijn en als eerst schieten? Voor het zelfde geld denkt uw opponent namelijk precies hetzelfde, en kan het zomaar eens te laat zijn?

Hoe onmenselijk en verschrikkelijk chemische wapens ook zijn, zij kunnen door zowel Assad als de rebellen gezien worden als het pistool in de kooi.

De oorlog in Syrië gaat niet om grenzen of om wie er gelijk heeft, het gaat om wie er uiteindelijk overblijft. Het opleggen van regels aan een strijd tot de dood, voor uzelf en uw familie, blijft eigenlijk een merkwaardig fenomeen. 

Oorlogsrecht in deze vorm is een intens Westers verschijnsel. Ik denk dat veel westerlingen out of touch zijn met het gegeven dat er op aarde daadwerkelijk nog zoiets bestaat als fysiek moeten vechten voor het overleven van alles dat u lief is.

Waarom steunt de Israëlische regering UNRWA?   

Ondanks alle subversieve effecten die UNRWA veroorzaakt keert Israel zich tegen pogingen om UNRWA geld te ontzeggen. Waarom?

Onlangs beschreef ik in de Jerusalem Post waarom ik de UNRWA een subversief en destructief orgaan vond, en ik stelde dat het Westen zou moeten stoppen met doneren aan UNRWA. Ik heb overigens tot mijn verbazing en vreugde voor o.a. dat artikel de Blankfeld Award for Media Critique gewonnen.  

De verassing was dus groot toen ik erachter kwam dat in realiteit de Israëlische staat eigenlijk een van de grootste voorstanders van de UNRWA is. Dit verbaasde des temeer omdat de Israëlische publieke opinie vaak fel gekant tegen de UNRWA is.

Ten eerste moet opgemerkt worden dat Israelische stemmen wel altijd eerst beklemtonen dat UNRWA zich zou moeten concentreren op hun humanitaire werk, en zij zich zouden moeten onthouden van het bedrijven van politiek – een station dat natuurlijk allang gepasseerd is.  

In 1967 initieerde de Comay-Michelmore Exchange of Letters een Israelisch beleid van samenwerking met UNRWA. Zo recent als 2009 werd dit beleid nog eens benadrukt in een speech tegenover de Algemene Vergadering van de VN, door dr Uri Resnick, destijds een vertegenwoordiger van het Israëlische ministerie voor Buitenlandse Zaken.

In 2010 besloot de Canadese Harper regering hun donaties niet langer aan UNRWA te schenken, maar direct aan de PA, dit om beter te kunnen zien waar het geld nu eigenlijk aan besteed werd. In 2011 kondigde de Nederlandse regering aan dat zij hun UNRWA beleid ‘grondig zouden gaan herzien’. Wat beide gevallen in gemeen hebben is dat Israel hun bondgenoten er via diplomatieke kanalen op wees dat zij liever zouden zien dat het Canadese en Nederlandse UNRWA beleid, zou blijven als het was. Waarom is dit?

Steven Rosen and Daniel Pipes leggen het uit:

‘Israeli officials distinguish between UNRWA’s negative political role and its more positive role as a social service agency providing assistance, primarily medical and educational. They appreciate that UNRWA, with funds provided by foreign governments, helps onethird of the population in the West Bank and three-quarters in Gaza. Without these funds, Israel could face an explosive situation on its borders and international demands that it, depicted as the “occupying power,” assume the burden of care for these populations. In the extreme case, the Israel Defense Forces would have to enter hostile areas to oversee the running of schools and hospitals, for which the Israeli taxpayer would have to foot the bill – a most unattractive prospect. As a well-informed Israeli official sums it up, UNRWA plays a “key role in supplying humanitarian assistance to the civilian Palestinian population” that must be sustained.’

Samengevat: de UNRWA is een obstakel voor vrede omdat het een vluchtelingeprobleem kunstmatig in stand houdt en een demografie onderhoudt die geen vrede kan dragen. Aan de andere kant zorgt het humanitaire werk van UNRWA ervoor dat Israel niet belast is met de haast ondragelijke ‘verantwoordelijkheid’ te zorgen voor vijf miljoen Palestijnen.

Kan het Westen iets doen UNRWA van koers te doen veranderen? Immers, het Westen is de grootste donateur; wie betaalt, bepaalt. In hetzelfde stuk bieden Rosen en Pipes een suggestie:

‘Can the elements of UNRWA useful to Israel be retained without perpetuating the refugee status? Yes, but this requires distinguishing UNRWA’s role as a social service agency from its role producing ever-more refugees. Contrary to its practice of registering grandchildren as refugees, Section III.A.2 and Section III.B of UNRWA’s Consolidated Eligibility & Registration Instructions allow it to provide social services to Palestinians without defining them as refugees. This provision is already in effect: in the West Bank, for example, 17% of the Palestinians registered with UNRWA in January 2012 and eligible to receive its services were not listed as refugees.

Given that UNRWA reports to the UN General Assembly, with its automatic anti-Israel majority, mandating a change in UNRWA practices is nearly impossible. But major UNRWA donors, starting with the US government, should stop being accomplices to UNRWA’s perpetuation of the refugee status.’

Inderdaad, de vooringenomen Algemene Vergadering zou omzeild moeten worden en donorstaten zouden buiten de VN om strikte eisen aan hun donaties moeten verbinden. Met een jaarlijkse donatie van $233,328,550 zou de VS hierin het voortouw moeten nemen, maar de EU is inmiddels bijna zo belangrijk. EU lidstaten zouden moeten achterhalen wat hun feitelijke aandeel is in de $204,098,161 EU donatie en zouden moeten overwegen strikte eisen te verbinden aan het leveren van hun aandeel.

De eerste ontmoeting tussen Westerse en islamitische rechtvaardigheid   

Sinds het begin van de Arabische revoluties klinkt in zowel de Arabische als de Westerse wereld luidkeels de roep om vrijheid voor de Arabische volkeren. Een essentiële vraag is echter of Arabieren en Westerlingen eenzelfde betekenis toekennen aan het begrip ‘vrijheid’. 

Het verschil tussen het Arabische en Westerse concept van vrijheid werd voor het eerst duidelijk toen de jonge Franse generaal Napoleon Bonaparte in 1798 Egypte veroverde. Napoleon verkondigde te zijn gekomen ‘in de naam van de Franse Republiek, gesticht op de waarden van vrijheid en gelijkheid’. Napoleon was voorzien van een Arabische tolk, en liet ook deze leus in het Arabisch vertalen.

Het concept van gelijkheid was de Egyptenaren niet vreemd. De islamitische theologie en wetgeving kent een sterk egalitair karakter, en de gelijkheid van alle islamitische gelovigen was toen, en is nog steeds een breed gedragen concept. In werkelijkheid was er natuurlijk wel altijd een vorm van hiërarchie en ongelijkheid, voornamelijk op sociaal en economisch vlak, maar dit is in principe strijdig met de islamitische rechtsbronnen. De islamitische wetgeving voorziet echter wel in de fundamentele rechtsongelijkheid van ongelovigen, vrouwen en slaven.

Het begrip vrijheid werd daarentegen minder goed begrepen. De meest gangbare Arabische vertaling voor vrijheid is het woord ‘hurriyya’. Destijds was hurriyya echter geenszins een politiek begrip, en werd de term niet goed begrepen in de politieke context waarin Napoleon de term bezigde. Hurriyya was geen politieke, maar een juridische term. Vrij zijn betekende letterlijk dat men geen slaaf was. Als men bevrijd werd, impliceerde dit dat iemand door zijn eigenaar uit zijn slavenstatus ontheven werd.

Al in 1801 werd Napoleon weer uit Egypte verdreven, met name door toedoen van de Britse Admiraal Nelson die zijn de Franse vloot had vernietigd. Napoleon maakte niet langer de dienst uit in Egypte, maar de verwarring rond zijn gebruik van de term vrijheid in een politieke context resteerde. Pas in 1834 werd een werk van Sheikh Rifa’a Rafi’ al-Tahtawi gepubliceerd dat enige opheldering verschafte. De toenmalig leider van Egypte, Gouverneur Muhammed Ali, besloot dat de noodzaak daar was om hun achterstand op het Westen in te halen. Om dit te bewerkstelligen stuurde hij in 1826 een missie van 44 studenten naar Parijs, waaronder al- Tahtawi. In zijn werk, vrij vertaald bekend als ‘Extracting the finest lessons from a summary account of Paris’, wijdde al-Tahtawi een hoofdstuk aan het Franse politieke spectrum en de nadruk die zij bleven leggen op vrijheid. Zo stelde hij: ‘wat de Fransen vrijheid noemen, noemen wij moslims rechtvaardigheid’. Waar Westerlingen ‘good and bad governance’ als vrijheid en slavernij bestempelen, gebruikten de moslims de termen rechtvaardigheid en onrechtvaardigheid.

In het licht van de Arabische revoluties lijkt het dus van essentieel belang te begrijpen wat rechtvaardigheid in deze context betekent. De meest gangbare vertaling voor rechtvaardigheid in het Arabisch is ‘Adl’. In de islamitische rechtsbronnen betekent Adl: ‘rechtvaardigheid in overeenstemming met de wet’. Met de wet wordt gedoeld op de heilige islamitische wetgeving; de sharia. Islamisten zijn de enigen die zich op een geloofwaardige wijze ‘Adl’ kunnen toe-eigenen. Het zijn immers zij die onomwonden beweren te zullen regeren namens de islamitische wetgeving. De populariteit van islamisten ten tijde van de revolutie illustreerde dat de traditionele opvatting van rechtvaardigheid in de Arabische wereld veel meer weerklank genoot dan westerse opvattingen van vrijheid. Echter, het Egyptische leger heeft Morsi nu, met de steun van de meeste niet Moslimbroederschap Egyptenaren, eruit getrapt. Weet iemand überhaupt waar Morsi is? Er wordt vast bijzonder goed voor hem gezorgd…

Ik beschreef al een aantal keer dat het inherent tirannieke karakter van politieke islam ook haar achilleshiel zou kunnen zijn. Wellicht dat de Egyptenaren nu, na het afzetten van een theocratische tiran, een nieuw concept van rechtvaardigheid zullen ontwikkelen. Wie weet…  

De (nazi)geschiedenis van de Ba’ath-partij   

Het staatsbestuur van Syrië was doordrenkt van Westerse invloeden als nationalisme, socialisme, (quasi)secularisme en de éénpartijstaat.

Aan het eind van de 19e en het begin van de 20e eeuw werd het de islamitische wereld duidelijk hoever zij achterliepen op de Westerse wereld. Om deze achterstand in te halen is geëxperimenteerd met het implementeren van Westerse politieke concepten als verkiezingen, parlementen en grondwetten. Deze concepten waren in deze vorm voor de regio onbekend en bleken destijds uitermate ongeschikt voor de Arabische samenlevingen. Het enige dat deze ‘modernisering’ van de politiek uiteindelijk heeft bewerkstelligd, is het vergroten van de macht van autocraten. De modernisering hield namelijk ook in dat autocraten de beschikking kregen over moderne middelen van repressie, toezicht en indoctrinatie. Zo heeft het kunnen gebeuren dat zelfs de gemiddelde tiran meer macht had over zijn bevolking dan de grote kaliefen en sultans uit het verleden.

De Ba’ath-partijen van wijlen Sadam Hoessein en Bashir al Assad zijn een sprekend voorbeeld van de directe invloed van Westerse ideologie op Arabisch staatsbestuur. In 1940 viel Frankrijk ten prooi aan nazi-Duitsland. Het Franse mandaatgebied, Libanon en Syrië, bleef onder controle van Vichy, de Franse regering onder Duits bevel. Via deze weg heeft nazi-Duitsland de regio kunnen beïnvloeden. Zij zijn er zelfs in geslaagd in Irak een pro-nazi-regime op te zetten, maar deze is omvergeworpen door de geallieerden. Dit was echter wel het moment waarop de Ba’ath-partij gevormd werd. De ultra-nationalistische antidemocratische politieke partij die zelf onderdeel uitmaakt van het beveiligingsapparaat, is gemodelleerd naar de nazipartij. Toen zij uiteindelijk overstapten van nazi-sponsorschap naar communistische sponsorschap, was dit slechts een cosmetische ingreep. Het nazisme en communisme waren ideologisch immers als broer en zus, verwikkeld in een dodelijke familievete, dat wel.

Gisteren schreef de zeer belezen en intergere dr. mr. David Suurland het meest intelligente artikel over een interventie in Syrië dat ik tot nu toe heb gelezen. Suurland betoogt dat juist met het oog op de lange termijn, het uitblijven van een interventie gewenst is voor Syrië. Hier een aantal kernzinsneden:

“De transitie van een tirannieke samenleving naar een democratische samenleving vereist een breed gedragen overeenstemming onder de bevolking over de noodzaak van die democratie. Met andere woorden, er moet onder de bevolking een daadwerkelijke verlangen naar bepaalde democratische normen leven. Wanneer dat verlangen er niet is kan slecht een catastrofale gebeurtenis aanleiding zijn voor het ontwaken van dat verlangen. (…) Militair ingrijpen in dit proces zal op de korte termijn slechts ons eigen geweten sussen maar op de lange termijn vruchteloos zijn. Het is de confrontatie met de ongeremde barbarij die nu plaatsvindt die de beste kansen voor een duurzame democratische opleving bezorgt. (…) Daar waar de democratisch geest niet leeft is er vaak een catastrofe nodig om die tot leven te brengen. Laat die catastrofe dan ook gebeuren. Militair ingrijpen in Syrië moet beperkt worden tot die gevallen waarin de vrede met buitenstaanders daadwerkelijk en substantieel wordt bedreigd of in geval van genocide.”

De enige kritiek die ik heb betreft het ingrijpen als er genocide dreigt. Dit conflict kan namelijk maar op drie manieren eindigen. 1) beide partijen leggen zich neer bij een nieuwe soevereiniteit in een gedeelte van Syrië, 2) Assad wint omdat hij de meeste Soennieten vernietigd heeft, of 3) de rebellen winnen omdat ze de clan van Assad nagenoeg vernietigen. Optie 1 is zeer wenselijk, maar op korte termijn niet heel waarschijnlijk, zeker niet met het oog op een aanstaande escalatie. Zowel optie 2 als 3 zullen grenzen aan of zich volledig classificeren als genocide. Betekent dit dat er ingegrepen moet worden als er een partij aan wint? Of behoort deze overwinning ook tot het proces van uitkristalliseren?

Anyhow, nog een aantal belangrijke updates aangaande een Syrische interventie:

- De Redcoats hebben er geen zin an. Het Britse parlement heeft nee gezegd. Het Amerikaanse congres krijgt deze kans niet, omdat Obama hen in weerwil van hun constitutie, niet om hun toestemming vraagt.

- Obama heeft aan Assad gelekt dat de aanvallen licht en van korte duur zullen zijn. Obama moet gezicht redden sinds hij heeft toegezegd dat chemische wapens de rode lijn zijn. Ook moet hij naar voornamelijk Iran en in mindere mate Noord-Korea het signaal afgeven dat Amerika zijn woord houdt als het dreigt. En daar is dan weer een hoop voor te zeggen. Ook John Kerry liet in zijn speech doorklinken dat de aanval beperkt zou zijn. Het is maar een cosmetische aanval, lage kans op verliezen, hoge kans op presidentiële prestige.

- Ondanks dat de bron niet heel betrouwbaar is, gaan er geruchten dat Rusland hun coldwar Nemissis Saudi-Arabië aan zal vallen als het Westen Assad aanvalt.

- In Haarlem heeft de brandweer een kat uit de boom gered, en ik ben inmiddels een beetje klaar met Syrië.

Een overzicht van verhoudingen in het Midden Oosten + Koerdistan   

Onlangs kwam ik een scherpzinnige samenvatting tegen van de verhoudingen in het Midden-Oosten. Aan contradicties in ieder geval geen gebrek:

‘Iran steunt Assad. Golfstaten zijn tegen Assad. Assad is tegen de Moslimbroederschap. De Moslimbroederschap en Obama zijn tegen Generaal Al-Sisi. Maar Golfstaten steunen Al-Sisi, wat betekent dat ze tegen de Moslimbroederschap zijn. Iran steunt Hamas, maar Hamas steunt de Moslimbroederschap. Obama steunt de Moslimbroederschap, maar Hamas is tegen de VS. Golfstaten zijn pro VS, maar werken samen met Turkije tegen Assad, terwijl Turkije de Moslimbroederschap steunt en tegen Al-Sisi, die op zijn beurt weer gesteund wordt door de Golfstaten. Welkom in het Midden Oosten, nog een prettige dag’ – Mr. KN Al-Sabah, London EC4, UK.

Wat een heerlijke clusterfuck, ik houd ervan. De Golfstaten steunen inderdaad de Moslimbroederschap exclusief in Syrië, omdat de Soennitische Golfstaten Syrië liever onder theocratisch Soennitisch dictatuur zien staan, dan onder een seculier dictatuur dat geldt als pion van de grootste bedreiging van de Golfstaten: het Sjiitische Iran. Maar, Golfstaten verhouden zich buiten Syrië om erg vijandig tegenover de Moslimbroederschap, simpelweg omdat de Moslimbroederschap zich zeer vijandig tegenover hen verhoudt.

Net als Al-Qaida zijn de primaire vijanden van de Moslimbroederschap eigenlijk alle Golfstaat dictaturen en overige seculiere dictaturen die zich gesteund zien door het Westen, en de islamitische volkeren op een onislamitische wijze onderdrukken.

De steun van het Sjiitische Iran voor het Soennitische Moslimbroederschap element Hamas, is eerder praktisch en strategisch van aard, dan dat het stoelt op ideologische doorleving. Hamas wil Israel dood, Iran wil Israel dood, dus vrienden. Enige tijd geleden hing het in de lucht dat de VS een aanval op Iran uit zou voeren. De burgeroorlog in Syrië was destijds al goed en wel onderweg, en Hamas bracht een bericht uit dat zij niet voor Iran zouden vechten als de VS Iran aanvielen. Ondanks dat Hamas en Iran diametraal tegenover elkaar staan inzake Syrië, heeft Hamas zich, in het licht van het verdwijnen van de Morsi regering, weer tot Iran gewend voor materiële steun. Zie bijv. dit Reuters persbericht voor specifics.

De rest van het stukje tekst behoeft eigenlijk weinig commentaar. Graag nog even uw aandacht voor een stuk dat vandaag in The Jerusalem Post verscheen. Het betreft een bevolking die weinig media aandacht krijgt en in menig analyse achterwege gelaten wordt: de Koerden. Volgens een Koerdische vriend van me luidt er een Koerdisch gezegde: onze enige vrienden, zijn de bergen. Eigenlijk zijn het de Joden onder de moslims. En dat is ook precies waar dit artikel op aanstuurt: Koerden en Joden delen een geschiedenis van onderdrukking en het ontbreken van een erkende nationale soevereiniteit, dit maakt dat zij vanuit deze overeenkomende geschiedenis vanzelfsprekende partners zouden kunnen zijn. Bovendien houden beide partijen zich inmiddels staande, Israel als erkende natiestaat, de Koerden als de facto onafhankelijke federaties in Noord Irak, Noordwest Iran, Zuidoost Turkije en Noordoost Syrië, maar zij hebben de vijandigheid van moslims in de regio nog altijd in gemeen. Ondanks deze vijandigheid biedt met name de Syrische burgeroorlog een reële opening voor een erkende onafhankelijke Koerdische federatie in Noordoost Syrië.

De auteur claimt bovendien dat:

‘There are an estimated 35 to 45 million Kurds in the Middle East, many of whom have been secretly sympathetic to Israel for years and have even been labeled “Zionist agents” in Iraq, Syria and Iran.

The addition of millions of potential Kurdish friends, for micro-sized Israel with a mere eight million inhabitants, could enhance the Jewish state’s security and regional position. While Jews were always considered politically and socially inferior in the Arab Middle East, Kurds generally did not discriminate against Jews, nor have they demonized Israel. In short, geography, history and destiny create natural affinities and interests between Kurds and Israelis’.

Er stonden een paar hartverwarmende Koerdische reacties onder het stuk.

Bahram Alexander Osmanov:

‘Shalom Israel!
Long have I waited for the jewish journalists and others to write about this possible alliance. Turks have shown their true face and attacked Israel verbally many times and even physically with the whole Mavi Marmara scenario.

It is time for Israel to understand that the only true friends for Israel in middle east would be a strong and united Kurds.

15th of september this year all Kurdish political powers will gather up in Erbil, the capital of Southern Kurdistan “Northern Iraq”. This is first time in Kurdish history where all Kurds sit and unite. 600 Kurdish political Members from all over Kurdistan and in Diaspora together with 300 guests from all over the world will gather up. I hope Israel will show up as well.

Long live Kurdistan and Israel! Natural Allies.’

Een Koerd uit Noord Irak:

‘hello my israeli friends. I am a iraqi kurd and I can assure you that me and millions of other kurds absolutely love, support and wish israel the very best. I would love to see our 2 nations go side by side and enter into an intense economic and military relation. both you israelis and we kurds have suffered long enough by arab muslims. we have very much in common and should unite to protect our people from this threat. long live israel!’

Wat een hartverwarmende gedachte: een Koerdistan dat zich vriendelijke opstelt tegenover Israel. Waarom houden al onze goedmensen zich trouwens niet bezig met de Koerdische zaak? Die is eindeloos meer legitiem dan de Palestijnse zaak, daar de Koerdische zaak daadwerkelijk draait om nation building en hun zaak niet wordt misbruikt als middel ter vernietiging van een buurland. Dat de tegenstanders geen Joden zijn moeten de goedmensen dan maar even mee leven.

‘The law of immiseration’   

Onlangs kwam ik een intrigerende zinsnede tegen: misery increases to meet the means available for its alleviation.

Ik vond dit pareltje in het essay Free to choose door psychiater en schrijver Theodor Dalrymple, opgenomen in zijn bundel Life at the Bottom. Om mij maar even aan een Nederlandse vertaling te wagen: “misère neemt toe opdat het de middelen tot haar verzachting kan bevredigen” (andere vertaalsuggesties zijn meer dan welkom).  

Oftewel: misère en leed manifesteert zich, wiskundig gezien, als een functie van het aantal zorginstellingen en het beschikbare budget.

De hypothetische wet is overigens toe te schrijven aan een collega van Dalrymple, dr. Colin Brewer.  

De stelling stoelt vooralsnog niet op hard bewijs, maar het klinkt plausibel en is bovendien food for thought. Leon de Winter heeft ook veel geschreven over de verzorgingsstaat en raakt daarbij vaak eenzelfde snaar als Dalrymple. De afgelopen decennia zijn gekenmerkt door een trend van toenemend pathologiseren van gedrag dat voorheen wellicht als onwenselijk of onhandig werd beschouwd, maar geenszins als ziektebeeld werd gezien.

Het ziektebeeld Attention Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD) is hiervan het meest voorname voorbeeld. In de VS is het aantal ADHD diagnose van 1997 tot 2006 per jaar (!) met 3%(!) toegenomen. Een soortgelijke studie vermeldde een jaarlijkse toename in ADHD diagnosen van 5,5% tussen 2003 en 2007.

Vergelijkbare resultaten doen zich gelden op Europese bodem. Wat is er aan de hand?

Hebben onze kinderen de afgelopen twee decennia meer last van aandachtstekort en hyperactiviteit dan de miljarden kinderen die de aarde voorheen hebben bevolkt? Is het een medisch diagnostische trend, zoals bijvoorbeeld de meervoudige persoonlijkheidsstoornis die tussen 1980 en 1990 buitengewoon vaak gediagnosticeerd werd? (Even een kleine side note: de meervoudige persoonlijkheidsstoornis heet tegenwoordig dissociatieve identiteitsstoornis en wordt nog maar zelden gesteld en vaak niet meer als valide ziektebeeld beschouwd. In de volksmond heet deze aandoening Schizofrenie, maar dat heeft er niets mee te maken, die term heeft vooral betrekking op psychotische symptomen). Of zien wij hier The law of immiseration in werking? Waarschijnlijk is het een combinatie van beide, maar wat is het werkende mechanisme achter de laatste genoemde dan?

Dalrymple noch Brewer wijden na het poneren van hun veronderstelde wetmatigheid uit over de werking ervan. Zelf vermoed ik dat twee processen de wet in stand houden, als ooit blijkt dat de wet zowaar geldig is.

1. De zogenoemde ‘means available for its [misery] alleviation’ zijn zorginstellingen, al dan niet draaiend op belastinggeld. In zorginstellingen werken mensen die er het brood verdienen waarmee zij hun gezinnen voeden. De mensen die middels hun werk bij deze zorginstellingen hun gezin voeden, zijn gebaat bij een aanhoudende, en wellicht zelfs toenemende stroom van patiënten. Het valt niet uit te sluiten, en is op face value plausibel, dat instellingen die specifieke ‘aandoeningen’ behandelen, geneigd zijn inderdaad die specifieke diagnose te stellen, opdat hun werkgelegenheid niet opdroogt of zelfs toeneemt. Ik moet hier ook een opmerking in hun verdediging plaatsen. Zelf ben ik ook werkzaam op een gespecialiseerde zorginstelling, en het geldt voor bijna alle medewerkers van onze en soortgelijke instellingen, dat er een bepaalde conformation bias heerst waar het draait om diagnosen. Het komt voor dat we onze klinische vermoeden proberen te bevestigen, meer dan dat men bezig is echt met een open geest te diagnosticeren. Dit is te wijden aan het feit dat a) patiënten al door een centraal coördinatiepunt naar onze gespecialiseerde afdeling zijn doorgestuurd en er dus ook bij anderen elders op de ladder een vermoeden richting ons soort problematiek bestond en b) we zijn het best opgeleid in het detecteren van de problematiek waartoe onze afdeling is opgericht. Soms is er dus spraken van een hele licht vorm van: je kunt alleen zoeken wat je kent.

2. Mensen of ouders van kinderen waarbij een aandoening vermoed wordt, kunnen zich aangetrokken voelen tot de voordelen die de verzorgingsstaat beschikbaar maakt zodra er aandoening officieel gediagnosticeerd is. Een kind met ADHD kan bijvoorbeeld onder de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) aanspraak maken op een persoonsgebonden budget (PGB). Dit geldt als een ‘een extra budget waarmee ze zorg kunnen inkopen die nodig is voor het functioneren van hun kind.’ Het is goed gedocumenteerd hoe fraude gevoelig dergelijke overheidspotjes zijn.

3. Mensen gaan, in lijn met de trend uit de medische wereld, mee in het pathologiseren van hun eigen gevoelens en gedrag, waar dit voorheen als een natuurlijk onderdeel van het leven werd beschouwd. De vaststelling dat men dan wel aan een aandoening zal lijden, brengt hun in het hulpverleningscircuit.

Ik heb nu ADHD als voorbeeld gebruikt, maar de wonderlijke wereld van state benefits is lang, ook waar het draait om aandoeningen van een meer psychische dan lichamelijke aard. Het is eigenlijk een subversief systeem.

De combinatie van mechanisme 1, 2 en 3 vormen wellicht samen het werkende mechanisme achter “The law of immiseration: misery increases to meet the means available for its alleviation.”

De verzorgingsstaat blijft een gevaarlijk fenomeen. Het kan een tijdsgeest opleveren waarin lijden gangbaarder en wellicht zelfs rendabeler wordt dan leiden. Dit is in elk denkbaar opzicht onwenselijk.

De multi-culinaire samenleving   

Mijn ideale samenleving. Vrij, multi-etnisch, de moderniteit als onvervreemdbaar fundament en weerbaar.

Het concept van de multiculturele samenleving heeft gefaald. Dit is al lang geen taboe meer. Alle belangrijke West-Europese regeringsleiders als Merkel, Cameron, oud president Sarkozy, maar ook ons vorige kabinet hebben dit allang beaamd.

Wat echter consequent ontbreekt is een heldere duiding betreffende waarom de multiculturele samenleving gefaald heeft. Dit is begrijpelijk, want het is een harde boodschap en weinig mensen staan te springen om deze uit te spreken, maar here goes:

De multiculturele samenleving heeft gefaald. Dit komt echter niet door, om er maar een paar te noemen, door de Surinaamse gemeenschap, niet door de Antilliaanse gemeenschap, niet door de Poolse gemeenschap, niet door de Hindoestaanse gemeenschap, niet door de Chinese gemeenschap en niet door de Iraanse gemeenschap die de zweep der theocratie kent. Ja, er komt met name onder Antillianen en Polen veel criminaliteit voor, maar dit is niet het element dat een multiculturele samenleving onmogelijk heeft gemaakt.

De schuld van het falen van de multiculturele samenleving ligt bij delen van de overwegend Turkse en Marokkaanse islamitische gemeenschap. Delen van de islamitische gemeenschap onderscheiden zich namelijk op twee punten van de bovengenoemde gemeenschappen; de aanwezigheid van Westenhaat en het hanteren van een expansiegerichte ideologie. Het zijn deze elementen die een multiculturele samenleving onmogelijk hebben gemaakt. Criminaliteit speelt ook absoluut een rol, maar zolang criminaliteit geen intrinsiek element van een cultuur is hoeft dit de co- existentie van culturen niet te belemmeren. Wel verdient het aanbeveling raddraaiers met een dubbel paspoort gewoon uit te zetten.

 

Nog even voor de racisme roepers: ik doel hier op delen van de islamitische gemeenschap, niet de gehele islamitische gemeenschap.

Deze duiding is ongekend belangrijk, omdat het weglaten ervan onnodige kwetsuur veroorzaakt. Het falen van de multiculturele samenleving betekent namelijk niet dat culturen an sich niet samen kunnen leven. Het betekent slechts dat delen van de islamitische cultuur niet naast de Westerse cultuur kunnen leven. De kans is groot dat bij het geheel ontbreken van Westenhaat en islamitische ideologieën, een multiculturele samenleving een kans zou hebben.

De multiculturele samenleving is misschien wel afgedankt in theorie, maar het is nog steeds de werkelijkheid waarin wij leven. En de destructieve krachten die voor problemen zorgen zijn nog steeds levendig. Sterker nog, ze zullen in de toekomst naar alle waarschijnlijk aan kracht winnen.

Het wordt niet vaak gezegd, maar de islamistische machtsovername in de islamitische wereld brengt risico’s met zich mee voor het integratieproces van moslims in het Westen. De nieuwe islamitische regimes zullen zich inzetten voor het verspreiden van hun ideologie in het Westen en waar mogelijk zullen zij invloed uit willen oefenen op hun onderdanen in het buitenland.

Het is tijd de multiculturele samenleving definitief de deur te wijzen en te vervangen met iets dat wel werkt. Ik pleit voor: de multi-culinaire samenleving.

Een samenleving waarin elk aspect van iemands cultuur welkom is, zolang dit niet onverenigbaar is met de moderniteit. Mijns inziens zijn deze aspecten van andere culturen zelfs een verrijking voor Nederland. Iedereen die bereid is zich te houden aan dit ideaal zou dan ook in alle oprechtheid omarmd moeten worden. Voor islamisten gaat een ander verhaal op.

 

Binnen het kader van onze grondwet hebben islamisten het recht, en volgens hun islamitische bronnen de plicht, om onze beschaving te ondermijnen. Binnen datzelfde kader hebben wij het recht, en in mijn ogen de plicht, hun poging hiertoe te saboteren. Dit betekent dat wij islamistische organisaties consequent moeten volgen en hun ware intenties altijd moeten duiden.

Maar het kan zijn dat er zich ooit een tijd voordoet waarin het duiden van ware intenties en het aangaan van debatten niet meer volstaat. Er kan een tijd aanbreken waarin islamistische enclaves zich niet meer middels de rede laten ontmantelen. Wat dan?

Gevoelsmatig is dit een simpele zaak: relevante individuen identificeren, oppakken, uitzetten naar het land dat vermeld staat op het tweede paspoort en de organisaties onklaar maken. Juridisch ligt dit echter lastig.

In het Westen eren wij het meest verlichte document dat ooit is samengesteld: de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, geïnstitutionaliseerd op Europees niveau in het Europese hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Meer dan eens verhindert dit hof het uizetten van ongewenste personen, zelfs als het gaat om terrorisme verdachten. Meestal beroept het hof zich op artikel 3 en artikel 8.

Artikel 3 van het EHRM verbiedt het personen uit te zetten naar gebieden waar zij kans lopen op vervolging of foltering, het zogeheten verbod op refoulement. Het is beslist zo dat repressieve seculiere regimes islamisten decennia lang hebben vervolgd en gemarteld. De kans is echter groot dat als de islamistische storm die door de islamitische regio trekt is uitgekristalliseerd, uitgezette islamisten daar als helden zullen worden onthaald.

Artikel 8 stelt dat een ieder recht heeft op een onverstoord gezinsleven. Dit houdt in dat het Westen ongewenste figuren niet uit mag zetten, als dit als een inbreuk op hun gezinsleven wordt beschouwd.

Volgens de conventionele opvatting gelden universele mensenrechten voor iedereen, zonder uitzonderingen. De islamitische wereld denkt hier heel anders over, blijkens de uit 1990 stammende Cairo Verklaring van de Mensenrechten in de islam, uitgegeven door de OIC. Hierin wordt gesteld dat mensenrechten alleen geldig zijn als ze compatibel zijn met de sharia.

Maar net als de OIC, heb ik gevoelsmatig ook mijn vraagtekens bij de universaliteit van mensenrechten. Gevoelsmatig komen mensenrechten alleen hen toe die zowaar een boodschap hebben aan mensenrechten. Wat ik bedoel is dat islamisten zich wat mij betreft niet op universele mensenrechten hoeven te beroepen als wij ze uit willen zetten, aangezien hetgeen zij beogen is: de complete onderwerping van de cultuur die de universele verklaring van de mensenrechten in eerste instantie heeft gerealiseerd.

De multi-culinaire samenleving is een vrije en multi-etnische samenleving waar elke vorm van cultuur welkom is zolang deze verenigbaar is met de moderniteit, plus de garantie dat overmatige islamistische invloeden op wettige wijze ongedaan gemaakt kunnen worden. Niet door heropvoedingskampen en andere enge toestanden. Maar gewoon door het, indien nodig, afnemen van Nederlandse paspoorten en een enkele vlucht richting het land dat vermeld staat op het overgebleven paspoort.

Elementen van de islamitische gemeenschap zijn een probleem, maar onze cultureel masochistische en weerloze tijdsgeest is het grootste probleem. Islamisten hebben de Westerse beschaving op overte of coverte wijze de culturele oorlog verklaard. Het is aan ons, de erfgenamen van de moderniteit, deze verklaring in gelijke munt te beantwoorden. Dit impliceert geen gewapende strijd, maar het besef dat er aan momentum winnende krachten spelen die de moderniteit ongedaan willen maken, en dat wij hier binnen het kader van onze wetgeving, naar mogen handelen. 

Ook betekent het dat wij wellicht ooit iets moeten doen dat onze huidige wetgeving nog niet toestaat: het uitzetten van islamisten, omwille van het behoud van Westerse soevereiniteit op westers grondgebied. 

CNN sloopt Obama over Benghazi affaire   

Gisteravond heb ik met open mond gekeken naar een speciale CNN repo van Erin Burnett. De verbazing werd niet veroorzaakt door de feiten die de revue passeerde, maar door de toon en conclusie van de repo.


Dit is niet de gehele uitzending maar een samenvatting. Een aantal zaken vielen mij op. De krediet die de vier slachtoffers werd toegeschreven overtuigde mij van de emotionele doorleving van dit onderwerp, bij de redactie. Dit verbaasde mij. CNN is een netwerk met een globalistische insteek en behoren in mijn ogen nog steeds wel tot het linkse media establishment. Toch had ik bij deze aflevering het gevoel dat ik eigenlijk naar een reportage van Fox zat te kijken, en dat bedoel ondanks de vele gebreken en rariteiten van FOX, op een goede manier. De repo ademt patriottisme, en dat ben ik niet gewend van CNN.

Daarbij werden Obama en Clinton genadeloos gesloopt. Er wordt afgerekend met de claim dat de aanval te maken had met de film ´Innocence of Muslims´, en er wordt zonder terughoudendheid gesteld dat de administratie kennis had van de militaire noodzaak, maar besloot niet in te grijpen. Ook wordt bloot gelegd dat de administratie willens en wetens de termen ´Jihadisten´ en Al-Qaida gelieerde groeperingen uit de documenten heeft gefilterd, om er een apologetische term voor in de plaats te zetten.

Maar ze gaan nog verder. Er wordt met kracht benadrukt dat Obama zijn belofte de daders te zullen vinden en berechten, nog niet eens bij benadering heeft ingelost. CNN maakt pijnlijk duidelijk dat het onderzoek feitelijk nog niet eens is gestart. Zij doen dit door middels eigen onderzoek journalistiek gewoon zelf oog in oog te komen met de hoofdverdachten. Deze verdachten geven aan nog nooit benaderd te zijn door welke buitenlandse mogendheid dan ook. Conclusie: er is een onderzoek beloofd, maar nooit geweest.

CNN trekt een gezonde conclusie: Obama illustreert dat een ambassadeur van het machtigste land op aarde gesloopt kan worden, zonder dat er ook maar enige consequenties zijn. Dit is macht in verval, en dat doet pijn. Ik ben van de Reagan school: Peace through strength; If you can’t make ‘em see the light, make ‘em feel the heat. Tolerantie en appeasement nodigt uit tot agressie.

Burnett gaat trekt zelfs de conclusie dat Obama het incident heeft misbruikt om herkozen te worden en dat politiek boven patriottisme werd verkozen. Ik heb nooit zoveel gehad met de gedachteschool dat Obama eigenlijk een subversieve moslim is, maar dat het een President is die er een puinhoop van maakt, dat staat vast. 

De India – Israel connection   

Wat duiding door Israëlische, Indiase en Pakistaanse analisten.

Het is wel belangrijk op te merken dat deze banden zich vooral achter de schermen afspelen. De officiële rethoriek vanuit Dehli is namelijk nog altijd vaak anti-Israëlisch waar het draait om de Palestijnse zaak, zij veroordelen Iran nooit als Iran weer eens claimt Israël van de kaart te vegen en India stemt in VN verband vaak tegen de (directe) belangen van Israël in.

Maar naast retoriek en uiterlijk vertoon, is de bilaterale band tussen beide landen juist bijzonder sterk. In de civiele sector loopt de bilaterale handel tot in de velen miljarden, denk hierbij aan medicijnen, software en medicijnen en irrigatietechnieken.

Maar wat vooral tekenend is voor de daadwerkelijke soliditeit van hun betrekkingen, is dat hun grootste bilaterale handelsposten militair van aard zijn. Zo is Israël aan India waarschijnlijk de grootste leverancier van wapentuig. Zie bijvoorbeeld het coverplaatje; dit zijn Indiase paratroopers met de Israëlische Tavor assault rifle. Er zijn samenwerkingsverbanden op de meest gevoelige terreinen zoals militaire inlichtingen, militaire technologie en contraterrorisme.

Desondanks is er in beide directies nog nooit een premier of presidentsbezoek geweest. En dit omdat India dit afhoudt. Het is goed mogelijk dat een dergelijke actie een explosie van woede zou veroorzaken onder de islamitische populatie van India, die toch zeker 13% telt.

India is bovendien een van de weinige landen in de regio dat als niet- islamitisch land te maken heeft met de dreiging van islamitisch terrorisme en dat creëert ook een vanzelfsprekende band. 

Ik zou het natuurlijk allemaal op kunnen schrijven, maar het onderstaande filmpje biedt een heldere kijk op de Israel/India connection. De bewegende beelden doen het altijd net iets meer leven dan een stukje tekst. Analisten uit beide landen komen aan het woord, de moeite waard! Enjoy!

Arbeidsethiek: de eroderende vader van beschaving   

‘In the end, more than freedom, they wanted security. They wanted a comfortable life, and they lost it all – security, comfort, and freedom. When the Athenians finally wanted not to give to society but for society to give to them, when the freedom they wished for most was freedom from responsibility, then Athens ceased to be free and was never free again’. Aldus de 18e eeuwse historicus Edward Gibbon.

De overeenkomsten tussen onze hedendaagse samenleving en het toenmalige Athene zijn talrijk. De cyclus waarin collectieve welvaart wordt opgevolgd door een mindset waarin het bestaan en voortbestaan van welvaart voor lief wordt genomen, of nog erger, als onvervreemdbaar natuurrecht wordt beschouwd, is verre van nieuw. Is dit een sociologische wetmatigheid? Het heeft er alle schijn van.

De arbeidsethiek die de grondslag is voor het ontstaan en in stand blijven van welvaart, lijkt naar de achtergrond te verdwijnen zodra een bepaalde mate van welvaart voor een gehele samenleving beschikbaar is. Maar waarom gebeurt dit?

Ten eerste zal de menselijke psyche in veel gevallen, net als water, de weg van de minste weerstand zoeken. Ten tweede is het menselijk dat men alleen van gedrag verandert als men daadwerkelijk een voelbare consequentie van onwenselijk gedrag ondergaat. Deze twee eigenschappen worden maximaal geprikkeld in een collectief welvarende (stads)staat. De uitkeringsmentaliteit die zowel in het moderne Westen als in het oude Athene heerste is een typische weg van de minste weerstand. Een gratis leven, met gratis comfort en gratis voorspoed; deze prikkel is door alle tijden heen ongekend verleidelijk gebleven.

Maar dit luie en decadente gedrag resulteerde nooit in een daadwerkelijk gebrek aan levensmiddelen, omdat het welvaartsniveau dusdanig was dat iedereen kon worden voorzien. Daarom was en is er voor de menselijke geest, die alleen leert van pijn en leed, geen reden het gedrag te veranderen.

Maar net zoals in het oude Athene zal ook het moderne Westen maar voor een zeer beperkte tijd een luie bevolking in hun behoeften kunnen voorzien, voordat de cake op is.

Wil men relatief houdbare welvaart bereiken – relatief met het oog op de historische wetmatigheid van het opkomen en verdwijnen van beschavingen – dan is het van absoluut cruciaal belang dat de arbeidsethiek die in eerste instantie heeft geleid tot welvaart, doelbewust en actief als lovenswaardig element van een cultuur behouden blijft. Wil men welvaart in stand houden, dan moeten er cultuurbewakers zijn die zorgen dat de arbeidsethiek niet ingeruild wordt voor decadentie en entitlements. En nee, deze cultuurbewaking is geen verantwoordelijkheid van de overheid, het is de verantwoordelijkheid van de bevolking.

De enige verantwoordelijkheid die de overheid in dezen heeft, is te zorgen dat het niet mogelijk is welvaart en comfort te genieten buiten de eigen inspanningen om, op kosten van anderen. Zoals De Tocqueville stelde: ‘When the public discovers they can vote themselves money from the public treasury, the [American] experiment will be over’. Of nog treffender, Thomas Jefferson: ‘Democracy will cease to exist when people realize they can vote themselves more money’.

Onze tijdsgeest waarin het gangbaar is meer rechten dan plichten te ervaren, is een teken van verval en zou daadwerkelijk het einde van onze beschaving in kunnen luiden. Het is nog niet te laat, maar de tijd dringt wel. De arbeidsethiek die alle te genieten welvaart in eerste instantie heeft gerealiseerd, moet niet langer als cultureel relikwie beschouwd worden. Het dient wederom actief gepresenteerd te worden als een lovenswaardige en noodzakelijke instelling. Zo niet, dan rest er het verval. 

Er is een dwingende shockmethode om de oorspronkelijke arbeidsethiek bij wijze van spreken morgen terug te krijgen: maak het onmogelijk om via de overheid voorspoed en comfort te ervaren op kosten van anderen. Het ongedaan maken van onze socialistische tijdsgeest zal tot onherroepelijk gevolg hebben dat de oorspronkelijke arbeidsethiek wederkeert. Want het is werken voor je geld, of sterven in de goot. 

De EU-boycot van Westbank-producten steunt op twee foutieve premissen   

1. Nederzettingen staan in bezet gebied en 2. de nederzettingen zijn hét obstakel tegen vrede.

Door progressieven wordt vaak aangevoerd dat zij Israël wel degelijk een bestaan gunnen: achter de grenzen van voor 1967. Maar hiermee wordt eigenlijk gezegd: we gunnen Israël vrede, maar wel achter grenzen die niet te verdedigen zijn. Zonder Judea en Samaria ontbreekt het Israël volledig aan strategische diepte. Zonder deze streken is het land op zijn smalste punt slechts 15 (!) kilometer breed. Een degelijk infanterie bataljon legt deze afstand in een klein anderhalf uur af, en militaire vliegtuigen kunnen het in een ogenblik. Dit zou geen probleem zijn als Israël omringd was door goede vrinden, maar dit is zij niet.

Een favoriet mantra van de bashers is: ‘Stop de bezetting!’ Deze komt in een aantal varianten. De een roept om de stop van de bezetting van Oost-Jeruzalem en de Westbank, de ander roept om de stop van de bezetting van Palestina. Vooral die laatste variant is interessant, want het betekent of Israël gewoon even in zijn geheel wil stoppen met bestaan.

Bezet grondgebied; de term die door de media en internationale gemeenschap wordt gebruikt om de status van de Westbank te duiden. De wijdverbreidheid van deze term, impliceert echter niet dat deze correct gebruikt wordt.  Een belangrijk besef in het begrijpen van de correcte juridische status van de Westbank, is dat het gebied voor 1948 geen erkende soeverein had. 

Na de proclamatie van de staat Israël in 1948 vielen Egypte, Syrië, Libanon, Irak, Jemen, Saoedi Arabie en Jordanië de jonge staat Israel aan. Tijdens deze, door de Arabieren geïnitieerde vernietigingsoorlog, won Jordanië grond en bezette zij het gebied dat destijds bekend stond als Judea en Samaria. In 1950 doopte zij de streek om tot de Westbank. Zelfs de andere Arabische staten erkende de legaliteit van de Jordaanse bezetting van dit gebied destijds niet. 

Van 5 tot 11 juni 1967 woedde de zesdaagse oorlog. Israël zag zich wederom geconfronteerd met een Arabische vernietigingsoorlog. Om deze oorlog te overleven voerde Israel een offensieve verdedigingsoorlog waarbij met name de Israëlische luchtmacht de vijandelijke luchthavens en luchtmachten onschadelijk wist te maken voordat de fragiele grenzen van Israël onder druk kwamen te staan. In dit proces dreef Israël de Jordaniërs terug, en ‘heroverde’ hierbij de Westbank. Hier zit de crux.

Omdat het gebied voor de Jordaanse bezetting geen erkende soeverein had, en de Jordaanse bezetting niet als legaal is erkend, geldt de huidige Israëlische aanwezigheid ook niet als bezetting. Van wie bezetten zij dan immers land? Om deze reden is de enige juiste term: betwiste gebieden, net als bij andere soortgelijke casussen zoals West Sahara, Zubarah, Thumbs Island en nog een hele lijst aan gebieden

De Gaza-strip gold en de Westbank geldt als betwist gebied, omdat er voor de Israëlische aanwezigheid geen erkende soeverein van deze gebieden was. Een ander verhaal ging op voor de Sinai-woestijn en gaat nog steeds op voor de Golan hoogte, daar deze gebieden wel een erkende soeverein hadden voor de Israëlische aanwezigheid: Egypte en Syrië.

Tijdens de zesdaagse oorlog in 1967 veroverde Israël de Sinai-woestijn op Egypte. Volgens het internationaal recht mag een staat uit zelfverdediging een gebied tijdelijk bezetten. Hierbij geldt dat het gebied net zolang behouden mag worden als de dreiging, die in eerste instantie tot de bezetting leidde, blijft bestaan. Zo geschiedde het dus ook dat in 1978 Israël en Egypte de Camp David-akkoorden tekenden, waarop Israël zich terugtrok uit de Sinai-woestijn en het gebied terug gaf aan Egypte. 

Voor de Golanhoogte gaat een soortgelijk verhaal op, alleen bestaat er geen vredesbestand tussen Israël en Syrië. Zolang dit er niet is, heeft Israël het recht de Golanhoogte te bezetten omdat het van vitaal strategisch belang is voor de Israëlische veiligheid. Even samengevat: de Westbank is geen bezet gebied, maar betwist gebied. De Golan-hoogte is wel bezet gebied, maar niet wederrechtelijk.

Als de Israëlische aanwezigheid in de Westbank, vanaf 1967, de kern is van het voortduren van het conflict tussen Israëli’s en Palestijnen, waarom stelde het PLO-handvest uit 1964 dan in artikel 15 dat het hun doel was de gehele staat Israël te vernietigen? In dat jaar leefde er geen enkele Israeli in Judea of Samaria, maar volgens het handvest moest Israël alsnog in zijn geheel van de aardbodem verdwijnen.

Deze ’64 mentaliteit heeft zich sindsdien verankerd in de organisatie en is nog steeds expliciet van kracht in de PA, dat feitelijk gewoon de PLO met een ander naampje is. In 1993, tijdens de Oslo akkoorden zei Arafat ‘ja’ tegen vrede, maar zijn acties veroorzaakte de eerste gigantische golf aan terreur, de ‘intifada’ genaamd. In 2000, bood premier Barak de PA 93% van de Westbank aan, maar ze zeiden nee. In 2008 bood premier Olmert de PA bijna 100% van de Westbank aan en accepteerde bijna alle eisen, maar alweer wees de PA af. Ook nu weer lijkt Netanyahu bereid 86% van de Westbank over te willen dragen aan de PA, maar de uitkomst licht eigenlijk al vast: ze zullen het afwijzen want ze zijn niet geïnteresseerd in vrede. PA politici wijden al hun privileges, ja hun gehele politieke bestaansrecht aan het voortduren van het conflict. En zij zijn niet in staat de ‘vernedering’ te dragen de moslims te zijn die hun strijd tegen de Joden staken. De toorn en minachtig van de gehele islamitische wereld zou hen ten dele vallen.

Ik zeg niet dat dit geldt voor alle segmenten van de Palestijnse bevolking, maar de geschiedenis dwingt tot de conclusie dat de vertegenwoordigers van de Palestijnse bevolking in al hun hoedanigheden, nooit geïnteresseerd zijn geweest in vrede en zelfs nation building.

Toch meent de EU het nodig dat het verdwijnen van de nederzettingen de sleutel tot vrede is. Het ontmantelen van de Gaza-nederzettingen in 2005 heeft inderdaad fantastisch vredig uitgepakt.

Dergelijke EU-acties sterken mij temeer in mijn blijdschap over de soevereiniteit van Israël, en dat een Joodse staat beschikt over het lot van het Joodse volk. Wat wij vinden en willen doet er niet zo toe, en gelukkig maar.

Moslims voor vrede met Israel   

Het is mooi weer, dus laat ik de haatbaarden even voor wat ze zijn, en belicht ik iets dat te weinig naar voren komt.

Neemt u even vijf minuten de tijd om dit MEMRI filmpje te kijken. Het is een compilatie van islamitische geluiden die betere of zelfs vriendschappelijke betrekkingen met Israel bepleiten. Persoonlijk vind ik dit een hartverwarmend fenomeen, temeer omdat deze geluiden zich systematisch in een geïntimideerde en zelfs bedreigde minderheidspositie bevinden.

Het illustreert dat er elementen van de islamitische gemeenschappen voor rede vatbaar zijn, en in de kakofonie van Joden/Israel haat die op het web circuleert, is dat een geruststelling.

Aan de andere kant, waarom stelt het mij dan gerust? Het is niet alsof deze mensen in de nabije toekomst dan ook maar een deuk in een pakje boter zullen slaan, waar het internationaal islamitisch beleid betreft. Het is vooral dat dergelijke geluiden de veronderstelling – die op tijden erg plausibel lijkt – dat het ‘moslim zijn’ anti Israelische sentimenten als een wetmatigheid impliceert, toch een beetje ontkracht.

Ik zeg een beetje, want ik ben mij ten zeerste bewust dat deze stelling tot mijn verdriet meestal wel opgaat. Vorige week schreef ik over het historische precedent van liefde tussen Perzen en Joden. Het wordt vaak overdreven en ten onrechte té veel geïdealiseerd en er is bovendien helemaal niets meer van over, maar het is wel degelijk waar dat Joden een tijd lang veiliger en vrijer waren onder islamitisch bewind, dan onder Christelijk bewind.

Onlangs illustreerde het PEW research Centre nog een interessant fenomeen. De moslims die wereldwijd het meest positief tegenover Israel staan, zijn de moslims die in Israel wonen. Dit illustreert dat de meningen van niet Israëlische moslims op propaganda en verbogen waarheden stoelen, en dat Israëlische moslims die de Israelische realiteit dagelijks leven, hun land positiever taxeren dan de rest. Dit pleit voor de Israelische realiteit tegenover  gefabriceerde maar toch breed gedragen beeld dat er buiten Israel, over Israel bestaat.

Maargoed, nu ik toch de zomer in de bol heb, laten we dan even afsluiten met dit filmpje, dat ik minstens zo hartverwarmend vind. Een Arabisch-Joodse school, met het doel meer wederzijds begrip en vriendschap te creëren.

Ben ik van mening dat dergelijke projecten op de korte termijn een substantiële impact gaan hebben? Geenszins. Is het desondanks dapper en het koesteren waard? Absoluut. 

Hoe om te gaan met Marokkanenterreur?   

Onlangs schreef collega Niemoller over Marokkanenterreur en dit maakte dat ik andermaal uiteen wilde zetten waarom het een fantastisch goed idee is criminelen met een dubbele nationaliteit, het land uit te janken.

Ten eerste is de motivatie in zijn geheel niet racistisch van aard. Als het mogelijk was autochtone criminelen uit te zetten naar een plek waar zij ons niet langer kunnen deren, zou ik hier ook voor pleiten. Het is echter onmogelijk om iemand stateloos te maken, daarom is een dubbele nationaliteit een vereiste.

Men moet zich altijd afvragen wat het doel is van het opleggen van straffen. Het antwoord hierop luidt natuurlijk: het verkrijgen van vergelding en het voorkomen van recidive. Zodra een straf één of beide doelen niet realiseert, moet naar alternatieven gezocht worden. Anders zijn de straffen immers niets dan verspilling van tijd en belastinggeld.

Het is bekend dat onder met name Marokkaanse criminelen een gevangenisstraf zelden de bovengenoemde doelen realiseert. Een gevangenisstraf wordt door hen vaak gezien als statussymbool, en de slachtoffers en samenleving verkrijgen geen vergelding door een crimineel meer status in zijn gemeenschap te verlenen. Toch?

Wat het voorkomen van recidive betreft kan men kort zijn: het werkt niet omdat zij een gevangenisstraf niet vrezen.

Deze constatering kan maar in één richting leiden: bedenk iets dat wel werkt. Het uitzetten (onder nog te formuleren voorwaarden) van criminelen met een dubbele nationaliteit, voldoet in tegenstelling tot huidige straffen absoluut aan de voorwaarden van vergelding en voorkoming van recidive.

In tegenstelling tot een luxe gevangenisstraf samen met lot en landgenoten is een retourtje naar het land dat vermeld staat op het tweede paspoort een uitermate gevreesde sanctie. Dit is zeer begrijpelijk, want het is goed toeven in Nederland. Zelfs een Nederlandse gevangeniscel is vaak humaner dan de gemiddelde levensstandaard in bepaalde landen.

De kans is heel groot dat wanneer deze soort straf van kracht is, criminaliteit in o.a. Marokkaanse kringen daadwerkelijk zal dalen. Simpelweg omdat de consequentie van een misdaad dan zowaar gevreesd wordt.

Dus geen karatelessen meer voor deze pracht en kansjongeren, zoals enige tijd geleden nog werd aangeboden. Tot mijn schaamte heeft zelfs professor Barry Rubin hier een tijd terug over bericht. Hier wordt niets mee bereikt dan nog meer minachting voor deze maatschappij. Hoe moet een straatterrorist respect en ontzag krijgen voor de autoriteiten, als zij hem als straf gratis karateles verschaffen? Deze jongens hebben geen boodschap aan onze postmoderne aanpak.

Zij luisteren naar de taal die de politie in Noord Afrika spreekt, en die is hard.

Een enkeltje retour naar het land dat vermeld staat op het tweede paspoort zal hét gewenste effect sorteren namelijk: eindelijk een daling in de criminaliteit omdat de straf gevreesd wordt, en van de daders zelf heeft onze samenleving nooit meer last. Het is hard, maar hard is goed, als het werkt.

De historie van liefde tussen Perzen en Joden   

Ik heb het altijd een hartverwarmend fenomeen gevonden dat terwijl Iraanse staatshoofden ertoe oproepen Israel van de kaart te vegen en de Israëlische regering genoodzaakt is zich hier tegen te wapenen, Iraanse en Israelische burgers zich inzetten hun genegenheid en soms zelfs liefde voor elkaar te tonen.

  

Dit is mooi en er zijn tal van dergelijke afbeeldingen, maar wat minder bekend is, is dat goede betrekkingen tussen Perzen en Joden een ijzersterk historisch precedent kennen.

De Joden waren in tegenstelling tot breed gedragen perceptie niet de enige mensen van hun tijd die een concept van een geloof in één enkele universele en ethische god ontwikkelden. Ver naar het oosten, in Iran, ontstegen twee bevolkingsgroepen, bekend als de Meden en de Perzen hun heidense overtuigingen en ontwikkelden een geloof in één enkele godheid, de ultieme kracht van het goed, constant in strijd met de krachten van het kwaad. Dit geloof wordt geassocieerd met de profeet Zoroaster, wiens geschriften bewaard zijn gebleven in een zeer oude vorm van Perzische taal.

Een tijd lang leefden de Joden en Zoroastriers zonder van elkaars bestaan af te weten, maar hier kwam verandering in. In 586 v.C werd Jeruzalem veroverd door Nebudchadnezzar, de koning van Babylonië. Het Joodse koninkrijk ging ten gronde en de Joodse tempel werd vernietigd. Zoals destijds gebruikelijk werd het veroverde volk in gevangenschap naar Babylonië gestuurd.

Enige decennia later werden het Babylonische keizerrijk echter zelf ten val gebracht, en wel door de grondlegger van een nieuw Perzisch keizerrijk: ‘Cyrus the Mede’. Tussen de vele volkeren die Cyrus tijdens zijn campagnes veroverde, viel het zowel de Joden als Cyrus zelf op dat zij een bepaalde kijk op ethiek en religie in gemeen hadden. Cyrus onthief de Joden uit hun gevangenen status en stond hen toe terug te keren naar het land van Israel. Maar daar bleef het niet bij. Cyrus gaf de opdracht de Joodse Tempel te Jeruzalem te herbouwen, en wel op kosten van zijn regering! De Joodse dankbaarheid en bewondering voor Cyrus klinkt dan ook luidkeels door in de Hebreeuwse bijbel en er wordt hem meer respect toegeschreven dan welke niet-Joodse leider dan ook. Het laatste hoofdstuk van het boek van Isaiah bijvoorbeeld, geschreven vlak na Babylonische gevangenschap, over Cyrus: ‘He is my shepherd, and shall perform all my pleasure: even saying to Jerusalem, Thou shalt be built, and to the temple, Thy foundation shall be laid (44:28)’. Of: ‘Thus saith the Lord to his anointed, to Cyrus, whose right hand I have holden, to subdue nations before him… (45:1)’.

Theologen suggereren vaak dat de verschillen tussen de boeken van de Hebreeuwse bijbel voor en na de Babylonische gevangenschap deels toe te schrijven zijn aan de religieuze invloeden van het toenmalige Iran. Het betreft hier vooral de verdere uitwerking van de kosmische strijd tussen goed en kwaad waarin de mensheid een rol speelt, de meer expliciete uitwerking van een veroordeling en een bestaan na de dood, alsmede het idee van een gezalfde redder van heilige komaf die aan het eind der tijden zal verschijnen om de strijd tussen goed en kwaad te beslechten. De invloeden hiervan op het latere Jodendom en Christendom zijn evident. 

De Joods-Iraanse connectie had destijds ook politieke implicaties. De Joden dienden Cyrus zowel in hun thuisland als daarbuiten trouw, en werden door de Romeinen immer verdacht van sympathie of collaboratie met de Perzen.

Terug naar het heden. De Iraanse staatsvijandigheid jegens Israel is expliciet en niet te ontkennen, maar nog blijft het een waarheid dat Iran huis is van de langste successief  aanwezige Joodse gemeenschap op aarde.

Mochten de Perzen er ooit in slagen hun regime ten val te brengen, dan zijn goede, of zelfs warme betrekkingen tussen Iran en Israel waarschijnlijk. Het blijft een hartverwarmende gedachte. 

Hayek over sociale rechtvaardigheid   

Een ineptocracy is: ‘a system of government where the least capable to lead are elected by the least capable of producing, and where the members of society least likely to sustain themselves or succeed, are rewarded with goods and services paid for by the confiscated wealth of a diminishing number of producers.’

Een dergelijk systeem ligt op de loer zolang, en wordt meestal geïnitieerd onder luidkeels gescandeerde roepen om sociale rechtvaardigheid. Ik heb er al eens eerder op gewezen, maar de argumenten van Hayek tegen de herverdeling van welvaart zijn zo goed, dat ik het een herinnering waard vind.

Onder invloed van het socialisme is de roep om ‘sociale rechtvaardigheid’, de gelijkere verdeling van materiële welvaart, een krachtig fenomeen geworden. 

Hayek stelt dat vrijheid bestaat bij de gratie van the rule of law. Een wetsysteem dat vrijheid effectief wil waarborgen heeft o.a. als voorwaarde dat ieder individu gelijk is voor de wet. De wet behandelt iedereen gelijk.

Mensen zijn echter per definitie ongelijk. Een systeem dat ongelijke mensen gelijk behandelt, creëert dus onvermijdelijk ongelijke uitkomsten. Hayek merkt hierbij op dat gelijkheid voor de wet en sociale rechtvaardigheid niet alleen van elkaar verschillen, maar dat zij elkaar uitsluiten.

Gelijke verdeling van welvaart is namelijk alleen te bereiken als mensen fundamenteel ongelijk zijn voor de wet. De herverdeling van welvaart gebeurt immers door welvarende individuen percentueel hoger te belasten dan minder welvarende individuen. En dat is ongelijkheid voor de wet.

Maar hoe zit het dan? Zijn voorstanders van een vrije markt systeem dan voorstanders van sociale onrechtvaardigheid?

Hayek heeft hier het volgende antwoord op. Hij stelt dat het simpelweg fout is de term ‘rechtvaardig’ toe te passen op onpersoonlijk fenomeen als een marktproces. Rechtvaardigheid is iets dat men alleen toe kan schrijven aan menselijk handelen. De acties van een organisatie of individu mogen als rechtvaardig of onrechtvaardig worden beschouwd.

Het marktproces dat een bepaalde verdeling van inkomsten realiseert, is echter niet het resultaat van iemands ontwerp. Het is een onpersoonlijk en onpartijdig systeem. Daarom is het volstrekt ongepast om te spreken van een onrechtvaardige verdeling van inkomsten.

De situatie van een minder bedeelde partij is dan eerder te omschrijven als ongelukkig, maar niet als onrechtvaardig. Men spreek immers ook niet van onrechtvaardigheid als een geliefde komt te overlijden of als men een ziekte krijgt, want dit is niet het resultaat van iemands ontwerp.

Ten derde stelt Hayek dat zelfs als men welvaart zou willen herverdelen, het niet duidelijk is op welke gronden dit zou moeten gebeuren. Een populaire suggestie is dat dit zou moeten gebeuren op basis van merit, ook wel verdiensten. Deze notie stuit volgens Hayek echter ook op een probleem.

Verdiensten zijn namelijk niet een kwestie van objectieve uitkomst, maar van een subjectieve inzet. Een poging om een waardevol resultaat te bereiken kan ondanks het verdienstelijke karakter van de poging, eindigen in een mislukking. Tevens kan een willekeurig succes het resultaat zijn van toeval en dus los staan van verdiensten.

Een systeem dat iemand zou belonen op basis van hun inzet, ongeacht de uitkomst, zou ook perverse toestanden tot gevolg hebben. De minst begaafden zouden de meeste inzet moeten tonen om een resultaat te behalen, en daarom de meeste beloning krijgen. Begaafden die iets minder inzet nodig hebben om eenzelfde resultaat te bereiken, zouden minder beloond worden.

De subjectiviteit van inzet en verdiensten maakt een dergelijk systeem dus onmogelijk.

Hayek was overigens niet tegen een sociaal vangnet. Hij stelt over landen met een welvaartsniveau als dat van de VS en Engeland dat: ‘there can be no doubt that some minimum of food, shelter, and clothing, sufficient to preserve health and the capacity to work can be assured to everybody’ en ook dat de staat ‘should assist the individuals in providing for those common hazards of life against which, because of their uncertainty, few individuals can make adequate provision’.

Maar het beste argument voor een vrije marktsysteem tegenover een socialistisch herverdelend systeem, is het volgende: De eerstgenoemde vorm van samenleving heeft geleid tot een spectaculaire algemene verbetering van de kwaliteit van leven. De vrije markten hebben inderdaad geleid tot een ongelijkheid in inkomen, maar het heeft tegelijkertijd geleid tot een drastische toename van de totale welvaart. Oftewel, door de vrije markt is de grote van de totale taart die verdeeld kan worden toegenomen, en hiervan plukt de gehele mensheid de vruchten.

Dit punt wordt op prachtige wijze gemaakt door Peter Saunders, in zijn stuk ‘Why capitalism is good for the soul’;

‘The way capitalism has enhanced people’s capacity to lead a good life can be seen in the spectacular reduction in levels of global poverty, brought about by the spread of capitalism on a world scale. In 1829, 85% of the world’s population lived on today’s equivalent of less than a dollar a day. By 1950 this proportion had fallen to 50%. Today it is down to 20%… In 1900, the average life expectancy in the ‘less developed countries’ was just thirty years. By 1960, this had risen to forty-six years. By 1998, it was sixty-five years. To put this extraordinary achievement into perspective, the average life expectancy in the poorest counties at the end of the twentieth century was fifteen years longer than the average life expectancy in the richest country in the world – Britain – at the start of the century.’

(De inhoud van deze column leunt hevig op het werk van professor Bruce Caldwell over Friedrich Hayek, voornamelijk; Ten (mostly) Hayekian insights for the trying times enHayek’s challenge, chapter 13.)

DDS’er Timon Dias publiceert in Jerusalem Post   

Over Erdogans tirannie.Mijn op-ed van vandaag in de hard-copy van ‘Israel’s best selling English daily and most-read English website’ over hoe de EU medeplichtig is aan de consolidatie van de macht van Erdogan, en hoe Erdogan tijdens zijn burgermeesterschap van Istanbul al uitlegde waarom zijn ideologie inherent tiranniek is:

But over time, a worrying dynamic revealed itself: The western view on Islamic religious political movements changed, while the core ideology and intentions of these movements did not change one bit.

The West somehow stopped seeing political Islam as a hostile ideology, and on this newly found pink cloud started to actively aid the consolidation of Islamist power, particularly in Turkey.

Lees verder hier.

Van Bach tot Bernstein met Boomsma en Baudet   

De u aller bekende Arie Boomsma en Thierry Baudet zijn een nieuw project begonnen.

Ditmaal geen kruisvaart tegen de EU of een programma over pesten en gepest worden, maar een… ach, laat het ze maar even zelf vertellen eigenlijk!

Naast de 10 voor alliteratie, enthousiasmeert dit project mij om drie redenen. Ten eerste keren zij zich tot crowdfunding. Een manier om de voorwaarde scheppende subsidie kanalen te ontlopen en bovendien de aanstaande doelgroep bij het project te betrekken, hetgeen hen het gevoel kan geven dat het project toch ook een heel klein beetje van hun is. Mocht u net als ik interesse hebben beide heren op bescheiden wijze te steunen, volg dan deze link.

Ten tweede behoor ik zelf regelrecht tot de doelgroep. Ik vind klassieke muziek prachtig, alleen heb ik geen idee hoe ik er eigenlijk naar moet luisteren, wat het nu zo mooi maakt en hoe het tot stand is gekomen.

Ten derde vervult dit project in mijn ogen een belangrijke culture functie. Klassieke muziek is bij uitstek een product van Westerse bodem, en geldt als een zeer succesvol export product. Het bereikt publiek en wordt inmiddels gespeeld en gecomponeerd in landen als China, Japan, Zuid-Korea en zelfs Turkije. In tegenstelling tot in Turkije heeft klassieke muziek overigens nooit echt pols gevat in het Arabische Midden-Oosten, wat dan bijvoorbeeld weer niet geldt voor film: de Egyptische filmindustrie is op Holly en Bollywood na, de grootste op aarde.

De culturele functie van dergelijke projecten is dat het Westerlingen weer in verbinding tracht te brengen met de Westerse beschaving. In de postmoderniteit is men geneigd te denken dat de vrijheid en het humanisme waarin wij leven een eindpunt van culturele ontwikkeling is, dat, al ware het een wetmatigheid, gewoonweg bereikt is. Men is zich maar zeer matig bewust van de bronnen en gebeurtenissen die deze cultuur mogelijk hebben gemaakt.  

Nu zou het geen stand houden te zeggen dat klassieke muziek een bron van beschaving is, maar het is wel degelijk een symptoom van beschaving. Een beschaving waarin soms eindeloos complexe muziekstukken worden gecomponeerd en vervolgens door een publiek correct op hun artistieke waarde worden getaxeerd, is tevens een beschaving waarin het zeer complexe proces van staatsinrichting een uitkomst kan hebben waarin iedereen zijn waardigheid behoudt. Een proces dat eigenlijk tot nog toe alleen in het Westen en in een verschillende maar vergelijkbare mate in Zuid-Korea en Japan en Taiwan is geslaagd. Een leuk detail is overigens dat klassieke muziek zeer gewaardeerd wordt in de laatst genoemde Aziatische landen.

Mensen bewust maken van klassieke muziek is eigenlijk onderdeel van wat met Bildung is gaan noemen. Zoals Bart Jan Spruyt aanhaalt: “Bildung is kennis in de zin van vorming, algemene ontwikkeling, cultureel alfabetisme. Het gaat niet alleen over wat je weet zodat je een beroep kunt uitoefenen, en over de vaardigheden die je daarvoor nodig hebt, maar ook, en vooral, over de gehele mens. Die moet cultureel gevormd zijn en karakter krijgen.”

Culturee alfabetisme, ik vind het treffend verwoord. De reden dat dit project mij zo aantrekt, is dat ik mij temeer besef nog altijd meer een cultureel analfabeet dan alfabeet te zijn. Daarom draag ik iets bij aan het project van Boomsma en Baudet, wellicht beslist u hetzelfde.

Nederland betaalt buitenproportioneel veel aan de ‘Palestijnse zaak’   

Tijd voor wat cijfers. Het Westen betaalt de ‘Palestijnse zaak’ en de islamitische wereld die immer overvloeit van liefdevolle retoriek jegens de Palestijnen, betaalt geen zak.

The United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East, ookwel UNRWA, is het VN orgaan dat belast is met het verzachten van Palestijns leed. Het zijn zeg maar, de profs van het solidariteitsspelletje. Zij hebben kantoren in Gaza en de Westbank en zo´n beetje alles dat de Palestijnen nodig hebben maar zelf niet kunnen produceren, betaalt de UNRWA. Dit is niet naargeestig of zelfs cynisch bedoeld, maar dat betreft dus eigenlijk bijna alles dat de Palestijnen nodig hebben.

Even een klein detail dat de grootte van het UNRWA budget verklaart: als enige (!) ‘bevolkingsgroep’ in de geschiedenis worden de nakomelingen van de ontheemde Palestijnen uit 1948, die destijds zo’n 750,000 telden, nu ook als nog steeds als officiële vluchtelingen aangemerkt. Inmiddels is men al bij de 4e generatie aanbeland en telt het aantal ‘vluchtelingen’ nu zo’n 4,5 miljoen. Toch een niet onaardige stijging terwijl de Joden zogenaamd genocide tegen de Palestijnen plegen, toch Greta en Dries? Maar dat is detail.

De Palestijnen zijn de zwaarst gesubsidieerde groep mensen in de geschiedenis van geld. Maar wie betaalt de rekening? Immers, there’s no such thing as public money, there is only tax-payer’s money.

Het totale UNRWA jaarbudget uit 2012 bedroeg $891,848,746. Het kleine Nederland dat krap 17 miljoen inwoners telt, is ondertussen de op zeven na grootste donateur aan de Palestijnse zaak met $24,581,799.

In totaal betalen met $644,697,964 de VS, EU, VK, Zweden, Noorwegen, Duitsland, Nederland en Japan, 72,8% van het gehele UNRWA budget. En vergeet niet dat de bijdrage die de op één na grootste donateur – de EU – natuurlijk ook al een Nederlands belasting aandeel met zich meedraagt.

De eerste islamitische donorstaat komt op nummer 12: Saoedi Arabie. Het land met goudbelegde Boeing 747’s en paleizen voor elke prins is voor $12,030,540 solidair met het Palestijnse broedervolk. Het steenrijke Qatar droeg in 2009 een ruimhartige $150,000 bij, en kon ik in 2012 niet eens op de lijst bekennen. Islamitische solidariteit, het mag wat waard wezen…

Westerse uitgaven zouden te rechtvaardigen zijn als het geld goed werd besteed en het daadwerkelijk bijdroeg aan het verzachten van leed en het bevorderen van vrede. Maar geen van dit is het geval. Neemt u even de tijd om dit stuk van professor Barry Rubin te lezen, waar hij haarfijn uitwerkt hoe intens corrupt de PA is, het orgaan dat belast is met het besturen van de Palestijnen in de Westbank. Even als teaser: het persoonlijke vermogen van PA president Abbas, wordt geschat op 100 miljoen dollar…

Maar er is nog een veel ernstigere consequentie aan deze decadente Westerse geldsmijterij: het houdt Palestijnen afhankelijk en incapabel en sponsort bovendien een youth buldge die de kans op geweld exponentieel verhoogt. Leon de Winter haalt in een column het werk van de Duitse socioloog en econoom Gunnar Heinsohn aan. Heinsohn suggereert in zijn Söhne und Weltmacht uit 2003, een causale correlatie tussen het aantal zonen dat een vrouw baart en de kans op geweld.

Heinsohn over het effect van een youth-buldge: ‘In such “youth bulge” countries, young men tend to eliminate each other or get killed in aggressive wars until a balance is reached between their ambitions and the number of acceptable positions available in their society. In Arab nations such as Lebanon (150,000 dead in the civil war between 1975 and 1990) or Algeria (200,000 dead in the Islamists’ war against their own people between 1999 and 2006), the slaughter abated only when the fertility rates in these countries fell from seven children per woman to fewer than two. The warring stopped because no more warriors were being born.

In Gaza, however, there has been no demographic disarmament. The average woman still bears six babies. For every 1,000 men aged 40-44, there are 4,300 boys aged 0-4 years. In the U.S. the latter figure is 1,000, and in the U.K. it’s only 670.

And so the killing continues. In 2005, when Israel was still an occupying force, Gaza lost more young men to gang fights and crime than in its war against the “Zionist enemy.” Despite the media’s obsession with the Mideast conflict, it has cost many fewer lives than the youth bulges in West Africa, Lebanon or Algeria. In the six decades since Israel’s founding, “only” some 62,000 people (40,000 Arabs, 22,000 Jews) have been killed in all the Israeli-Arab wars and Palestinian terror attacks. During that same time, some 11 million Muslims have been killed in wars and terror attacks — mostly at the hands of other Muslims.’

Heinsohn over Gaza: The reason for Gaza’s endless youth bulge is that a large majority of its population does not have to provide for its offspring. Most babies are fed, clothed, vaccinated and educated by UNRWA, the United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East. Unlike the U.N. High Commission for Refugees, which deals with the rest of the world’s refugees and aims to settle them in their respective host countries, UNRWA perpetuates the Palestinian problem by classifying as refugees not only those who originally fled their homes, but all of their descendents as well.

UNRWA is benevolently funded by the U.S. (31%) and the European Union (nearly 50%) — only 7% of the funds come from Muslim sources. Thanks to the West’s largesse, nearly the entire population of Gaza lives in a kind of lowly but regularly paid dependence. One result of this unlimited welfare is an endless population boom.’

Dit is dus wat de Westerse wereld, en Nederland met een buitenproportioneel aandeel, financiert. Waarom zouden we? Omdat we geld over hebben? Blijkbaar wel. Onlangs kwam naar buiten dat 1 miljard euro aan EU steun aan de Moslimbroederschap in Egypte, gewoonweg verdwenen is. Niemand weet waar het aan is besteed. Aldus rekenkamer lid Karel Pinxten: ‘We weten simpelweg niet hoe het geld is besteed, dus ook niet hoe fout’.

Ik zou er om willen lachen, maar ik huil van binnen. 

Europese politici veroordelen Erdogan, maar zijn medeplichtig aan zijn macht   

Op 12 september 1980 rolde het Turkse leger islamitisiche oppositie bewegingen op die de seculiere staat bedreigden, en nam de totale controle over het land. Het was een klassieke coup d´etat. Wat destijds opviel is dat Westerse regeringen, wier filosofie fel gekant is tegen militaire inmenging in civiele politiek, eigenlijk opgelucht waren door de Turkse militaire actie. Immers een jaar eerder nog verwerd het seculiere Iran van een bondgenoot tot een theocratische vijand.

Maar door de jaren heen heeft een gevaarlijke dynamiek de kop opgestoken. De Westerse visie op religieus islamitische politieke organisaties is veranderd, terwijl de kern ideologie en intenties van deze organisaties in zijn geheel niet veranderd zijn. Het Westen is gestopt de politieke islam als vijandige ideologie te zien en op deze nieuwe roze wolk is het Westen bij gaan dragen aan het consolideren van islamistische macht, met name in Turkije.  

Het was de EU die stelde dat als Turkije ooit een EU lidstaat zou worden, het land eerst de militaire invloed op civiele politiek ongedaan zou moeten maken. Het is van de EU redelijk om te verlangen dat een nieuwe lidstaat geen leger heeft dat landelijke democratie naar eigen wil ongedaan kan maken. Maar het was simpelweg onredelijk van de EU te denken dat het Turkse leger het gevaar die de islamitische oppositie met zich meedroeg, verzonnen was. En het was simpelweg idioot om de Turkse waarschuwing, dat islamitistische doctrine inherent anti-Wester was, simpelweg weg te wuiven.

Toegegeven, islamisten, met Erdogan als perfect voorbeeld, hebben gaandeweg hun intenties en methoden op een steeds discretere wijze naar buiten gebracht. Echter, Erdogan is heus geen meester in vermomming, en de waarheid was al een zeer geruime tijd te zien, voor iedereen die niet verblind was door ideologisch wensdenken. Dit leg ik hier uit.

De tirannieke aspiraties van Erdogan zijn helemaal niet verrassend. Wat wel verassend is, is dat Westerse EU georiënteerde politici gekozen hebben de natuur en ideologie van islamisten te negeren en in zich in plaats daarvan toegelegd hebben op het marginaliseren van de enige institutie die de islamisten in toom kan houden: het Turkse leger.

Maar eindelijk, nu de tirannieke ideologie van Erdogan zich op de Turkse straten manifesteert, spreken een aantal van diezelfde politici zich kritisch uit over Erdogan en trekken zij eindelijk publiekelijk de wenselijkheid van Turkije als EU lidstaat in twijfel.

Deze Europese politici veroordelen Erdogan nu voor zijn tirannieke gedrag, maar het feit is dat zij medeplichtig zijn aan de consolidatie van Erdogans macht. De EU eis om het Turkse leger terug te dringen heeft Erdogan een ongekende en hernieuwde legitimiteit gegeven in een strijd tussen secularisme en theocratie. Een strijd die bijna een eeuw ouder is dan de kwestie van Turkse toetreding tot de EU.

Op de vleugels van deze nieuw gevonden legitimiteit is Erdogan nog brutaler en doeltreffender gaan handelen en is hij in staat geweest om Kemalistische en hooggeplaatste militairen uit dienst te ontheffen of zelfs op te sluiten. Vaak gebeurde dit in doorgestoken rechtszittingen zoals de Ergenekon zaken.

Maar net als je denkt alles gezien te hebben, komen de Turken van Erdogan met een nieuwe gotspe aanzetten. Der Spiegel bericht: ‘De Turkse minister voor Europese Zaken, Egemen Ba?i?, heeft bondskanselier Angela Merkel (CDU) ertoe opgeroepen haar bezwaren tegen een EU-toetreding van Turkije op te geven. Hij zou hopen dat Merkel “haar fouten tot maandag zou herstellen”, zei de minister volgens informatie van het persbureau AFP vrijdag tegenover journalisten. Anders zou dat consequenties hebben, voegde hij er aan toe.’

Zoals de Britten zouden zeggen: The sheer audacity…

Tijdens een diner in 1952, na de Turkse toetreding tot de NAVO, werd een Turkse generaal gevraagd hoe hij zich voelde over zijn nieuwe Amerikaanse bondgenoot. Hij zei: ‘The problem with having the Americans as your allies is you never know when they’ll turn round and stab themselves in the back.’. Hedendaags is Obama goede maatjes met Erdogan en Europa heeft zich ingezet de macht van Erdogan te consolideren. De zorg van de Turkse generaal in 1952 lijkt in de 21e eeuw nog steeds legitiem. Inzake Turkse islamisten heeft het Westen zichzelf goed en wel in de rug gestoken.

 

EU illustreert dat het niets begrijpt van Arabisch-Israelisch conflict   

De EU lijkt doorgaans vol antipathie jegens Israel. Hoe komt dit? Ondanks dat de psyche van Europese federalisten een mysterie zijn voor me, is er iets dat ik wel weet. De EU is gecreëerd met één enkel doel: het ongedaan maken van het concept van de Europese natiestaten. Het voorzag een monocultureel en grenzeloos continent.

Met dit in het achterhoofd, is het ineens begrijpelijk waarom de EU rillingen krijgt als het naar Israel kijkt. Met haar opvallendheid, diep gewortelde culturele en religieuze gebruiken en de meest potente nationale militaire kracht in de regio, is de Joodse staat het toppunt van een natiestaat. En niet alleen dat, deze natiestaat floreert ondanks alles en dat maakt het een vooraanstaand argument tegen de anti-natiestaat doctrines van Europese federalisten.

Misschien verklaart dit deels waarom de EU Hezbollah nog steeds niet als terroristische organisatie heeft erkend.

Dit fenomeen blijft mij in al zijn vormen verbazen, aangezien Hezbollah voor zo’n beetje alles staat dat postmoderne geesten altijd claimen te verafschuwen: Genocide, racisme, kindsoldaterij en begin maar niet eens over vrouwenrechten.

Maar wellicht gebruiken we gewoon niet het juist vocabulaire. Veel van de EU topfiguren hebben hun ideologische wortels liggen in het socialisme of communisme, dus wellicht moeten we ons richten op Marxistisch woordgebruik: ‘Hezobollah zijn klerikale fascisten die terreur gebruiken, dus erken hen alstublieft als een terroristische organisatie.’  

Maar het is de laatste actie van de EU jegens Israel – de poging om producten uit Judea en Samara te ontdoen van hun ‘made in Israel’ label – dat daadwerkelijk aantoont hoe fundamenteel verkeerd de EU de gehele Israel/Palestina kwestie ziet. De EU stelt dat elke actie die het onderneemt aangaande Israel is bedoeld om het ‘vredesproces’ tegemoet te komen. Hieruit volgt dat de EU de Joodse gemeenschappen in Judea en Samaria als een significante of zelfs causale factor ziet in het uitblijven van een duurzame vrede.

Een lange tijd, netjes opgevoed door onze staatsmedia en universiteit als ik was, dacht ik ook dat dit het geval was. Maar toen kwam er bij mij iets binnen dat een ontstellend aantal mensen simpelweg kiest te negeren: feiten. Als de Israelische aanwezigheid in de Westbank, vanaf 1967, de kern is van het voortduren van het conflict tussen Israeli’s en Palestijnen, waarom stelde het PLO handvest uit 1964 dan in artikel 15 dat het hun doel was de gehele staat Israel te vernietigen? In dat jaar leefde er geen enkele Israeli in Judea of Samaria, maar volgens het handvest moest Israel alsnog in zijn geheel van de aardbodem verdwijnen.

Deze ’64 mentaliteit heeft zich sindsdien verankerd in de organisatie en is nog steeds expliciet van kracht in de PA, dat feitelijk gewoon de PLO met een ander naampje is. In 1993, tijdens de Oslo akkoorden zei Arafat ‘ja’ tegen vrede, maar zijn acties veroorzaakte de eerste gigantische golf aan terreur, de ‘intifada’ genaamd. In 2000, bood premier Barak de PA 93% van de Westbank aan, maar ze zeiden nee. In 2008 bood premier Olmert de PA bijna 100% van de Westbank aan en accepteerde bijna alle eisen, maar alweer wees de PA af.

Ik weet dat de meeste DDS lezers en Israeli’s zich hier allang van bewust zijn. De relevantie is dat ondanks deze feiten, de meeste Europeanen van mening zijn dat de Israelische aanwezigheid in Judea en Samaria de kern van het conflict tussen Israeli’s en Palestijnen zijn.

In plaats van te erkennen dat de Palestijnse vertegenwoordigers in al hun hoedanigheden gewoonweg nooit echt geïnteresseerd zijn geweest in vrede, kiest de EU ervoor de nederzettingen de schuld te geven en sturen zij hun beleid aan op het delegitimeren en ongedaan maken van deze nederzettingen.

Wat mijn studiegenoten betreft, kan ik hier toch altijd wel begrip voor opbrengen. Feit is nu eenmaal dat het bekritiseren van Israel de kans veel groter maakt op een date met die links-leunende moreel superieure mooie meisjes waaruit je sociale antropologie klassen bestaan, dan te suggereren dat het voortduren van het conflict in zijn essentie wellicht toch niet Israel’s schuld is. Een kwestie van prioriteiten.

In Europees vocabulaire zijn nederzettingen illegaal omdat het land waar ze staan illegaal bezet wordt door Israel. Laat ik maar zeggen dat mij een lange en onaangename middag staat te wachten als ik mijn studiegenoten uitleg dat ik niet inzie hoe er van bezet gebied gesproken kan worden, omdat bezetting juridisch gezien een erkende voormalig soeverein vergt van het gebied dat nu ‘bezet’ wordt.  

Mijn voorstel om deze gebied in het vervolg als betwiste gebieden aan te duiden, wordt meestal van tafel geveegd. Overigens niet met argumenten, maar met emotie. Dit is vreemd, want er zijn een aantal dozijnen van gebieden die wel doorgaan als betwist gebied.

Men zou denken dat als de EU handel wil bemoeilijken met een betwist gebied in Israel, dat ze zeker ook hetzelfde zouden doen met het Noordelijke en door de Turken bezette gedeelte van Cyprus, dat volgens elke standaard wel degelijk als bezet gebied geldt. Maar nee. In plaats daarvan heeft de EU in 2006 een steunpakket van 259 miljoen euro voor de Turks-Cyprische goedgekeurd. Ach ja.

Maar laten we nu wel wezen. De Europese antipathie jegens Israel komt niet uit de lucht vallen. Want onthoud dat, toen Israel zich geconfronteerd zag met vernietiging, het toestellen van de Amerikaanse luchtmacht tijdens de Yom Kippur oorlog van 1973 zelfs niet toegestaan was op Europese bodem bij te tanken toen zij de Israelische strijdmacht bevoorrade. De EU zag het licht 20 jaar na dit vertoon van Europese morele heldenmoed.

Misschien kloppen de woorden van Leon de Winter dan toch: de liefde die de Joden ooit voelde voor Europa, is onbeantwoord gebleven.

Bovenstaand is een vertaling van mijn Op-Ed in The Jerusalem Post

 

We zijn niet bang   

Gisteren gaf Arabist Hans Jansen in Leiden een lezing zoals we die van hem kennen: erudiet, helder en zoals zijn zoon dat zegt: met een hoge grapdichtheid voor een academicus. Maar de meest inspirerende boodschap was een spontane reactie op iemand in het publiek: ‘We zijn niet bang voor de islam’.

Een naar mijn oordeel goedbedoelende en welbespraakte islamitische jongeman droeg het standaard apologetische discours aangaande islam uit: de sharia is geen monolithisch begrip, de breedst gedragen betekenis van Jihad is die van spirituele verrijking en afkeer van zonden in plaats van die van een heilige oorlog, kwaadaardige islamitische bronteksten moeten in hun context gezien worden, u kent het ongetwijfeld.

Zijn betoog sloot hij af met de strekking: u maakt mensen bang voor de islam. Hierop reageerde Jansen met: ‘Jongeman, u maakt een vergissing. Nederland is niet bang voor de islam. Maar veel Nederlanders vinden de leerstellingen van de islam abject en hebben medelijden met moslims die eraan onderhevig zijn’.

In de trein terug begon het mij te dagen in hoeverre Jansen hierin gelijk had. Een van mijn dierbaarste vrienden is lid van het Korps Mariniers. Hij heeft mij een keer verteld hoe er in Defensie kringen aangekeken wordt tegen moslims die het nastreven op Westers grondgebied een islamitische soevereiniteit te bewerkstelligen. De houding varieert doorgaans tussen: ‘dan komen ze het godverdomme maar halen ook’ en ‘ik hoop dat ze ons een reden geven’. Warempel, er klinkt inderdaad geen greintje angst in door, slechts vastberadenheid en actiebereidheid.

Het is fijn te weten dat onze men of action, de vaandeldragers van het enig recht dat los van elk ideaal als een op zichzelf staande waarheid bestaat – het recht van de sterkste – in ieder geval over de mentale daadkracht lijken te beschikken als er ooit geleverd moet worden.

Maar Defensie is in een rechtsstaat, gelukkig, onderworpen aan de civiele politiek. Heeft de huidige politieke generatie het in zich te (laten) doen wat er gedaan moet worden als de situatie daar om vraagt? Dit weet ik niet. Ik heb altijd de grootste moeite de huidige politieke generatie van babyboomers en erfgenamen van de culturele revolutie van 68’, waar de Pronks nog altijd invloedrijk zijn, te taxeren op hun actiebereidheid jegens inherent agressieve actoren zoals de professionele voorhoede van de islam. Het is mijn generatie niet, en ik zal ze nooit volledig begrijpen.

Echter, bij mijn eigen generatie heb ik een goede vinger aan de pols waar het draait om attitudes jegens de professionele voorhoede van de islam. En ik kan niet anders concluderen dan dat die attitude mij in toenemende mate bevalt. Deze stijgende lijn verklaar ik simpelweg uit bewustwording. Het wordt de jonge massa’s steeds duidelijker wat de professionele voorhoede van de islam wil, en hoe zij deze doelen willen bereiken.

De staatsmedia en relevante faculteiten doen op vaak passief agressieve wijze hun best dit te relativeren of censureren, maar het punt waarop de realiteit onder de tafel gehouden kan worden, is lang en wel gepasseerd. Gelukkig maar.

Ik maak het dagelijks mee dat brave psychologie studerende meisjes het roerend met me eens worden dat de inherent vijandige islamitische voorhoede aangepakt moet worden op een wijze die hen effectief marginaliseert of ontwapent. Wat is deze wijze? Ik wil het even niet over staatsrechtelijke mogelijkheden hebben, maar over wat men moreel rechtvaardig of acceptabel acht: cultuur i.p.v. wet.

Directe uitzetting wordt zonder enige aarzeling door zelfs de aller-braafste onderschreven. Maar ook het overgrote deel van de nette psychologie studentes, na een afdoende kennisname van de intenties en methodes van de professionele voorhoede, onderschrijft de hedendaagse toepassing van de Snouck Hurgronje methode: identificeer de grootste en meest invloedrijke haatzaaiers and make ‘em disappear. Naar een strafkamp of een zeebodem, het lijkt ze eigenlijk om het even.

Dat zijn de meisjes. De jongens zijn een nog ander verhaal. Wat een maatschappij van een jongeman verwacht, is de afgelopen decennia aan verandering onderhevig geweest. Onze ‘meer rechten dan plichten en alle culturen zijn gelijkwaardig staatsdoctrine’ heeft gemaakt dat zelfredzaamheid, maar vooral fysieke weerbaarheid, culturele weerbaarheid en fysieke daadkracht flink aan maatschappelijk aanzien hebben ingeboet.

Welnu, jongens blijven jongens. En jongens zijn vechters. Of een cultuur het nu verlangt of niet, jongens genieten van soldaatje spelen en fantaseren over strijd en overwinning. Doe je niets aan.

Wat ik merk is dat jongens van mijn generatie, na afdoende kennis te hebben genomen van de intenties en methodes van de professionele voorhoede, niet alleen niet bang zijn voor de confrontatie: ze kijken er eigenlijk naar uit.

Ik vind dit volstrekt invoelbaar. We zijn opgegroeid met epische verhalen over goed tegen kwaad, maar ons is wijsgemaakt dat wij in het einde van de geschiedenis leven en goed tegen kwaad iets uit het verleden is, een relikwie uit vervlogen tijden. Er is nu alleen nog anders tegen anders; kannibalisme is een kwestie van smaak, zeg maar.

Maar jongens zijn jongens, en eigenlijk verlangen wij naar een confrontatie met het kwaad, opdat wij ons, al is het maar heel even, de gelijken mogen wanen van hen die de geschiedenis in ons voordeel beslisten.

Ik weiger pertinent te geloven dat de beschaving die het Duitse Nationaal Socialisme, het Italiaanse Fascisme, het Japanse Keizerrijk en de Sovjet unie op de knieën kreeg, om vervolgens een man op de maan zetten, het af zou leggen tegen de professionele voorhoede van de islam. Het gaat gewoonweg niet gebeuren.

Jansen had volstrekt gelijk: we zijn niet bang. Laat ik me even direct richten tot de professionele voorhoede van de islam: als het er op aan komt, delven jullie het onderspit. Tegen die tijd, zijn wij ons allen bewust van jullie intenties en zullen we niet aarzelen kleur te bekennen. Wij zullen beëindigen wat jullie zijn gestart. Jullie hebben je echt zeer grondig verkeken. De generatie waartegen jullie de strijd moeten beslissen, is niet gelijk aan de generatie die ons land nu bestuurt. Wij zijn Generatie X-2.

Succes. 

Timon Dias in The Jerusalem Post   

EU en Israël.

Mijn column over de houding van de EU tegenover Israel werd afgelopen dinsdag geplaatst in de hard-copy van de Jerusalem Post: ‘Israel’s best selling English daily and most read English website’. Ik betoog er dat de vijandige houding van de EU jegens Israel inherent is aan de anti-natiestaat ideologie van de EU. Wellicht vindt u het de moeite waard.