Hoe de Europese Centrale Bank de rekening laat oplopen en naar de toekomst verschuift

Foto:

Als Griekenland failliet gaat, komt de ECB in zwaar weer – en daarmee ook de Nederlandse belastingbetaler.


Een herkapitaliseringsoperatie om de Europese Centrale Bank in staat te stellen de klap van een Griekse herstructurering te boven te komen, zou de Nederlandse belastingbetaler alvast €4 miljard gaan kosten. Dat blijkt uit een onderzoek dat we met Open Europe net hebben uitgebracht.


Het is vrij algemeen bekend dat de Europese Central Bank de euro-lidstaten die in de problemen zitten heeft ondersteund via het opkopen van hun overheidsobligaties (het zogenaamde “Securities Markets Programme”). Dat rechtstreeks opkopen van de betrokken lidstaten verboden is (dat zou neerkomen op overheidsfinanciering door de ECB), kon de ECB niet deren, want ze deed het opkopen dan maar onrechtstreeks, van grootbanken die op die manier ook nog eens verlost geraakten van de risico’s die ze hadden opgelopen door aan die lidstaten veel geld uit te lenen.  


Sterke juridische vraagtekens werden afgelopen weekend hierbij overigens geplaatst door de Duitse regeringspartij CSU. Bij de start van het aankoopprogramma heeft de Duitse delegatie binnen de ECB zich hier ook tegen verzet, maar ze was in de minderheid bij een stemming. In totaal werd inmiddels voor 77,5 miljard euro uitgegeven, nagenoeg allemaal ter aankoop van overheidsobligaties van Griekenland, Ierland en Portugal. 


 


Los hiervan, heeft de ECB echter nog op een andere manier de belastingbetaler met gigantische risico’s opgezadeld. Europese banken kunnen diezelfde risicovolle overheidsobligaties van zwakkere eurolanden als garantie aanbieden in ruil voor goedkope leningen van de ECB. Van deze mogelijkheid werd disproportioneel veel gebruik gemaakt door banken uit net die zwakkere euro-lidstaten, waardoor ze het water boven het hoofd konden houden. Dit vermijdt dat die lidstaten “hun” banken zouden moeten redden, en komt dus neer op een zoveelste bailout. Deze liquiditeitshulp van de ECB aan banken in Ierland, Griekenland, Portugal, Spanje en Italië alleen al loopt op tot 369 miljard euro.  


Wat heeft dit tot allemaal gevolg?  


Indien Griekenland zijn schulden niet meer afbetaalt, leidt dit tot een zware aantasting van de kapitaalsbasis van de ECB, waardoor die een schuldenhefboom van tussen 52 en 123 keer zou hebben. Ter vergelijking: op dit moment is die bij de ECB al 23 tot 24 keer, terwijl dat bij de Zwitserse en Zweedse Centrale Banken, alsook bij het gemiddelde hedge fund, “slechts” vier tot vijf keer is. Met andere woorden: de ECB zou bankroet zijn en moeten worden geherkapitaliseerd. 


Volgens onze berekeningen zou dit een kost van 3,86 miljard voor de Nederlandse belastingsbetaler betekenen, en 65,75 miljard voor de belastingsbetalers van de eurozone (indien Griekenland 50 procent van het geld niet terugbetaalt). 


Het is interessant om te zien dat ook Nout Wellink, de Directeur van de Nederlandse Centrale Bank, hiervoor eveneens waarschuwt, en het cijfer van 4 miljard hanteert, wat overeenkomt met ons cijfer. 


Wellink vermeldde het cijfer van 4 miljard als een manier om aan te tonen dat een Griekse herstructurering veel te duur en te gevaarlijk zou zijn. Of dat zo is, valt sterk te betwijfelen, op zijn minst op lange termijn, maar wat in elk geval duidelijk gemaakt wordt is dat de de ECB en de nationale Centrale Banken in achterkamertjes beslissingen nemen die een fundamentele invloed op onze welvaart hebben en dat hoe langer deze maatregelen duren, hoe duurder ze worden voor de belastingsbetaler – alhoewel niet voor sommige banken. 


Wellicht hoeft hier ook niet meer aan te worden toegevoegd dat, op de economen die in dienst van overheden zijn na, nagenoeg niemand Griekenland nog een kans geeft om het failliet af te wenden. Er is dus enkel nog de vraag hoe we het verlies nog enigszins in de perken kunnen houden. 


Indien beleidsmakers er niet in slagen om burgers rechtstreeks te doen betalen voor deze hoge kosten, zullen ze zich wenden tot de beproefde techniek van excessive geldcreatie, wat de waarde van spaartegoeden zwaar zal aantasten. 


Dat we de officiële cijfers over inflatie alvast niet zomaar moeten geloven om te zien hoe sterk onze koopkracht wordt aangetast door dit alles, werd ons verleden week meegedeeld door … de ECB zelf. Italiaans ECB bestuurslid Lorenzo Bini Smaghi (er zijn geruchten dat het binnenkort wel eens zou kunnen afgelopen zijn met zijn ECB mandaat) schreef verleden week in de Financial Times dat de huidige definitie van inflatie, die voedselstijgingen en stijgingen in de prijs van energie negeert, ertoe heeft geleid dat sinds 1999, de recessie in 2008-09 en enkele maanden in 2002 niet meegerekend, “headline inflation”, die de twee genoemde zaken niet uitsluit en die hij meer geschikt acht als graadmeter, significant hoger lag dan de officiële cijfers. 


Indien er een herkapitalisering van de ECB dient te gebeuren, mag dat zeker niet via inflatie, want dan betalen we twee keer: één keer rechtstreeks, en één keer via de destabilisering van onze munt. 


In zo’n geval moet daartegen wel een fundamentele herstructurering van het Europese bankenlandschap staan. Op dit moment bestaat echter een pertinente politieke weigering om echte “stress tests” van de Europese banken door te voeren, die een ordelijke sanering mogelijk zouden maken. Als gevolg daarvan is slechts een wanordelijke sanering mogelijk, of anders een zeer dure afwikkeling via muntontwaarding. Aangezien een Ierse en Portugese wanbetaling niet lang op zich zouden wachten in het geval Griekenland daartoe moet besluiten, gebeurt op dat moment best ook een meer fundamentele hervorming van de hele eurozone. 


De acties van de ECB hangen als een zwaard van Damocles boven ons hoofd. Ze dienen enkel om het bankenprobleem en een meer duurzame hervorming van de muntunie nog wat langer onder de mat te schuiven.

Waardeer jij de artikelen op DagelijkseStandaard.nl? Volg ons dan op Twitter!

In dit artikel

Like nu onze nieuwe pagina voor nieuws en opinie!