Klimaatsceptici: negeren of proactief behandelen?

Foto:

Deniz Canpolat is student bachelor bestuurskunde en bedrijfskunde aan de Erasmus Universiteit. Hij heeft als stagiair een tijdje bij het KNMI in de keuken mogen kijken. Met name was hij geïnteresseerd in de opstelling van het KNMI tegenover klimaatsceptici. Hij heeft de bevindingen van zijn onderzoek gepubliceerd in een rapport, dat hier is te vinden. Bram Bregman en Rob van Dorland, beiden KNMI, waren zijn begeleiders.

Vanuit zijn disciplines heeft hij natuurlijk getracht aan te tonen dat bestuurs- en bedrijfskunde een nuttige bijdrage kunnen leveren aan de omgang van het KNMI met klimaatsceptici. Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen: hij heeft mij daarvan niet kunnen overtuigen.

De veronderstelling die aan die gedachtengang ten grondslag ligt is dat verbeterde ‘sociale vaardigheden’ van het KNMI in de omgang met de klimaatsceptici hen tot rede(lijkheid) (die van het KNMI uiteraard!) zouden kunnen brengen. Maar als bedrijfs-/bestuurskundige kan Canpolat natuurlijk niet weten dat het zo niet gaat in de wetenschap. Daar gaat het om het bewijs dan wel weerlegging van hypothesen en daar dienen wetenschappers openlijk over te kunnen discussiëren. Dat gebeurt nu niet dan wel onvoldoende. Zijn begeleiders hebben ook verzuimd om dit aan hem duidelijk te maken. Waarschijnlijk omdat zij zich daarvan niet bewust waren en meenden de klimaatwijsheid in pacht te hebben.

Canpolat’s werkstuk getuigt van majeure eenzijdigheid. Hij heeft uitvoerig gesproken met aanhangers van de menselijke broeikashypothese op het KNMI, VROM en PBL, maar hij heeft maar met één echte klimaatscepticus (UvA) gesproken en één wetenschapper die als neutraal kan worden bestempeld (eveneens UvA). Voor het overige heeft hij de klimaatsceptische opvattingen uit de literatuur gehaald. Dat is op zich niet verkeerd, maar daarbij kan geen interactie met de onderzoeker plaatsvinden over zijn project.

Gevraagd naar de drijfveren van de sceptici concludeerde Canplonat dat de KNMIers van oordeel waren dat die divers waren. Conplonat: ‘Een van de drijfveren is de betrokkenheid bij een (economisch) belang van olie- en kolenbedrijven; deze wordt ondersteund door vrijwel alle geïnterviewde personen van het KNMI.’

Men kan zich in gemoede afvragen wanneer de betrokkenen nu eindelijk eens het licht gaan zien en tot de conclusie komen dat dit in Nederland in het geheel niet speelt. En dat deze opvatting bovendien heel kwetsend is voor hun gesprekspartners uit het klimaatsceptische kamp, die ten slotte ook hun wetenschappelijke collega’s zijn.

Als één van de methoden om ‘effectief en efficiënt’ de sceptici tegemoet te treden noemt Canpolat reageren via internet op hun uitlatingen: ‘Concreet betekent dit dat er een weblog op het Internet komt waarbij met een goed, neutraal betoog snel wordt gereageerd op tegengeluiden.’ En elders: ‘Ook wordt aangeraden dat het KNMI meer zichtbaar is in de media waarbij weldoordacht een genuanceerd, neutraal en integer betoog voor het publiek wordt gepubliceerd.’

Neutraal betoog? Het KNMI is pro-AGW (Anthropogenic Global Warming) en doet er traditioneel alles aan om de AGW-hypothese te vuur en te zwaard verdedigen. In wezen is dit een onwetenschappelijk houding. Immers in de wetenschap dient men er altijd rekening mee te houden dat de zaken toch anders in elkaar zitten dan op het eerste gezicht lijkt en dient men derhalve een open oog te houden voor alternatieve hypothesen.

Wat voor indruk hebben de KNMIers nog meer van de klimaatsceptici? Conplonat: ‘Het KNMI heeft een aantal beelden van sceptici. Aan de ene kant zijn de geluiden van sceptici grillig, kortzichtig en populistisch. [Noot HL: Waar hebben we dat niet eerder gehoord?] Dat maakt het lastig om deze groep mensen te overtuigen. Aan de andere kant komen integere sceptici soms met wetenschappelijk interessante punten.’

Als men dit beeld van zijn gesprekspartners heeft, wordt het inderdaad moeilijk om vruchtbaar te communiceren. Maar er zijn volgens het KNMI kennelijk ook nog integere sceptici. Maar hoe zit het dan met die anderen? Zijn die soms niet integer? En wie zijn dat dan?

Volgens de gesprekspartners van Canoplat bij VROM dient het KNMI in de media de boodschap overbrengen dat het instituut ook onafhankelijk en kritisch naar de opwarming van de aarde kijkt, en dient de burger meteen op de hoogte te worden gesteld na nieuwe bevindingen.

Ik ben het daar roerend mee eens. Maar doet het KNMI dat ook? Hebben we bijvoorbeeld al eens van het KNMI mogen vernemen dat de opwarming van de aarde al zo’n tien jaar geleden is gestopt? Ik kan het mij niet herinneren.

Meer in het algemeen heeft het KNMI de laatste vijftien jaar op dit terrein belangrijke steken laten vallen.

Allereerst kan in dit verband de grove manipulatie in herinnering worden geroepen, die heeft plaatsgevonden bij de opstelling van het IPCC-rapport in 1996. In de voorbereidende fase hadden de deelnemende wetenschappers enkele passages geschreven, waarin werd gesteld dat er in de literatuur geen bewijs voor AGW werd gevonden. Zij verkeerden in de veronderstelling dat dat ook in de finale versie van het IPCC-rapport zou komen. Maar op het laatste moment werden zij verrast door een verandering van de tekst. Hun zorgvuldig geformuleerde woorden werden vervangen door:

The balance of evidence suggests a discernable human influence on global climate.

Het was een geslaagde coup van de klimaatalarmisten binnen het IPCC. Daarmee verloor het panel definitief zijn wetenschappelijke onschuld. En deze zin speelde natuurlijk een sleutelrol in de onderhandelingen over Kyoto. (Zie ook hier.)

Ik kan mij niet herinneren dat het KNMI daarover waarschuwende woorden heeft laten horen aan de politiek en het publiek.

Voorts is er de ‘hockeystick’ van Michael – ‘hide the decline’ – Mann (een temperatuurreconstructie over de laatste duizend jaar in de vorm van een hockeystick). In een telefoongesprek met de wetenschapsjournalist Marcel Crok liet een woordvoerder van het KNMI blijken dat hij het met de kritiek daarop eens was. Na interne ruggespraak veranderde hij echter plotsklaps van mening. En tot de dag van vandaag heeft het KNMI zich niet van deze grafiek gedistantieerd.

Verder mag niet worden vergeten hoe het KNMI destijd ‘The Inconvenient Truth’ van Al Gore heeft opgehemeld (‘een aanrader’). De positieve beoordeling van deze film door de KNMIers Rob van Dorland en Harry Geurts contrasteerde sterk met die van ‘The Great Global Warming Swindle´, waarover een anonieme auteur verbonden aan het PCCC (Platform Communication Climate Change) schreef:

Samengevat moeten we concluderen dat ‘the great global warming swindle’ een fraai vormgegeven poging is om o.a. met vervalst wetenschappelijk materiaal de antropogene broeikastheorie onderuit te halen. De argumenten die men daarvoor wilde gebruiken zijn in de wetenschappelijke literatuur al grotelijks achterhaald en de vervalsingen die de filmmakers gebruiken om tóch hun punt te maken, worden door klimaatwetenschappers makkelijk doorzien.

Toegegeven, ‘The Great Global Warming Swindle’ vertoonde enige gebreken. Maar die zijn later gecorrigeerd. Ondertussen weten we dat ´An Inconvenient Truth’ een hoogtepunt was van misleidende klimaatpropaganda, waarvan zelfs onze nationale klimaatalarmist nummer één, Pier Vellinga, – zij het wat laat – enige afstand heeft genomen.

Voorts heeft het KNMI zich nog immer niet publiekelijk gedistantieerd van de wetenschappelijk onethische praktijken die bij de openbaarmaking van de Climategate e-mails aan het licht zijn gekomen. Het excuus is dat de witwasonderzoeken die daarnaar zijn verricht geen onoirbare handelingen aan het licht zouden hebben gebracht. Dat is vreemd, want in de e-mails zèlf zijn die toch duidelijk te vinden.

Dan de uitspraak dat het voor 90% zeker is dat meer dan de helft van de opwarming sinds de helft van de vorige eeuw aan de mens dient te worden toegeschreven. De kranten kopten dat de wetenschap er nu uit was. Maar het was niet meer dan ‘expert judgement’ van het type ‘Wij van WC-eend …’ En ook deze misleidende uitspraak gaf weer een nieuwe impuls aan het internationale klimaatbeleid.

Ten slotte het Europese Emission Trading System (ETS). Het KNMI is er zeer goed van op de hoogte dat dit geen enkel meetbaar effect heeft op het wereldklimaat. Maar waarom hebben zij de politiek en het publiek daarvoor dan niet gewaarschuwd? Nu zitten we opgescheept met een geldverslindend, fraudegevoelig systeem dat geen enkel nuttig doel dient. Ik kan mij voorstellen dat het KNMI niet stond te trappelen om deze opvatting aan bewindslieden als Jan Pronk en Jacqueline Cramer kenbaar te maken, die druk bezig waren de planeet te redden. Men gaat ook niet graag een gesprek aan met de Paus over contraceptie. Maar ze hadden toch wèl een poging daartoe moeten doen. En ze hadden ook het publiek moeten informeren.

In het licht van het voorgaande is het moeilijk voor te stellen dat het KNMI nu opeens in staat zou zijn tot een ‘weldoordacht, genuanceerd, neutraal en integer betoog voor het publiek’, zoals dat door de geïnterviewden van VROM – en niet alleen door hen – wenselijk wordt geacht. Dat vergt een cultuuromslag waarvoor ik vooralsnog geen aanwijzingen bespeur.

Lees verder hier.

Maar ik wil met een paar positieve noten eindigen. Ik heb het verhaal van Canpolat met belangstelling gelezen. Hij mag dat als een compliment beschouwen. En ik waardeer de publicatie daarvan op het net door het KNMI. Zij mogen dat ook als een compliment beschouwen. Ten slotte, ondanks kritiek zijn de meeste klimaatsceptici toch van mening dat het KNMI tot de beste meteorologische instituten ter wereld behoort.

Waardeer jij de artikelen op DagelijkseStandaard.nl? Volg ons dan op Twitter!

In dit artikel

Like nu onze nieuwe pagina voor nieuws en opinie!