Geen militair ingrijpen in Syrië

Foto:

De VS, Frankrijk en het VK staan naar het schijnt op het punt militair in te grijpen in de Syrische burgeroorlog. Vanwege de mensenrechten en de moraal is er veel te zeggen voor zo’n gewapende interventie. Maar met een beroep op precies diezelfde overwegingen kan men ook beargumenteren dat een interventie nu juist niet moet plaatsvinden. De transitie van een tirannieke samenleving naar een democratische samenleving vereist een breed gedragen overeenstemming onder de bevolking over de noodzaak van die democratie. Met andere woorden, er moet onder de bevolking een daadwerkelijke verlangen naar bepaalde democratische normen leven. Wanneer dat verlangen er niet is kan slecht een catastrofale gebeurtenis aanleiding zijn voor het ontwaken van dat verlangen.

Dat proces, dat ook in Europa heeft plaatsgevonden en aan de basis ligt van de ontstaansgeschiedenis van de VS, is een proces van politiek volwassen worden dat geen enkele samenleving mag worden ontzegd. Militair ingrijpen in dit proces zal op de korte termijn slechts ons eigen geweten sussen maar op de lange termijn vruchteloos zijn. Het is de confrontatie met de ongeremde barbarij die nu plaatsvindt die de beste kansen voor een duurzame democratische opleving bezorgt. De enige begrenzing die de internationale gemeenschap zou moeten hanteren moet zijn ingegeven door realpolitik of hooguit ter voorkoming van genocide. 

De Arabische wereld is al sinds het midden van de zestiende eeuw niet meer heer en meester over haar eigen lot. In die periode hebben de Ottomanen, een niet-Arabisch volk, hun heerschappij over een groot deel van de Arabische wereld gevestigd. Na de val van het Ottomaanse rijk in de vroege 20ste eeuw waren het de Europese koloniale grootheden die de politieke koers van de Arabische wereld bepaalden. Zij hebben ook het idee van de natiestaat geïmporteerd in een regio waarin dit idee grotendeels vreemd was. In een regio waarin, uitzonderingen daargelaten, stammenstrijd, sektarische conflicten en geweld de politieke vocabulaire bepalen, zijn er weinig experimenten zo gevaarlijk als het welhaast willekeurig bij elkaar gooien van etnische en religieuze groepen in één land. Wil je in deze etnische en sektarische explosieve situatie die vele Arabische landen kenschetst stabiliteit brengen dan vereist dat, bij gebreke aan een democratische cultuur, een zéér harde hand. In het postkoloniale tijdperk werd de strijd om die harde hand, op wat monarchieën na, in grote lijnen gekenmerkt door een strijd tussen twee partijen: seculiere militaire dictaturen of Islamistische totalitaire bewegingen. Een liberaal-democratische derde weg is sinds jaar en dag de grote afwezige en dat kenschetst het prille stadium van politieke ontwikkeling waarin het zich begeeft. 

Op dit moment is de Arabische wereld, op enkele progressieve intellectuelen na, compleet gespeend van de democratische geest. De stammencultuur, het endemische racisme en de Jodenhaat, de religieuze intolerantie voor andersdenkenden, corrupte overheden en gewelddadige minachting voor de rechten van minderheden laten zien dat er van een democratische geest in geen velden of wegen sprake is. Dat honderdduizenden demonstreren tegen slechte economische toestanden of corruptie houdt nog niet in dat men ook demonstreert voor de rechten van minderheden, godsdienstvrijheid of de vrijheid van meningsuiting. Opiniepeilingen uit Egypte van na de val van Mubarak lieten dan ook zien dat er voor die essentiële aspecten van de democratie nagenoeg geen draagvlak was. 74% wilde dat de nieuwe wetten van Egypte naadloos zouden aansluiten bij de Shari’ah en 86% van de Egyptenaren vond, in navolging van die Shari’ah, dat op het verlaten van de Islam de doodstraf moest staan. Laten we wel wezen, het zo gevierde democratisch karakter van de Arabische Lente is een eigenschap die haar werd toegedicht door het politiek gekleurde wensdenken van vooringenomen westerse analisten en niet door de demonstranten in Libië, Egypte of Syrië. Cultureel imperialisme ten top! 

De voormalige premier van Israel, Ehud Barak, zei het treffend: Europa wil maar niet begrijpen dat in het Midden-Oosten de zwakkeren nog steeds aan stukken worden gescheurd. Dat zijn niet de woorden van een verbeten vijand van de Arabieren, maar van iemand die als premier van een westerse democratie in een Arabische regio daadwerkelijk de verantwoordelijkheid heeft gehad voor de veiligheid van miljoenen, deels Arabische, burgers. Zijn woorden worden bevestigd door de politieke realiteit in de Arabische wereld. Niemand begreep deze realiteit beter dan Saddam Hussein en de familie Assad. Beiden kwamen uit een religieuze minderheidsgroepering; Hussein uit de Soennitische minderheid uit Irak en Assad uit de Alawitische minderheid van Syrië. Beide regimes hielden zich in stand met nepotisme, clientilisme en terreur. Deze geïnstitutionaliseerde en openlijke terreur was, anders dan de jihadistische terreur, altijd pragmatisch en nooit ideologisch. Haar doel was de heersende clan in het zadel houden en te beschermen tegen gelijksoortige wreedaardige aspiraties van andere clans. Dit is ten diepste een Hobessiaanse cultuur waarin macht en niet rechtvaardigheid centraal staat. Zelfs de diep religieuze Christenen van Syrië, van wie men toch zou verwachten dat zij, gelijk Jezus, de andere wang zouden toekeren in het geval van vervolging, gedragen zich als elke andere etnische belangengroep in de regio en schromen zich niet om Assad’s familie en hun regime van terreur openlijk te steunen. Is dat kwalijk? Ja en nee. Ja, omdat het niet democratisch valt te legitimeren en omdat het geen pas houdt met ons Westers of zelfs Christelijk idee over mensenrechten. Nee, omdat de Alawieten en Christenen donders goed weten wat er met hen zal gebeuren als de beschermende harde hand van zijn sokkel valt: de zwakkeren worden aan stukken gescheurd. De etnische zuivering van Joden, Christen of Zwarte Moslims in de gehele Arabische regio getuige van deze realiteit en de jihadistische opstandelingen maken er geen geheim van welk lot de Christenen en Alawieten te wachten staat mochten zij het voor het zeggen krijgen. 

Wat de val van de dictaturen zal opleveren moet nog blijken. Het enige goede dat zij te bieden hadden was dat ze meestal voorspelbaar waren in hun handelen, pragmatisch in hun ambities en gematigd in hun repressie Hoe afkeurenswaardig ze ook mochten zijn, ze boden enige mate van stabiliteit. Wat er gebeurde na hun val is dan ook een teken aan de wand. In Irak is sektarisch geweld tussen Sjiieten en Soennieten en tegen minderheden aan de orde van de dag. Het Libië van Qadhafi viel ten prooi aan het al oude stammengeweld en een influx aan jihadisten, en Egypte is dankzij het leger ternauwernood ontkomen aan de religieuze dictatuur van de moeder van alle moderne jihadistische organisaties: het Moslimbroederschap. De eerste les die de regio moet leren is dan ook deze: het grote kwalitatieve en kwantitatieve lijden kwam niet en komt niet door het Westen of door Israël. Nee, om de dader te vinden hoeft men als Arabier alleen maar om zich heen te kijken. Alleen de grootste apologeet houdt nog vol dat de Arabische samenlevingen slechts slachtoffer zijn van kolonialisme of westerse inmenging en geen eigen verantwoordelijkheid hebben voor hun situatie. Uit dat argument blijkt enkel dat de apologeet de Arabier kennelijk niet als handelingsbekwame wil erkennen. 

Wat nu te doen met Syrië? In Syrië is er niet zozeer sprake van een massale volksopstand als wel van een sterke instroom van jihadisten die van conflict gebied naar conflict gebied reizen. Anders dan seculiere dictators zijn de jihadisten slechts in één opzicht berekenbaar: voortdurende escalatie. Mochten zij in Syrië de beschikking krijgen over chemische wapens dan is er geen enkele twijfel mogelijk dat de Joodse staat Israël en het overwegend Sjiitische Libanon de volgende conflict gebieden zullen worden. De vraag of er in Syrië moet worden ingegrepen hangt dan ook vooral af van de vraag of daarmee het conflict beperkt kan worden tot Syrië. Hezbollah en Iran hebben al de kant gekozen van Assad. Saoedi-Arabië en de golfstaten scharen zich achter de jihadisten. Daarmee hebben zij zichzelf in het conflict betrokken. In wezen is dit dan ook een proxy-oorlog tussen radicale Sjiitische en Soennitische partijen aan het worden. Het is nu bovenal zaak Israël buiten het conflict te houden aangezien dit anders tot een extreme regio-wijde escalatie kan leiden. Syrië en Iran hebben al gedreigd Israël bij het conflict te zullen betrekken indien er militair wordt ingegrepen. Nu is dat waarschijnlijk bluf; Assad noch Iran hebben er iets bij te winnen. Of hetzelfde gezegd kan worden voor het door Syrië en Iran tot de tanden toe bewapende Hezbollah is echter discutabel. Iran kan zich geen direct conflict met Israël of de VS veroorloven maar dat is nu juist waar ze Hezbollah voor hebben: om het namens hen te doen. De Soennitisch regeringen daarentegen zullen weliswaar geen conflict met Israël zoeken maar het hele punt van de Arabische Lente is nu juist dat het gewelds- en beleidsmonopolie dat door de militaire dictaturen werd gegarandeerd is verbroken. De bloedige inval van de jihadisten in Mali die volgde op de val van Qadhafi, toont aan dat zij en niet nationale regeringen, een steeds grotere stempel op de politieke ontwikkelingen in de regio zullen gaan drukken.

Maakt u zich dan ook geen illusies over de tragische beelden uit Syrië. Dit is geen zachtaardige regio: als het hier zou gaan om een chemische aanval op Tel Aviv zouden de daders helden zijn en er kleuterscholen naar hen worden vernoemd. Wie dat een groteske voorspelling vindt doet er goed eens aan te kijken naar de realiteit in Libanon, Gaza en de Westbank. Het is juist deze wrede tribale cultuur die leidt tot de brutaliteit die we nu zien. Deze tirannieke mentaliteit moet eens en voor altijd verslagen worden en dat kan vrees ik, alleen maar als de mensen zelf daar de noodzaak van inzien. Daar waar de democratisch geest niet leeft is er vaak een catastrofe nodig om die tot leven te brengen. Laat die catastrofe dan ook gebeuren. Militair ingrijpen in Syrië moet beperkt worden tot die gevallen waarin de vrede met buitenstaanders daadwerkelijk en substantieel wordt bedreigd of in geval van genocide. In alle andere gevallen moet men uiterste terughoudendheid betrachten. De les die het Westen dan ook moet leren is deze: transplanteer geen moraal op een regio waarin de voedingsbodem voor die moraal afwezig is. Sta eerst toe dat die voedingsbodem er daadwerkelijk komt, ook al zijn de kosten daarvan hoog. Dit is een historisch proces van volwassen wording dat zijn koers moet lopen.

Mr. dr. David Suurland is cum laude gepromoveerd op een vergelijking tussen het nazisme, communisme en de verschillende islamistische bewegingen.

Waardeer jij de artikelen op DagelijkseStandaard.nl? Volg ons dan op Twitter!

In dit artikel
Dagelijksestandaard.nl gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën (cookies) onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren. Cookies van onszelf en van derden kunnen worden gebruikt om advertenties te tonen en artikelen aan te bevelen op dagelijksestandaard.nl die aansluiten op uw interesses. Ook derden kunnen uw internetgedrag volgen. Cookies kunnen gebruikt worden om op sites van derden relevante advertenties te tonen. Cookies van derde partijen maken daarnaast mogelijk dat u informatie kunt delen via social media zoals Twitter en Facebook.

Like nu onze nieuwe pagina voor nieuws en opinie!