Gaat het Westen gebukt onder zelfhaat?

Foto:

Steeds vaker lees ik dat er in het Westen een mentaliteit zou heersen van ‘weg-met-ons’. De jonge conservatief Thierry Baudet beweert zelfs dat het Westen aan zelfhaat lijdt en angst heeft voor het eigene, waarvoor hij de Griekse term ‘Oikofobie’ gebruikt, ook de titel van zijn laatste bundel. Er klinkt een echo in door van neoconservatieve cultuurkritiek uit de jaren tachtig. Denk aan The Closing of the American Mind (1987) van de filosoof en literatuurcriticus Alan Bloom, die in navolging van de grote schrijver Saul Bellow het verstikkende politiek correcte klimaat aan de Amerikaanse universiteiten hekelde.

Baudet is dus niet bepaald de eerste die dit verschijnsel signaleerde. In Nederland hebben Paul Cliteur en Frits Bolkestein zich in algemene zin in die richting uitgelaten. Het Westen zou gebukt gaan onder een (koloniaal) schuldgevoel dat vooral in protestantse landen sterk zou zijn. Daar zit iets in, of beter gezegd: zat iets in. Mijns inziens gaat het om een tijdelijk verschijnsel, dat vooral sterk was in de jaren zestig en zeventig, toen de West-Europese landen hun wonden likten van de Tweede Wereldoorlog en de koloniale oorlogen die daarna gevoerd zijn, Amerika steeds meer in Vietnam verstrikt raakte, en in Duitsland een jonge protestgeneratie zich op het naziverleden stortte dat nog maar nauwelijks voorbij was en niet was ‘verwerkt’. Joden hebben het weleens over Jüdischer Selbsthass, over het antisemitisme dat onder Joden zelf voorkomt. Karl Marx springt dan in gedachten. En er waren de (neomarxistische) filosofen van de Frankfurter Schule, die in navolging van Theodor Adorno van een Dialektik der Aufklärung spraken. Zij zouden volgens rechtse critici het Westen met een allesvernietigend ‘cultuurboljsewisme’ hebben opgezadeld, waarbij vertrouwde westerse waarden en normen zijn afgebroken in ruil voor het cultuurrelativisme dat nu de toon zet.

Een groot en deftig thema dus, waarvoor je moet hebben doorgeleerd. Dat maakt het op zich al opmerkelijk dat Baudet zo’n breed gehoor voor zijn boodschap vindt. Want de jonge conservatief had het vooral over al het mooie en hogere van de westerse cultuur dat bedreigd wordt door een onverschillige elite. Thierry wilde viool en piano spelen, boeken schrijven, een leven leiden zoals de Europese groten dat deden in de negentiende eeuw. Zijn kritiek is bij uitstek elitair, waarbij hij de pragmatische en internationaal gezinde politieke elites van vandaag op de korrel neemt, aan wie de hogere cultuur van vroeger niet is besteed en die al dat moois in de uitverkoop doen. Met zijn hedendaagse euroscepsis is hij uitgegroeid tot held van al diegenen die onze nationale cultuur in gevaar zien en vast willen houden aan nationale soevereiniteit. Vooral in PVV-kringen vaart men graag uit tegen de ongekozen bureaucraten in Brussel die onze nationale soevereiniteit bedreigen. Je kunt veel zeggen van die critici, maar niet dat zij zich nu zulke zorgen maken over de Schone Kunsten en het vlakke intellectuele klimaat waar het Baudet, Bolkestein en Cliteur om te doen is. Integendeel, de anti-Europeanen of eurosceptici van vandaag zijn bij uitstek anti-elitair. Zij haten de elites, die als politiek correct en anti-nationaal worden veroordeeld, en omgekeerd kun je zeggen dat de ‘nieuwe populisten’ de haat en de afschuw opwekken van de culturele bovenlaag.

Hier komen we meteen al in de knoei met het zo breed opgetrokken begrip ‘zelfhaat’. Van Bolkestein en Cliteur heb ik nooit de indruk gehad dat zij onder zelfhaat gebukt gingen. Integendeel, zij waren uiterst tevreden met zichzelf. En ook Baudet heeft geen last van zelfhaat. De ‘zelfhaat’ waarover zij het hebben, signaleren zij bij anderen, bij linkse critici die het Westen verantwoordelijk maakten voor al het kwaad in de wereld. Die linkse maatschappijcritici hadden overigens ook weinig last van zelfhaat. Integendeel, zij dachten zich sterk te maken voor een betere wereld waarin zij zelf uiteraard de politieke en culturele avantgarde zouden vormen. Daaruit spreek nou niet direct een gebrek aan zelfvertrouwen, eerder een flinke dosis overmoed. (Lees ook de zelffelicitatie op Joop waarmee progressief Nederland zichzelf weer tot gids van de moderne wereld uitroept na een column in de Financial Times van de halve Nederlander Simon Kuper.) Intellectuele hubris, zeggen we tegenwoordig. Zulke linkse intellectuelen waanden zich moreel superieur, en precies dat wekte zo’n afkeer op in conservatievere kringen. Niet alleen omdat die marxistische pretenties een gotspe waren en op niks zijn uitgedraaid (Marx is zelfs op universiteiten van zijn sokkel gehaald), maar ook omdat de kennis van de veel grotere en rijkere westerse culturele traditie (van het christendom tot het liberalisme) verloren dreigde te gaan. Links dreigde in intellectuele kringen niet alleen een monopoliepositie te krijgen, maar was zelf ook nog eens verschraald tot een verstikkend ideologisch gezelschap dat blind was voor wat andere stromingen aan de westerse vooruitgang hadden bijgedragen.

Ik meen dat deze toestand grotendeels achter ons ligt en zelfs in de ‘duistere’ jaren tachtig – toen Ronald Reagan alweer uitriep dat het morning in America was – nooit zo erg was als beweerd. Hoogstens kun je zeggen dat de intellectuelen achterop liepen, wat nogal contrasteerde met hun zelfbeeld. Er is inmiddels een flinke bibliotheek te vullen met linkse zelfkritiek, van George Orwell tot de ‘nieuwe filosofen’ aan de rive gauche in Parijs. Misschien een reden tot zelfhaat, maar niet van het Westen als geheel, maar van de (linkse) intellectuelen die zo mis zaten. Het zou kunnen dat de westerse universiteiten hiervan nog steeds niet zijn hersteld, maar het huidige onpolitieke klimaat is eerder op commercie gericht en het idee dat ‘iedereen’ hoger onderwijs moet volgen – een idee dat in de jaren zestig ook al sterk was en toen minder bekrompen en economisch werd opgevat dan nu het geval is. Maar ook bij de huidige universiteiten, die over elkaar heen struikelen om uit te dragen hoe ‘excellent’ zij zijn, krijg je niet de indruk dat zij onder zelfhaat gebukt gaan. Het is eerder hun zelfingenomenheid en schaamteloos uitventen van de eigen voortreffelijkheid die hier tegen de borst stuit.

Nogmaals, ik zie die zelfhaat bij de elites niet. De elites, van links en rechts, zijn juist zeer met zichzelf ingenomen. Misschien zit die zelfhaat eerder bij het ‘gewone volk’, dat boos is en zich (door de eigen elites) verwaarloosd en in de steek gelaten voelt. Daaruit spreekt nu niet direct zelfbewustzijn, maar het verlangen om door ‘echte leiders’ aan de hand te worden genomen naar een vertrouwde wereld die weer helemaal van onszelf is. De culturele eigenheid waar de huidige elites volgens Baudet zo’n angst voor hebben. Ook dat is vreemd, want de populaire cultuur van André Hazes, BZN en allerlei andere Volendammer popsterren is alomtegenwoordig en BN’ers bepalen meer dan ooit de nationale smaak. Veel van deze ‘nieuwe sterren’ lijken het heel goed zonder elites te kunnen, of werpen zichzelf als redders van het vaderland op. Denk aan coryfeeën als Herman Heinsbroek en Willem van Kooten. Van zelfhaat hadden deze heren beslist geen last. En van die ‘oikofobie’ had ik nog nooit gehoord. Toen ik het opzocht bleek het ‘angst voor het huiselijke’ te betekenen, wat volgens mij iets anders is dan de angst voor het eigene waar Baudet het voor houdt.

Ik zou denken dat angst voor het huiselijke vooral slaat op angst om opgesloten te blijven zitten in het eigen milieu, in het eigen kleine wereldje. Angst voor bekrompenheid dus, die ten grondslag ligt aan zin voor avontuur en het (zeer westerse) verlangen om grenzen te verleggen en nieuwe werelden te ontdekken. Een verlangen naar sociale stijging dus, naar sociale mobiliteit, terwijl Thierry Baudet eerder bang lijkt dat al het moois en verhevens van de geprivilegieerde Europese wereld waarin hij is opgegroeid verloren gaat. Die angst voor sociaal afglijden is reëel, net als het gevaar van de teloorgang van de hogere Europese cultuur. Maar laat hij dat gewoon zo noemen, en niet de indruk wekken dat hij het in naam van de democratie voor het gewone volk opneemt. De radicale linkse studenten in de jaren zestig waren daar ook sterk in en werden om die reden door de echte communisten en de echte arbeiders (het gewone volk dus) gewantrouwd. Want Baudet is met al zijn talenten allerminst gewoon, en zijn verhaal past eerder in een conservatieve cultuurkritiek die onder Europese intellectuelen een lange traditie heeft en zich slecht verdraagt met een anti-Europees populisme dat steeds luidruchtiger wordt. In dat gezelschap, dat wel vol (zelf)haat zit, hoort Thierry niet thuis.

Waardeer jij de artikelen op DagelijkseStandaard.nl? Volg ons dan op Twitter!

In dit artikel
Dagelijksestandaard.nl gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën (cookies) onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren. Cookies van onszelf en van derden kunnen worden gebruikt om advertenties te tonen en artikelen aan te bevelen op dagelijksestandaard.nl die aansluiten op uw interesses. Ook derden kunnen uw internetgedrag volgen. Cookies kunnen gebruikt worden om op sites van derden relevante advertenties te tonen. Cookies van derde partijen maken daarnaast mogelijk dat u informatie kunt delen via social media zoals Twitter en Facebook.

Like nu onze nieuwe pagina voor nieuws en opinie!