Nederland moet zijn identiteit weer op het voetstuk plaatsen

Foto:

Een pleidooi voor een cultureel christelijk réveil; een nieuwe mars door de instituties.

De huidige Westerse samenleving is gedefinieerd door de culturele revolutie van de jaren ’60. Sindsdien wordt alles wat traditioneel en conventioneel is, afgedaan als fascisme en racisme. Ruimte moet worden gemaakt voor de volledige emancipatie van alle moraal: ‘to liberate human beings from the circumstances that enslave them’. Alleen dan kan het socialistische ideaal van sociale rechtvaardigheid – het einde van de klassenmaatschappij – worden verwezenlijkt. We noemen deze filosofische stroming het cultureel marxisme (ook wel het Westerse marxisme).

Deze bij het grote publiek vrijwel onbekende politieke stroming heeft een ongekende invloed uitgeoefend op de generaties na de oorlog. Het gaat om denkers als Fromm, Lukacs, Marcuse en Adorno. Marx had voorspeld, dat indien de kapitalistische landen wederom de wapens tegen elkaar zouden opnemen, de arbeidersklasse in revolte zou opstaan. Op dat moment zou het socialistische kunnen worden verwezenlijkt.

Na de eerste Wereldoorlog ontstonden beperkte socialistische revoltes, maar zij waren nergens succesvol, behalve in het oligarchische Rusland. Daarop gingen de marxistische denkers van de Frankfurter Schule aan de slag: waarom had Marx ongelijk gehad? De weerstand tegen de socialistische revolutie kwam vooral uit de politieke en culturele Westerse instituties. Het christendom, het klassiek-liberale gedachtegoed en de rationaliteit van mensen was gewoonweg te sterk. De cultureel marxisten concludeerden dan ook, dat om een socialistische revolutie te verwezenlijken, er sprake moest zijn van ‘een lange mars door de instituties’ (Gramsci). Pas op het einde van deze mars zou het socialistische ideaal kunnen worden verwezenlijkt.

Het middel wat zij daartoe gebruikten was de kritische theorie (Horkheimer). Het enige wat nodig was om de instituties te verzwakken, zo redeneerden de cultureel marxisten, was een onaflatende stroom van kritiek op traditionele waarden, normen en solls, met andere woorden: de moraal. Zonder overigens een moreel alternatief te bieden. Hierdoor zou het vertrouwen en de legitimiteit van het traditionele politieke systeem worden ondermijnd. Op deze wijze ontstond ruimte voor de adepten van deze filosofie, het zogenaamde ‘Nieuw Links’. Niet alleen in de politiek: maar bovenal ook in maatschappelijke organisaties en universiteiten.

De ideeën van het cultureel marxisme zijn vooral onder babyboomers en masse gerecipieerd. En hun mars is gelukt: er zijn weinig (overheids-)instituties te benoemen die niet uitgesproken cultureel marxistisch zijn. Maar de wagen van hun revolutie dendert nog steeds voort, en keert zich nog immer tegen alles wat nog enige schijn heeft van traditionaliteit, rationaliteit en historiciteit. De wapens? Multiculturalisme, environmentalisme, anti-racisme, feminisme, historisch revisionisme, etc. Hetgeen zij eigenlijk predikt is nihilisme: een Umwertung aller Werte.

Het doel: het onttronen van de suprematie van de christelijke, blanke, geprivilegieerde man, in het bijzonder uit de middenklasse. Alleen door de volledige afbraak van zijn traditionele suprematie kan immers sprake zijn van volledige gelijkheid. Door zijn ontheemding is hij niets meer dan de volgende bevolkingsgroep. Ook de rationaliteit is een grote vijand van de cultureel marxisten. Iemand die onafhankelijk kan nadenken is gevaarlijk, omdat hij wel eens kritiek zou kunnen uitoefenen op het socialistische ideaal. Daarom dient hij enerzijds zo weinig mogelijk mee te krijgen van zijn traditie en dient er anderzijds een politiek correct ‘vangnet’ te bestaan, waarin andersluidende meningen aan schervengericht en limbo worden onderworpen.

We dienen zand in de raderen van deze immer voortschrijdende culturele tank te strooien. Waarom? Omdat ‘de volledige emancipatie’ desastreuze effecten heeft. Vooral het multiculturalisme is desastreus. Zij poneert dat alle culturen gelijk zijn. Dat is grote onzin: vergelijk onze christelijke cultuur met die van inheemse kannibalen op Papoea-Nieuw-Guinea. Valt de moraal van de ene cultuur niet te prefereren boven de andere? Bovendien heeft onze christelijke cultuur de wereld bijzonder veel goeds gebracht: vergeet niet, dat de secularisatie pas heeft plaatsgevonden vanaf de jaren ’60. In tegenstelling tot alle kritische theorie – al het revisionisme over christelijke achterlijkheid – was zonder onze christelijke cultuur maatschappelijke vooruitgang ondenkbaar geweest. Het tijdperk van christelijk-culturele gemeenschappelijkheid in Nederland is echter voorbij.

De Umwertung aller Werte is compleet. Als er geen sprake is van een gemeenschappelijke moraal, gaat het maatschappelijk vertrouwen kapot: niemand weet immers of de ander dezelfde waarden aanhangt. Dat verklaart ook de immense kloof tussen veel stemmers en de politiek: met enig benul van rationele, traditionele denkbeelden is het maar moeilijk om onze politieke elite te begrijpen. Het creëert ook de nood voor een immense overheid, waardoor onze klassieke mensenrechten – volgens de cultureel marxist ook maar relatief; vergelijk de vrijheid van meningsuiting – onder druk staan.

Als mensen geen gemeenschappelijk geweten hebben dient de overheid te sturen met behulp van wettelijk instrumentalisme: ‘carrots and sticks’. Moreel gedrag volgt dan niet meer uit het geweten, maar uit een straffende ofwel belonende overheid. Dat is een logische ontwikkeling: een burger zonder moraal of geweten valt ook helemaal niet te vertrouwen op normconform gedrag.

Ik pleit dan ook voor een cultureel christelijk réveil; een nieuwe mars door de instituties. Het cultureel marxisme is te ver doorgeschoten en zij is vaak het enige dat kinderen in ons gedevalueerde onderwijs meekrijgen. We dienen daarom enerzijds zorg te dragen voor klassieke-rationele vormen van onderwijs; door het oprichten van nieuwe instituties, waarin onze kinderen weer iets meekrijgen van onze culturele erfenis. Want daar zit behalve de ellende die zo door de cultureel marxisten zo wordt benadrukt, ook vooral heel veel moois in.

Anderzijds dienen we de Nederlandse instituties over te nemen: als wij de posities innemen, waar de belangrijke meningen worden vertegenwoordigd, kunnen wij in de toekomst weer invloed van betekenis uitoefenen, zodat we weer in een harmonieuze maatschappij kunnen leven, die ontdaan is van de uitwassen van het cultureel marxistische nihilisme. Door deze terugkeer zullen we weer in vrijheid kunnen leven, want eenieder zal weer beseffen waar zijn recht ophoudt en waar dat van de ander begint. Dat is de ware gelijkheid: iedereen heeft een gelijk recht op vrijheid. Hiervan kan hij alleen gebruik maken indien hij rationeel kan zijn. Sociale rechtvaardigheid kan dan ook alleen worden bereikt door het juk van het cultureel marxisme af te werpen.


Waardeer jij de artikelen op DagelijkseStandaard.nl? Volg ons dan op Twitter!

In dit artikel

Like nu onze nieuwe pagina voor nieuws en opinie!