Het kabinet heeft de planning voor de vermogenswinstbelasting in box 3 toegelicht. Dat staat in de
Kamerbrief van vrijdag 16 oktober 2026 van de staatssecretaris van Financiën. De novelle ligt voor advies bij de Raad van State. Eind oktober is de uitvoeringstoets van de
Belastingdienst gereed. Uiterlijk 2 november stuurt het kabinet de novelle met die toets naar de Kamer.
Het kabinet werkt ook aan een andere dekking om kleine spaarders te ontzien en informeert de Kamer daar uiterlijk 2 november over. Het blijft een voorstel, geen wet. Beide Kamers moeten nog instemmen. Wij zetten de rekenregels voor beleggers op een rij.
Koerswinst pas bij verkoop
Volgens de
memorie van toelichting bij de novelle wil het kabinet vanaf 1 januari 2028 een vermogenswinstbelasting voor alle financiële instrumenten. Daaronder vallen aandelen, obligaties, opties en rechten van deelneming in beleggingsinstellingen, dus ook ETF's. De waardestijging wordt pas belast als die is gerealiseerd, bijvoorbeeld bij verkoop.
Een koersstijging zonder verkoop is dus geen belaste winst. Een koersdaling zonder verkoop is ook geen verlies. Het jaar 2027 valt nog onder het huidige forfaitaire stelsel, dat lees je in
ons artikel over box 3 in 2027.
Je aankoopprijs wordt de waarde op 1 januari 2028
Had je de belegging op 1 januari 2028 al, dan telt volgens het voorstel de waarde in het economische verkeer van die dag als verkrijgingsprijs, je fiscale aankoopprijs. Waardeontwikkeling van vóór 1 januari 2028 blijft buiten de vermogenswinstbelasting.
Stond je belegging op die datum onder je oorspronkelijke aankoopprijs, dan telt dat oude verlies niet mee. Je nieuwe aankoopprijs is immers de waarde op 1 januari 2028.
Bijkopen: de gemiddelde aankoopprijs
Heb je meerdere stukken van dezelfde belegging, gekocht op verschillende momenten en voor verschillende bedragen, dan geldt één gemiddelde verkrijgingsprijs voor al die stukken. Dat werkt in box 2 al zo. Je hoeft dus niet aan te wijzen welk stuk je verkoopt. De Nederlandse Vereniging van Banken gaf daar de voorkeur aan boven lifo of fifo.
Het voorbeeld uit de memorie van toelichting laat zien hoe dat uitpakt. Henk heeft op 1 januari 2028 één aandeel met een waarde van €1.000. In 2028 koopt hij er twee bij voor €1.600 per stuk, waardoor zijn gemiddelde verkrijgingsprijs €1.400 wordt. Dat jaar krijgt hij €50 dividend. In 2029 verkoopt hij één aandeel voor €1.700 en krijgt hij €40 dividend. Zijn belastbaar voordeel over 2028 is €50. Over 2029 is het €340: €300 vermogenswinst plus €40 dividend. Hij houdt twee aandelen met een gemiddelde verkrijgingsprijs van €1.400.
Wie maandelijks bijkoopt, krijgt dus telkens een nieuwe gemiddelde aankoopprijs. Verkoop je een deel, dan blijft de gemiddelde prijs van de rest gelijk. Wat het voor jou betekent,
reken je uit met de box 3-calculator.
Dividend elk jaar, herbeleggen pas bij verkoop
Rente en dividend worden in het nieuwe stelsel elk jaar belast, ook bij de vermogenswinstbelasting. Bij een uitkerend fonds betaal je dus elk jaar over het ontvangen dividend. Dat gebeurt boven het heffingsvrij resultaat, samen met je rente en ander rendement. In het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement is dat heffingsvrij resultaat €1.800. De novelle wil het per 1 januari 2028 verlagen naar €1.000 per belastingplichtige. Het voorgestelde tarief is 36 procent.
Wij rekenden het na, vereenvoudigd. We gingen uit van een alleenstaande zonder ander vermogen, zonder kosten en zonder schulden. Het dividendrendement van 2 procent is onze eigen aanname.
- €100.000 in een uitkerend fonds levert €2.000 dividend per jaar op. Bij €1.800 heffingsvrij resultaat is €200 belast, dus €72 belasting. Bij €1.000 heffingsvrij resultaat is €1.000 belast, dus €360 belasting.
- Hetzelfde bedrag in een herbeleggend fonds keert niets uit. Zolang je niets verkoopt en geen ander rendement hebt, is het bedrag in dat jaar €0.
Voor fondsen die het dividend zelf weer
beleggen, noemt de memorie van toelichting geen uitzondering. Het herbelegde dividend zit dan in de koers en wordt pas belast als je de stukken verkoopt, als deel van je winst. Je stelt de
belasting dus uit, je ontloopt hem niet.
Het heffingsvrij resultaat geldt per jaar. Verkoop je in één keer een grote winst, dan valt die in één jaar. Bij €30.000 winst in één jaar, zonder ander rendement, ten opzichte van de waarde op 1 januari 2028 is bij €1.000 heffingsvrij resultaat €29.000 belast, dat is €10.440. Bij €1.800 is €28.200 belast, dat is €10.152.
Verlies telt pas bij verkoop
Volgens
Kamerstuk 36748 nr. 6 telt per kalenderjaar het resultaat over al je bezittingen samen. Is er een nettoverlies over je totale box 3-vermogen, dan kun je het deel boven een drempel van €500 onbeperkt in de tijd verrekenen met positieve box 3-inkomsten in latere jaren. Achterwaartse verliesverrekening is niet opgenomen. Verliezen onder €500 kun je niet verrekenen.
Wat nog niet onder de nieuwe regel valt
Niet alles gaat over op vermogenswinstbelasting. Directe cryptobeleggingen (crypto wallets), banktegoeden, verzekeringsproducten, lijfrentes, vorderingen en schulden, vreemde valuta en roerende zaken ter belegging vallen volgens het voorstel tijdelijk onder de vermogensaanwasbelasting. Daarbij wordt de jaarlijkse waardeontwikkeling belast. Naar verwachting kan ook dat per 2030 vermogenswinstbelasting worden.
Wat je nu kunt doen
- Bewaar vanaf 2028 je aankoopbedragen en kijk of je bank of broker je gemiddelde aankoopprijs bijhoudt.
- Noteer de waarde van je beleggingen op 1 januari 2028. Die wordt je nieuwe aankoopprijs.
- Houd er rekening mee dat bedragen nog kunnen veranderen. De Kamer krijgt uiterlijk 2 november de novelle en de uitvoeringstoets. Daarna volgt de stemming in beide Kamers.
Wil je weten wat er verandert aan je AOW, pensioen of box 3? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief van
Box3Wacht, de rekensite van DDS.