Een voltijdstudie aan een Nederlandse hogeschool of universiteit wordt opnieuw duurder. Het wettelijke collegegeld bedraagt in het studiejaar 2026-2027 €2.694. Dat is €93 meer dan de €2.601 die studenten vorig jaar betaalden. Omgerekend komt de verhoging neer op ongeveer €7,75 per maand wanneer het bedrag over twaalf maanden wordt verdeeld. Dat lijkt misschien geen enorme sprong, maar het collegegeld staat niet op zichzelf. Studenten krijgen tegelijkertijd te maken met huur, boodschappen, verzekeringen, vervoer en de aanschaf van boeken en andere studiematerialen.
De nieuwe bedragen zijn gepubliceerd door de
Rijksoverheid. Het wettelijke tarief is bij alle Nederlandse hogescholen en universiteiten gelijk. De onderwijsinstelling mag dat bedrag dus niet zelfstandig verhogen voor studenten die aan de voorwaarden voor het wettelijke collegegeld voldoen.
Voor deeltijd- en duale opleidingen geldt geen enkel vast bedrag. Het wettelijke collegegeld moet in 2026-2027 ergens tussen €1.604 en €2.694 liggen. Hoeveel de student precies betaalt, hangt af van de instelling en de opleiding.
Niet iedereen betaalt het wettelijke tarief
De genoemde €2.694 geldt uitsluitend voor studenten die recht hebben op het wettelijke collegegeld. Wie daar niet voor in aanmerking komt, betaalt instellingscollegegeld. Hogescholen en universiteiten bepalen dat tarief zelf.
Het instellingscollegegeld mag nooit lager zijn dan het wettelijke collegegeld, maar kan wel aanzienlijk hoger uitvallen. Dat kan bijvoorbeeld spelen bij iemand die al een bekostigde bachelor- of masteropleiding heeft afgerond en daarna aan een tweede opleiding begint. Ook nationaliteit, verblijfsstatus en het soort opleiding kunnen een rol spelen.
Aankomende studenten moeten daarom niet automatisch aannemen dat €2.694 ook hun persoonlijke rekening wordt. In het inschrijfsysteem van de onderwijsinstelling hoort te staan welk tarief van toepassing is. Bij twijfel kan de studentenadministratie uitsluitsel geven.
Voor kleinschalige en intensieve opleidingen bestaat daarnaast een bijzondere uitzondering. Instellingen mogen voor zulke erkende opleidingen maximaal vijfmaal het wettelijke collegegeld vragen. Op basis van het tarief voor 2026-2027 komt dat theoretische maximum uit op €13.470.
Dat betekent niet dat iedere kleinschalige
studie dat bedrag rekent. Het laat wel zien hoe groot het verschil tussen twee opleidingen kan zijn. Alleen naar de naam of locatie van een studie kijken, is dus niet voldoende: ook het officiële collegegeldtarief verdient aandacht voordat de inschrijving definitief wordt gemaakt.
Eerstejaars krijgen geen automatische halvering meer
Enkele jaren geleden betaalden veel beginnende studenten gedurende hun eerste studiejaar slechts de helft van het wettelijke collegegeld. Die regeling is sinds het studiejaar 2024-2025 stopgezet.
Een eerstejaarsstudent die in september 2026 begint, betaalt daardoor in beginsel hetzelfde wettelijke tarief van €2.694 als ouderejaarsstudenten. Voor gezinnen die nog rekening houden met de voormalige korting kan dat een onaangename verrassing zijn.
De beëindiging van de halvering is vooral voelbaar bij studenten die pas laat hun begroting maken. Zij zien een voltijdstudie misschien als een rekening van iets meer dan €200 per maand, maar daar komen alle overige uitgaven nog bovenop. Kamerhuur vormt voor uitwonende studenten doorgaans de grootste post. Daarna volgen boodschappen, vervoer, verzekeringen en boeken.
Het loont daarom om vooraf uit te rekenen welk bedrag maandelijks beschikbaar moet zijn. Veel onderwijsinstellingen bieden betaling in termijnen aan, maar de precieze termijnen en afschrijfdata verschillen. Betalen in delen maakt de studie niet goedkoper; het voorkomt alleen dat het hele bedrag in één keer van de rekening verdwijnt.
Van €2.314 naar €2.694 in drie studiejaren
De stijging wordt duidelijker als enkele jaren naast elkaar worden gezet. In 2023-2024 bedroeg het wettelijke voltijdtarief nog €2.314. Een jaar later werd dat €2.530, waarna het in 2025-2026 steeg naar €2.601. Nu volgt dus €2.694.
Ten opzichte van 2023-2024 betaalt een student inmiddels €380 meer per studiejaar. Bij een vierjarige opleiding kan een jaarlijkse verhoging flink doorwerken in het totale bedrag dat iemand aan collegegeld kwijt is.
Daar staat tegenover dat sommige studenten recht hebben op een aanvullende beurs of andere financiële ondersteuning. Die regelingen veranderen echter niets aan de hoogte van de rekening zelf. Ze bepalen alleen hoeveel financiële ruimte de student heeft om die rekening en andere studiekosten te betalen.
Studenten die hun inschrijving voor september nog moeten afronden, kunnen het beste drie zaken controleren: welk soort collegegeld voor hen geldt, op welke momenten het wordt afgeschreven en of alle gegevens bij de opleiding en DUO correct zijn.
Eén ding staat vast: voor de meeste voltijdstudenten met het wettelijke tarief is €2.694 het bedrag waarmee dit studiejaar rekening moet worden gehouden.