Studenten in het mbo, hbo en op de universiteit krijgen op vrijdag 23 oktober 2026 hun studiefinanciering over oktober uitbetaald door de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). Op de site van DUO staan ook al de nieuwe maandbedragen voor 2027: vanaf 1 januari 2027 gaan de basisbeurs, de maximale aanvullende beurs en de rentedragende lening omhoog. Wie recht heeft op studiefinanciering, ontvangt het bedrag aan het einde van de maand. Op de pagina met
betaaldatums van DUO staan de laatste drie betaalmomenten van dit jaar, en op het op 13 oktober 2026 bijgewerkte overzicht met
bedragen studiefinanciering 2026 en 2027 is te zien hoeveel er per januari bij komt.
De laatste drie betaaldata van DUO in 2026
Voor de rest van 2026 maakt DUO de studiefinanciering over op vrijdag 23 oktober 2026, dinsdag 24 november 2026 en dinsdag 22 december 2026. Hoe laat het geld op de rekening staat, verschilt per bank. De hogere bedragen van 2027 worden voor het eerst uitbetaald op vrijdag 22 januari 2027.
Wat hbo- en wo-studenten vanaf januari 2027 krijgen
Voor hbo- en universitaire studenten staan de bedragen van basisbeurs, aanvullende beurs en lening voor 2026 in artikel 3.18 van de
Wet studiefinanciering 2000. Vanaf 1 januari 2027 stijgen die bedragen als volgt:
- Basisbeurs hbo en universiteit: thuiswonend stijgt van €130,21 naar €134,45 per maand (+€4,24); uitwonend stijgt van €324,52 naar €335,10 per maand (+€10,58).
- Aanvullende beurs (maximaal, afhankelijk van ouderlijk inkomen): stijgt voor thuis- én uitwonenden van €491,08 naar €507,10 per maand (+€16,02).
- Rentedragende lening en collegegeldkrediet: de reguliere lening stijgt van €315,17 naar €325,44 per maand (+€10,27); het collegegeldkrediet blijft tot en met augustus 2027 €224,50 per maand en stijgt per september 2027 naar €230,92.
- Maximale totaalbedrag hbo en universiteit: stijgt in januari tot en met augustus 2027 voor thuiswonenden van €1.160,96 naar €1.191,49 per maand (en per september 2027 naar €1.197,91) en voor uitwonenden van €1.355,27 naar €1.392,14 per maand (en per september 2027 naar €1.398,56).
De nieuwe bedragen voor het mbo vanaf januari 2027
In het mbo stijgt de basisbeurs op 1 januari 2027 voor thuiswonenden van €107,26 naar €110,76 per maand (+€3,50) en voor uitwonenden van €350,03 naar €361,44 per maand (+€11,41). De maximale rentedragende lening stijgt van €233,65 naar €241,27 per maand (+€7,62).
Bij de aanvullende beurs geldt volgens artikel 3.2, derde lid, van de Wet studiefinanciering 2000 een verhoging voor mbo-studenten die lesgeld aan DUO verschuldigd zijn. Met lesgeldplicht stijgt de maximale aanvullende beurs van €442,50 naar €452,81 per maand voor thuiswonenden (per augustus 2027 €456,39) en van €470,82 naar €482,06 per maand voor uitwonenden (per augustus 2027 €485,64). Het maximale totaalbedrag met lesgeldplicht stijgt daarmee in januari tot en met juli 2027 van €783,41 naar €804,84 (thuiswonend) en van €1.054,50 naar €1.084,77 (uitwonend). Hoef je nog geen lesgeld aan DUO te betalen, dan ligt de maximale aanvullende beurs tot en met juli 2027 €125,92 per maand lager en stijgt het maximum van €316,58 naar €326,89 (thuiswonend) en van €344,90 naar €356,14 (uitwonend).
Wanneer je beurs bij stoppen toch een gift blijft
Op
mbo niveau 1 en 2 zijn de basisbeurs, aanvullende beurs en het studentenreisproduct volgens DUO altijd een gift. Bij
mbo niveau 3 en 4, hbo en universiteit vormen ze een prestatiebeurs die volgens de DUO-pagina
gift of terugbetalen pas een gift wordt als je binnen 10 jaar een diploma haalt.
Voor wie eerder stopt, kent de wet twee vangnetten. Ten eerste blijft de
aanvullende beurs over de eerste
12 maanden in mbo 3 en 4 (artikel 4.7, eerste lid, WSF 2000) en over de eerste
5 maanden in hbo en universiteit (artikel 5.2, tweede lid, WSF 2000) altijd direct een gift. Ten tweede geldt de regeling op de pagina
stoppen in je eerste jaar wanneer je de studiefinanciering én het reisproduct
vóór 1 februari stopzet (ben je per 1 februari begonnen in het hbo of op de universiteit, dan vóór 1 september, artikel 5.11 WSF 2000): in het mbo niveau 3 en 4 wordt de verbruikte prestatiebeurs dan een gift als je in het eerste jaar van een opleiding voor het eerst prestatiebeurs beroepsonderwijs geniet en in datzelfde studiejaar niet opnieuw studiefinanciering voor mbo niveau 3 of 4 of hoger onderwijs krijgt (artikel 4.11 WSF 2000); in het hbo en op de universiteit gebeurt dat als je in dat studiejaar voor het eerst prestatiebeurs hoger onderwijs geniet en over datzelfde studiejaar niet opnieuw studiefinanciering voor hoger onderwijs krijgt toegekend (artikel 5.10 WSF 2000).
Heb je al een mbo-diploma en ontvang je voor het eerst prestatiebeurs voor hbo of universiteit, dan mag je volgens artikel 5.11a WSF 2000 zelfs tot het einde van je eerste studiejaar stoppen (bij start in september: uiterlijk 31 augustus stopzetten, mits je niet vóór 1 februari van het volgende studiejaar opnieuw studiefinanciering voor hoger onderwijs krijgt toegekend). De verbruikte maanden tellen wél mee als verbruikte maanden prestatiebeurs, en een rentedragende lening of collegegeldkrediet moet altijd met rente worden terugbetaald.
Wil je vaker zulke uitleg over je geld in je tijdlijn? Like en volg DDS op
Facebook.