Geen belastbaar inkomen in box 3, maar toch €4.024 huurtoeslag moeten terugbetalen. Een huurder die dat wilde aanvechten, kreeg bij het Gerechtshof Den Haag geen gelijk. De op 19 oktober gepubliceerde uitspraak laat twee verschillende problemen zien: de vermogensgrens voor huurtoeslag ligt lager dan de vrijstelling in box 3, en een geschil over een toeslagbeschikking kan niet via een procedure over de inkomstenbelasting worden opgelost.
Het hof deed
de uitspraak op 2 september 2026. De zaak ging over belastingjaar 2022. De huurder had geen fiscaal partner en gaf €15.417 belastbaar inkomen uit werk en woning aan. Zijn belastbare inkomen uit sparen en beleggen stond op €0.
Dienst Toeslagen stelde zijn huurtoeslag toch vast op nihil en vorderde het voorschot van €4.024 terug. Volgens de dienst was zijn vermogen daarvoor te hoog. Het bedrag aan box 3-belasting op zijn aanslag gaf hem dus geen zekerheid over zijn toeslag.
Wat het hof wel en niet besliste
De huurder maakte bezwaar bij Dienst Toeslagen. Nadat dat bezwaar was afgewezen, stelde hij tegen die beslissing geen beroep in. Zijn bezwaar was ook doorgestuurd naar de
Belastingdienst en daar behandeld als een bezwaar tegen zijn aanslag inkomstenbelasting. Over die belastingprocedure ging het hoger beroep bij het hof.
De man wilde dat de Wet rechtsherstel box 3 ook zou doorwerken naar zijn huurtoeslag. Omdat zijn box 3-inkomen nihil was, vond hij dat hij het voorschot moest kunnen houden.
Het hof wees erop dat de toeslagbeschikking in deze procedure niet voorlag. Bovendien is de belastingrechter niet bevoegd om over een geschil over die beschikking te oordelen. Over de juistheid van de vastgestelde rendementsgrondslag van €39.433 bestond tussen de partijen geen verschil van mening.
Het hof bevestigde daardoor de uitkomst van de rechtbank, maar op andere gronden. Het gaf geen nieuw inhoudelijk oordeel dat de terugvordering van de huurtoeslag rechtmatig was. De poging om die via de belastingprocedure ongedaan te maken, mislukte.
Waarom €0 box 3-belasting toch samengaat met verlies van huurtoeslag
Los van die procedure gelden verschillende vermogensgrenzen. Voor 2026 bedraagt het
heffingsvrije vermogen in box 3 €59.357 zonder fiscaal partner. Voor fiscale partners die het hele jaar als partners worden behandeld, is dat samen €118.714.
De
vermogensgrens voor huurtoeslag ligt op 1 januari 2026 op €38.479 per persoon zonder toeslagpartner, of €76.958 voor toeslagpartners samen. Fiscaal partnerschap en toeslagpartnerschap zijn verschillende begrippen; ga niet automatisch uit van dezelfde behandeling.
Voor iemand zonder partner zit tussen de beide grenzen €20.878. In dat gebied kun je geen box 3-belasting verschuldigd zijn, terwijl je vermogen voor de huurtoeslag toch te hoog is. Ook het vermogen van medebewoners kan bij huurtoeslag een rol spelen. Voor sommige vermogensbestanddelen bestaan uitzonderingen.
Zo werd het vermogen in de rechtszaak berekend
De huurder had op 1 januari 2022 €105.690 aan bezittingen: €12.397 aan bank- en spaartegoeden, €9.220 aan effecten en €84.073 aan onroerende zaken of rechten daarop. Daar stonden €69.457 aan schulden tegenover.
Een gewone aftreksom levert €36.233 op. Voor box 3 mochten de schulden echter niet volledig worden afgetrokken. In 2022 gold een schuldendrempel van €3.200. Daardoor waren de aftrekbare schulden €66.257 en kwam de rendementsgrondslag uit op €39.433.
De huurtoeslaggrens bedroeg dat jaar €31.747. Ook zonder toepassing van de schuldendrempel lag zijn vermogen daar dus al boven. De drempel vergrootte het verschil, maar was in deze zaak niet beslissend voor het overschrijden van de vermogensgrens.
De drempel kan in andere gevallen wel het beslissende verschil maken. In 2026 bedraagt de
schuldendrempel in box 3 €3.800 zonder fiscaal partner en €7.600 bij een gezamenlijke berekening met een fiscaal partner.
Een schuld van €5.000 is niet altijd volledig aftrekbaar
Neem een afzonderlijk rekenvoorbeeld met de regels van 2026. Een huurder zonder partner of medebewoners heeft op 1 januari €41.233 spaargeld en een persoonlijke lening van €5.000 die tot box 3 behoort. Er zijn geen andere bezittingen of bijzondere vrijstellingen.
Zijn bezittingen min de volledige schuld bedragen €36.233. Dat lijkt onder de huurtoeslaggrens van €38.479 te blijven. Maar door de schuldendrempel is slechts €1.200 aftrekbaar. Het voor de toets berekende vermogen wordt daardoor €40.033: €1.554 te hoog.
Was die lening vóór 1 januari 2026 volledig afgelost uit het spaargeld, dan waren zowel het banksaldo als het relevante vermogen €36.233 geweest. Daarmee zou deze huurder aan de vermogenseis hebben voldaan. Of hij daadwerkelijk huurtoeslag kreeg en hoeveel, zou vervolgens afhangen van onder meer zijn inkomen, huur en overige omstandigheden.
De peildatum van 2026 kun je nu niet meer veranderen
Aflossen in oktober verandert de vermogensstand op 1 januari 2026 niet. Het voorbeeld is daarom geen manier om nu alsnog huurtoeslag over 2026 veilig te stellen.
Voor een beoordeling van 2027 moet je de regels en bedragen voor 2027 gebruiken. Zet eerst je bezittingen en aftrekbare schulden op een rij, inclusief eventuele uitzonderingen. Alleen naar het banksaldo kijken, of aannemen dat €0 box 3-belasting automatisch recht op toeslag betekent, kan je duur komen te staan.
Wil je weten wat er verandert aan je AOW, pensioen of box 3? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief van Box3Wacht, de rekensite van DDS.