Naar inhoud springen
Afbeelding gemaakt met Gemini AI van Google

Gemeente hoeft echtgenoot die al sinds 2018 mantelzorg biedt niet uit een Wmo-pgb te betalen, maar rechter ziet wel een wankel evenwicht

Economie•

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Volg ons op Google Nieuws
Wanneer je partner door hersenletsel, een chronische ziekte of psychische klachten dagelijks ondersteuning nodig heeft bij het huishouden, de administratie en een vaste dagstructuur, neemt de echtgenoot die zorg in veel gezinnen jarenlang op zich. Soms vragen echtparen bij hun gemeente een persoonsgebonden budget (pgb) uit de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) aan om de zorgende partner voor die uren uit te betalen. Uit een op 30 oktober 2026 gepubliceerde uitspraak van de Rechtbank Overijssel blijkt hoe streng die grens wordt getrokken: zolang een echtgenoot de ondersteuning als mantelzorger kan en wil bieden en niet overbelast is, mag de gemeente een aanvraag voor 40 uur betaalde individuele begeleiding per week door de eigen echtgenoot volledig afwijzen.
In de zaak ging het om een vrouw, geboren in 1972, met klachten en beperkingen door niet-aangeboren hersenletsel en psychische problematiek. Haar echtgenoot ondersteunt haar al sinds 2018 bij de dagelijkse planning, haar zelfzorg, de dag- en nachtstructuur, het omgaan met geld en regelmatig eten, en helpt daarnaast bij het huishouden en haar sociale contacten. Vanuit de gemeente Steenwijkerland kreeg de vrouw al een Wmo-maatwerkvoorziening voor drie dagdelen dagbesteding per week op een zorgboerderij (toegekend tot 31 juli 2027). Na twee keukentafelgesprekken met Wmo-consulenten in oktober en december 2024 diende zij op 12 december 2024 een aanvraag in voor een persoonsgebonden budget waarmee zij haar echtgenoot voor 40 uur per week wilde inhuren voor individuele begeleiding.
Het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland wees die aanvraag in januari 2025 af en verklaarde het bezwaar in maart 2026 ongegrond. Volgens de gemeente gaat de hulp die haar man sinds 2018 biedt bij het organiseren van het dagelijks functioneren, het huishouden en sociale contacten weliswaar verder dan de zogeheten gebruikelijke hulp tussen echtgenoten, waardoor zijn inzet telt als bovengebruikelijke mantelzorg. Maar omdat uit de gesprekken en ondersteuningsplannen bleek dat de echtgenoot die mantelzorg kon en wilde bieden en niet overbelast was, bleef er naast de zorgboerderij en de GGZ-ondersteuning geen onvervulde hulpvraag over waarvoor de gemeente een pgb hoefde te verstrekken.

Gebruikelijke hulp versus mantelzorg in het vijfstappenplan

De Rechtbank Overijssel verklaart het beroep van de vrouw ongegrond en legt langs het vaste vijfstappenplan bij de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 uit waarom gemeenten niet elk uur partnerzorg hoeven te vergoeden. Op grond van artikel 2.3.2 en artikel 2.3.5 lid 3 van de Wmo 2015 moet een gemeente eerst de hulpvraag en de concrete beperkingen in de zelfredzaamheid vaststellen (stap 1 tot en met 3), maar daarna verplicht onderzoeken in hoeverre eigen kracht, gebruikelijke hulp, mantelzorg en voorliggende voorzieningen die ondersteuning al opvangen (stap 4 en 5).
Daarbij geldt een scherp onderscheid tussen twee vormen van familiehulp. Gebruikelijke hulp is de dagelijkse zorg die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van een echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten; daarvoor geeft de Wmo geen vergoeding. Mantelzorg is ondersteuning die die grens van gebruikelijke hulp overstijgt. Ook bij die zwaardere mantelzorg door een partner of familielid kent de gemeente op grond van artikel 2.3.5 lid 3 Wmo 2015 géén maatwerkvoorziening of pgb toe voor zover die mantelzorg de beperkingen al opvangt. In deze zaak mocht de gemeente daarvan uitgaan, omdat de echtgenoot de hulp kon en wilde bieden en niet overbelast was. Tijdens de bezwaarprocedure had de bezwaarcommissie nog gevraagd om via een medisch adviseur extra te laten toetsen of de echtgenoot zijn rol kon blijven volhouden, mede omdat de vrouw op een wachtlijst stond voor een intensieve traumabehandeling. Omdat de medisch adviseur de opdracht door het gedrag van de vrouw moest teruggeven en de traumabehandeling nog niet was gestart, mocht de gemeente uitgaan van de bestaande ondersteuningsplannen.

Wanneer het 'wankel evenwicht' om een nieuwe beoordeling vraagt

Toch geeft de rechter echtparen in dezelfde situatie een belangrijke vingerwijzing mee voor het keukentafelgesprek. In de uitspraak wijst de rechtbank er uitdrukkelijk op dat er in dit gezin sprake is van een "wankel evenwicht" en dat toekomstige ontwikkelingen, zoals de start van de intensieve behandeling, die volgens de bezwaarcommissie het risico kan vergroten dat de echtgenoot alsnog overbelast raakt, aanleiding kunnen geven om de situatie opnieuw te beoordelen. Daarom ligt het volgens de rechtbank in de rede om eventueel een procesregisseur aan te stellen, zoals de commissie ook had geadviseerd.
Kun of wil je als partner de bovengebruikelijke zorg niet langer onbetaald dragen omdat je overbelast dreigt te raken, dan moet je dat tijdens het Wmo-gesprek dus expliciet melden en laten vastleggen in het ondersteuningsplan. Laat de gemeente op dat moment wél een Wmo-maatwerkvoorziening of een persoonsgebonden budget (artikel 2.3.6 Wmo 2015) ingaan voor professionele begeleiding of ondersteuning uit het sociale netwerk, dan blijven de eigen kosten voor het echtpaar wettelijk begrensd: op grond van artikel 2.1.4a lid 4 van de Wmo 2015 int het CAK in 2026 voor één of meer Wmo-maatwerkvoorzieningen of pgb's samen ten hoogste het abonnementstarief van €21,80 per maand voor een ongehuwde cliënt of voor gehuwde partners gezamenlijk.
Wil je vaker zulke uitleg over je geld op je telefoon? Volg DDS op ons WhatsApp-kanaal.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading