Wie vanuit een zorginstelling weer zelfstandig gaat wonen, krijgt al vóór de verhuizing te maken met uitgaven. Er moeten spullen worden gekocht en afspraken worden gemaakt. Betaal je een hoge eigen bijdrage voor Wlz-zorg, dan kan een regeling voor de laatste vier maanden mogelijk financiële ruimte geven. Bij een verhuizing gaat de aandacht al snel naar de nieuwe woning. Past het bed? Wanneer komen de sleutels? Wie helpt met de dozen? De zorgadministratie schuift gemakkelijk naar later.
Toch is juist vóór het vertrek een controle verstandig. Het CAK wijst op de regeling voor terugkeer naar zelfstandig wonen. Daarmee kan iemand die nu de hoge eigen bijdrage betaalt, onder voorwaarden de laatste vier maanden de lage bijdrage betalen.
Het advies van het CAK is om dit uiterlijk vier maanden voor de verhuizing met de behandelend arts of het zorgkantoor te bespreken. Het is dus een onderwerp voor de voorbereiding, niet pas voor de eerste dag op het nieuwe adres.
Het CAK licht de regeling toe.
Laag en hoog zijn verschillende berekeningen
Bij een verblijf in een instelling wordt meestal eerst de lage eigen bijdrage betaald. Later kan de hoge bijdrage volgen. Welke berekening geldt, hangt mede af van de persoonlijke situatie.
De woorden laag en hoog vertellen echter niet precies hoeveel iemand betaalt. Volgens de CAK-brochure voor 2026 ligt de lage Wlz-bijdrage tussen 212,60 en 1.115,80 euro per maand. De hoge bijdrage kan oplopen tot 3.061,80 euro, maar kan afhankelijk van de berekening ook veel lager zijn.
De maxima van elkaar aftrekken geeft dus geen betrouwbare persoonlijke besparing. Daarvoor moeten de werkelijke bedragen worden berekend. Ook de premie voor de zorgverzekering blijft een aparte uitgave.
De brochure van het CAK beschrijft de bijdragen voor 2026.
Voor de verhuisbegroting is vooral het verschil tussen de eigen huidige en toekomstige bijdrage relevant. Vraag daarom om die twee bedragen, in plaats van uitsluitend te vragen of de regeling bestaat.
Een rekenvoorbeeld maakt het verschil zichtbaar
Stel, uitsluitend als voorbeeld, dat iemand nu 900 euro per maand betaalt en na toepassing van de regeling 300 euro. Dan ontstaat er 600 euro per maand extra ruimte. Over vier maanden is dat 2.400 euro.
Dat zijn verzonnen voorbeeldbedragen, geen voorspelling voor een individuele bewoner. Ze laten wel zien waarom een tijdige controle de moeite waard kan zijn.
Maak vervolgens een lijst van de uitgaven rond de verhuizing. Denk aan vervoer, gordijnen, verlichting en spullen die in de instelling niet nodig waren. Zet daar ook tegenover welke zaken al aanwezig zijn of van familie kunnen worden overgenomen.
Zo’n lijst voorkomt dat een mogelijk lagere bijdrage vooraf al volledig wordt uitgegeven. Wacht met rekenen op een definitief bedrag tot duidelijk is welke beslissing voor jou geldt.
Spreek af wie wat regelt
Bij een vertrek uit een instelling zijn vaak meerdere mensen betrokken. De bewoner zelf, familie, een begeleider, het zorgkantoor en mogelijk een bewindvoerder. Vraag daarom expliciet wie de financiële kant van de overgang oppakt.
Noteer de verwachte verhuisdatum, de datum waarop informatie is gevraagd en de afspraken die zijn gemaakt. Als de planning verandert, is meteen zichtbaar welke informatie opnieuw moet worden gecontroleerd.
Een korte schriftelijke bevestiging helpt daarbij. Daarin kan staan welke regeling wordt beoordeeld, welke stukken nog ontbreken en bij wie je terechtkunt als een rekening niet aansluit op de afspraak.
Controleer ook de factuur na vertrek
Na het beëindigen van
zorg kan nog een rekening voor een volledige maand komen. Volgens het CAK volgt daarna een correctie zodra de juiste eindgegevens zijn verwerkt. Een te veel betaald bedrag wordt terugbetaald of verrekend.
Klopt ook de volgende rekening niet, dan kan het nodig zijn de einddatum te laten controleren. En wie thuis zorg blijft ontvangen, kan nog steeds met een eigen bijdrage te maken hebben. Verhuizen betekent dus niet automatisch dat iedere CAK-rekening verdwijnt.
Het CAK geeft uitleg over Wlz-zorg en de afrekening.
Bewaar de laatste rekeningen uit de instelling daarom bij de eerste rekeningen van de nieuwe woonsituatie. Daarmee is de overgang gemakkelijker te volgen.
Wie weer zelfstandig gaat wonen, heeft al genoeg te organiseren. Een gesprek over de eigen bijdrage hoort op dezelfde planning als de sleuteloverdracht en de verhuiswagen.