Wie in 2027 een
zorgverzekering heeft en inkomstenbelasting betaalt in box 1, krijgt te maken met een dubbele ingreep rond het eigen risico. Doordat het kabinet de eerder voorgenomen verhoging van het eigen risico met €60 een jaar uitstelt naar 2028, vallen de gezamenlijke zorgpremies in 2027 grofweg €1 miljard hoger uit, terwijl het kabinet in de
schriftelijke antwoorden op het Belastingplan 2027 van 16 oktober bevestigt dat de gebruikelijke compenserende verlaging van de inkomstenbelasting ter waarde van €716 miljoen achterwege blijft.
Normaal zet het kabinet tegenover een stijging van de nominale
zorgpremie in principe een lagere inkomstenbelasting in de eerste en tweede belastingschijf. Voor 2027 kiest het kabinet er bij uitzondering voor die korting van 0,14 procentpunt niet te geven, schrijft staatssecretaris Eelco Eerenberg van Financiën. Het uitstel van het hogere eigen risico moet namelijk onder meer geld opleveren voor de begroting.
De nieuwe rekensom raakt vrijwel elk huishouden met een AOW-uitkering, aanvullend pensioen, loon of uitkering in box 1. Op maandag 26 oktober vervolgt de Tweede Kamer het wetgevingsoverleg over het Belastingplan 2027, ruim twee weken voordat zorgverzekeraars uiterlijk op 12 november hun premies voor 2027 bekendmaken.
Hoe de schuif tussen zorgpremie en schijf 1 en 2 werkt
In de Nederlandse begrotingsregels zijn de zorgpremie en de inkomstenbelasting rechtstreeks aan elkaar gekoppeld via het inkomstenkader. Omdat iedere volwassene verplicht verzekerd is voor de Zorgverzekeringswet, telt het kabinet de nominale zorgpremies voor huishoudens én de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw mee bij de collectieve lasten.
Stijgen de zorguitgaven en daarmee de premies, dan wordt die lastenstijging binnen dat kader in principe teruggegeven via een compenserende belastingverlichting. Voor de nominale zorgpremie die huishoudens zelf betalen loopt die teruggave via een lager tarief in de eerste en tweede schijf van box 1; voor de inkomensafhankelijke bijdrage die grotendeels op werkgevers drukt, loopt de compensatie via de premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof).
Waarom €716 miljoen belastingkorting in 2027 vervalt
Voor 2027 lopen twee tegenovergestelde besluiten over het eigen risico door elkaar. Het vorige kabinet wilde het verplichte eigen risico vanaf 2027 halveren. Omdat je zorgpremie daardoor zou stijgen, verlaagde dat kabinet vooraf al de inkomstenbelasting.
Die halvering gaat niet door: het huidige kabinet heeft het plan geschrapt. Omdat de zorgpremies daardoor minder sterk oplopen dan in het eerdere basispad was ingerekend, zet het kabinet daar in 2027 een compenserende belastingverhoging in schijf 1 en 2 tegenover.
Bovendien schuift het kabinet zijn eigen plan om het eigen risico met €60 te verhogen een jaar op, naar 2028. Door dat uitstel nemen de zorgpremies in 2027 met grofweg €1 miljard toe; met de normale compensatie zou de inkomstenbelasting met €716 miljoen (0,14 procentpunt in schijf 1 en 2) omlaaggaan, maar nu die korting vervalt, gaan de tarieven in de eerste twee schijven in 2027 door alle eigenrisicomaatregelen samen per saldo 0,60 procentpunt omhoog, schrijft het kabinet. Het Belastingplan 2027 moet nog door de Kamer.
Wat gepensioneerden en werkenden in hun portemonnee merken
In de Kamerbrief laat Financiën zien wat de eigenrisicomaatregelen in 2027 doen met de inkomens, mét en zonder die hogere schijftarieven. Zonder de belastingverhoging in schijf 1 en 2 zou het doorsnee huishouden er 0,1 procent op vooruitgaan en zouden gepensioneerden op 0,0 procent uitkomen, maar inclusief de hogere schijftarieven slaat het doorsnee effect om naar min 0,4 procent voor werkenden en min 0,6 procent voor gepensioneerden, uitkeringsgerechtigden en de laagste inkomensgroep tot en met 108 procent van het wettelijk minimumloon.
Dat zowel AOW'ers als werknemers dit voelen, komt doordat het zuivere belastingdeel in schijf 1 en 2 voor beide groepen geldt over het belastbare inkomen tot €78.426 (bedragen 2026). Volgens
artikel 2.10 lid 1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 bedraagt het zuivere inkomstenbelastingtarief in 2026 in de eerste schijf tot €38.883 precies 8,10 procent (bovenop de premies volksverzekeringen) en in de tweede schijf tot €78.426 precies 37,56 procent.
Voor belastingplichtigen geboren vóór 1 januari 1946 gelden dezelfde belastingpercentages van 8,10 en 37,56 procent, terwijl hun eerste schijf volgens artikel 2.10a lid 1 van diezelfde wet in 2026 doorloopt tot €41.123. In een eigen rekenvoorbeeld op basis van de schijfgrenzen van 2026 (los van heffingskortingen en zorgtoeslag) scheelt de gemiste korting van 0,14 procentpunt bruto €1,40 per €1.000 belastbaar inkomen in box 1: dat is €42,00 per jaar bij €30.000, €54,44 bij €38.883 en maximaal €109,80 vanaf €78.426, terwijl het eigenrisicodeel van de tariefstijging (0,60 procentpunt) bruto €180,00 kost bij €30.000 en €470,56 vanaf €78.426.
Wil je de regels voor je aangifte in box 1 nakijken, dan vind je op de overzichtspagina
Inkomstenbelasting van de Rijksoverheid de doorverwijzingen naar de actuele schijftarieven en heffingskortingen bij de Belastingdienst. Na het wetgevingsoverleg van maandag 26 oktober staat in de week van 2 november het debat over het Belastingplan 2027 in de hele Tweede Kamer gepland; pas daarna stemt de Kamer. Uiterlijk 12 november zijn ook de nieuwe zorgpremies bekend.
Wil je vaker zulke uitleg over je geld in je tijdlijn? Like en volg DDS op
Facebook.