Pijnlijke herinneringen aan een halve eeuw totalitarisme

Foto:

Het Terror Háza, een museum in Boedapest over de erfenis van vijfenveertig jaar totalitarisme, toont indringend hoe Hongarije vanaf de jaren veertig werd vermalen tussen twee totalitaire machten en zo in een helse maalstroom werd gezogen.

Op een video vertelt een man over zijn tijd in een werkkamp in communistisch Hongarije. Zo kreeg hij de opdracht stukken gloeiend ijzer en sintels uit een brandende oven te halen. “Hoe dan?” vroeg hij. “Ik heb geen schep.” “Met deze schep”, antwoordde zijn bewaker, terwijl hij op de schouder van de man klopte. De man deed wat van hem werd gevraagd – weigeren zou hij waarschijnlijk met de dood hebben moeten bekopen. Hoe zijn handen en armen er na afloop uitzagen laat zich raden, stelt de nu bejaarde man droog vast. Het is maar een van de vele horrorverhalen die in het Terror Háza, het huis van de terreur, in Boedapest de revue passeren.

Hongaars nazi’s
Het museum is gewijd aan zowel de terreur van de Pijlkruisers als aan die van het communistische regime. De Pijlkruisers waren Hongaarse nazi’s die aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, terwijl het Rode leger al het oosten van Hongarije was binnengevallen, binnen enkele maanden een enorm bloedbad aanrichtten en honderdduizenden Hongaarse joden, die tot dan toe de dans grotendeels waren ontsprongen, meehielpen alsnog naar de Duitse vernietigingskampen te sturen – als ze deze niet de ijzige Donau injaagden.

Maar het overgrote deel van de aandacht gaat uit naar de onuitputtelijke reeks misdaden die het communistische regime heeft aangericht in de ruim veertig jaar dat het de scepter in het land zwaaide. Het begon al met de machtsovername na de Tweede Wereldoorlog, toen de communisten naar goed stalinistisch recept eerst rechts uitschakelden voordat ze zich op de overige linkse partijen stortten. Het land, tot dan toe agrarisch en conservatief met Boedapest als grootstedelijk eiland, kreeg een lichaamsvreemde ideologie opgedrongen die erop uit was om alles kapot te maken wat haar niet aanstond. En er werd heel veel kapot gemaakt.

Geheime diensten
Want dat is iets waar wij in het Westen, die veilig onder de Amerikaanse atoomparaplu konden schuilen, ons vaak te weinig realiseren: voor landen als Polen, Hongarije, om nog maar te zwijgen over een ontwikkeld industrieland als Tsjecho-Slowakije, was het communisme net zo’n anomalie als dat bij ons het geval zou zijn geweest. In geen enkel land in Oost-Europa slaagden de communisten erin om door middel van democratische wijze aan de macht te komen – overal was de aanwezigheid van het Rode leger de doorslaggevende factor, en de terreur van de op KGB-leest geschoeide geheime diensten.

Eerst werd de elite opgepakt, gemarteld en, als ze niet werden geëxecuteerd, tot vaak vijftien of twintig jaar werkkamp veroordeeld – wat vaak ook neerkwam op een terdoodveroordeling. Daarna waren anderen aan de beurt.  Duizenden en duizenden werden, vaak op volledig fictieve gronden, ’s nachts van hun bed gelicht, gevangengezet, gemarteld en in kampen opgesloten waar velen crepeerden. Een hele samenleving leefde in angst, iedereen kon een medewerker zijn van de gehate geheime dienst – de buurman, een vriend, zelfs de eigen partner of zoon.

Zwarte auto’s
Dit hele proces wordt met veel gevoel voor theater en sfeer verbeeld – door middel van veel beeldmateriaal, videobeelden, licht- en geluidseffecten en rekwisieten zoals de zwarte auto’s waarmee de Hongaarse geheime dienst (de ÁVO, later de ÁVH), mensen oppakte. Ook is de kamer van Gábor Péter, het hoofd van die dienst (en een voormalige kleermaker), nagebouwd. Péter werd zelf ook slachtoffer van de alles verstikkende paranoia die hij zelf had helpen organiseren en werd door zijn eigen dienst in 1953 gearresteerd omdat hij een zionistische spion zou zijn.

Het museum eindigt met een tocht door de gereconstrueerde gevangeniscellen in de kelder. Het is een tochtige, sombere wereld van ruw beton, stalen deuren, kou en talloze ontberingen. Zoals dagelijkse rantsoenen van 490 calorieën; met de neus tegen de muur moeten staan met de armen uitgestrekt (en dat twaalf uur lang); dagelijkse mishandelingen met knuppels, karabijnen en stroomstoten; watercellen; dagenlange slaapdeprivatie, enzovoort. De lijst van martelmethoden is eindeloos, de perverse inventiviteit grenzeloos.

Waanzin
Het museum, dat is gevestigd in wat ironisch genoeg zowel het hoofdkwartier van de Pijlkruisers was als dat van de ÁVH, is een initiatief van Hongaarse premier Viktor Orbán – zelf ook bepaald niet vies van machtspolitiek en van het oprekken van de rechtsstaat. Toch staat Hongarije vandaag nog mijlenver af van de perverse dictaturen die in dit museum worden herdacht. Laten we hopen dat Europa een herhaling van deze waanzin bespaard blijft.

Terror Háza, 1062 Budapest, Andrássy út 60.

Open elke dag behalve maandag van 10:00 tot 18:00 uur.

 Waardeer jij de artikelen op DagelijkseStandaard.nl? Volg ons dan op Twitter!

In dit artikel
Dagelijksestandaard.nl gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën (cookies) onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren. Cookies van onszelf en van derden kunnen worden gebruikt om advertenties te tonen en artikelen aan te bevelen op dagelijksestandaard.nl die aansluiten op uw interesses. Ook derden kunnen uw internetgedrag volgen. Cookies kunnen gebruikt worden om op sites van derden relevante advertenties te tonen. Cookies van derde partijen maken daarnaast mogelijk dat u informatie kunt delen via social media zoals Twitter en Facebook.

Like nu onze nieuwe pagina voor nieuws en opinie!