Project EU: het einde van de natiestaat

Foto:

In deze column zal ik betogen dat de EU in wezen een cultuur-marxistische agenda volgt met als doel het opheffen van de natiestaat in Europa.

Het is ronduit potsierlijk om te zien hoe de gevestigde orde de fundamentele kritiek op het functioneren van de huidige EU steeds krampachtiger probeert te linken aan rechts-extremisme, ‘populisme’, fascisme, racisme, nazisme en alles wat riekt naar ‘nationalisme’. Vergeten wordt, dat het nazisme (een samentrekking van national-sozialismus) eerst en vooral links was; het woord zegt het al: national-socialisme. Hitler was een socialist pur sang, die een eind wilde maken aan de vrije markt economie. Op het eerste gezicht lijkt het ideaal van de huidige Europese Unie federalisten op het ideaal dat de nazi’s voor ogen hadden: het vestigen van één groot, centraal aangestuurd, pan-Europees rijk. Maar er is meer aan de hand.

Toch ik snap wel waar die verkeerde link vandaan komt. Het nationaal-socialisme was sterk verbonden met de (groot-)Duitse natie. De denkfout die hierbij echter steevast gemaakt wordt is, dat het bij de nazi’s niet zozeer ging om de natie, de ‘bondsstaat’ Duitsland, maar om de superioriteit van het germaanse ras. Dat heeft met patriottisme an sich niets te maken. Er zijn juist veel meer overeenkomsten tussen het nazisme en die andere totalitaire ideologiën, het communisme en islam. Zo was ook het nazisme, net als islam, fel tegen feminisme, homoseksualiteit en verheerlijkte zij geweld om hun doelen te verwezenlijken. In die zin zijn beide ‘systemen’ absoluut vergelijkbaar.

De huidige EU kent die uitwassen natuurlijk niet. Zij propageert juist ‘mensenrechten’ in de breedste zin des woords. Het lijkt daarom merkwaardig dat diezelfde EU vriendjes wil zijn met totalitaire régime’s als Turkije en geen oog schijnt te hebben voor de nadelige gevolgen van massale immigratie van andere culturen voor de Europese samenlevingen. Die ontwikkelingen lijken nogal in tegenspraak met elkaar. De wereld heeft echter niet stilgestaan na 1945. Het decennium na WO II stond in het teken van ‘nooit meer oorlog’, vrijheid en vrede. De onvrede met en het verzet tegen de nog altijd autoritaire gevestigde orde bereikte haar hoogtepunt in de ‘culturele revolutie’ van ’68. Daar werd het gelijkheidsdenken van de Franse Revolutie opnieuw ‘uitgevonden’ en dat heeft haar verderfelijke sporen achtergelaten in onze maatschappij en in die van de andere moderne Europese staten. Tot op de dag van vandaag.

Wie kijkt naar de ontwikkelingen, die de Europese Unie en haar rechtsvoorgangers de afgelopen zeven decennia hebben doorgemaakt, ziet onmiskenbaar een ontwikkeling naar een federaal geheel. Sommigen karakteriseren die ontwikkeling als een boosaardige opzet van het grootkapitaal en een zeer kleine elite om ‘de (wereld-)macht’ te grijpen. Dergelijke opvattingen deel ik niet. Zeker, de invoering van de euro was een bewuste politieke move; dat wordt zelfs door EU-federalisten erkend. Zeker, de grote corporaties en de internationale financiële wereld profiteren het meest van een federaal Europa. Zeker, de middenklasse dreigt te worden weggevaagd door de ingezette ontwikkelingen. Dat is allemaal waar. Maar het is buitengewoon onaannemelijk, dat dit een bewuste, gecoördineerde samenzwering is van het groot-kapitaal tegen de gewone burger. Veelmeer is het zo, dat de oorspronkelijke Europese idealen van ‘nooit meer oorlog’, ‘eeuwige vrede’ en ‘grenzeloze solidariteit’ compleet zijn doorgeschoten.

Echter, zoals het altijd gaat wanneer instituten te groot worden en te veel macht krijgen, de zaak is gekaapt door bureaucraten en wereldvreemde idealisten, die geloven in de maakbaarheid van de samenleving. Zoals gezegd, volgens mij spruit het doel van één verenigd Europa oorspronkelijk voort uit idealisme en de wens ‘nooit meer oorlog’. Die wens en dat idealisme van vlak na de Tweede Wereldoorlog zijn echter verder versterkt door cultuur-marxistische invloeden uit de sixties. Dat verzin ik niet, want heb die transformatie van de samenleving zelf aan den lijve ondervonden. En anders dan het nazisme verzetten de cultureel-marxisten zich juist tegen racisme, seksisme en kolonialisme (‘Lebensraum’). Zij propageerden juist feminisme, vrije sexualiteit en de omarming van vreemdelingen van heinde en verre: ‘de wereld is van iedereen en iedereen is van de wereld’. Dat gelijkheidsdenken vierde hoogtij: elke cultuur is gelijk aan de andere. Tot op de dag van heden. En het is dit denken, deze ‘gelijkheids-ideologie’, waarvan ook de huidige EU sterk doordrenkt is. Deze paradox verklaart mede waarom, oppervlakkig bezien, de EU zich onderscheidt van de nationaal-socialistische doctrine. En deels klopt dit ook, zoals uit voorgaande blijkt. Maar wie wat dieper durft te kijken ontdekt tevens treffende parallellen.

Laat ik me, omwille van de lengte van deze column, beperken tot de meest treffende: het willen opheffen van de onafhankelijkheid en soevereiniteit van de Europese lidstaten. Het moet één grote gelijkheidspoel worden. Niet alleen moeten inkomen en welvaart gelijkelijk herverdeeld worden over alle landen, ook moeten vreemde volken gewoon bij de ander over de vloer kunnen komen en daar dezelfde rechten genieten met betrekking tot sociale verzekeringen als de oorspronkelijke bewoners van dat land zelf. Europa (de EU) moet één grote ‘melting pot’ worden. Het behoeft geen betoog, dat iedereen met een klein beetje gezond verstand inziet, dat dit streven natuurlijk op een teleurstelling gaat uitdraaien. Ik schreef op deze plaats al eerder: geen mens zal accepteren dat een ‘familielid’ tot in lengte van jaren teert op de portemonnee van de ander. Ook dat is trouwens typisch socialisme.

Het gevolg van dit gelijkheidsdenken is echter, dat -ironisch genoeg- het juist de grote corporaties, de (internationale) financiële instituten en de nieuwe kaste van vorstelijk gehonoreerde beroepsbureaucraten in de kaart speelt. Zij lijken de dienst uit te gaan maken. Het idealisme van het gelijkheidsdenken en cultuurrelativisme hebben het grootkapitaal steviger dan ooit in het zadel geholpen. Oh ironie. Het verschil met het ‘oude’ kapitalisme is alleen, dat nu de macht bij slechts enkelen ligt en niet bij de middenklasse. Er is tegenwoordig sprake van een unieke situatie in de geschiedenis. En mede hierdoor is het nodig dat er een diep politiek-filosofisch debat gevoerd gaat worden over welke inrichting van onze democratische rechtsorde het broodnodige evenwicht het snelst herstelt.We hebben niet alleen te maken met een ernstige financieel-economische crisis in de eurozone; we hebben ook te maken met een existentiële crisis, een politieke crisis en een identiteitscrisis. Nooit was de kloof tussen burger en politiek groter dan nu. Nooit waren de tegenstellingen tussen de EU-landen groter dan nu. En nooit waren, paradoxaal genoeg, de inkomensverschillen groter dan nu. Er dreigt een zeer kleine elite te ontstaan van zéér rijken tegenover een grote massa (verarmde) burgers. Niet alleen in de EU, maar wereldwijd.

Volgende week komt het World Economic Forum bijeen in Davos. Hun zestig pagina’s tellende rapport, Global Risks 2014, is al beschikbaar. Een vlugge scan leert, dat ook het WEF de sterk toenemende inkomensongelijkheid in de wereld als hét grote risico ziet voor de wereldwijde stabiliteit. Ook wijst men op de risico’s van de enorme jeugdwerkloosheid in met name het eurozonegebied. Men spreekt van een ‘lost generation’. De EU kan alleen overleven als de fundamentele economische onevenwichtigheden, die door de euro nadrukkelijk versterkt worden, zullen worden opgelost. Eén van de oorspronkelijke Europese Waarden was ook ‘eenheid in verscheidenheid’. Die waarde lijken de beroepsbureaucraten van Brussel helemaal vergeten te zijn. Het streven van het huidige EU-project om de identiteit, de onafhankelijkheid en de soevereiniteit van natiestaten op te heffen is de ultieme ontkenning van de Europese geschiedenis en alleen al om die reden tot mislukken gedoemd.

Gelukkig gaan steeds meer hooggekwalificeerde personen dat inzien. Zoals ook de Britse europarlementariër en eurocriticus van het eerste uur, Nigel Farage. Hij verwoordde het zo, afgelopen week in het europarlement:

“Het gaat een strijd worden van nationale democratie versus EU-Staat bureaucratie. Wat u ook mag zeggen in deze kamer, de mensen daarbuiten willen geen Verenigde Staten van Europa. Ze willen een Europa van soevereine landen, die met elkaar handelen en samenwerken.”

De (democratische) wal zal uiteindelijk het (imperialistische) schip keren. Ik hoop dat nog mee te mogen maken.

Klik hier voor een overzicht van mijn columns en volg mij hier op Twitter.

 Waardeer jij de artikelen op DagelijkseStandaard.nl? Volg ons dan op Twitter!

In dit artikel
Dagelijksestandaard.nl gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën (cookies) onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren. Cookies van onszelf en van derden kunnen worden gebruikt om advertenties te tonen en artikelen aan te bevelen op dagelijksestandaard.nl die aansluiten op uw interesses. Ook derden kunnen uw internetgedrag volgen. Cookies kunnen gebruikt worden om op sites van derden relevante advertenties te tonen. Cookies van derde partijen maken daarnaast mogelijk dat u informatie kunt delen via social media zoals Twitter en Facebook.

Like nu onze nieuwe pagina voor nieuws en opinie!