De Nederlandse ‘sneuvelbereidheid’

Foto:

De arrestatie van Ratko Mladic zorgt in Nederlandse kranten weer voor veel ‘Srebrenica’. Wie aan Dutchbat denkt, ziet onze VN-blauwhelmen voor zich, na de behouden terugtocht uit Bosnië samen met de kroonprins hossend op de persconferentie in de Kroatische hoofdstad Zagreb, en vooral de ongelukkige Ton Karremans, die proostend met Mladic op de foto staat. Het zijn beelden die beklijven en aanleiding geven voor veel bespiegelingen over de Nederlandse ‘volksaard’ (ook door mensen die van geen Nederlandse identiteit willen weten). Ik kwam ook weer de uitspraak tegen van de Utrechtse historicus H.W. von der Dunk, voor wie de val Srebrenica laat zien dat Nederland niet echt over een militaire traditie beschikt.

Is dat zo, heeft Nederland geen militaire traditie? Ik heb het zelf ook lang gedacht. Ik ben opgegroeid in de jaren zeventig, toen de krijgsmacht bijzonder impopulair was en het voorwerk van de hollanditis uit de kruisrakettentijd werd gelegd. Mijn lichting (1977) hoefde ook niet op te komen voor de militaire dienstplicht, dus die mannenervaring (waar oudere vrienden niet eens zo negatief over waren, maar wel hilarische verhalen over vertelden) heb ik gemist. Wij lachten om het Rode Gevaar, dat volgens mijn generatiegenoten een hersenspinsel was van fossielen als Joseph Luns om de wapenuitgaven van de NAVO te rechtvaardigen. Aan oorlogvoeren deden wij niet, onze officieren inspecteerden tijdens de Koude Oorlog de kwaliteit van de rondo’s in de kantines. Althans, zulke verhalen gingen erin als koek. Het idee dat het pacifisme ons in de nationale genen zat, werd versterkt door de weinig heldhaftige indruk die het Nederlandse leger in 1940 maakte. Dat leger capituleerde toen in vijf dagen, ging nog op de fiets en moest het doen met wapentuig uit 1870. Ik denk dat dat leger op de fiets ook meespeelde bij Von der Dunk, bij uitstek een man (en historicus) van ‘de oorlog’, waarbij nog kwam dat de aftocht van Dutchbat makkelijk associaties oproept met het ‘wegkijken’ van de gemiddelde Nederlander bij het wegvoeren van de Joden tijdens de Duitse bezettingstijd. Het is een eeuwige schandvlek.

Maar is Nederland wel zo pacifistisch? Vergeleken met andere landen valt dat nogal tegen (of mee zo u wilt). Een brave soldaat Svejk – de antiheld van de Tsjechen – hebben wij niet. De tiendaagse veldtocht tegen de Belgen was militair een succes en politiek een ramp; Van Speijk ging zelfs ‘liever de lucht in’ (over opoffering en sneuvelbereidheid gesproken). Anders dan de Belgen bleef het vaderland dankzij een strikte (Wilders zou zeggen: laffe) neutraliteitspolitiek buiten de Eerste Wereldoorlog, maar we hadden ook nog een koloniaal wereldrijk in de gaten te houden. Dat is niet zonder slag of stoot verloren gegaan. Op de Javazee is door Karel Doorman in 1942 (vergeefs) verzet geboden tegen de Japanners, en de latere politionele acties duiden niet echt op een willoze overgave. Vanwege Nieuw Guinea riskeerde Luns zelfs nog een oorlog met Indonesië. En vergeet onze zeehelden niet: tijdens de Gouden Eeuw beschikte de Republiek – toen een grote mogendheid – over een goedbewapende handelsvloot die niet aarzelde om in actie te komen als commerciële belangen in het geding waren. Een soort Denemarken waren wij niet. Integendeel, de Hollanders hebben lange tijd de Sont beheerst. En als je het over legers hebt die de benen nemen of ineens van kamp verwisselen, denk je eerder aan Italianen.

In weerwil van ons anti-militaristische zelfbeeld was de Nederlandse krijgsmacht de laatste twee decennia zelfs opvallend actief. Ondanks het ‘trauma van Srebrenica’ (dat hoofdzakelijk een trauma van de politieke klasse is), is de Nederlandse krijgsmacht nog veel in actie gekomen (in Eritrea, Irak, en – ook in zware gevechtshandelingen – in Afghanistan). Mede met de bedoeling om met dat ‘trauma’ af te rekenen, een politieke doelstelling, tot Wouter Bos met zijn drievoudige aftocht uit Uruzgan, Balkenende IV en de Haagse politiek de sociaal-democratie een nieuwe reputatie van het ‘gebroken geweertje’ heeft bezorgd. Maar dat is de sociaal-democratie, die straks waarschijnlijk toch weer vooraan staat als er ergens in de wereld ‘humanitair’ moet worden ingegrepen. De Nederlandse sneuvelbereidheid is helemaal niet zo laag. Na de krijgsmachten van de Britten en de Fransen (die Dutchbat in Srebrenica in de steek lieten maar ook voor een onmiddellijke slachtpartij hebben behoed) was de Nederlandse krijgsmacht de laatste twintig jaar de meest actieve en moderne van West-Europa. Het laat zien dat onze politici mogelijk in hun internationalisme ook nationalistischer zijn (denk aan de dutch approach) dan ze zelf willen weten. En de Nederlandse bevolking heeft er geen moeite mee.

Overigens was de val van Srebrenica geopolitiek gezien ook niet zo’n echec. Met de verovering van de moslimenclave overspeelden de Serviërs hun hand (zeker met de moordpartijen daarna), en werd de weg vrij gemaakt voor het latere ingrijpen door de NAVO. Die luchtsteun kwam niet ‘te laat’, maar was het sluitstuk van een internationaal-politiek spel waarbij de VS en Duitsland Kroatische grondtroepen hadden bewapend die het vuile werk mochten doen (de Kroaten maakten zich in Bosnië en de Krajina met zegen van de internationale gemeenschap eveneens aan etnische zuivering schuldig tegenover de Servische bevolking, die daar al eeuwenlang zat en op de vlucht werd gejaagd). Zo diende Dutchbat als kop van Jut en kreeg de Nederlandse politiek, die drie jaar lang de grote NAVO-bondgenoten voor de voeten liep door (te) hoog van de toren te blazen, toch nog wat zij wilde: een gewapend ingrijpen in Bosnië en de komst van de Servische krijgsheren naar het VN-tribunaal voor Joegoslavië in Den Haag. Jazeker, het recht heeft gezegevierd, ondanks en dankzij onze militaire traditie.


Waardeer jij de artikelen op DagelijkseStandaard.nl? Volg ons dan op Twitter!

In dit artikel

Like nu onze nieuwe pagina voor nieuws en opinie!