Nederland garant voor 3,5 miljard kosten reddingsoperatie Portugal

Foto:

Wij stellen aan u voor onze nieuwe columnist Europese economische en monetaire zaken: Pieter Cleppe. Pieter is directeur van de Brusselse vestiging van de ook in ons land inmiddels opzien barende denktank Open Europe. Hij komt meteen met een aardig exclusiefje: volgens Open Europe berekeningen staat ons land bij een eventuele reddingsoperatie voor Portugal garant voor ongeveer 3,5 miljard euro.

Hoeveel zal Nederland dienen op te hoesten voor de hulp die de Europese Unie aan Portugal geeft? Als we er van uitgaan dat net als bij de Ierse reddingsactie een derde van de 78 miljard die Portugal zou krijgen komt van leningen door zowel de Europese Commissie, het tijdelijke steunfonds EFSF als het IMF, dan komen we uit op een kostenpost voor Nederland van 3,5 miljard euro.

De steun aan Portugal moet echter nog worden goedgekeurd door Finland, wat nog steeds niet zeker is. De Nederlandse regering heeft tot dusver nog geen teken van tegenstand te kennen gegeven. Dit zou ze beter wel doen.

Die 3,5 miljard euro is formeel gesproken geen directe last voor de Nederlandse begroting, omdat Nederland enkel garant staat voor de bedragen indien die niet worden terugbetaald (althans voor het EFSF en Commissie-deel). Indirect echter betekent het wel een gevaar omdat het goed mogelijk is dat Portugal er niet in zal slagen om die steun terug te betalen. 

Het land heeft sinds het tot de euro toetrad 21 procent aan concurrentiekracht ingeboet ten opzichte van Duitsland, de belangrijkste economie binnen de eurozone. Op dit moment zit Portugal daarom opgezadeld met een overgewaardeerde munt. Aangezien het niet mogelijk is om te devalueren, bij gebrek aan nationale munt, kan Portugal enkel overgaan tot een zogenaamde “interne devaluatie”, wat zware saneringen inhoudt in zowel de publieke als de private sector. In het geval van Letland is zoiets in 2009 gelukt zonder dat het land haar koppeling aan de euro moest opgeven, maar weinigen verwachten dat Zuid-Europa daar ook politiek toe in staat is. Hans-Werner Sinn, wellicht de meest prominente econoom van Duitsland, waarschuwde er dit weekend zelfs voor dat Griekenland, waar eenzelfde scenario zich afspeelt, wel eens op de rand van een burgeroorlog zou kunnen komen te staan indien het land effectief een “interne devaluatie” van 20 of 30 procent zou doorvoeren. De prominente Duitse opiniemaker, die ook het gezaghebbende economisch instituut IFO leidt, pleit er nu voor de eerste maal voor dat Griekenland de muntunie verlaat.

Bovenop de steun die Portugal lijkt te gaan krijgen, was er vrijdag nog een onderonsje tussen Duitsland, Frankrijk, Italië en Spanje, waarbij Nederland niet was uitgenodigd, maar waar wel lijkt te zijn beslist dat Griekenland nog meer leningen zal krijgen dan de reeds toegewezen 110 miljard euro, omdat het land in 2012 anders op droog zaad dreigt te vallen. Dat Griekenland al een staatsschuld heeft van meer dan anderhalf keer de jaarlijkse geproduceerde welvaart lijkt daarbij van geen tel te zijn. Daarbovenop werd bekend dat er een meer voordelige interestvoet aan zit te komen voor de leningen die Griekenland en Ierland krijgen.

Misschien moet de Nederlandse regering naar het voorbeeld van Hans-Werner Sinn ook maar eens alle zaken op een rij zetten, en zich afvragen of het wel zo verstandig is om landen met torenhoge schulden met nog meer schuld op te zadelen in de hoop dat ze opeens vanuit het niets economische groei creëren om alles terug te betalen.

Dat is omdat zelfs als de Europese periferie plotsklaps door privatiseringen en besparingen een groot deel aan concurrentiekracht zou proberen te herwinnen, hogere interestvoeten van de Europese Centrale Bank (ECB) er een stokje voor zouden steken dat de noodzakelijke economische heropleving er komt.

Op dit moment bedraagt de inflatie in Duitsland officieel 2,4 procent en in de hele Eurozone 2,8 procent, ver boven de doelstelling van de ECB om de geldontwaarding met niet meer dan 2 procent te laten oplopen. Die inflatie is een gevolg van de lage interestvoeten die de ECB hanteert terwille van de Europese periferie.

Indien de ECB de interestvoeten laat oplopen (waar ze even een kleine aanzet toe heeft gegeven, die ondertussen alweer werd afgezwakt, komt de Europese perferie zwaar in de problemen. Berekeningen geven aan dat als gevolg van de zeer bescheiden stijging van de interestvoeten die de ECB plande, in Spanje gemiddeld 1000 euro extra zou moeten worden afbetaald voor elke bouwlening, wat een duidelijk effect zal hebben op de Spaanse economie.

Specifiek voor Nederland, waar inflatie toch ook 2 procent bedraagt, is er het gevaar dat de zeer lage interestvoeten vormen voor de Nederlandse pensioensreserves. Althans de grote Nederlandse pensioenfondsen waarschuwden verleden zomer dat als de interestvoeten zo laag blijven, het Nederlandse pensioenstelsel ondermijnd wordt omdat ze hun beloftes aan hun klanten nooit kunnen waarmaken in zo’n omgeving.

In een muntunie is slechts een uniform interestbeleid mogelijk. In het verleden waren de interestvoeten veel te laag voor de Europese periferie, met als gevolg een orgie van private schulden, publieke schulden en vastgoedluchtbellen. Op dit moment zijn ze veel te laag voor het centrum van de Eurozone, waar via inflatie en reddingsprogramma’s betaald wordt voor het bijeenhouden van de muntunie.

Hoe verantwoord is het voor de Nederlandse regering ten opzichte van hun belastingsbetalers om blanco checques te blijven uitschrijven zonder dat er enige garantie is op beterschap? Hoe verantwoord is het ten opzichte van de burgers van Zuid-Europa om hun overheden op te zadelen met nog meer schulden, zonder vooruitzicht op groei om die schulden te betalen?

Een gedeeltelijke kwijtschelding van schulden zal onvermijdelijk zijn, en om dat tot een duurzaam succes te maken moet de eurozone op kleinere leest worden geschoeid, zodat de periferie van hun overgewaardeerde munt verlost raakt, en een optimaal interestbeleid voor de muntunie toch al een stuk minder onmogelijk wordt.

Voor de Europese (en andere) banken zal dit een heel duur verhaal worden, gezien zij de grootste schuldeisers zijn van de landen in problemen, en daarom moet dringend werk worden gemaakt van wat in 2008 grotendeels verzuimd werd: een grondige herstructuring van het Europese bankenlandschap. Alle Europese banken moeten opnieuw behoorlijk worden gekapitaliseerd en de zombiebanken moeten uit het systeem. Dat kan door echte “stress tests” te doen, niet dus zoals de EU het nu aanpakt, en er ook gevolgen aan te verbinden.

Harde, pijnlijke beslissingen, maar zoals het spreekwoord zegt, maken zachte heelmeesters stinkende wonden.

Waardeer jij de artikelen op DagelijkseStandaard.nl? Volg ons dan op Twitter!

In dit artikel

Like nu onze nieuwe pagina voor nieuws en opinie!