1. Nederzettingen staan in bezet gebied en 2. de nederzettingen zijn hƩt obstakel tegen vrede.
Door progressieven wordt vaak aangevoerd dat zij Israƫl wel degelijk een bestaan gunnen: achter de grenzen van voor 1967. Maar hiermee wordt eigenlijk gezegd: we gunnen Israƫl vrede, maar wel achter grenzen die niet te verdedigen zijn. Zonder Judea en Samaria ontbreekt het Israƫl volledig aan strategische diepte. Zonder deze streken is het land op zijn smalste punt slechts 15 (!) kilometer breed. Een degelijk infanterie bataljon legt deze afstand in een klein anderhalf uur af, en militaire vliegtuigen kunnen het in een ogenblik. Dit zou geen probleem zijn als Israƫl omringd was door goede vrinden, maar dit is zij niet.
Een favoriet mantra van de bashers is: ĀStop de bezetting!Ā Deze komt in een aantal varianten. De een roept om de stop van de bezetting van Oost-Jeruzalem en de Westbank, de ander roept om de stop van de bezetting van Palestina. Vooral die laatste variant is interessant, want het betekent of IsraĆ«l gewoon even in zijn geheel wil stoppen met bestaan.
Bezet grondgebied; de term die door de media en internationale gemeenschap wordt gebruikt om de status van de Westbank te duiden. De wijdverbreidheid van deze term, impliceert echter niet dat deze correct gebruikt wordt. Een belangrijk besef in het begrijpen van de correcte juridische status van de Westbank, is dat het gebied voor 1948 geen erkende soeverein had.
Na de proclamatie van de staat Israël in 1948 vielen Egypte, Syrië, Libanon, Irak, Jemen, Saoedi Arabie en Jordanië de jonge staat Israel aan. Tijdens deze, door de Arabieren geïnitieerde vernietigingsoorlog, won Jordanië grond en bezette zij het gebied dat destijds bekend stond als Judea en Samaria. In 1950 doopte zij de streek om tot de Westbank. Zelfs de andere Arabische staten erkende de legaliteit van de Jordaanse bezetting van dit gebied destijds niet.
Van 5 tot 11 juni 1967 woedde de zesdaagse oorlog. IsraĆ«l zag zich wederom geconfronteerd met een Arabische vernietigingsoorlog. Om deze oorlog te overleven voerde Israel een offensieve verdedigingsoorlog waarbij met name de IsraĆ«lische luchtmacht de vijandelijke luchthavens en luchtmachten onschadelijk wist te maken voordat de fragiele grenzen van IsraĆ«l onder druk kwamen te staan. In dit proces dreef IsraĆ«l de JordaniĆ«rs terug, en ĀheroverdeĀ hierbij de Westbank. Hier zit de crux.
Omdat het gebied voor de Jordaanse bezetting geen erkende soeverein had, en de Jordaanse bezetting niet als legaal is erkend, geldt de huidige Israƫlische aanwezigheid ook niet als bezetting. Van wie bezetten zij dan immers land? Om deze reden is de enige juiste term: betwiste gebieden, net als bij andere soortgelijke casussen zoals West Sahara, Zubarah, Thumbs Island en nog
een hele lijst aan gebieden.
De Gaza-strip gold en de Westbank geldt als betwist gebied, omdat er voor de Israƫlische aanwezigheid geen erkende soeverein van deze gebieden was. Een ander verhaal ging op voor de Sinai-woestijn en gaat nog steeds op voor de Golan hoogte, daar deze gebieden wel een erkende soeverein hadden voor de Israƫlische aanwezigheid: Egypte en Syriƫ.
Tijdens de zesdaagse oorlog in 1967 veroverde Israƫl de Sinai-woestijn op Egypte. Volgens het internationaal recht mag een staat uit zelfverdediging een gebied tijdelijk bezetten. Hierbij geldt dat het gebied net zolang behouden mag worden als de dreiging, die in eerste instantie tot de bezetting leidde, blijft bestaan. Zo geschiedde het dus ook dat in 1978 Israƫl en Egypte de Camp David-akkoorden tekenden, waarop Israƫl zich terugtrok uit de Sinai-woestijn en het gebied terug gaf aan Egypte.
Voor de Golanhoogte gaat een soortgelijk verhaal op, alleen bestaat er geen vredesbestand tussen Israƫl en Syriƫ. Zolang dit er niet is, heeft Israƫl het recht de Golanhoogte te bezetten omdat het van vitaal strategisch belang is voor de Israƫlische veiligheid. Even samengevat: de Westbank is geen bezet gebied, maar betwist gebied. De Golan-hoogte is wel bezet gebied, maar niet wederrechtelijk.
Als de IsraĆ«lische aanwezigheid in de Westbank, vanaf 1967, de kern is van het voortduren van het conflict tussen IsraĆ«liĀs en Palestijnen, waarom stelde het PLO-handvest uit 1964 dan in artikel 15 dat het hun doel was de gehele staat IsraĆ«l te vernietigen? In dat jaar leefde er geen enkele Israeli in Judea of Samaria, maar volgens het handvest moest IsraĆ«l alsnog in zijn geheel van de aardbodem verdwijnen.
Deze Ā64 mentaliteit heeft zich sindsdien verankerd in de organisatie en is nog steeds expliciet van kracht in de PA, dat feitelijk gewoon de PLO met een ander naampje is. In 1993, tijdens de Oslo akkoorden zei Arafat ĀjaĀ tegen vrede, maar zijn acties veroorzaakte de eerste gigantische golf aan terreur, de ĀintifadaĀ genaamd. In 2000, bood premier Barak de PA 93% van de Westbank aan, maar ze zeiden nee. In 2008 bood premier Olmert de PA bijna 100% van de Westbank aan en accepteerde bijna alle eisen, maar alweer wees de PA af. Ook nu weer lijkt Netanyahu bereid
86% van de Westbank over te willen dragen aan de PA, maar de uitkomst licht eigenlijk al vast: ze zullen het afwijzen want ze zijn niet geĆÆnteresseerd in vrede. PA politici wijden al hun privileges, ja hun gehele politieke bestaansrecht aan het voortduren van het conflict. En zij zijn niet in staat de ĀvernederingĀ te dragen de moslims te zijn die hun strijd tegen de Joden staken. De toorn en minachtig van de gehele islamitische wereld zou hen ten dele vallen.
Ik zeg niet dat dit geldt voor alle segmenten van de Palestijnse bevolking, maar de geschiedenis dwingt tot de conclusie dat de vertegenwoordigers van de Palestijnse bevolking in al hun hoedanigheden, nooit geĆÆnteresseerd zijn geweest in vrede en zelfs nation building.
Toch meent de EU het nodig dat het verdwijnen van de nederzettingen de sleutel tot vrede is. Het ontmantelen van de Gaza-nederzettingen in 2005 heeft inderdaad fantastisch vredig uitgepakt.
Dergelijke EU-acties sterken mij temeer in mijn blijdschap over de soevereiniteit van Israƫl, en dat een Joodse staat beschikt over het lot van het Joodse volk. Wat wij vinden en willen doet er niet zo toe, en gelukkig maar.