In het hoofd van Thomas Mann

In januari 1936 schreef de Duitse schrijver Thomas Mann een open brief tegen de nazi’s. Moet hij deze nu openbaar maken of niet? Britta Böhler beschrijft hoe Mann drie dagen wikt en weegt voor hij definitief tot een beslissing komt.

In februari 1933 vertrok de Duitse schrijver Thomas Mann voor enkele weken naar Zwitserland. De Nobelprijsdrager en schrijver van beroemde titels als De Buddenbrooks en De toverberg had net een lezingenserie over Richard Wagner afgerond en was toe aan vakantie. Weliswaar was Hitler net aan de macht gekomen en stond Mann bekend als zeer kritisch tegenover de nazi’s, maar hij had zich nooit openlijk tegen hen gekeerd en vooralsnog kon hij in Duitsland gaan en staan waar hij wilde.

Ontaard
Eenmaal in Zwitserland kregen hij en zijn vrouw Katia gecodeerde telefoontjes van familie en vrienden (die bang waren om afgeluisterd te worden door de Gestapo), waarin hun dringend werd afgeraden om terug te keren naar München. Manns huis in München werd ondertussen doorzocht op belastende materialen. Mann besloot daarop de situatie in Duitsland even aan te zien en bleef in het buitenland. Die zomer werd beslag gelegd op zijn Duitse bezittingen, waaronder zijn geliefde villa – niemand minder dan Heinrich Himmler zou daar later zijn intrek in nemen.

Toch leefde Mann nog lange tijd met de hoop dat het allemaal wel goed zou komen, dat zijn vertrek uit Duitsland tijdelijk zou zijn. Maar de weken werden maanden, de maanden werden jaren. In de tussentijd werden in Duitsland tegenstanders van de nazi’s vervolgd en belandden boeken van ‘ontaarde’ schrijvers op de brandstapel – waaronder die van Thomas’ broer Heinrich en die van zijn zoon Klaus. Hijzelf ontsprong vooralsnog de dans – zijn boeken werden nog gewoon uitgegeven en, niet onbelangrijk, in grote aantallen verkocht.

Opheldering
Maar hoe lang kon Mann deze halve emigratie nog volhouden? Aan alle kanten werd aan hem getrokken. Vooral zijn kinderen Erika, een politiek cabaretière, en Klaus, net zoals zijn vader schrijver, eisten van hem dat hij stelling nam. Maar ook andere schrijvers wilden opheldering. Aan welke kant stond hij nu eigenlijk?

Over dit dilemma gaat De beslissing van Britta Böhler, die bekend is als advocate, van 2007 tot 2011 lid was van de Eerste Kamer voor GroenLinks en tegenwoordig hoogleraar advocatuur is aan de Universiteit van Amsterdam. Want eind januari 1936 heeft Mann dan eindelijk een vlammende brief geschreven waarin hij het naziregime hard aanvalt. Vervolgens heeft hij deze afgeleverd op de redactie van de Neue Zürcher Zeitung.

Taaie schnitzel
Het is vrijdagmiddag, de brief zal verschijnen in de krant van maandag. Böhler kruipt dan drie dagen lang in Manns hoofd – alle twijfels en overpeinzingen passeren de revue: moet hij de brief niet terugtrekken? Wat heeft het voor zin zich als schrijver te mengen in de politiek? Wat voor gevolgen zal het hebben voor de uitgeverij en voor zijn boeken in Duitsland? Heeft hij als Duitse schrijver buiten Duitsland wel bestaansrecht? En een teruggave van zijn prachtige huis, dat kan hij nu voorgoed op zijn buik schrijven. Waarom dus niet een paar maanden wachten, waarom je nu vastleggen? Enzovoort.

Böhler heeft voor haar roman kunnen terugvallen op Manns dagboeken, op die van zijn vrouw en op die van verschillende van zijn kinderen – er zullen weinig families zijn waarin zo veel werd geschreven. Met een vlotte pen weet zij van dit monument van de Duitse literatuur een mens van vlees en bloed te maken, die zich ergert aan de taaie schnitzel die is gebakken door zijn kokkin of geïrriteerd raakt door een vrijpostige portretfotograaf die zijn meubels opnieuw arrangeert en bovendien geen benul heeft wie hij is. Ook laat Böhler goed zien hoe een keuze die voor ons zo logisch lijkt, voor Mann er één was met vele haken en ogen. Achteraf is elke keuze immers eenvoudig.

De beslissing – Britta Böhler. Uitgeverij Cossee.

Abonneer je gratis en voor niets op het Telegram-kanaal van De Dagelijkse Standaard, en like onze spiksplinternieuwe Facebook-pagina!
In dit artikel

Wie op onze website reageert, gaat akkoord met ons huisreglement.

2 reacties

  1. halo1

    ..deze laatste zin geeft het hele dilemma weer : Duitsland was , ondanks het Hitler-regime toch nog het land met relatief de meeste bibliotheken en kranten en scholen in de wereld.. de Nazis waren in januari 1936 nog relatief poeslief, de Olympische Spelen kwamen eraan.. voor de Joden was er nog een zeer gereguleerde wetgeving… maar toch: wetgeving…de synagoges bestonden b.v. allemaaal nog enz,  Veel emigranten zijn er jammerlijk  aan onderdoorgegaan…je kan je vaderland ondanks alle tekortkomingen toch dodelijk missen… knap stukje geschiedsuitvergroting op de vierkante centimeter .

  2. Michael van der Galien

    Besteld! En m’n ouders ook. Lijkt me een buitengewoon interessant boek. Mooie recensie.

Reacties zijn gesloten.

e-mail:

 
Ja, ik ga ermee akkoord dat Dagelijkse Standaard mij incidenteel commerciële emails stuurt.