Nieuwe roman van Houellebecq loopt lekker

Na een lange stilte laat Michel Houellebecq van zich horen tijdens een interview met Le Figaro, dat werd afgenomen vanwege een nieuwe uitgave van gedichten, een bloemlezing uit reeds verschenen bundels.

Bonjour tristesse
Er lagen wat Franse kranten klaar voor de passagiers van het vliegtuig dat vanuit Lille naar Marseille vertrok. Ik koos Le Figaro en ik bofte: er zat net een literair supplement bij. Ik bofte nog meer, want dit bevatte een vraaggesprek met Michel Houellebecq. De voorkant van het supplement werd weliswaar in beslag genomen door een herdenking van het feit dat vijftig jaar geleden Bonjour tristesse van Françoise Sagan verscheen, maar de achterkant was dan toch aan Houellebecq gewijd.

Er wordt uiteraard veel over de gedichten gepraat. Omdat ik niet val voor de poëzie van Houellebecq en al helemaal niet wanneer die door zangers als Jean-Louis Aubert en Bertrand Louis gezongen wordt, moest ik het met de resterende opmerkingen van de schrijvers doen. De interviewer laat overigens doorschemeren dat hij het maar ‘ouderwets’ vindt dat de gedichten rijmen. Wat is het toch makkelijk om ‘modern’ te zijn in de ogen van onze intelligentsia!

Rock
Van die chansons komt men op de rock  – een stoer woord dat ik niet meer horen kan. Houellebecq verklaart trouwens dat hij de hedendaagse rock niet meer volgt. ‘Mijn horizon ligt weinig verder dan de jaren 70.’ En dan noemt hij favorieten als Black Sabbath, Pink Floyd, de Stooges, Neil Young. Hij zegt ook nog even dat hij de Beatles hoger schat dan de Rolling Stones, wat prettig niet-stoer klinkt.

We wachten allemaal op de nieuwe roman van Houellebecq, want de laatste was toch al weer van 2010. Hoewel ik me persoonlijk afvraag of Houellebecq nog iets te zeggen zal hebben, vind ik hem zo uitzonderlijk in het huidige literaire landschap, dat ik goede hoop blijf houden. ‘Sinds een paar maanden heb ik veel pep!’ zegt de auteur. ‘Mijn nieuwe roman loopt lekker en de titel is al gevonden. Als ik de titel eenmaal heb, is alles in orde.’

De interviewer vraagt of Houellebecq nog steeds in het 13e arrondissement woont. ‘Ja, aan de zoom van de buitenwijken. Ik bevind me graag op de grens. Toch herkennen ze me daar ook nog op straat.’ Het 13e arrondissement is dat van de Place d’Italie, de Bibliothèque Nationale en het Gare d’Austerlitz, een wat kleurloze wijk die je je goed bij Houellebecq kunt voorstellen.

Grote literatuur
Onverwacht is het antwoord op de vraag: ‘Zou u in een andere eeuw willen leven?’ Houellebecq zegt: ‘Omdat ik een auteur van heroic fantasy had kunnen worden, kan ik me mezelf heel goed voorstellen in de 9e of 10e eeuw voor het gothische, of ietsje later ten tijde van La chanson de la croisade albigeoise, dat ik enorm bewonder. Een andere mogelijkheid is het Tweede Keizerrijk, de gelukkigste periode van Frankrijk, twee eeuwen van grote literatuur, tegen een muzikale achtergrond van de operettes van Offenbach. Frou-frou, lichtheid, humor, gondelliederen…’

Als men informeert naar recente lectuur van hem, noemt hij Theodor Fontane, de 19e-eeuwse Pruisische schrijver van onder meer de roman Effi Briest, een beschrijving van de burgerij uit zijn tijd – te vergelijken met de Buddenbrooks van Thomas Mann, die dan ook van zijn werk hield.

Uit eigen beweging meldt Houellebecq tenslotte nog dat hij de laatste tijd veel aan zijn jeugd denkt en daarin le vert paradis des amours enfantines van Baudelaire herkent. Verrassend om te horen uit de mond van iemand die in Elementaire deeltjes een passage over kinderverdriet schreef die mij even de adem benam, zo aangrijpend was die. Maar hij spreekt hier waarschijnlijk over een vroegere periode van zijn jeugd.


Waardeer jij de artikelen op DagelijkseStandaard.nl? Volg ons dan op Twitter!

In dit artikel

Wie op onze website reageert, gaat akkoord met ons huisreglement.

e-mail:

 
Ja, ik ga ermee akkoord dat Dagelijkse Standaard mij incidenteel commerciële emails stuurt.