Moordenaars vinden we niet door 100% DNA-match alleen

Tegen een DNA-databank.

Volgens de Fred Teeven-fanboys van Elsevier kunnen we geen serieuze bezwaren hebben tegen het afstaan van DNA-materiaal.

Maar ons internetgebruik wordt geregistreerd, de AH-bonuskaart houdt ons boodschappenlijstje bij, ons reisverkeer door de OV-chipkaart gemonitord, en onze kentekenplaten bij trajectcontroles geregistreerd. Al die gegevens zeggen veel meer over onze persoonlijke levenssfeer dan een beetje wangslijmvlies met genetische gegevens die we zelf doorgaans niet eens kennen.

Dat we de structuur van ons DNA niet kennen en daarom best kunnen meewerken, gaat uit van het exotische criterium dat we pas iets voor onszelf mogen houden, als we het geheel en al kennen. Dat is geen argument, dat is humor. Serieuzer is het argument dat we best DNA kunnen afstaan omdat we nu ook al ruimschoots gegevens delen die voorheen privé waren. Dit exploiteert de glijdende schaal van privacy-opoffering. Ook dit argument houdt geen stand, want het leidt tot de absurde en ongewenselijke conclusie dat ook ons gehele intieme leven met de overheid moeten delen. Want laten we eerlijk zijn: wat een goudmijn voor risicoprofielen. De overheid zal er – volgens de overheid – wonderen mee verrichten.

Het enige min of meer serieuze argument voor een DNA-databank is dat het helpt om moorden op te lossen. Op zichzelf zegt dat niet zoveel: foltering schijnt ook effectief te zijn om aanslagen te voorkomen. Maar dat wil niet zeggen dat we het moeten en mogen doen.

Bovendien zijn er sterke bezwaren tegen Fred Teevens persoonlijke bibliotheek. In de eerste plaats wordt de onschuldpresumptie overboord gegooid; we verkopen een van de pijlers van de rechtsstaat. En nu lijkt dat toepasselijk als het om moorden gaat, maar zo’n ingrijpend slopen van de rechtsstaat heeft een uitwerking die zich niet beperkt tot het domein van laffe moorden die moeten worden opgelost. In de praktijk betekent dat – ik noem maar een zijstraat – dat u eerst snelheidsovertreder bent en daarna pas een burger met een auto.

In de tweede plaats is er een wetenschappelijk argument tegen de jacht op DNA. Wat voorstanders van een DNA-databank gemeen hebben, is een negentiende-eeuwse opvatting van wetenschap. En dat is geen fantastisch uitgangspunt voor het maken van beleid in onze eeuw.

Wetenschappelijke theorieën zijn geen onfeilbare black boxes waaruit De Waarheid rolt. Wetenschappers compileren geen onaantastbare feiten door gebruikmaken van de juiste onaanvechtbare methoden en procedures. Ik ben geen waarheids- of wetenschapsrelativist, maar ik ben ook niet naïef: zo werkt het gewoon niet.

DNA-materiaal in bijvoorbeeld een moord- of verkrachtingszaak lijkt een schot voor open doel. Bij een match moet het wel raak zijn. But no. Als, en ik zeg als, het sporenonderzoek goed is uitgevoerd. Maar een plaats delict zit onder de DNA-sporen – en één (of geen!) van die sporen is van de misdadiger. Op een moordplek kunnen we tientallen DNA-sporen vinden, afkomstig van misschien wel evenzoveel mensen. Op basis van het bewijsmateriaal kan een veelvoud aan mogelijke moordenaars en moordhypothesen ontstaan. Bewijs spreekt nooit uit zichzelf. (Zie hier overigens het contrast met de tweehonderd jaar oudere opvatting van wetenschap.)

Op basis van een set bewijsmateriaal is in principe een immens aantal meer en minder plausibele scenario’s met bijbehorende verdachten mogelijk. Op een beetje moordplek heeft u in no time zo een tiental DNA-matches te pakken. En dan? Dan niets, dan hebben we alleen aangetoond dat de mensen van wie er sporen lagen, daar ook daadwerkelijk zijn geweest. Ooit. Als iemand anders hun sporen niet bij zich droeg.

DNA is een beperkt middel dat slechts in zeer uitzonderlijke gevallen de dader aanwijst. Meestal is het een schakel in een construct van hypothesen. De beste hypothese is de meest plausibele. En om hypothese r van zijn concurrenten x, y, z, en de rest te onderscheiden, is meer nodig dan DNA-materiaal alleen. Daarvoor is recherchewerk nodig. Want het zijn rechercheurs die moorden oplossen, niet DNA.

Als we het misplaatste geloof van DNA als onomstotelijke daderaanwijzer nu eens loslaten, valt het voornaamste argument voor een databank (‘boeven vangen tegen elke prijs!1!1!!’) ook weg. Want zo’n wondermiddel is het niet.

Abonneer je gratis en voor niets op het Telegram-kanaal van De Dagelijkse Standaard, en like onze spiksplinternieuwe Facebook-pagina!
In dit artikel

Wie op onze website reageert, gaat akkoord met ons huisreglement.

4 reacties

  1. Yato

    Maar ons internetgebruik wordt geregistreerd, de AH-bonuskaart houdt ons boodschappenlijstje bij, ons reisverkeer door de OV-chipkaart gemonitord, en onze kentekenplaten bij trajectcontroles geregistreerd.”

     

    Maar niet te vergeten wordt dat ook doorgedrukt zonder dat we dit uitdrukkelijk willen…

  2. mart

    Wacht maar tot men het volkje  heeft overtuigt dat de onderhuidse chip echt vooruitgang is en nodig voor hun welzijn.Liefst in de hersenregio (indien nog aanwezig).Kunnen ze het individu gelijk ”op tilt” zetten , bij tegenstribbeling.

  3. srvman

    @:

    Het is angstaanjagend hoeveel privacy informatie wij onbewust en bewust(!) prijsgeven aan de overheid en de rest van de wereld. Dat we het prijsgeven is tot daar aan toe, maar dat die informatie tot in den eeuwigheid bewaard blijft en opgevraagd kan worden is een fenomeen waar we later heel erg veel spijt van gaan krijgen.

  4. HdK

    Wat als persoonlijke gegevens in handen komen van ongewenste regimes, het zij in NL, hetzij in het buitenland? 

    Als voorbeeld: Een  geislamiseerd NL, Hamas, ISIS, Boko Haram, Hezbollah, etc, 

    Bij een checkpoint van ISIS, is uw religie dan in 2 seconden bekend en kunt U kiezen tussen nekschot en onthalsing.

Reacties zijn gesloten.

e-mail:

 
Ja, ik ga ermee akkoord dat Dagelijkse Standaard mij incidenteel commerciële emails stuurt.