Jean Wanningen: “Belofte maakt schuld”

Jean Wanningen bij Cafe Weltschmerz
Foto: Jean Wanningen bij Cafe Weltschmerz

De discussie over geld, geldcreatie en het reilen en zeilen van de financiële sector in het algemeen staat de laatste tijd volop in de belangstelling. Niet alleen bij economen en beleidsmakers, maar in toenemende mate ook bij het gewone publiek. De theatervoorstelling ‘Door de bank genomen’ van het gezelschap ‘De Verleiders’ en de activiteiten van de stichting Ons Geld zijn hier mede verantwoordelijk voor. Econoom Ewoud Jansen ergerde zich echter aan de zijns inziens onjuiste voorstelling van zaken die hierbij werd gedebiteerd en schreef een boekje ter verheldering van de ontstane begripsverwarring over geld, geldschepping en de rol van de banken daarbij.

De financiële sector zit op de schopstoel. Niet in de laatste plaats door een reeks van schandalen en misstanden, die zich vanaf 2008 in rap tempo hebben geopenbaard. Woekerpolissen, Libor-schandalen, gesjoemel met derivaten aan onwetende burgers en (kleinere) bedrijven, spookrekeningen en financiële malversaties, de lijst is lang. Met als kers op de taart natuurlijk de mondiale financiële crisis die zich in 2007 openbaarde en in 2008 leidde tot de val van de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers. De crisis sloeg over naar Europa en ook in Nederland moesten banken worden gered met belastinggeld. Sindsdien staat het begrip ‘Lehman moment’ synoniem voor de totale instorting van een systeem, voor een catastrofe.

Het mag dus niemand verbazen dat er een discussie over ‘geld en banken’ op gang is gekomen met als doel dergelijke catastrofes in de toekomst te voorkomen. In dat licht moeten de activiteiten van De Verleiders en stichting Ons Geld dan ook worden geplaatst.  In zijn Inleiding schrijft Jansen dat zijn voornaamste motief om dit boek te schrijven voortkomt uit de behoefte om de zijns inziens verkeerde voorstelling van zaken te corrigeren die door theatergroep De Verleiders en Stichting Ons Geld worden gedaan, waardoor bij het grote publiek de indruk kan ontstaan dat die vermaledijde bankiers zichzelf schaamteloos hebben verrijkt met ‘uit het niets’ gecreëerd geld. Want zo simpel is het niet, concludeert Jansen.

Om maar meteen met de conclusie in huis te vallen: Jansen is er uitstekend in geslaagd om deze complexe materie helder over het voetlicht te brengen. Het boekje (ruim 100 pagina’s exclusief noten en register) leest vlot weg en behandelt de materie op een inzichtelijke wijze met een logische opbouw. De bewust gekozen simplificaties van bankbalansen bijvoorbeeld, werken hier uitermate verduidelijkend, juist ook voor de geïnteresseerde leek.

De opbouw waar Jansen voor gekozen heeft is een logische. Eerst ontmaskert hij een aantal ‘samenzweringstheorieën’, dan legt hij uit hoe ons geldstelsel werkt en wat er feitelijk gebeurt als banken ‘geld scheppen’. Vervolgens besteedt hij aandacht aan de toezichthoudende functie op ons geldsysteem en sluit hij af met mogelijke alternatieven en conclusies.

Allereerst behandelt Jansen de vraag ‘wat is geld eigenlijk?’ Geld is een afspraak, een ruilmiddel. Daarnaast heeft geld de eigenschap van rekeneenheid en de derde functie is waarde-opslag, we kunnen het geld ook morgen of volgend jaar nog gebruiken.

Daarna rekent hij af met de mythe dat banken geld ‘uit het niets’ kunnen scheppen en dat dan vervolgens met rente uitlenen aan de argeloze burger. De burger die zogezegd ‘nepgeld’ leent maar dat wel met ‘echt’ geld plus rente moet terugbetalen! Allemaal feitelijk onjuist, stelt Jansen terecht. Uw (girale) tegoeden die u op uw bankrekening heeft staan zijn úw bezit en een schuld van de bank aan u.

Als u echter bij een bank aanklopt om geld te lenen om een aankoop of investering te financieren dan kunnen commerciële banken inderdaad nieuw geld scheppen, maar dat kunnen die banken niet zomaar. Daar staat een kredietaanvraag van een particulier of bedrijf tegenover. En onder die kredietaanvraag schuilen toekomstige economische activiteiten. Die kunnen variëren van de bouw van een dakkapel tot omvangrijke investeringen in een machine- of windmolenpark. Met andere woorden: dat (girale) geld is een schuld van de bank aan de kredietnemer en die schuld wordt (naar het oordeel van de bank) gedekt door toekomstige economische activiteit. De rentevergoeding die de bank daarbij vraagt is enerzijds ter compensatie van het risico op wanbetaling en anderzijds een vergoeding voor kosten die de bank heeft. Denk aan personeelskosten, kantoor- en beheerkosten.

Geld is dus het ‘smeermiddel’ van de economie en om die economie te laten groeien is het noodzaak om schulden aan te gaan (geld te lenen bij een bank). We kunnen niet zonder schulden. Als dat zo zou zijn zouden we élke transactie onmiddellijk en volledig moeten afwikkelen met de tegenpartij. Dan zou een economie niet kunnen functioneren. Schulden aangaan (geld lenen) betekent beloften doen, namelijk dat u het geleende terugbetaalt. ‘Belofte maakt schuld’ is niet voor niets een zegswijze geworden. Ook zonder banken zouden er schuldtitels worden gebruikt als betaalmiddel, aldus scribent.

Als het ‘privilege’ op geld scheppen echt zo’n lucratieve business was als De Verleiders ons willen doen geloven, schrijft Jansen, dan zou je denken dat de mensen in de rij staan om dat te doen. Maar dat is niet zo. Weliswaar kan iedereen een bank beginnen, maar daar zijn door de toezichthouder nogal wat eisen aan gesteld. Achtereenvolgens behandelt de auteur de belangrijkste die worden gesteld aan het bankbedrijf: de liquiditeit (in welke mate kan de bank haar directe verplichtingen voldoen?), de solvabiliteit (hoe sterk zijn de buffers?) en de bancaire reserves (de tegoeden die banken aanhouden bij de centrale bank).

Ook wordt het begrip Quantitative Easing (QE) toegelicht. Dit begrip is de laatste jaren nogal in het nieuws, onder andere door het huidige beleid van de ECB (Europese Centrale Bank). In de volksmond heet dat ‘de geldpers’ aanzetten, maar Jansen laat zien dat die voorstelling van zaken feitelijk onjuist is en legt haarfijn uit wat er wél gebeurt: het éne liquide bezit (bijvoorbeeld een staatsobligatie) wordt omgezet in reserves bij de ECB (hetgeen tot een hoger tegoed bij de centrale bank leidt). Overigens waarschuwt Jansen wel terecht dat het QE-beleid kan leiden tot het vormen van bubbels, zoals vastgoed- en aandelenbubbels, omdat het de waarde van die financiële activa kan opstuwen.

Een volgend misverstand waar Jansen mee afrekent is dat banken functioneren als ‘geldmachines’ waar alleen de rijkste 0,01 procent van profiteren (en als het fout gaat dan draait het ‘klootjesvolk’ er voor op). Ook dit soort verhalen zijn gebaseerd op onbegrip van het geldscheppingsproces, zo schrijft hij. Zoals hiervoor uiteengezet verdienen banken niet aan de geldschepping ‘an sich’, maar aan de succesvolle economische activiteiten die door geldschepping mogelijk zijn gemaakt. Bovendien kunnen banken ook failliet gaan. De aandeelhouders zien dan óók helemaal niets terug van het kapitaal dat zij hebben gefourneerd. Wel staat Jansen stil bij het feit dat een aantal banken too big to fail zijn geworden, waardoor zij door overheden met belastinggeld moesten worden gered. Maar, zo stelt hij, als dat niet was gebeurd was ook ú uw kwartjes kwijtgeraakt.

Uiteindelijk wordt onze welvaart bepaald door de productie van reële goederen en diensten en zijn alle financiële producten hiervan afgeleid. Geld is niet meer dan een claim op een deel van die productie. Het gebruik van complexe financiële producten is ook helemaal niet bezwaarlijk. Het is bijvoorbeeld onzinnig om rentederivaten of producten die wisselkoersrisico’s afdekken te verbieden. Dat zijn onmisbare verzekeringscontracten in het huidige (internationale) economische verkeer. Wel dient het toezicht op het gebruik ervan prudent en transparant te zijn.

In het voorlaatste hoofdstuk gaat Jansen nog in op enkele alternatieve geldstelsels. Achtereenvolgens behandelt hij geldstelsels gebaseerd op de goudstandaard, op full reserve banking (alleen de overheid schept geld) en de bitcoin en blockchain technologie. Over de goudstandaard merkt Jansen op dat die door de beperkte hoeveelheid fysiek goud in de wereld de economische groei belemmert (of anders zorgt voor deflatie). Met betrekking tot het ‘staatsgeld’ (simpelweg geld bijdrukken) laat hij zien dat dat macro-economisch geen voordeel oplevert, maar gewoon belastingheffing via een omweg is. En ten aanzien van de bitcoin constateert Jansen droogjes dat het concept, dat juist bedoeld was om instanties als centrale banken te omzeilen en meer privacy in het betalingsverkeer mogelijk te maken, ironisch genoeg juist leidt tot het tegenovergestelde: als er geen cash geld meer in omloop is zal echt elke betaling digitaal te traceren zijn.

In het slothoofdstuk concludeert Jansen dat de schandalen in de financiële sector weliswaar buitengewoon laakbaar zijn, maar met het proces van geldschepping als zodanig niets te maken hebben. Wel met een gebrek aan toezicht en een overmaat aan optimisme en hebzucht. Wat we ook gebruiken als geld, uiteindelijk bepaalt de onderliggende concurrentiekracht van een economie de waarde van ons geld. Geld is dus alleen iets waard als het proces van waarde-creatie door blijft gaan. Stokt dat proces, dan neemt ook de waarde van ons geld af.

Samenvattend mag geconcludeerd worden dan Jansen er goed in geslaagd is om het ingewikkelde proces van geldschepping en de rol die commerciële- en centrale banken daarbij spelen over het voetlicht te brengen. Het is een goede zaak dat het onderwerp ‘Geld, schuld en banken’ hoog op de maatschappelijke agenda is komen te staan door De Verleiders en Ons Geld, aangezien dit onderwerp leeft in de samenleving. Dit boek van Jansen behandelt nadrukkelijk niet de maatschappelijke discussie die hieruit ontstaan is, maar biedt inzicht in de processen zelf. Dat is winst, want een vruchtbare maatschappelijke discussie heeft natuurlijk alleen zin als duidelijk is wat er precies gebeurt als er kredieten worden verstrekt of ‘de geldpers wordt aangezet’ door centrale banken.

Geld schuld en banken

Geld, schuld & banken – Ewoud Jansen, Mythes en misverstanden rondom geldschepping en kredietverlening. Uitgeverij Van Brug Boeken, Nijkerk.


Waardeer jij de artikelen op DagelijkseStandaard.nl? Volg ons dan op Twitter!

In dit artikel

Wie op onze website reageert, gaat akkoord met ons huisreglement.

Reageer

2 reacties

  1.   

    Lees “Geld komt uit het niets” ook maar eens van heer Ad Broere.

  2.   

    bis, BIS, bis….

    DWDD presenteert: BIS, bank van de bankiers
    Posted on 7 november 2014 by Auteur
    Vaste prik. Iedere doordeweekse avond om 19:00 uur: De Wereld Draait Door. Er zijn zelfs mensen die hun etenstijd erop afstemmen, om het maar niet te hoeven missen. De aflevering van dinsdag 4 november was zeker de moeite waard. Pierre Bokma, Victor Low, Leopold Witte, Tom de Ket en George van Houts voerden een gedeelte op uit hun theaterstuk De Verleiders. Door de bank genomen. Boos waren ze over de ondoorzichtige en veel te dure hypotheken die hen waren aangesmeerd, over de bankiers met hun gladde verkooppraatjes. We zijn er allemaal ingeluisd.

    Sommige mensen staan met tranen in de ogen, vertellen de acteurs: “dit is mijn verhaal, ik heb het nooit geweten. Het is verschrikkelijk.” Iedereen kent deze situaties, maar 95% van de mensen is niet op de hoogte van wat hierachter zit: het systeem van de grootbanken en de aandeelhouders van de grootbanken die dit sturen. Die zelfs de grote crises sturen.

    BIS bank

    Een grote foto van de BIS bank te Bazel wordt op de achtergrond geprojecteerd. Matthijs van Nieuwkerk had er nog nooit van gehoord. George van Houts inmiddels wel. Hij doet een boekje open: dit is de Bank for International Settlements, deze toren in Bazel. Alles wat daarbinnen gebeurt is strikt geheim. Geheimer dan de CIA en de FBI bij elkaar. Niemand van de medewerkers betaalt belasting. Deze bank wordt door geen enkel democratisch instituut gecontroleerd. Zelfs de Zwitserse overheid heeft geen toegang. De BIS bank heeft een eigen politiedienst.

    BIS

    Dit is de Centrale Bank der Centrale Banken. In dit gebouw wordt alles geregeld over de hele wereld, qua macht. Ook onze democratieën worden van hieruit bestuurd. IMF, FED, Wereldbank zijn de uitvoerende organen van deze BIS bank. De toren van Bazel wordt het genoemd. De aandeelhouders van deze bank zijn de 0,1% rijksten ter wereld waar Thomas Piketty het over heeft. Die verdelen de poet onderling. Dit is hun uitvoeringsorgaan. De BIS is opgericht om het banksysteem in stand te houden.

    Wat willen jullie het publiek meegeven, vraagt Van Nieuwkerk. Het antwoord: Lees erover, denk erover, praat erover. Er moet een bewustzijn op gang komen. We hebben al deze informatie uit openbare bronnen, alleen de macht heeft het zeer versluierd op alle websites gezet. Maar het is voor iedereen te vinden. Er zijn wereldwijd al heel veel actiegroepen bezig om erop te wijzen dat ons monetaire systeem rot in elkaar zit. Je hebt in Engeland een grote groep die heet PositiveMoney.org. Je hebt in Nederland Onsgeld.nu En je hebt de eminente Ad Broere van AdBroere.nl, een ex-bankmedewerker die alles haarfijn uit de doeken doet, veel uitgebreider dan wij nu kunnen doen.

    Matthijs van Nieuwkerk concludeert: klinkers uit de straten en op naar de Zuidas, dat is het thema van de avond. (Maar, tussen haakjes: geweldloos verzet is effectiever.)

    Door de bank genomen gaat zondag in première en is tot eind maart overal in het land te zien.

    De Verleiders

    Bis, bank van de bankiers

    Dat het allemaal klopte als een bus, wat George van Houts vertelde over de BIS, kun je nalezen in Geld komt uit het Niets (2012) van Ad Broere. Hij wijdt daarin een heel hoofdstuk aan de BIS, bank van de bankiers.

    Broere citeert de historicus dr. Carroll Quigley die al in 1966 op basis van uitvoerig onderzoek concludeerde dat de BIS bank hoofdzetel en anker van het systeem van wereldwijde financiële controle is.

    “De krachten achter het financiële stelsel hebben (..) een verreikend doel, niets minder dan een wereldorde te creëren op basis van een in private handen zijnde wereldwijde financiële controle. Zo wil men het politiek systeem van elk land afzonderlijk controleren alsmede de gehele wereldeconomie. Het systeem zal op een feodale manier worden gestructureerd via ’s werelds samenwerkende centrale banken door middel van in het geheim gesloten akkoorden. De hoofdzetel en het anker van dit systeem is de BIS in Bazel Zwitserland. Deze bank is in private handen en wordt gecontroleerd door banken die op hun beurt in private handen zijn.”

    Ad Broere schrijft hierover:

    “De sleutel van het succes is volgens dr. Quigley, dat “de internationale bankiers het geldsysteem van alle landen controleren en manipuleren, terwijl ze de indruk geven dat de controle bij de regering ligt. “

    De BIS bank blijft op de achtergrond. Het instituut wordt bijna nooit genoemd in het nieuws. Je hoort weleens over het Financial Stability Board of het Bazel Comité, maar niet over de bank van de centrale bankiers, de BIS. Het is alsof die niet bestaat.

    De geschiedenis van de BIS bank

    In 1930 is de BIS bank opgericht in Den Haag door Duitse, Engelse, Franse, Italiaanse en Amerikaanse diplomaten en bankiers. De bank was vanaf de oprichting een private onderneming (dus niet in overheidshanden) en werd gevestigd in Bazel, Zwitserland. Al snel werd het een ontmoetingspunt van internationale bankiers en grote ondernemers. Via deze bank zouden de Duitse herstelbetalingen van na WOI worden gecoördineerd. Na 1933 stopten de herstelbetalingen en kwam een omgekeerde geldstroom naar het nazi-bewind op gang. Ad Broere verwijst naar het boek Wall Street and the Rise of Hitler (1976) van Antony Sutton waarin dit wordt aangetoond.

    Na WOII vond er een schijn democratiseringsproces plaats in de financiële wereld. Er werden een aantal centrale banken genationaliseerd, hoewel de controle over de geldschepping niet onder publieke controle kwam, maar in handen bleef van de internationale bankiers. In dezelfde periode werden het IMF en de Wereldbank opgericht. Ad Broere schrijft dat het IMF in feite het voorzetraam werd van de BIS bank, zodat die op de achtergrond kon blijven. De BIS bank stuurt het IMF.

    De BIS heeft alle kenmerken van een soevereine staat. “Er is geen organisatie die de handel en wandel van de BIS kan controleren.” In 1987 werd het ‘Headquarters Agreement’ getekend tussen de Swiss Federal Council en de BIS Bank. Dit akkoord kent aan de BIS Bank dezelfde uitzonderlijke status toe als aan het Vaticaan. De gebouwen en het omringende land die gebruikt worden door de Bank zullen immuniteit genieten, immuniteit van rechtsvervolging. Tenslotte is de BIS bank ook nog vrijgesteld van belastingen. Ad Broere concludeert dat de BIS een staat binnenin een staat is.

    De BIS bank in deze tijd

    De invloed die de BIS bank uitoefent op het wereldwijde monetaire reilen en zeilen is steeds groter geworden. In de BIS nemen de centrale banken van 55 landen deel, waaronder ook die van de opkomende mogendheden China en India. Alle 55 centrale banken zijn aandeelhouder in de BIS. Zij bezitten samen 86% van alle aandelen, dus grofweg minder dan 2% per land. De overige 14% van de aandelen zijn in handen van particulieren, dezelfden die er al waren voordat de 55 centrale banken toetraden tot de club. Ad Broere schrijft: Ten opzicht van de centrale banken hebben de 14% aandeelhouders een groter belang en dus meer zeggenschap.

    “Bovendien beschikken de 14% aandeelhouders over een fabelachtig vermogen. En in deze wereld betekent het grootste bezit de grootste macht.”

    De leden van de BIS komen regelmatig in vergadering samen. Van deze bijeenkomsten worden geen notulen gemaakt en er wordt ook geen verslag van gedaan in de media. Heel af en toe vinden we een glimpje over de BIS. Zoals in 2009 in Der Spiegel. Blijkbaar had het tijdschrift heel even binnen mogen kijken. Ad Broere heeft een fragment opgenomen in zijn boek:

    “Het auditorium van de BIS doet sterk denken aan Star Trek (witleren clubfauteuils, duizenden kleine LED lampjes, gespiegeld glas). Vanzelfsprekend is het gebouw volkomen geïsoleerd tegen afluisterpraktijken en hackers. Niets van wat daarbinnen gebeurt, mag naar buiten weglekken. Niet geautoriseerde personen krijgen geen toegang tot het gebouw. Er worden geen openbare verslagen gemaakt van de vergaderingen. Alles wat binnen besproken wordt, is strikt vertrouwelijk. Transparantie komt niet in het BIS woordenboek voor, niets wordt verwerpelijker geacht dan een indiscrete bankier. De BIS kan worden beschouwd als de meest exclusieve en invloedrijke financiële organisatie ter wereld, het Vaticaan van de financiële wereld.”

    Geldschepping

    Hoe komt de BIS aan zoveel macht? De BIS maakt geen wetten. Dat is ook niet nodig, want de BIS heeft de controle over de financiële sector en beschikt over enorme reserves. De BIS beschikt over 4x zoveel goud als de FED en maakte in het crisisjaar 2009 een belastingvrije winst van 2 miljard euro en heeft een vermogen van 17,3 miljard euro. Maar dat de BIS en de daaronder vallende banken het privilege hebben om geld te mogen scheppen, geeft deze sector de meeste macht. De topbankier Mayer Amschelm Rothschild (1744-1812) sprak ooit:

    “Geef mij het recht om geld te scheppen en het maakt mij niet uit wie de wetten van een land maakt.”

    Het geldscheppingsvermogen is de werkelijke goudmijn van de bankiers. Want bedenk: geld scheppen kost hen niets, maar ze lenen het uit en vragen echt geld, waarvoor gewerkt moet worden, terug. Met rente. Daarop lopen ze lekker binnen. Dat kun je je voorstellen. Lees hierover meer in het boek Geld komt uit het Niets van Ad Broere.

    Daarin ook meer over de oplossingen, want die zijn er gelukkig. Complementair geld, rentevrij bankieren, in het kort: een menselijke economie waar de mens weer centraal staat en niet het geld.

    Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on Google+Share on RedditShare on LinkedInEmail this to someone

Like nu onze nieuwe pagina voor nieuws en opinie!