shutterstock_2252633787

Een revolutie zonder einde: hoe 1979 het Iran van vandaag nog steeds bepaalt

Buitenland11 jan , 16:00
Iran is geen ‘moeilijk land’. Iran is een groot land met een lange geschiedenis, een sterke identiteit en een politieke structuur die bewust ingewikkeld is gemaakt. Wie vandaag naar Iran kijkt, ziet protesten, internetblokkades, sancties, regionale oorlogsdreiging en een regime dat leunt op controle en geweld. Maar dat verhaal begint niet in 2026, en ook niet in 1979. Het begint met een eeuw aan botsingen tussen modernisering, religie, buitenlandse inmenging en een bevolking die steeds weer laat zien dat zij zich niet stil laat zetten.
De protesten die eind 2025 en begin 2026 oplaaien, staan niet op zichzelf. Ze passen in een patroon dat al meer dan een eeuw zichtbaar is. Steeds opnieuw botst de Iraanse samenleving met een politieke orde die hervorming belooft, maar controle levert.

Macht en tegenmacht

Iran kent een sterke nationale identiteit. Tegelijkertijd is het land herhaaldelijk gevormd door buitenlandse druk. Aan het begin van de twintigste eeuw kwamen geestelijken, handelaren en intellectuelen samen tijdens de Constitutionele Revolutie van 1905–1911. Hun doel was helder: absolute macht beperken en burgers inspraak geven.
Die wens werd nooit volledig ingewilligd. Buitenlandse inmenging speelde een blijvende rol. Groot-Brittannië hielp Reza Shah Pahlavi in 1921 aan de macht. Na zijn gedwongen aftreden in 1941 volgde zijn zoon Mohammad Reza Pahlavi. De monarchie bleef sterk afhankelijk van westerse steun.
Het diepste litteken ontstond in 1953. De democratisch gekozen premier Mohammad Mosaddegh werd afgezet na een door de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk gesteunde staatsgreep. Voor veel Iraniërs was dit het bewijs dat nationale soevereiniteit ondergeschikt was aan buitenlandse belangen. Dat wantrouwen is nooit verdwenen.

De sjah en de grenzen van modernisering

Onder Mohammad Reza Pahlavi zette Iran stevig in op modernisering. De economie groeide. Het onderwijs werd uitgebreid. Vrouwen kregen stemrecht en toegang tot publieke functies. De hijab werd verboden en westerse kleding aangemoedigd.
Maar politieke vrijheid bleef uit. Oppositiepartijen werden gemarginaliseerd of verboden. Kritiek werd onderdrukt via censuur, surveillance en arrestaties. De Witte Revolutie, bedoeld om Iran in hoog tempo te moderniseren, ontwrichtte traditionele structuren en vergrootte de ongelijkheid.
Voor veel Iraniërs ging alles te snel. Steden groeiden explosief, het platteland liep leeg. Religieuze leiders verloren formele invloed, maar behielden hun achterban. De kloof tussen staat en samenleving werd groter, niet kleiner.

1979: een brede revolutie

De Iraanse Revolutie van 1978–1979 bracht uiteenlopende groepen samen. Seculiere linksen, nationalisten, studenten, arbeiders, bazaarhandelaren en geestelijken wilden allemaal af van de autocratie van de sjah. Religie fungeerde als bindmiddel, niet als exclusief doel.
Ayatollah Ruhollah Khomeini wist vanuit ballingschap deze woede te kanaliseren. Na de vlucht van de sjah in januari 1979 en de neutraliteit van het leger viel het regime. Op 1 april 1979 werd Iran via een referendum uitgeroepen tot een Islamitische Republiek.
De machtsverdeling veranderde snel. De geestelijke elite consolideerde haar positie, voormalige bondgenoten werden buitenspel gezet. De nieuwe grondwet gaf de Opperste Leider doorslaggevende bevoegdheden. Wat begon als een brede volksopstand, eindigde in een strak gecontroleerde theocratie.

Een staat gebouwd op religie en dwang

Sinds 1979 is Iran formeel een republiek, maar in de praktijk een hiërarchisch systeem waarin de Opperste Leider boven de gekozen instellingen staat. De president heeft invloed, maar geen doorslaggevende macht.
Dat werd opnieuw zichtbaar na de verkiezing van president Masoud Pezeshkian in 2024. Hij presenteerde zich als pragmatisch en sociaal betrokken. Hij sprak over inflatie, sancties en mismanagement. Maar op cruciale dossiers bleef zijn speelruimte beperkt.
De werkelijke macht ligt bij de Opperste Leider, de Revolutionaire Garde en het veiligheidsapparaat. Dat systeem kent één constante: wanneer legitimiteit afneemt, neemt repressie toe.

Protest als vast onderdeel van het systeem

Iran kent al decennia terugkerende protestgolven. In 2009 na betwiste verkiezingen. In 2019 na plotselinge verhogingen van de brandstofprijzen. In 2022 na de dood van Mahsa Amini, die werd aangehouden door de zedenpolitie.
De protesten van 2022 vormden een keerpunt. Voor het eerst stonden vrouwen en meisjes zichtbaar aan de frontlinie. Leuzen als ‘Vrouw, Leven, Vrijheid’ raakten een gevoelige kern. Het regime reageerde met geweld, massale arrestaties en executies.
Die ervaring werkt door. Veel Iraniërs hebben geleerd dat protest gevaarlijk is, maar ook dat zwijgen niets oplost. Dat maakt de huidige golf hardnekkig.

De huidige crisis: economie als katalysator

De recente protesten begonnen niet met ideologie, maar met geld. Inflatie en plotselinge prijsstijgingen van basisproducten troffen vooral de werkende klasse en de middenklasse. Toen winkeliers hun deuren sloten en markten in verzet kwamen, sloeg economische woede om in politieke woede.
De reactie van de staat was voorspelbaar. Internet werd afgesloten, telefoonverkeer beperkt. Veiligheidstroepen grepen hard in. Doden en arrestaties volgden. Tegelijk probeerde de overheid het protest te framen als buitenlandse sabotage.

De rol van buitenlandse leiders

De zoon van de voormalige sjah, Reza Pahlavi, riep Iraniërs in 2025 al op tot actie. Hij sprak over ‘straatprotesten en landelijke stakingen’ en stelde dat het repressieapparaat ‘uit elkaar valt’. Volgens hem is een ‘nationale opstand’ voldoende om de ‘nachtmerrie voorgoed te beëindigen’.
Ook buiten Iran klonken oproepen. De Israëlische premier Benjamin Netanyahu richtte zich rechtstreeks tot de Iraanse bevolking met de woorden: ‘Ik geloof dat de dag van jullie bevrijding nabij is.’ Hij verwees daarbij naar de naam van een militaire operatie, ‘Rijzende Leeuw’, en naar een bijbeltekst: ‘Zie, een volk staat op als een grote leeuw, het richt zich op als een jonge leeuw.’ Zulke uitspraken werken dubbel. Ze geven demonstranten morele steun, maar leveren het regime ook munitie om protest als buitenlandse inmenging af te schilderen.

1979 en nu: overeenkomsten en verschillen

Vergelijkingen met 1979 liggen voor de hand, maar gaan slechts deels op. Net als toen is er brede onvrede. Net als toen is er economische druk en politieke uitputting. Het verschil zit in leiderschap. In 1979 was er één figuur die het verschil maakte: Ruhollah Khomeini. Vandaag ontbreekt zo’n centrale figuur binnen Iran. Woede alleen is niet genoeg. Zonder een duidelijk alternatief blijft een revolutie richtingloos.
Iran is geen land van plotselinge crises. Het is een land waarin geschiedenis zich opstapelt. 1953, 1979, 2009, 2022 en nu. Elke episode laat sporen na. Elke generatie draagt het gewicht van de vorige.
De huidige protesten zijn geen eindpunt en geen beginpunt. Ze vormen een volgende fase in een langdurige strijd over macht, legitimiteit en toekomst. Wie Iran wil begrijpen, moet accepteren dat verandering hier zelden snel gaat, en nooit zonder risico.
Steun De Dagelijkse Standaard! De overheid probeert kritische stemmen het zwijgen op te leggen, online en offline. Wij laten ons niet blokkeren! Help ons om de macht te blijven controleren. Steun ons via BackMe of maak uw bijdrage over op NL95RABO0159098327 t.n.v. Liberty Media. En let op: als u ons via BackMe steunt, krijgt u gratis en voor niets elke dag onze exclusieve SubStack-column zo, hop, in uw email inbox!
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading