Wie niet alle jaren vóór zijn
AOW-leeftijd in Nederland heeft gewoond, krijgt minder
AOW. Hoe lastig het is om dat achteraf te corrigeren, blijkt uit een
uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 10 september. Een man kreeg
62 procent van de volledige AOW. Hij vond dat hij langer verzekerd was geweest, maar kon dat niet bewijzen. De SVB kreeg gelijk.
De regel is duidelijk. Volgens de
Rijksoverheid krijg je voor elk jaar waarin je niet in Nederland hebt gewoond
2 procent minder AOW. Bij 62 procent AOW ontbreken dus 19 jaren.
Wat was er gebeurd?
De man verklaarde zelf dat hij van 1971 tot 1973 in Nederland was en daarna terugging naar Marokko. Hij werd later weer in Nederland ingeschreven, per oktober 1975. De SVB ging ervan uit dat hij vanaf 24 mei 1976 verzekerd was voor de AOW.
Hij kreeg AOW vanaf 1 mei 2023. Eerst stelde de SVB die vast op 58 procent, later op 62 procent. De man maakte bezwaar. Volgens hem was hij ook in eerdere jaren verzekerd.
Uiteindelijk ging het geschil nog over een periode van ruim een half jaar: van eind oktober 1975 tot en met 23 mei 1976. De man stond toen al ingeschreven, maar de SVB vond dat hij toen nog geen ingezetene was.
Waarom de man verloor
Ingeschreven staan is niet genoeg. Om verzekerd te zijn, moet je echt in Nederland wonen. Daarbij kijkt de SVB naar je band met Nederland: had je hier werk, een eigen woning, familie of andere vaste bindingen?
De man kon dat niet aantonen. Hij legde een verklaring over van een familievriend, die zei dat hij in 1975 bij hem inwoonde en in een fabriek werkte. Maar die verklaring had geen datum en paste volgens de Raad niet bij de rest van het dossier. Werk in loondienst vóór 24 mei 1976 kon hij ook niet laten zien.
De Raad was duidelijk over wie iets moet bewijzen: "Bij besluiten op aanvraag ligt de bewijslast ter onderbouwing van een aanvraag in hoofdzaak bij de aanvrager." De man kreeg ook zijn proceskosten niet vergoed.
Waarom bewijs zo belangrijk is
Het ging hier om ruim een half jaar, lang geleden. Juist bij zulke oude periodes is bewijs lastig. Papieren raken kwijt, werkgevers bestaan niet meer en getuigen weten data niet precies. De Raad keek daarom vooral naar harde stukken, zoals een arbeidscontract, loongegevens of een eigen woning. Een verklaring zonder datum van een kennis woog niet zwaar genoeg.
Hoe de AOW wordt opgebouwd
Je bouwt AOW op in de 50 jaar vóór je AOW-leeftijd. Per jaar dat je in Nederland woont of hier werkt, bouw je 2 procent op. Heb je al die jaren hier gewoond, dan krijg je de volledige AOW.
Heb je een deel van die periode in het buitenland gewoond, dan gaat er per jaar 2 procent af. Voor mensen die als volwassene naar Nederland kwamen, kan dat flink oplopen. Ook wie een tijd in het buitenland woonde of werkte, kan een gat in zijn AOW hebben.
Is je AOW te laag?
Heb je door ontbrekende jaren een onvolledige AOW, en heb je weinig ander inkomen en vermogen? Dan kun je bij de SVB mogelijk een aanvulling krijgen: de aanvullende inkomensvoorziening
ouderen (AIO). Die vult je inkomen aan tot bijstandsniveau.
Wat kun je doen?
- Kijk in Mijn SVB hoeveel AOW je opbouwt en welke jaren ontbreken.
- Klopt er iets niet? Meld het zo vroeg mogelijk bij de SVB, niet pas als je AOW ingaat.
- Bewaar bewijs van je tijd in Nederland: huurcontracten, loonstroken, schoolpapieren en brieven van instanties. Oude verklaringen van kennissen zijn vaak niet genoeg.
- Maak bezwaar binnen zes weken als je het niet eens bent met je AOW-besluit.
- Vraag naar de AIO als je AOW te laag is om van te leven.