Je hebt zorgkosten opgevoerd in je belastingaangifte, maar krijgt nauwelijks belasting terug. Dat hoeft niet het einde van het verhaal te zijn. Voor mensen die door heffingskortingen weinig of geen belasting betalen, bestaat de tegemoetkoming specifieke zorgkosten. Die wordt afzonderlijk berekend en kan later op je rekening verschijnen. Een belastingaftrek klinkt aantrekkelijk, totdat blijkt dat er weinig belasting overblijft om mee te verrekenen. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren bij een laag inkomen. De gemaakte kosten zijn er wel, maar het voordeel van de aftrek komt niet volledig terecht in de uitkomst van de aangifte.
Voor die situatie heeft de
Belastingdienst een aparte regeling. De naam is weinig uitnodigend: tegemoetkoming specifieke zorgkosten, vaak afgekort tot TSZ. Voor de ontvanger is vooral van belang dat een definitieve belastingaanslag niet altijd betekent dat alle betalingen over dat belastingjaar zijn afgehandeld.
Waarom een aftrek soms weinig oplevert
Bij de berekening van de inkomstenbelasting spelen verschillende stappen een rol. Eerst wordt bepaald over welk inkomen je belasting verschuldigd bent. Aftrekbare zorgkosten kunnen dat inkomen verlagen. Daarna worden heffingskortingen verrekend met de berekende belasting.
Wie al weinig belasting verschuldigd is, kan daardoor een deel van het voordeel van de zorgkostenaftrek mislopen. Je kunt immers niet onbeperkt belasting terugkrijgen die je volgens die berekening niet hoeft te betalen.
De
tegemoetkoming specifieke zorgkosten is bedoeld om onder voorwaarden alsnog een tegemoetkoming te geven. Het is geen algemene vergoeding van medische rekeningen. Ook krijg je niet automatisch het bedrag terug dat je bij de zorgkosten hebt ingevuld.
Dat onderscheid voorkomt verkeerde verwachtingen. Een aftrekpost van bijvoorbeeld duizend euro betekent niet dat er later nog duizend euro wordt overgemaakt. De uitkomst hangt af van de belastingberekening en de heffingskortingen.
Eerst moeten de zorgkosten aftrekbaar zijn
De regeling begint bij een juiste aangifte. Alleen kosten die onder de fiscale regels voor specifieke zorgkosten vallen, kunnen meetellen. Bovendien geldt doorgaans een inkomensafhankelijke drempel. Alleen het deel boven die drempel levert een aftrek op.
Een rekening uit de
zorg is dus niet vanzelf een aftrekpost. Premies voor de
zorgverzekering en het verplichte eigen risico horen bijvoorbeeld niet bij de aftrekbare zorgkosten. Ook een bedrag dat een verzekeraar heeft vergoed, kun je niet nogmaals opvoeren.
Voor de aangifte over het afgelopen jaar biedt het
overzicht van aftrekbare zorgkosten in 2025 houvast. Controleer daarbij steeds het juiste belastingjaar. Een betaling in 2026 hoort niet zonder meer thuis in de aangifte over 2025.
Bewaar rekeningen en informatie over vergoedingen bij elkaar. Vooral wanneer een zorgverzekeraar slechts een deel heeft betaald, is het handig om te kunnen terugvinden welk bedrag daadwerkelijk voor eigen rekening bleef.
Je hoeft geen afzonderlijke aanvraag te doen
De Belastingdienst beoordeelt de tegemoetkoming automatisch op basis van de aangifte. Een losse aanvraag is normaal gesproken dus niet nodig. Zonder opgevoerde aftrekbare zorgkosten ontbreekt wel het vertrekpunt voor die beoordeling.
Volgens de
voorwaarden van de regeling moet de zorgkostenaftrek ertoe leiden dat de berekende belasting lager wordt dan de heffingskortingen. Daarnaast moet de tegemoetkoming meer dan 15 euro bedragen.
Bij fiscale partners worden de relevante bedragen gezamenlijk bekeken. De uitkomst is daardoor niet altijd af te leiden uit één aanslag. Wie samen aangifte heeft gedaan, doet er goed aan beide definitieve aanslagen te bewaren bij de zorgkostenadministratie.
De betaling loopt achter op de belastingaanslag
Juist de wachttijd kan verwarrend zijn. Eerst komt de definitieve belastingaanslag. Daarna verstrijkt de bezwaartermijn van zes weken. Pas vervolgens berekent de Belastingdienst of recht bestaat op de tegemoetkoming.
De afzonderlijke beschikking volgt volgens de
informatie over de uitbetaling binnen zes maanden na die bezwaartermijn. Bij fiscale partners kan het nodig zijn dat eerst beide definitieve aanslagen zijn vastgesteld.
Die zes maanden gaan dus niet lopen op de dag waarop je de aangifte verstuurt. Ook een voorlopige aanslag is daarvoor niet hetzelfde als de definitieve aanslag.
Wie wil nagaan of de verwerking lang duurt, kan het beste de datum van de definitieve aanslag noteren en daar eerst zes weken bij optellen. Daarmee voorkom je dat je te vroeg uitgaat van een ontbrekende betaling.
Is de genoemde termijn verstreken en denk je aan de voorwaarden te voldoen, dan kun je de Belastingdienst om beoordeling vragen. Houd daarbij de aangifte, de definitieve aanslag en eventuele stukken van je fiscale partner bij de hand. Zo is meteen duidelijk over welk belastingjaar en welke zorgkostenaftrek het gaat.