Wie dit najaar op zijn loonstrook een 13e maand, eindejaarsuitkering, winstdeling, overwerk of afgekochte bovenwettelijke vakantie-uren uitbetaald krijgt, ziet daar in 2026, als je jonger bent dan de AOW-leeftijd, tot wel 56,01 procent aan loonheffing vanaf gaan. Dat hoge percentage is geen aparte strafbelasting op extra werken, maar het directe gevolg van de tabel voor bijzondere beloningen waarmee de Belastingdienst alvast de afbouw van je heffingskortingen verrekent. Elk jaar in oktober, november en december schrikken miljoenen
werknemers wanneer zij hun salarisspecificatie openen. Waar op het gewone maandsalaris vaak een kwart tot een derde aan loonheffing wordt ingehouden, blijft er van een eenmalige eindejaarsuitkering of een uitbetaalde stapel overuren bij een jaarloon van €45.593 tot en met €143.554 minder dan de helft netto over. Voor een eindejaarsuitkering of uitbetaalde vakantiedagen moet je werkgever de
witte tabel voor bijzondere beloningen 2026 van de Belastingdienst toepassen; bij overwerkloon mag hij ook de gewone tijdvaktabel gebruiken.
Waarom het verrekeningspercentage je inhouding boven de 50 procent tilt
Op je reguliere maandloon berekent de salarisadministratie van je werkgever precies hoeveel arbeidskorting en algemene heffingskorting je krijgt bij twaalf keer dat maandbedrag. Zodra je daarbovenop een 13e maand, bonus of extra uitbetaalde uren ontvangt, stijgt je totale jaarinkomen in box 1. En hoe hoger je jaarinkomen in Nederland ligt, hoe sneller je recht op zowel de arbeidskorting als de algemene heffingskorting wordt afgebouwd.
Zou je werkgever over die extra €1.000 of €2.500 alleen het normale schijftarief van de inkomstenbelasting inhouden, dan zou je gedurende het jaar te veel heffingskorting ontvangen en volgt er in het voorjaar van 2027 een forse naheffing op je belastingaanslag. Om die aanslag achteraf te voorkomen, telt de Belastingdienst in de tabel voor bijzondere beloningen bovenop het standaardtarief een zogeheten verrekeningspercentage voor de loonheffingskorting op.
Voor een werknemer die de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt en bij zijn werkgever de
regels voor de loonheffingskorting en heffingskortingen laat toepassen, loopt dat gecombineerde tarief in 2026 snel op. Bij een jaarloon van €29.737 tot en met €38.883 betaal je het basistarief van 35,75 procent plus een verrekeningspercentage van 4,45 procent, wat neerkomt op een totale inhouding van 40,20 procent. Van €1.000 bruto aan eindejaarsuitkering of overwerk houd je in die inkomensgroep dus €598,00 netto over.
Wat je in 2026 netto overhoudt per €1.000 bruto boven €38.884
Zodra je jaarloon boven de grens van de eerste belastingschijf (€38.884 tot en met €45.592) uitkomt, stijgt het standaardtarief naar 37,56 procent. Samen met het verrekeningspercentage van 4,45 procent houdt je werkgever in die schijf 42,01 procent in op elke bijzondere beloning. Laat je bij dat salaris voor €1.000 bruto aan bovenwettelijke vakantie-uren uitbetalen, dan wordt er €420,10 ingehouden en komt er €579,90 netto op je bankrekening bij.
Boven €29.737 ligt de grootste sprong in de tabel van 2026 bij een jaarloon vanaf €45.593 tot en met €78.426. Vanaf die grens worden namelijk zowel de algemene heffingskorting als de arbeidskorting tegelijkertijd afgebouwd, waardoor het verrekeningspercentage omhoogschiet naar 12,91 procent bovenop het schijftarief van 37,56 procent. In totaal gaat er in deze brede middengroep 50,47 procent van je extra beloning af, waardoor je van €1.000 bruto nog €495,30 netto overhoudt en €504,70 direct naar de schatkist gaat.
Wie met zijn jaarloon tussen €78.427 en €143.554 zit, valt voor elke extra euro in het toptarief van 49,50 procent en krijgt daar nog 6,51 procent verrekeningspercentage voor de afbouw van de arbeidskorting bovenop. Dat brengt de totale inhouding op 56,01 procent: van €1.000 bruto blijft dan €439,90 netto over. Vanaf een jaarloon van €143.555 zakt het inhoudingspercentage in de tabel weer terug naar het kale toptarief van 49,50 procent. De arbeidskorting zelf is al bij €132.920 helemaal afgebouwd, de algemene heffingskorting al bij €78.426.
Waarom een ander salaris dan in 2025 tot een verkeerde inhouding leidt
Bij het bepalen van de juiste rij in de witte tabel kijkt de salarisadministratie meestal niet naar wat je in 2026 verdient, maar naar het loon dat je in 2025 bij deze werkgever kreeg (omgerekend naar een heel jaar als je er niet het hele jaar werkte). Ben je in 2026 in dienst gekomen, dan schat je werkgever je jaarloon over 2026. Werkte je in 2025 hetzelfde aantal uren tegen vrijwel hetzelfde salaris, dan sluit het gehanteerde percentage op je loonstrook meestal redelijk aan bij de definitieve belastingberekening.
Ben je in 2026 echter een dag per week minder gaan werken, dan kijkt je werkgever mogelijk nog naar een te hoog jaarloon uit 2025 en houdt hij bijvoorbeeld 50,47 procent in terwijl je eigenlijk in de schijf van 40,20 procent valt. Dat te veel ingehouden geld ben je niet kwijt: bij de aangifte inkomstenbelasting over 2026 in het voorjaar van 2027 wordt je totale loon op één hoop gegooid en krijg je het verschil terug. Omgekeerd geldt dat wie in 2026 veel meer is gaan verdienen dan in 2025, op zijn 13e maand soms een te laag percentage betaalt en bij de belastingaangifte moet bijbetalen.
De verborgen klap voor je zorgtoeslag, huurtoeslag en kindgebonden budget
Voor een vaste 13e maand of eindejaarsuitkering uit de cao kun je het moment van uitbetalen niet zelf kiezen, maar bij het laten uitbetalen van bovenwettelijke vakantie-uren of extra overwerk aan het einde van het jaar heb je die keuze vaak wel. Wie naast zijn salaris toeslagen ontvangt van Dienst Toeslagen, moet daarbij verder rekenen dan alleen het percentage op de loonstrook.
Elke bruto euro die je in november of december extra laat uitbetalen, telt voor de volle 100 procent mee bij je toetsingsinkomen over 2026. Ontvang je als alleenstaande zorgtoeslag (inkomensgrens €40.857), of ontvang je met je gezin huurtoeslag en kindgebonden budget, dan gaat er van €1.000 bruto aan verkochte vakantiedagen niet alleen 40,20 tot 50,47 procent loonheffing af, maar kost diezelfde €1.000 je ook nog eens toeslag: tot zo'n €137 aan zorgtoeslag, en met huurtoeslag en kindgebonden budget erbij al snel €300 tot €480. Van de €495,30 tot €598 netto die je op je loonstrook overhoudt, gaat in dat geval achteraf nog een fors deel op aan de eindafrekening van Dienst Toeslagen.
Wil je vaker zulke uitleg over je geld in je tijdlijn? Like en volg DDS op Facebook.