Naar inhoud springen
Afbeelding gemaakt met Gemini AI van Google

Belastingdienst telt een schenking binnen 180 dagen voor overlijden op bij de erfenis, behalve bij de eenmalige vrijstelling van €33.129

Economie•

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Volg ons op Google Nieuws
In november en december maken veel ouders nog snel een belastingvrije schenking over naar hun kinderen of kleinkinderen, omdat de jaarlijkse vrijstellingen op 31 december vervallen en je een ongebruikt jaar niet mag inhalen. Ook wanneer een vader of moeder op hoge leeftijd is of ernstig ziek wordt, adviseren familieleden elkaar vaak om nog gauw €6.908 per kind over te boeken zodat de latere erfenis en de erfbelasting kleiner worden. Toch steekt de wet daar een stokje voor zodra de schenker kort daarna overlijdt. Volgens de zogeheten 180-dagenregel van de Belastingdienst voor schenkingen kort voor overlijden wordt elke gewone schenking die binnen 180 dagen vóór het overlijden is gedaan, voor de belasting gezien als onderdeel van de erfenis.
Die regel heeft een direct gevolg voor de portemonnee van de kinderen. Zolang een ouder na de overboeking nog langer dan 180 dagen in leven blijft, staat de jaarlijkse schenkingsvrijstelling van €6.908 voor een kind (en €2.769 voor een kleinkind of ander familielid) volledig los van de latere erfenis. Maar overlijdt de ouder binnen 180 dagen na de schenking, dan telt de fiscus het geschonken bedrag gewoon weer op bij het erfdeel van het kind. De aparte schenkingsvrijstelling van €6.908 vervalt op dat moment: over de optelsom van de schenking én de rest van de nalatenschap krijgt het kind nog maar één keer de reguliere vrijstelling voor de erfbelasting in 2026 van €26.230. Komt het totaal van de erfenis en de schenking boven €26.230 uit, dan betaalt het kind over het meerdere 10 procent erfbelasting (en boven €158.669 zelfs 20 procent).
Sinds 2026 is bovendien de manier waarop je zo'n schenking bij de fiscus opgeeft veranderd. Waar erfgenamen bij een overlijden in 2025 of eerder nog twee losse aangiften moesten indienen (eerst aangifte schenkbelasting en daarna aangifte erfbelasting, waarna de betaalde schenkbelasting werd verrekend), hoeft dat bij een overlijden in 2026 in de meeste gevallen niet meer. De executeur of de erfgenamen geven een schenking die binnen 180 dagen voor het overlijden is gedaan nu rechtstreeks op in de aangifte erfbelasting. Alleen wanneer twee schenkers samen een bedrag hebben gegeven, zoals ouders die in gemeenschap van goederen zijn getrouwd, en één van hen binnen 180 dagen overlijdt, splits je het bedrag: het deel dat uit het vermogen van de overleden ouder kwam gaat mee in de aangifte erfbelasting, terwijl je voor het deel van de nog levende ouder wél aangifte schenkbelasting doet.

De grote uitzondering bij €33.129 en €69.009

Op de 180-dagenregel bestaan uitzonderingen waarmee gezinnen voor het einde van het jaar wel degelijk duizenden euro's erfbelasting kunnen besparen, zelfs als een ouder kort na de schenking overlijdt. De Belastingdienst telt een schenking binnen 180 dagen voor het overlijden namelijk níét mee bij de erfenis als de ontvanger een algemeen nut beogende instelling (ANBI) is óf als het kind voor de schenking gebruikmaakt van de eenmalig verhoogde vrijstelling. Volgens het overzicht van de belastingvrije schenkingsbedragen in 2026 mogen ouders aan een kind eenmalig €33.129 belastingvrij schenken voor een vrij bestedingsdoel, of €69.009 voor een dure studie van minstens €20.000 per jaar (vastgelegd in een notariële akte).
Maakt een ouder in november of december €33.129 over aan een kind dat deze eenmalige verhoogde vrijstelling nog niet eerder heeft gebruikt, doet het kind daarvoor aangifte schenkbelasting en overlijdt de ouder bijvoorbeeld twee maanden later, dan blijft die €33.129 volledig buiten de aangifte erfbelasting. Het kind behoudt bij de afwikkeling van de nalatenschap daarnaast ook nog zijn volledige kindvrijstelling van €26.230 voor de erfbelasting. Komt de erfenis zelf al boven die vrijstelling uit, dan scheelt dat bij een tarief van 10 tot 20 procent erfbelasting ruim €3.312 tot ruim €6.625 aan belasting, vergeleken met een gewone schenking die door de 180-dagenregel terugvloeit in de nalatenschap.

Leeftijdsgrens van 40 jaar, partner en aangifteplicht

Om die uitzondering op de 180-dagenregel veilig te stellen, moeten ouder en kind wel aan drie strikte voorwaarden voldoen. Ten eerste moet het kind op het moment van de schenking tussen de 18 en 40 jaar oud zijn (waarbij de dag van de 40e verjaardag zelf nog meetelt), en mag het kind niet eerder in zijn leven gebruik hebben gemaakt van een verhoogde schenkingsvrijstelling van zijn ouders, zoals de vroegere jubelton voor de eigen woning. Is het kind zelf al 40 jaar of ouder, dan biedt de wet nog een extra route: heeft het kind een echtgenoot of fiscale partner die voor de schenkbelasting wél tussen de 18 en 40 jaar oud is, dan mag het kind de eenmalige vrijstelling van €33.129 alsnog toepassen op basis van de leeftijd van die jongere partner.
Ten tweede gelden voor de studievariant van €69.009 extra eisen: de studie kost minstens €20.000 per jaar zonder levensonderhoud, een notaris legt de schenking vast in een akte en het geld moet echt worden betaald, want een schenking op papier telt daarvoor niet. Ten derde geldt er bij de eenmalige vrijstelling van €33.129 een harde vormeis die bij de gewone jaarlijkse schenking van €6.908 niet geldt: het kind móét een aangifte schenkbelasting indienen bij de Belastingdienst en daarin expliciet een beroep doen op de eenmalig verhoogde vrijstelling, ook al is de verschuldigde belasting €0. Alleen met die ingediende aangifte schenkbelasting blijft de €33.129 definitief buiten de erfenis als de ouder binnen 180 dagen overlijdt.
Wil je vaker zulke uitleg over je geld op je telefoon? Volg DDS op ons WhatsApp-kanaal.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading