Een paar ochtenden werken in een winkel, terugkomen bij je oude werkgever of betaald helpen in een werkplaats: wie AOW ontvangt, mag daarnaast verdienen. Je AOW wordt niet lager door dat salaris. Het bedrag dat je uiteindelijk extra kunt uitgeven, hangt wel af van belasting, toeslagen en eventuele andere inkomensregelingen. Dat verschil is belangrijk wanneer je een aanbod krijgt om weer aan de slag te gaan. Alleen vragen hoeveel de werkgever per uur betaalt, geeft nog geen volledig beeld. Maar de angst dat iedere verdiende euro meteen van de AOW afgaat, is bij de AOW zelf ongegrond.
Je salaris gaat niet van je AOW af
Extra inkomsten uit werk hebben geen invloed op de hoogte van de AOW, bevestigt de
Rijksoverheid in de uitleg over doorwerken na de AOW-leeftijd. Je hoeft je bijbaan dus niet onder een bepaalde inkomensgrens te houden om een korting op de AOW te voorkomen.
Neem een fictief voorbeeld. Je krijgt het aanbod om twee ochtenden per week te werken voor samen €500 bruto per maand. Die €500 wordt niet op je bruto AOW in mindering gebracht. Je ontvangt salaris naast je bestaande AOW.
Daarmee is nog niet gezegd dat je iedere maand €500 méér te besteden hebt. Bruto loon en extra besteedbaar inkomen zijn verschillende bedragen. Voor dat laatste moet je naar het geheel kijken.
De belasting ziet alle inkomsten samen
Een werkgever kent doorgaans alleen het loon dat hij zelf betaalt. Hij ziet niet automatisch hoeveel AOW en aanvullend
pensioen je daarnaast ontvangt.
Bij de inkomstenbelasting worden die inkomsten wel samen beoordeeld. Daardoor kan blijken dat gedurende het jaar te weinig belasting is ingehouden. Een deel van het gezamenlijke inkomen kan bijvoorbeeld in een hogere tariefschijf vallen.
De
Belastingdienst waarschuwt hiervoor bij werken na de AOW-leeftijd. Een voorlopige aanslag kan helpen om een verwacht belastingbedrag verspreid te betalen.
Voor je eigen berekening telt bovendien hoeveel maanden je daadwerkelijk werkt. Begin je in oktober, dan ontvang je in dat kalenderjaar geen twaalf maanden salaris. In het volgende jaar kan dezelfde bijbaan daardoor een ander belastingeffect hebben.
Loonheffingskorting vraagt een aparte keuze
Ook de loonheffingskorting verdient aandacht. Deze korting verlaagt de belasting die een werkgever of uitkeringsinstantie inhoudt. Je mag haar op maximaal één inkomen laten toepassen.
Wie de korting al op de AOW gebruikt en bij een nieuwe werkgever opnieuw aanvinkt, kan gedurende het jaar te veel korting krijgen. Dat kan bij de belastingaangifte tot een nabetaling leiden.
Er is een
hulpmiddel voor loonheffingskorting bij AOW en andere inkomsten. Houd je AOW-gegevens, pensioeninformatie en loonstrook bij de hand.
Het hulpmiddel is niet geschikt voor iedereen. Bereik je pas in de loop van het jaar de
AOW-leeftijd, dan verwijst de Belastingdienst voor een berekening naar het formulier voor een voorlopige aanslag. Ook ondernemersinkomsten vallen buiten de berekening van dit specifieke hulpmiddel.
Toeslagen en AIO kunnen wel veranderen
Ontvang je zorgtoeslag of huurtoeslag, dan kan extra loon gevolgen hebben voor die bedragen. Maak daarom een nieuwe proefberekening met je verwachte jaarinkomen zodra duidelijk is wat je gaat verdienen.
Een AIO-aanvulling vraagt eveneens een afzonderlijke beoordeling. Die regeling vult een laag inkomen aan. Volgens de
inkomstenregels van de SVB voor AIO telt arbeidsinkomen mee, al gelden vrijlatingen.
Je AOW kan dus gelijk blijven terwijl een aanvullende regeling lager uitvalt. DDS legde eerder uit
voor wie de AIO-aanvulling bedoeld is.
Kijk ook naar de afspraken op het werk
Doorwerken na de AOW-leeftijd brengt andere arbeidsrechtelijke regels mee. Je houdt recht op het minimumloon en vakantiegeld. Bij ziekte geldt voor de wettelijke loondoorbetaling een kortere periode: maximaal zes weken. Voor werkloosheid en arbeidsongeschiktheid ben je na de AOW-leeftijd niet meer verzekerd via de WW en WIA.
Bespreek daarom vooraf wat er gebeurt als het werk stopt of je langere tijd uitvalt. Kijk ook of je bestaande contract doorloopt of dat je een nieuw contract krijgt.
Een bruikbare vergelijking bestaat uit drie bedragen: je huidige netto inkomen, het verwachte netto inkomen mét de baan en de extra kosten om dat werk te doen. Denk bij dat laatste aan reizen en parkeren.
Zo kun je beoordelen wat de baan financieel toevoegt. De eerste vraag is alvast beantwoord: alleen het feit dat je weer salaris verdient, verlaagt je AOW niet.