De einddatum van een hypotheek en het einde van de rentevaste periode hoeven niet samen te vallen. Bij BLG kan de afgesproken rente langer doorlopen dan de lening zelf. Wie aan het einde van de hypotheek een nieuwe lening nodig heeft, kan onder voorwaarden die rente behouden tot het einde van de bestaande rentevaste periode. Een brief over het einde van de hypotheek kan voor onrust zorgen. Er staat mogelijk nog een schuld open, terwijl de contractuele looptijd bijna voorbij is. Zeker bij een aflossingsvrij leningdeel kan het om een aanzienlijk bedrag gaan.
De eerste reactie is vaak om naar de actuele hypotheekrente te kijken. Hoeveel duurder wordt het straks? Maar voordat die vergelijking zinvol is, moeten twee data worden gecontroleerd: wanneer eindigt de lening en tot wanneer staat de rente vast?
Die data kunnen uiteenlopen. Dat geeft niet automatisch recht op verlenging van de hypotheek, maar kan wel relevant zijn voor de rente van een nieuwe lening.
Twee afspraken binnen één hypotheek
De looptijd bepaalt wanneer een lening uiterlijk moet worden terugbetaald. De rentevaste periode bepaalt hoe lang het afgesproken rentepercentage geldt.
Een fictief voorbeeld: de hypotheek eindigt in 2027, terwijl de rentevaste periode doorloopt tot 2029. Dan ontstaat in 2027 een vraag over de terugbetaling of herfinanciering van de schuld, terwijl de renteafspraak op papier nog twee jaar loopt.
BLG beschrijft bij
het einde van de hypotheeklooptijd dat de bestaande rente in zo’n situatie kan worden meegenomen naar een nieuwe lening, tot het einde van de rentevaste periode.
Daarvoor moet die nieuwe lening wel mogelijk zijn. De renteafspraak en de beoordeling van de nieuwe hypotheek zijn dus twee onderdelen die afzonderlijk moeten worden bekeken.
De resterende schuld blijft bepalend
Een lage rente neemt de aflossingsverplichting niet weg. Op de einddatum moet duidelijk zijn wat er gebeurt met het bedrag dat nog openstaat.
Dat kan worden terugbetaald uit eigen middelen, uit de verkoopopbrengst van de woning of met een nieuwe hypotheek. Welke route haalbaar is, hangt af van de persoonlijke situatie.
Zet daarom eerst het resterende bedrag op papier. Kijk daarbij naar alle leningdelen. Een hypotheek kan bestaan uit een deel dat gedurende de looptijd wordt afgelost en een deel waarbij aan het einde nog een schuld resteert.
Een totaal maandbedrag vertelt niet hoe die verdeling eruitziet. De oorspronkelijke offerte en het actuele hypotheekoverzicht geven daarvoor meer informatie dan alleen de laatste afschrijving op de betaalrekening.
Waarom behoud van rente verschil kan maken
Bij een aflossingsvrij bedrag van 150.000 euro betekent een rente van 1,8% een bruto rentelast van 225 euro per maand. Bij 4,2% zou dat 525 euro zijn.
Dat zijn uitsluitend fictieve percentages om het rekenverschil te laten zien, geen actuele offerte of voorspelling. Ook gaat het in dit voorbeeld alleen om rente; eventuele aflossing, kosten en belastingeffecten zijn niet meegenomen.
Toch maakt de berekening duidelijk waarom de resterende rentevaste periode aandacht verdient. Een verschil in percentage kan op een grote restschuld merkbaar zijn in het maandbudget.
Andersom kan een behouden rente tijdelijk zijn. Zodra de oorspronkelijke rentevaste periode afloopt, moet opnieuw worden gekeken naar de voorwaarden en het dan toepasselijke percentage. Een oplossing voor de komende twee jaar is niet automatisch een oplossing voor de rest van de looptijd.
Een nieuwe lening wordt opnieuw beoordeeld
Bij een nieuwe hypotheek kijkt de geldverstrekker naar de betaalbaarheid. Inkomen, andere financiële verplichtingen en de waarde van de woning spelen daarbij een rol.
Wie binnenkort met pensioen gaat of al gepensioneerd is, moet rekening houden met het inkomen in die fase. Een salaris van enkele jaren geleden is geen bruikbaar uitgangspunt voor de hele toekomstige looptijd.
BLG vermeldt voor een nieuwe aflossingsvrije lening een grens van maximaal 50% van de woningwaarde. Dat is relevant als de bestaande aflossingsvrije schuld in verhouding tot de woning hoger is.
Bij een woningwaarde van 300.000 euro is 50% bijvoorbeeld 150.000 euro. Staat er meer aflossingsvrije schuld open, dan moet worden bekeken welke combinatie van eigen geld, aflossen en een andere leningvorm mogelijk is.
Begin bij de eerste brief
BLG schrijft klanten ongeveer een jaar vóór het einde van de looptijd aan over de resterende schuld. Ongeveer zeven maanden vóór de einddatum volgt verdere informatie.
Die periode is bedoeld om de mogelijkheden tijdig te onderzoeken. Er kunnen advies- en taxatiekosten ontstaan en er moeten mogelijk inkomensstukken worden verzameld. Wachten tot de laatste maand maakt de keuze niet eenvoudiger.
Leg bij een adviesgesprek daarom vier zaken op tafel: de einddatum van de lening, de einddatum van de rentevaste periode, de resterende schuld en het verwachte inkomen. Vraag vervolgens expliciet of de bestaande rente kan worden behouden en tot wanneer.
Daarmee wordt een algemene brief over het einde van de hypotheek een concrete berekening. Pas daarna is duidelijk welke maandlasten mogelijk zijn en welke beslissing vóór de einddatum nodig is.