Het kabinet wil het bedrag dat je belastingvrij mag
sparen en beleggen in 2027 bijna halveren. In box 3 gaat het heffingsvrij vermogen dan terug naar het niveau van 2020: €30.846 per persoon. Dit jaar is dat nog €59.357. Heb je meer dan ongeveer €31.000 aan
spaargeld en beleggingen, dan betaal je volgend jaar waarschijnlijk box 3-belasting, ook als je daar nu nog buiten valt.
Dat staat in de
brief die het kabinet gisteren naar de Tweede Kamer stuurde. Het is een voorstel. Vandaag en morgen debatteert de Kamer over de begroting, en de maatregel moet voor 31 december ook door de Eerste Kamer.
Waarom het kabinet dit doet
De verlaging hoort bij een pakket voorstellen over box 3, de koopkracht van werkenden en de sociale zekerheid. Het lagere heffingsvrij vermogen moet in 2027 zo'n €396 miljoen opleveren. Daarnaast wil het kabinet het rendement dat de
Belastingdienst rekent over beleggingen en andere bezittingen, zoals een tweede huis, in 2027 met 1,5 procentpunt verhogen.
Vanaf 2028 moet box 3 grotendeels overgaan op
belasting over het werkelijke rendement. Dan geldt geen heffingsvrij vermogen meer, maar een heffingsvrij rendement van €1.000.
Zo werkt box 3 nu
In 2026 rekent de Belastingdienst met
deze percentages: 1,28 procent op spaargeld (voorlopig), 6 procent op beleggingen en andere bezittingen, en 2,70 procent op schulden. Schulden tellen alleen mee voor het deel boven de drempel van €3.800. Over dat rendement betaal je 36 procent belasting, maar alleen over het deel van je vermogen boven het heffingsvrij vermogen. Fiscale partners hebben samen het dubbele: dit jaar €118.714.
Op Prinsjesdag was het plan nog om het heffingsvrij vermogen in 2027 licht te verhogen naar €60.098. Het nieuwe voorstel gaat daar dus vanaf.
Rekenvoorbeelden voor spaarders
Wij rekenden met het voorlopige percentage voor spaargeld in 2027 van 1,27 procent en een tarief van 36 procent. Je betaalt dan zo'n 0,46 procent belasting over het spaargeld boven de vrijstelling. Het definitieve percentage wordt pas na afloop van het jaar vastgesteld.
- €45.000 spaargeld: volgens het Prinsjesdagplan betaalde je niets. Met het nieuwe voorstel betaal je ongeveer €65 per jaar.
- €60.000 spaargeld: eerst niets, nu ongeveer €133.
- €100.000 spaargeld: eerst ongeveer €182, nu ongeveer €316. Dat is €134 meer.
- Een stel met samen €120.000 spaargeld: eerst niets, nu ongeveer €267.
Voor wie belegt, pakt het zwaarder uit, omdat daar ook het hogere rendementspercentage bij komt. Iemand met €100.000 aan beleggingen betaalt volgens onze berekening ruim €1.000 per jaar meer dan in het Prinsjesdagplan.
Hoe zeker is dit?
Nog niet zeker. De verlaging gaat via een aanpassing van het wetsvoorstel voor box 3, een zogeheten novelle. Zowel de Tweede als de Eerste Kamer moet daar nog mee instemmen, en dat moet voor het einde van het jaar gebeuren om per 1 januari te kunnen gelden. Het kabinet noemt in de brief zelf een voorbeeld vanaf 2028: wie 2 procent rente krijgt, betaalt dan over de eerste €50.000 spaargeld geen belasting, omdat het rendement onder de €1.000 blijft.
Wat je kunt doen
Je hoeft nu niets te doen: de belasting over 2027 betaal je pas na je aangifte in 2028, of eerder via een voorlopige aanslag. Tel wel alvast je spaargeld, beleggingen en andere bezittingen bij elkaar op, zodat je weet of je boven de €30.846 per persoon uitkomt. Heb je een fiscale partner, dan kunnen jullie het vermogen in de aangifte onderling verdelen. Is je werkelijke rendement lager dan het rendement waar de Belastingdienst mee rekent, dan kun je dat aantonen en betaal je minder. Volg de komende dagen het debat in de Kamer: het bedrag kan nog veranderen.