Afbeelding gemaakt met Gemini AI van Google

CBS: 33% meer Wmo-gebruikers van 75 tot 85 jaar, en het aantal pgb's is bijna gehalveerd

Economie•

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Volg ons op Google Nieuws
Steeds meer ouderen kloppen bij hun gemeente aan voor hulp bij het huishouden of een hulpmiddel via de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), maar het aantal Wmo-cliënten met een persoonsgebonden budget (pgb), waarmee je zelf je hulp kiest, is fors gedaald. Uit nieuwe cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op donderdag 22 oktober 2026 heeft gepubliceerd, blijkt dat het aantal Wmo-cliënten van 75 tot 85 jaar sinds 2017 met 33 procent is gestegen, terwijl het aantal cliënten met een pgb tussen 2017 en 2024 bijna halveerde.
Volgens het vanochtend verschenen CBS-nieuwsbericht over de Landelijke Monitor Wmo maakten in 2025 volgens de voorlopige cijfers bijna 1,3 miljoen mensen gebruik van een Wmo-maatwerkvoorziening via de gemeente. Dat is een toename van 23 procent vergeleken met 2017 (ruim 1 miljoen cliënten).
De sterkste groei zit bij ouderen van 75 tot 85 jaar: in die leeftijdsgroep steeg het aantal Wmo-cliënten tussen 2017 en de voorlopige cijfers over 2025 met een derde (+33 procent), van 273.590 naar 363.670 personen. Daarnaast telden de gemeenten in 2025 voorlopig 294.770 cliënten van 60 tot 75 jaar en 238.810 cliënten van 85 jaar of ouder. Ruim een kwart van alle Nederlanders tussen de 75 en 85 jaar en ruim de helft van alle 85-plussers gebruikt een Wmo-maatwerkvoorziening (272 en 561 per 1.000 inwoners).

Uitgaven aan huishoudelijke hulp verdubbeld sinds 2017

Voor gemeenten heeft die vergrijzing in combinatie met het lage Wmo-abonnementstarief geleid tot een forse kostenstijging. In het achterliggende rapport Landelijke ontwikkelingen in de Wet maatschappelijke ondersteuning berekent het CBS dat de totale gemeentelijke uitgaven aan Wmo-maatwerkvoorzieningen zijn opgelopen van bijna €4,6 miljard in 2017 naar voorlopig ruim €6,3 miljard in 2025 (+38 procent). De gemiddelde kosten per cliënt stegen in die periode met 12 procent.
De uitgaven aan huishoudelijke hulp stegen het hardst en zijn twee keer zo hoog als in 2017: van €0,938 miljard voor 393.685 cliënten in 2017 naar voorlopig €1,875 miljard voor 565.925 cliënten in 2025. Het CBS wijst daarbij op de invoering van het landelijke Wmo-abonnementstarief in 2019. Omdat de eigen bijdrage sindsdien niet meer afhangt van het inkomen of vermogen, vroegen volgens het CBS ook huishoudens met hogere inkomens vaker hulp bij het huishouden aan.

46 procent minder cliënten met een pgb

Terwijl het gebruik van zorg in natura (waarbij een door de gemeente gecontracteerde thuiszorgorganisatie langskomt) sterk groeide, daalde het aantal cliënten met een persoonsgebonden budget. Uit het CBS-rapport blijkt dat het aantal Wmo-cliënten met een pgb tussen 2017 en de voorlopige cijfers over 2024 met 46 procent is gedaald: van 58.175 naar 31.335 cliënten.
Niet elke gemeente biedt huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening aan. In 2024 deden 293 van de 340 gemeenten (86 procent) dat alleen als maatwerk, 36 gemeenten (11 procent) als algemene voorziening, 7 als combinatie, en 4 boden het niet aan.

Wanneer je recht hebt op een pgb en wat het CAK rekent

Voor ouderen en hun mantelzorgers maakt dat onderscheid tussen een maatwerkvoorziening en een algemene voorziening een groot wettelijk verschil. Op grond van artikel 2.3.6 lid 1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) heb je uitsluitend recht op een pgb als je in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening als bedoeld in artikel 2.3.5 lid 3 van die wet. Biedt jouw gemeente huishoudelijke hulp aan als algemene voorziening, dan kun je daarvoor in principe geen pgb krijgen. Lost de algemene voorziening jouw beperking niet op, dan heb je wel recht op een maatwerkvoorziening, en daarmee ook op een pgb.
Blijft huishoudelijke hulp in jouw gemeente wél een maatwerkvoorziening, dan mag het college een pgb volgens artikel 2.3.6 lid 2 van de Wmo 2015 niet willekeurig weigeren. De gemeente moet een pgb verstrekken als je (eventueel met hulp uit je sociale netwerk of een gemachtigde) in staat bent de pgb-taken uit te voeren, gemotiveerd aangeeft waarom je de hulp als pgb wilt, en de kwaliteit van de hulp veilig en doeltreffend is. Wel mag de gemeente een pgb weigeren voor zover het duurder is dan dezelfde hulp in natura (lid 5 onderdeel a).

Wanneer je €21,80 of €0 eigen bijdrage betaalt

Voor de eigen bijdrage aan het CAK maakt het bij huishoudelijke hulp niet uit of je gemeente werkt met een maatwerkvoorziening of een algemene voorziening. Omdat bij huishoudelijke hulp sprake is van een duurzame hulpverleningsrelatie, geldt op grond van artikel 2.1.4 en 2.1.4a van de Wmo 2015 voor beide vormen het landelijke abonnementstarief. Volgens het overzicht van het CAK over de Wmo bedraagt dat tarief in 2026 maximaal €21,80 per maand per huishouden, ongeacht het aantal uren hulp of de hoogte van je spaargeld.
Voor echtparen en samenwonenden geldt bovendien een belangrijke wettelijke vrijstelling die niet iedereen kent. Op grond van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 (artikel 3.8 lid 3) is voor een maatwerkvoorziening of pgb géén eigen bijdrage (€0) verschuldigd zolang je getrouwd of samenwonend bent en ten minste één van beide partners de AOW-leeftijd (67 jaar in 2026 en 2027) nog niet heeft bereikt.
Wil je vaker zulke uitleg over je geld in je tijdlijn? Like en volg DDS op Facebook.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading