Heb je een persoonsgebonden budget en een zorgverlener in loondienst die hooguit drie dagen per week bij je werkt? Dan ben je voor die zorgverlener nu ook wettelijk een gewone werkgever. Sinds 1 januari 2026 gaat er 17,54 of 22,54 procent werkgeverslasten bovenop het brutoloon, en dat geld komt uit je budget. Het geldt voor een pgb uit de Wlz, de Wmo en de Jeugdwet, en voor een Zvw-pgb als de SVB je salarisadministratie doet.
De Eerste Kamer stemde op 22 september in. De wet staat sinds 7 oktober in het Staatsblad en werkt terug tot en met 1 januari 2026. Op 19 oktober volgde in de
Staatscourant de regeling die de vier soorten pgb aanwijst. Daarmee vervallen bij een pgb de meeste uitzonderingen uit de Regeling dienstverlening aan huis (Rdah), die kleine dienstverbanden in een huishouden lichtere regels gaf.
Die terugwerkende kracht merk je in de praktijk weinig:
al sinds januari haalt de SVB de werkgeverslasten van je budget af. De wet legt dat nu achteraf vast.
Wat er voor jou als werkgever verandert
Je zorgverlener is nu verplicht verzekerd voor de WW, de Ziektewet en de WIA. Jij betaalt daarvoor premies, plus de werkgeversheffing Zvw. Zelf hoef je niets te regelen: de SVB
betaalt belasting en premies uit je budget aan de Belastingdienst en keert je zorgverlener een nettoloon uit.
Of je 17,54 of 22,54 procent kwijt bent, bepaalt de WW-premie. Je valt in 2026 onder het
lage tarief van 17,54 procent als de zorgovereenkomst schriftelijk is vastgelegd, voor onbepaalde tijd geldt en een vast aantal uren noemt. Ontbreekt een van die drie, dan wordt het 22,54 procent. Wat op 1 januari in de overeenkomst staat, of bij een latere start op de dag van indiensttreding, bepaalt de premie voor het hele jaar. Werkt je zorgverlener in een jaar meer dan 30 procent meer uren dan afgesproken, of stopt het contract binnen twee maanden, dan kan de SVB achteraf alsnog de hoge premie rekenen.
Wat er voor je zorgverlener verandert, staat in ons stuk over
de rechten van de pgb-zorgverlener bij ziekte en werkloosheid.
Als je zorgverlener ziek wordt
Onder de oude regeling kreeg zo'n zorgverlener zes weken loon bij ziekte. Nu geldt de gewone termijn:
maximaal 104 weken, het eerste jaar 100 procent en het tweede jaar 70 procent van het loon. Voor een zorgverlener die al de AOW-leeftijd heeft, geldt nog altijd een termijn van zes weken.
Het loon gaat eerst uit je budget. Daarna vult de SVB het budget aan, zodat je een vervanger kunt betalen. Voorwaarde is dat je de ziekmelding op tijd doorgeeft en meewerkt met de arbodienst, die de SVB voor je inschakelt en betaalt.
Was je zorgverlener al ziek voordat de nieuwe regels ingingen? Dan blijft voor die ziekteperiode de oude termijn van zes weken gelden.
Compensatie hangt af van je zorgwet
Had je al vóór 1 januari 2026 een arbeidsovereenkomst van maximaal drie dagen per week, en deed de SVB in 2025 je salarisadministratie? Dan kun je in 2026 en 2027
extra budget krijgen voor de werkgeverslasten. Voor een contract dat op of na 1 januari 2026 is ingegaan, geldt dat niet.
- Wlz: het zorgkantoor neemt het brutoloon van 2025, telt er 5,17 procent indexatie bij en berekent daarover 22,54 procent. Het zorgkantoor moest de aangepaste toekenningsbeschikking tussen 15 juni en 1 september 2026 versturen.
- Zvw: het ministerie van VWS rekent op dezelfde manier, met 4,91 procent indexatie. Het bedrag komt via je zorgverzekeraar op je pgb terecht. Werkt je zorgverlener in 2026 meer uren dan in 2025, dan kun je vóór 1 februari 2027 bij VWS om maatwerk vragen.
- Wmo en Jeugdwet: of je compensatie krijgt en hoeveel, is een keuze van je eigen gemeente. Is je budget voor 2026 bijna op, neem dan snel contact op.
Stel: je zorgverlener verdiende in 2025 bij jou €10.000 bruto uit een Wlz-pgb. Het zorgkantoor rekent dan met €10.517 loon in 2026 en verhoogt je budget met €2.370,53. Het kabinet heeft in een
brief aan de Tweede Kamer toegezegd de compensatie na twee jaar te verlengen voor wie zich niet kan aanpassen, bijvoorbeeld bij een contract voor onbepaalde tijd.
Zvw-pgb zonder SVB: nog geen datum
Krijg je een pgb van je zorgverzekeraar en deed de SVB op 31 december 2025 niet je salarisadministratie? Voor jou is de wet dan nog niet ingegaan, dus werkgeverslasten zijn er nog niet. De datum waarop dat verandert, moet het kabinet nog in een koninklijk besluit vastleggen. Je zorgverlener kan zich wel al bij UWV melden voor een uitkering.
Heb je met je zorgverlener een overeenkomst van opdracht, wat meestal zo is bij een partner, een naast familielid of een zzp'er? Dan verandert er niets en betaal je geen werkgeverslasten. Wat je als familie wél vergoed kunt krijgen, staat in ons stuk over
mantelzorg en het pgb.
Wat je nu kunt doen
- In je budgetoverzicht zie je welk bedrag aan werkgeverslasten de SVB al van je budget heeft gehaald.
- Controleer of je de compensatie hebt gekregen: via de beschikking van het zorgkantoor, de brief van VWS of navraag bij je gemeente.
- Wil je vanwege de kosten minder uren afnemen of stoppen? Het kabinet benadrukt dat je een zorgverlener niet zonder gegronde reden kunt ontslaan of het contract eenzijdig kunt aanpassen. Vraag eerst naar compensatie.
Regel je het pgb als ouder of wettelijk vertegenwoordiger, dan ben jij de werkgever. Voor wie
zorg voor een naaste regelt, verandert er volgend jaar nog iets: dan mogen
partner of kind Wlz-zorg aanvragen voor wie dat zelf niet meer kan.
Vragen over de werkgeverslasten of de salarisadministratie stel je aan de SVB, op 030 264 82 00. Over de hoogte van je budget beslist je zorgkantoor, zorgverzekeraar of gemeente.
Wil je vaker zulke uitleg over je geld in je tijdlijn? Like en volg DDS op
Facebook.