Wie regelmatig zelf betaalt voor de tandarts, fysiotherapie of andere zorg, kan onder voorwaarden belastinggeld terugkrijgen. Daarvoor hoef je niet altijd te wachten tot de aangifte over 2026. Met een voorlopige aanslag kun je het verwachte voordeel eerder ontvangen. De kosten moeten wel aftrekbaar zijn en boven de voor jou geldende drempel uitkomen. Dat kan helpen wanneer de rekeningen nu komen en het huishoudbudget weinig ruimte biedt. Een aanvraag levert alleen geen extra vergoeding op boven op je normale belastingvoordeel. Je haalt de verrekening naar voren. Bij de definitieve aangifte wordt opnieuw berekend waarop je werkelijk recht hebt.
Welke zorgrekeningen tellen mee?
Begin bij het
overzicht van aftrekbare zorgkosten in 2026. Daar staan bijvoorbeeld tandartskosten, fysiotherapie en bepaalde vervoerskosten naar een arts of ziekenhuis. Per kostensoort gelden voorwaarden. Dat je een rekening zelf hebt betaald, is op zichzelf onvoldoende.
De premie voor je zorgverzekering, het verplichte en vrijwillige eigen risico en wettelijke eigen bijdragen zijn niet aftrekbaar. Ook een gewone bril valt buiten de regeling. Tel daarom niet alle afschrijvingen van je zorgverzekeraar bij elkaar op als aftrekpost.
Volgens de
voorwaarden voor zorgkostenaftrek horen kosten bij het jaar waarin je ze betaalt. Een bedrag waarvoor je een vergoeding kunt krijgen, mag je niet nogmaals aftrekken. Bewaar rekeningen, betaalbewijzen en vergoedingenoverzichten bij elkaar, zodat zichtbaar blijft welk deel voor jouw rekening kwam.
Een aftrekpost is geen terugbetaling van de hele rekening
De aftrek verlaagt het inkomen waarover
belasting wordt berekend. Hoeveel voordeel dat geeft, hangt af van je belastingberekening. Daarbij spelen onder meer je inkomen en heffingskortingen een rol.
Stel dat na toepassing van de voorwaarden en de inkomensafhankelijke drempel €500 aftrekbare
zorgkosten overblijft. Dan betekent dat dus niet dat de
Belastingdienst €500 overmaakt. Het is het bedrag dat in de berekening als aftrek meetelt. Voor het verwachte terug te krijgen bedrag moet je naar de uitkomst van het formulier kijken.
Eerst rekenen, daarna pas versturen
Je kunt de
voorlopige aanslag invullen zonder deze te versturen. Daarmee zie je vooraf of de totale berekening een teruggaaf oplevert. Dat is ook zinvol voor iemand met AOW en aanvullend pensioen: een aftrekpost hoeft niet automatisch te betekenen dat er per saldo geld terugkomt.
Voor de
aanvraag van een voorlopige aanslag 2026 heb je onder andere een schatting van je jaarinkomen, aftrekposten en relevante gegevens van je fiscale partner nodig. Controleer vooraf ingevulde bedragen zorgvuldig. Gegevens uit een eerder jaar kunnen inmiddels achterhaald zijn.
Gebruik voor terugkerende zorgkosten een onderbouwde schatting. Houd betaalde rekeningen apart van behandelingen die nog moeten plaatsvinden. Zo kun je later terugvinden waarop het ingevulde jaarbedrag was gebaseerd.
Een aanvraag in oktober wordt niet meteen uitbetaald
De Belastingdienst noemt voor de
eerste betaling ongeveer acht weken na de aanvraag. Normaal wordt het jaarbedrag verdeeld over de resterende maandelijkse termijnen. De reguliere vervolgbetalingen komen meestal rond de vijftiende.
Maar bij een late aanvraag kan het anders lopen. Zijn er minder dan twee termijnen over, is het termijnbedrag lager dan €50 of ontvang je de aanslag na afloop van het jaar? Dan volgt automatisch één betaling. Die komt normaal binnen een week na de datum op de aanslag. Verrekening met een openstaande schuld kan de afhandeling vertragen.
Wie nu aanvraagt, kan daarom niet uitgaan van de eerstvolgende datum in het
overzicht met belastingbetaaldagen voor het najaar. Die kalender vervangt de verwerkingstijd van een nieuwe aanvraag niet.
Controleer later de werkelijke kosten
Krijg je alsnog een vergoeding of valt je jaarinkomen anders uit? Pas je voorlopige aanslag dan aan. Anders kan bij de definitieve berekening blijken dat je te veel hebt ontvangen en moet terugbetalen.
Voor mensen die weinig belasting betalen, bestaat bovendien de afzonderlijke
tegemoetkoming specifieke zorgkosten. Die volgt een andere route en kan na de definitieve aanslag worden berekend. Verwar die tegemoetkoming dus niet met deze voorlopige teruggaaf. Houd bij het invullen steeds de zorgkosten, de belastingaftrek en het bedrag dat daadwerkelijk wordt uitbetaald uit elkaar.