Ruim 5,5 miljoen Nederlanders zorgen voor een partner, ouder, kind of bekende, en bijna 3 miljoen van hen hebben een grote zorgtaak: meer dan acht uur per week, of zij zijn degene die alles regelt. Die groep maakt vaak kosten zonder vergoeding, combineert de
zorg moeizaam met betaald werk en vindt in één op de zes gevallen de zorg voor de naaste onvoldoende. Dat staat in
twee publicaties van het Sociaal en Cultureel Planbureau van deze week, vooruitlopend op de Mantelzorgagenda 2027–2030 die het ministerie van VWS voorbereidt.
Het
SCP pleit voor een vast basisaanbod aan gemeentelijke ondersteuning, langer betaald mantelzorgverlof en investeringen in "buurtverbinders". Dat is beleid voor later. Dit stuk gaat over wat er nu al is: welke vergoeding, welk verlof en welke betaling een mantelzorger vandaag kan aanvragen, en waar de grenzen zitten.
De cijfers van het SCP
In de
kerncijfers over 2014–2024 die het SCP in mei publiceerde, geeft 39 procent van de volwassenen mantelzorg, tegen 33 procent in 2014. Ruim 1 miljoen mensen helpen meer dan acht uur per week; ongeveer 950.000 doen dat bovendien langer dan drie maanden. Van alle mantelzorgers voelt 11 procent zich ernstig belast, zo'n 600.000 mensen, tegen 400.000 tien jaar eerder. Van de mantelzorgers tussen 18 en 67 jaar heeft 80 procent betaald werk; wie intensief helpt, werkt minder vaak (65 procent) dan wie dat niet doet (83 procent).
De nieuwe publicaties van deze week gaan over de groep met een grote zorgtaak. Van de mensen die nu geen hulp geven, staat driekwart daarvoor open, maar slechts een kwart heeft naar eigen zeggen genoeg tijd en is gezond genoeg. Onder de huidige mantelzorgers wil 42 procent meer doen als het nodig is, terwijl hun belastbaarheid nu al onder druk staat. Het SCP waarschuwt daarom dat die bereidheid niet mag worden gebruikt om professionele zorg af te bouwen.
De mantelzorgwaardering van de gemeente
Elke gemeente moet jaarlijks een blijk van waardering geven aan mantelzorgers. Je vraagt die aan bij
de gemeente van degene voor wie je zorgt, niet bij je eigen gemeente. De vorm verschilt: een geldbedrag, een kortingspas of een gratis activiteit, en ook de voorwaarden verschillen per gemeente. Zorg je voor je moeder in een andere gemeente, kijk dan op de website van die gemeente onder "mantelzorgwaardering" of "mantelzorgcompliment"; de aanvraag loopt vaak via het lokale steunpunt mantelzorg en kent soms een uiterste datum.
Diezelfde gemeente is via de Wmo ook verantwoordelijk voor respijtzorg: dagopvang of logeeropvang voor je naaste, zodat jij even vrij bent. Dat vraag je aan via het Wmo-loket, met een gesprek over de situatie thuis. Heeft je naaste een Wlz-indicatie, dan loopt logeeropvang via het zorgkantoor.
Zorgverlof: twee weken deels betaald, zes weken onbetaald
Werk je in loondienst, dan heb je wettelijk recht op zorgverlof voor een zieke partner, kind, ouder, grootouder, kleinkind, broer of zus, huisgenoot of een bekende met wie je een sociale relatie hebt, op voorwaarde dat jij de enige bent die de zorg kan geven. Kortdurend zorgverlof is per twaalf maanden
maximaal twee keer het aantal uren dat je per week werkt; bij een werkweek van 32 uur dus 64 uur. Langdurend zorgverlof, voor wie levensbedreigend ziek is of langere tijd afhankelijk is van hulp, is maximaal zes keer je wekelijkse uren per jaar.
Het verschil zit in het loon. Tijdens kortdurend verlof
betaalt je werkgever minstens 70 procent van je salaris door, en nooit minder dan het minimumloon. Over langdurend verlof hoeft hij niets te betalen, tenzij je cao iets anders regelt. Je wettelijke vakantiedagen bouw je tijdens beide verlofsoorten gewoon op, en je werkgever mag het verlof alleen weigeren als het bedrijf er ernstig door in de problemen komt.
Daar komt verandering in, maar niet in de hoogte. In de nieuwe Verlofwet, die het kabinet
in juni in consultatie bracht en die in 2028 moet ingaan, worden kortdurend en langdurend zorgverlof samengevoegd tot één regeling van acht weken: de eerste twee weken 70 procent betaald, de overige zes onbetaald. Dat is precies wat het SCP nu te weinig vindt; de SER adviseerde eerder acht weken betaald verlof.
Betaald worden uit het pgb van je naaste
Heeft je naaste een persoonsgebonden budget uit de Wlz, de Wmo, de Jeugdwet of de zorgverzekering, dan kan hij of zij jou daaruit betalen voor de zorg die je geeft. Daarvoor is een zorgovereenkomst nodig, via de SVB of de zorgverzekeraar, met de uren en het tarief. Voor een naaste zonder zorgdiploma geldt het informele tarief:
maximaal €25,65 bruto per uur uit een Wlz-pgb en €29,52 uit een Zvw-pgb (bedragen 2025); bij de Wmo en de Jeugdwet bepaalt de gemeente het maximum. Betaalde pgb-zorg is begrensd op 40 uur per week.
Reken je niet rijk: het is belast inkomen, het telt mee voor huurtoeslag, zorgtoeslag en een bijstandsuitkering, je bouwt er geen pensioen mee op en het stopt zodra je naaste overlijdt of naar een instelling verhuist. Voor wie werkuren inlevert om te zorgen, is het wel de enige regeling die het inkomensverlies deels opvangt.
Zorg je intensief voor iemand en krijg je nu niets, begin dan bij twee aanvragen die vrijwel iedereen kan doen: de mantelzorgwaardering bij de gemeente van je naaste en een gesprek bij het Wmo-loket over respijtzorg. Werk je in loondienst, vraag dan je cao na op zorgverlof; sommige cao's betalen meer door dan de wet.