Wie nu huishoudelijke hulp via de
gemeente krijgt, betaalt daarvoor €21,80 per maand, hoeveel uur de hulp ook komt. Het kabinet wil daar vanaf 2029 een eind aan maken: huishoudelijke hulp verdwijnt dan als voorziening uit de Wmo, en wie het zelf kan betalen, regelt en betaalt de hulp zelf. Voor een alleenstaande
AOW'er met een klein aanvullend pensioen loopt de rekening van deze en andere zorgmaatregelen in een voorbeeldsituatie op tot €184 per maand extra. Dat berekende het Nibud in opdracht van de ministeries van SZW en VWS,
meldt het tv-programma MAX Meldpunt, dat er vrijdagavond een uitzending aan wijdt. Volgende week behandelt de Tweede Kamer de begroting van VWS, waarin het plan staat.
Het gaat om een voornemen dat nog door het parlement moet, en 2029 is nog ruim twee jaar weg. Maar voor wie nu hulp heeft of die binnenkort nodig krijgt, is dit het moment om te weten wat er precies verandert, wat de hulp zonder gemeente kost en voor wie er een vangnet blijft.
Wat er nu in de begroting staat
In de
begroting van het ministerie van VWS voor 2027 staat het zonder omhaal: "Daarom kiest het kabinet ervoor de huishoudelijke hulp niet meer als Wmo-maatwerkvoorziening aan te bieden." De ingangsdatum is 2029. Het uitgangspunt is dat wie de hulp zelf kan regelen en betalen, dat vanaf dan ook doet. Voor wie dat niet kan, belooft het kabinet een uitzondering: "We zorgen voor een vangnet voor de mensen die niet zelf in deze hulp kunnen voorzien." Verderop heet het: "Voor de mensen die niet zelf hulp kunnen regelen, blijft de gemeente daarin voorzien."
Hoe dat vangnet eruitziet, welke inkomensgrens geldt en of iemand met alleen AOW en een klein pensioen eronder valt, is nog niet uitgewerkt. Dat moet samen met de gemeenten gebeuren. Juist die onduidelijkheid maakt de berekening van het Nibud zo gevoelig: het instituut rekende voor wat er gebeurt als een alleenstaande oudere met een klein pensioen de hulp straks volledig zelf betaalt en tegelijk met de andere maatregelen te maken krijgt.
Wat je nu betaalt en wat het straks kost
Voor huishoudelijke hulp via de Wmo geldt in 2026 het abonnementstarief van
€21,80 per maand, ongeacht het aantal uren en ongeacht inkomen of vermogen. Getrouwde en samenwonende stellen waarvan minstens één partner de AOW-leeftijd nog niet heeft, betalen zelfs niets. Dat vaste lage tarief verdwijnt al eerder: het kabinet wil in 2028 een eigen bijdrage invoeren die afhangt van inkomen en vermogen.
Wie de hulp in 2029 zelf regelt, betaalt al snel het tienvoudige. Huur je een particuliere hulp in voor minder dan vier dagen per week, dan geldt de
Regeling dienstverlening aan huis: je betaalt minstens het wettelijk minimumloon plus 8 procent vakantiegeld, je betaalt vier weken vakantie door en bij ziekte maximaal zes weken loon. Bij het huidige minimumuurloon van €14,99 kost drie uur hulp per week dan ruwweg €48,50 per week, zo'n €210 per maand. Tegenover de €21,80 van nu is dat bijna €190 per maand meer. Een hulp via een bureau kost meer. Het bedrag van het Nibud, €184 per maand in een voorbeeldsituatie waarin ook de maatregelen hieronder meetellen, ligt in dezelfde orde van grootte.
De andere maatregelen die erbij komen
De huishoudelijke hulp staat niet op zichzelf. Het eigen risico van de zorgverzekering gaat in 2027 van €385 naar €400 en volgens de Miljoenennota in 2028 verder omhoog naar €455. De aftrek voor specifieke zorgkosten, waarmee veel
ouderen en chronisch zieken nu dieetkosten, hulpmiddelen, extra kleding en vervoer naar de dokter van hun belastbaar inkomen aftrekken, wordt volgens het
Belastingplan 2027 afgeschaft; de bijbehorende tegemoetkoming voor lage inkomens vervalt daarmee ook. En het kabinet wil een eigen bijdrage voor wijkverpleging invoeren.
Elk van die maatregelen is op zichzelf te overzien. Het Nibud wijst erop dat het probleem zit bij mensen die van meerdere zorgvormen gebruikmaken: zij krijgen alle rekeningen tegelijk, uit hetzelfde kleine huishoudbudget. Voor wie van alleen AOW en een klein pensioen leeft, is €184 een bedrag dat elke maand uit het geld voor boodschappen en energie moet komen.
Wat je nu al kunt doen
Heb je een Wmo-indicatie voor huishoudelijke hulp, bewaar dan de beschikking van de gemeente en let op de einddatum; een lopende indicatie loopt gewoon door tot de wet verandert. Loopt de indicatie af, vraag dan tijdig een nieuwe aan. Tot 2029 verandert er aan de hulp zelf niets.
Heb je een laag inkomen, vraag dan bij de gemeente na welke minimaregelingen er zijn en of je in aanmerking komt voor bijzondere bijstand. Het vangnet uit de begroting moet nog worden ingevuld, maar de gemeente blijft volgens het kabinet verantwoordelijk voor wie de hulp niet zelf kan regelen; hoe eerder je bij de gemeente bekend bent, hoe beter. Wie een Wlz-indicatie heeft, valt buiten deze maatregel: huishoudelijke hulp hoort dan bij de Wlz-zorg, niet bij de Wmo.
Maak je nu kosten die onder de aftrek specifieke zorgkosten vallen, bewaar dan de bonnen: zolang de aftrek bestaat, kun je ze in de aangifte over 2026 en 2027 opgeven. En wil je weten of jij in de buurt van de €184 van het Nibud komt, tel dan de eigen bijdrage Wmo, het eigen risico, de aftrek die je nu krijgt en de uren huishoudelijke hulp bij elkaar; dat is het bedrag waarover de Kamer volgende week beslist.