Afbeelding gemaakt met Shutterstock AI

Wmo-rekening stijgt in 2027 nog niet naar maximaal €328 per maand: plan uitgesteld

Economie22 sep , 8:30

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Volg ons op Google Nieuws
Mensen die ondersteuning krijgen vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning hoeven in 2027 nog niet te rekenen op de aangekondigde inkomensafhankelijke eigen bijdrage. Het plan dat de maandelijkse rekening voor sommige huishoudens tot honderden euro’s kon verhogen, is uitgesteld tot op zijn vroegst 1 januari 2028.
Wie huishoudelijke hulp, begeleiding, een scootmobiel of een andere Wmo-voorziening gebruikt, betaalt in 2026 meestal een vaste eigen bijdrage. Die bedraagt maximaal €21,80 per maand, ongeacht hoeveel ondersteuning iemand in die maand daadwerkelijk krijgt.
Het kabinet wilde dat systeem vanaf 2027 ingrijpend veranderen. Inkomen en vermogen zouden weer een grotere rol krijgen bij de berekening. Voor huishoudens met een hoger inkomen kon de rekening volgens de oorspronkelijke plannen oplopen tot maximaal €328 per maand.
Dat is een verschil van meer dan €300 per maand. Op jaarbasis zou het bij het toen genoemde maximum om bijna €3.700 extra gaan.
Die omschakeling blijkt echter niet op tijd uitvoerbaar.

Invoering verschuift naar 2028

In de Meicirculaire gemeentefonds 2026 staat dat de inkomens- en vermogensafhankelijke bijdrage niet eerder dan 1 januari 2028 kan worden ingevoerd. De begrotingsstukken voor 2027 verwijzen eveneens naar het uitstel.
Dat is belangrijk, omdat op verschillende overheidspagina’s nog informatie staat waarin 1 januari 2027 als beoogde ingangsdatum wordt genoemd. Wie alleen die oudere uitleg leest, kan denken dat de rekening over enkele maanden al fors omhooggaat.
Voor 2027 blijft de grote stelselwijziging dus achterwege. Dat wil niet zeggen dat het maandbedrag noodzakelijkerwijs exact €21,80 blijft. De vaste bijdrage kan jaarlijks worden geïndexeerd. Het definitieve tarief voor 2027 moet afzonderlijk worden vastgesteld.
Wat in ieder geval niet gebeurt, is dat het eerder aangekondigde inkomensafhankelijke systeem al op 1 januari 2027 van kracht wordt.

Waar kwam het bedrag van €328 vandaan?

Het kabinet presenteerde in maart 2025 een uitwerking van de nieuwe bijdrage. Alleenstaanden met een inkomen tot ongeveer €24.500 per jaar zouden volgens dat plan rond de minimale bijdrage blijven. Voor meerpersoonshuishoudens lag die grens op ongeveer €34.000.
Boven die inkomens moest de bijdrage geleidelijk stijgen. De maximale rekening van €328 per maand zou in beeld komen bij alleenstaanden met een jaarinkomen vanaf ongeveer €61.000 en meerpersoonshuishoudens vanaf circa €70.500.
Ook vermogen zou bij de berekening meetellen.
Deze bedragen hoorden bij de geplande invoering in 2027. Nu het systeem minstens een jaar opschuift, kunnen de grenzen en het maximum nog worden aangepast. Gebruik de oude bedragen daarom niet als definitieve tarieven voor 2028.
De oorspronkelijke toelichting van de Rijksoverheid laat vooral zien hoe groot de verandering had kunnen zijn.

Waarom wilde het kabinet de bijdrage verhogen?

Het vaste abonnementstarief is ingevoerd om de Wmo eenvoudiger en voorspelbaarder te maken. Het inkomen maakt voor de gewone maandelijkse bijdrage nauwelijks verschil. Daardoor betaalt iemand met een hoog inkomen in beginsel hetzelfde vaste bedrag als iemand die alleen van AOW of een uitkering leeft.
Volgens het kabinet heeft dit ertoe geleid dat meer mensen gebruikmaken van gemeentelijke ondersteuning, ook wanneer zij de hulp eventueel zelf zouden kunnen betalen. Gemeenten wijzen ondertussen op oplopende kosten, wachtlijsten en een groeiende vraag door de vergrijzing.
Met een inkomens- en vermogensafhankelijke bijdrage wil het kabinet mensen die meer financiële ruimte hebben een groter deel zelf laten betalen.
Tegenstanders vrezen juist dat mensen noodzakelijke hulp zullen opzeggen. Een alleenstaande met een redelijk pensioen kan volgens de fiscale berekening een hoger inkomen hebben, terwijl een groot deel daarvan al verdwijnt aan huur, zorgpremie en andere vaste lasten.
Een rekening die van enkele tientjes naar honderden euro’s per maand stijgt, kan dan het verschil maken tussen hulp houden en hulp stopzetten.

Je beschikking voor 2026 blijft belangrijk

Het uitstel verandert niet automatisch iets aan een bestaande Wmo-beschikking of CAK-factuur. Wie nu huishoudelijke hulp, begeleiding of een hulpmiddel ontvangt, blijft gebonden aan de huidige voorwaarden.
Ook bestaan er uitzonderingen op de gewone eigen bijdrage. DDS legde eerder uit waarom de leeftijd van een partner ervoor kan zorgen dat de Wmo-bijdrage vervalt. Daarnaast kunnen gemeenten huishoudens met een laag inkomen vrijstellen.
Wie een onverwachte rekening ontvangt, moet daarom eerst controleren op welke maanden, voorziening en huishoudsituatie die factuur betrekking heeft. Een hoger totaalbedrag kan bijvoorbeeld ontstaan doordat meerdere maanden tegelijk worden geïncasseerd. Dat is iets anders dan een hoger maandtarief.

Uitstel is geen definitief afstel

De verhoging is niet van tafel. De voorbereiding is verschoven en het politieke debat over de nieuwe bijdrage gaat door. De Tweede en Eerste Kamer moeten bovendien instemmen met de benodigde wetgeving.
Voor Wmo-gebruikers levert dat voorlopig één concreet antwoord op: de gevreesde inkomensafhankelijke rekening komt niet op 1 januari 2027.
Wie bij de financiële planning al rekening hield met een maandbedrag van honderden euro’s, kan die verhoging dus uit het budget voor 2027 halen. Houd wel ruimte voor de gewone jaarlijkse indexering en volg nieuwe berichten van de gemeente en het CAK.
De echte discussie wordt daarmee een jaar vooruitgeschoven. Voor mensen die afhankelijk zijn van hulp thuis, is dat meer dan een verschoven administratieve datum. Het geeft voorlopig zekerheid dat ondersteuning in 2027 niet ineens door de aangekondigde inkomensafhankelijke bijdrage honderden euro’s per maand duurder wordt.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading