Een brandweerkazerne hoort de plek te zijn van waaruit hulp vertrekt. Inmiddels is het ook een gewild doelwit voor dieven. Het aantal inbraken bij Nederlandse brandweerkazernes is dit jaar opgelopen tot 85. Criminelen hebben het onder meer voorzien op gereedschap waarmee brandweerlieden mensen uit wrakken bevrijden. Halverwege augustus stond de teller nog op 60. In ruim een maand kwamen daar 25 inbraken bij. De nieuwe cijfers werden door de politie gedeeld in Opsporing Verzocht, meldt de NOS. In heel 2025 ging het om 18 inbraken en in 2024 om 17.
Dat is een ontwikkeling die meer verdient dan een schouderophalen over gestolen spullen. Wie reddingsmiddelen uit een kazerne haalt, raakt een voorziening waarop de hele omgeving moet kunnen vertrouwen.
Ook Maarn-Maarsbergen getroffen
Een van de recente zaken speelde in Maarsbergen. In de nacht van zondag 20 op maandag 21 september ging rond 00.45 uur het alarm af bij de brandweerkazerne aan de Tuindorpweg.
Volgens de
getuigenoproep van de politie kwamen politie en
brandweer op de melding af. Er bleken verschillende spullen te zijn meegenomen. Bij een zoektocht in de omgeving werden geen verdachten aangetroffen.
De politie vermoedt dat de daders met een auto richting het centrum van Maarn zijn vertrokken. Mensen met waarnemingen of camerabeelden kunnen zich melden. Daarmee gaat het om een lopend onderzoek; over de identiteit van de daders is in die oproep niets vastgesteld.
Nog geen week eerder werd ook de brandweerkazerne in Huizen getroffen. Of dezelfde personen achter die zaken zitten, is onbekend.
Die onzekerheid maakt de landelijke stijging niet minder ernstig. Ze onderstreept juist waarom afzonderlijke aangiften zorgvuldig naast elkaar moeten worden gelegd.
Gereedschap voor reddingen belandt bij criminelen
De belangstelling voor brandweermaterieel is geen toeval. Hydraulisch gereedschap kan enorme kracht uitoefenen. Wat hulpverleners gebruiken om toegang tot een slachtoffer te krijgen, kan door criminelen worden ingezet om een obstakel open te breken.
Volgens de politie duikt gestolen brandweergereedschap in verschillende Europese landen op. Het wordt onder meer gebruikt bij inbraken in elektronicawinkels en juweliers en bij het vernielen van geldautomaten en rolluiken.
De schade bestaat daardoor uit meer dan de waarde van het meegenomen materiaal. Het gereedschap kan elders opnieuw schade helpen aanrichten. Achter een
diefstal uit een kazerne kan bovendien een afzetmarkt zitten die nieuwe diefstallen aantrekkelijk maakt.
Wie deze golf wil stoppen, moet daarom ook naar de handel kijken. Waar wordt het materiaal aangeboden? Wie bewaart het? Wie koopt kostbaar specialistisch gereedschap zonder een overtuigende verklaring voor de herkomst?
Dat zijn vragen voor opsporing, niet voor de brandweerlieden die ondertussen hun werk moeten blijven doen.
Meer sloten zijn niet vanzelf de oplossing
Bij een gewone opslagruimte ligt het antwoord voor de hand: beter afsluiten. Bij de brandweer ontstaat een lastiger afweging.
Het materiaal moet veilig zijn opgeborgen, maar ook snel beschikbaar blijven. Een commandant wees er eerder op dat extra afgesloten opslag een reddingsactie kan vertragen. De brandweer kijkt daarom ook naar andere beveiligingsmogelijkheden.
Precies daar wordt zichtbaar hoe brutaal deze criminaliteit is. Een organisatie die is ingericht op snelheid en hulpverlening, wordt gedwongen na te denken over bescherming tegen mensen die juist van die toegankelijkheid profiteren.
DDS schreef in augustus al over
brandweergereedschap dat naar de onderwereld verdwijnt. De nieuwe cijfers laten zien dat het probleem sindsdien verder is gegroeid.
In Zwolle zijn ook verdachten aangehouden
Er zijn gelukkig eveneens opsporingsresultaten. De politie meldde op 8 september dat twee mannen uit Zwolle waren aangehouden na inbraken bij een brandweerkazerne. Een deel van het gestolen reddingsgereedschap werd teruggevonden.
Het onderzoek leidde onder meer naar verschillende opslagplekken en kelderboxen. Die zaak laat zien dat gestolen spullen kunnen worden opgespoord en teruggehaald. De aanhoudingen betekenen uiteraard nog geen veroordeling.
Dat is de richting waarin de oplossing moet worden gezocht: daders vinden, materiaal terughalen en de afzetkanalen onderzoeken. Beveiliging is nodig, maar mag niet het enige antwoord worden op een criminaliteitsprobleem.
We moeten voorkomen dat de rekening vooral bij de slachtoffers terechtkomt: meer tijd kwijt aan controles, meer geld aan beveiliging en ondertussen blijven hopen dat de spullen de volgende ochtend nog aanwezig zijn.
De brandweer heeft een publieke taak. De overheid heeft de taak die hulpverlening te beschermen. Met 85 inbraken op de teller is duidelijk dat die bescherming veel nadrukkelijker aandacht verdient.