Het kabinet presenteert het nieuwe kinderopvangstelsel als een stap naar betaalbare opvang en minder zorgen voor ouders. Maar voor gezinnen met een laag inkomen zit er een onaangename verrassing in het voorstel: hun eigen bijdrage gaat juist omhoog. Wie nu de hoogste vergoeding krijgt, kan straks meer moeten betalen.
De geplande vergoeding wordt 95,6 procent van de maximumuurprijs. Ouders die momenteel 96 procent vergoed krijgen, leveren daarmee iets in. Volgens een berekening van het ministerie kan dat bij een gezin met twee
kinderen en twee dagen opvang per week ongeveer 120 euro per jaar schelen. Dat voorbeeld geldt niet automatisch voor ieder huishouden.
Een tientje per maand zal op een departement misschien niet indrukwekkend klinken. In een gezin dat zijn uitgaven zorgvuldig moet verdelen, is het gewoon geld. Bovendien wringt de boodschap: een hervorming die opvang goedkoper moet maken, begint voor een deel van de ouders met een hogere rekening.
Van 4 naar 4,4 procent eigen bijdrage
Het verschil tussen 96 en 95,6 procent vergoeding lijkt op het eerste gezicht klein. Toch moet je ook naar de andere kant van de rekening kijken.
Bij 96 procent vergoeding betalen ouders zelf 4 procent van het bedrag dat onder de vergoeding valt. Bij 95,6 procent wordt dat 4,4 procent. Dat is een relatieve stijging van die eigen bijdrage met 10 procent.
Een eenvoudig rekenvoorbeeld maakt het duidelijk. Over een vergoedingsgrondslag van 1.000 euro is de eigen bijdrage eerst 40 euro en vervolgens 44 euro. Het verschil bedraagt 4 euro. Dat betekent dus nadrukkelijk niet dat de volledige kinderopvangrekening met 10 procent stijgt.
Het kabinet rekent bovendien met een maximumuurprijs. De aangekondigde vergoeding is geen toezegging dat de overheid zonder begrenzing 95,6 procent van iedere rekening betaalt. Ouders moeten daarom blijven kijken naar het tarief van hun opvang en het bedrag waarop de overheidsvergoeding wordt berekend.
Juist dat onderscheid verdient een zichtbare plaats in de communicatie. Gezinnen maken hun planning op basis van wat zij daadwerkelijk moeten overmaken, niet op basis van een aantrekkelijk percentage in een persbericht.
Waarom het kabinet het stelsel wil veranderen
De hervorming heeft ook een begrijpelijk doel. De overheid wil rechtstreeks gaan betalen aan kinderopvangorganisaties en gastouderbureaus. Daarmee moet een einde komen aan de huidige situatie waarin ouders toeslag ontvangen die achteraf weer kan worden teruggevorderd.
Volgens de
uitleg van de Rijksoverheid over het nieuwe stelsel moet vooraf worden vastgesteld of ouders aan de voorwaarden voldoen. Veranderingen zouden vervolgens gevolgen hebben voor de toekomst, zonder eerder betaalde subsidie bij ouders terug te halen.
Dat is een wezenlijk voordeel. Een gezin heeft niets aan een ogenschijnlijk voordelige regeling als maanden later een onbetaalbare terugvordering volgt. Zekerheid over de rekening mag daarom zwaar wegen bij de beoordeling van het voorstel.
Maar eenvoud en betaalbaarheid zijn twee verschillende dingen. Een overzichtelijker systeem kan voor een bepaalde groep alsnog duurder worden. Het kabinet moet beide kanten eerlijk laten zien.
DDS berichtte eerder over de
hogere eigen bijdrage in het voorgestelde kinderopvangstelsel. De vraag die daaruit volgt, is wie de extra kosten uiteindelijk opvangt.
Gemeenten mogen gezinnen extra helpen
In het voorstel krijgen gemeenten meer ruimte om ouders te ondersteunen met de eigen bijdrage. Dat kan bijvoorbeeld gaan om werkende ouders met een laag inkomen. De regering reserveert hiervoor in totaal 240 miljoen euro voor de jaren 2029 tot en met 2038.
Die mogelijkheid verdient vermelding. Tegelijk is gemeentelijke ondersteuning iets anders dan de garantie dat ieder getroffen gezin automatisch wordt gecompenseerd.
Voor ouders is vooral van belang hoe toegankelijk die hulp wordt. Moeten zij er zelf achteraan? Hoe weten zij of ze ervoor in aanmerking komen? En hoe voorkomt de overheid dat een eenvoudiger landelijk systeem alsnog een zoektocht langs verschillende loketten oplevert?
Het zou een merkwaardige uitkomst zijn als gezinnen minder toeslagenadministratie krijgen, maar vervolgens nieuwe ondersteuning moeten uitzoeken om een hogere eigen bijdrage te kunnen betalen.
Een wetsvoorstel is nog geen nieuwe rekening
Het nieuwe stelsel moet in 2029 ingaan. Minister Aartsen heeft het wetsvoorstel naar de Raad van State gestuurd. Het parlement moet er nog over beslissen. Ouders hoeven op basis van deze aankondiging dus niet vandaag hun opvangcontract aan te passen.
Wel verdient het voorstel nu een serieus debat. De juiste vraag is niet alleen hoeveel miljarden de overheid uitgeeft, maar ook welk gezin na alle veranderingen beter of slechter af is.
Wie bijna gratis
kinderopvang belooft, moet kunnen uitleggen waarom ouders met weinig financiële ruimte toch meer gaan betalen. Een regering mag kiezen voor een ander stelsel. Zij moet vervolgens ook eerlijk zijn over de rekening die bij gezinnen terechtkomt.